Waterloo is een Sovjet-Italiaanse film uit 1970, geregisseerd door Sergej Bondartsjoek en geproduceerd door Dino De Laurentiis met in de hoofdrollen Rod Steiger en Christopher Plummer.

Het scenario voor de film is gebaseerd op de Slag bij Waterloo (1815) waarbij een alliantie van Britse, Nederlandse, Belgische, Nassause, Brunswijkse en Pruisische troepen de opmars van Franse troepen onder leiding van Napoleon tegenhielden. De film kostte ongeveer 25 miljoen dollar, maar bracht slechts 1,4 miljoen op in de bioscopen. De film kreeg in latere jaren meer waardering, met name de manier waarop de diverse gevechtsscènes in beeld werden gebracht. De film is 132 minuten, maar er gaan geruchten dat er een langere versie zou bestaan. Dit is tegengesproken door associate producer Richard C. Meyer en bevestigd door Vladimir Dorsal, de First Assistant director (en later het hoofd van Mosfilm in Moskou.

Verhaal

Kasteel van Fontainebleau in 1814. Keizer Napoleon doet afstand van de troon. Hij wordt verbannen naar het eiland Elba. Tien maanden later keert hij echter terug en weet het Franse leger en de bevolking weer achter zich te krijgen. Koning Lodewijk XVIII van Frankrijk van Frankrijk moet vluchten. Napoleon wil vrede, maar Engeland en Pruisen accepteren zijn vredesaanbod niet. Niet lang daarna rijdt Napoleon uit met zijn leger, en trekt naar het noorden om Brussel te bezetten. Als de legers van de Britten en de Pruisen door een slechte coördinatie gescheiden raken, ziet de Franse keizer zijn kans. Als hij een wig kan drijven tussen de Engelse troepen en de Pruisische kan hij de legers vervolgens een voor een aanvallen. De legeraanvoerder van de Britten, de hertog van Wellington, hoort dat Napoleon de grens bij Charleroi is overgestoken en onderweg is naar Brussel. Hij besluit Napoleon te stoppen bij het plaatsje Waterloo. Niet lang daarna verslaat Maarschalk Ney de Britten bij Quatre Bras, een plaatsje vlak bij Waterloo. Maar de zege is niet definitief en de Britten kunnen zich terugtrekken. Een boze Napoleon stuurt een groot deel van zijn leger onder bevel van Grouchy in de richting van het Pruisische leger. Grouchy krijgt orders om te voorkomen dat de Pruisen onder leiding van Veldmaarschalk Blücher zich weer met de Britten kunnen verenigen.

Als de troepen bij Waterloo aankomen is het slagveld een groot modderveld. Het heeft de afgelopen dagen voortdurend geregend en de artilleristen hebben moeite de kanonnen op te stellen. Napoleon die last heeft van maagkrampen is somber, zeker als hij hoort dat het begin van de veldslag moet worden uitgesteld totdat de grond droger is. De slag begint om 11.30 met artillerievuur en een Franse infanterieaanval op het gebouw van Hougoumont. Het gevecht begint nu echt en ook de Britse troepen rukken op. De Britse generaal Thomas Picton sneuvelt als zijn troepen een gat in de linie dichten. De Britse cavalerie wordt ingezet en met name de Scots Greys, een eliteonderdeel met ruiters op appelschimmels, maakt het de Fransen lastig. Ze wagen zich echter te ver en moeten terugtrekken als Poolse lansiers in Franse dienst de aanval inzetten. De commandant van de Britse cavalerie, Ponsonby, sneuvelt bij deze aanval. Beide legers reorganiseren en Wellington trekt een deel van zijn infanterie terug achter een heuvel. Napoleon krijgt hevige maagkrampen en wordt van het veld gedragen. Maarschalk Ney die de Britse infanterie achter de heuvel ziet verdwijnen, denkt dat Wellington vlucht en zet volgens goed gebruik de cavalerie in om de 'vluchtende' Britten te achtervolgen. Maar Wellington is niet op de vlucht en zijn infanterie weet de Franse cavalerie een zware nederlaag toe te brengen. Maar de Britse infanterie betaalt een hoge prijs en is verzwakt. Als Napoleon weer terugkeert op het slagveld is hij woedend over Ney's ondoordachte aanval zonder de steun van de infanterie.

thumb|De Fransen bestormen La Haye Sainte. Napoleon zit zonder verse troepen en besluit het krijgsplan om te gooien. Hij geeft bevel om de hoeve La Haye Sainte te veroveren. Dit steunpunt is volgens hem de sleutel tot de slag. De Franse infanterie weet de boerderij te veroveren. Napoleon denkt dat hij heeft gewonnen en zet zijn elite-eenheid in, de Keizerlijke Garde. Wellington ziet zijn leger wankelen, maar tot zijn grote vreugde ziet hij in de verte een ander leger naderen, het zijn de Pruisen onder leiding van Blücher. De Franse troepen trekken de heuvel over en staan dan oog in oog met de door Wellington teruggetrokken Guards division. De Franse troepen wankelen als de Britten het vuur openen. Het Franse moreel wankelt en niet lang daarna trekken de Fransen zich terug. Er ontstaat paniek en Napoleon probeert wanhopig zijn mannen tot staan te brengen. Uiteindelijk weten zijn maarschalken hem weg te voeren van het slagveld. De Keizerlijke Garde van Napoleon houdt nog even stand maar wordt ten slotte door kanonvuur vrijwel weggevaagd. De slag bij Waterloo is voorbij.

Rolverdeling

| Rod Steiger || Napoleon I || Keizer der Fransen |- | Christopher Plummer || veldmaarschalk Arthur Wellesley || hertog van Wellington |- | Orson Welles || Lodewijk XVIII || Koning van Frankrijk |- | Jack Hawkins || luitenant-generaal Sir Thomas Picton || |- | Virginia McKenna || Charlotte Lennox || hertogin van Richmond |- | Dan O'Herlihy || maarschalk Michel Ney || Pair van Frankrijk |- | Rupert Davies || kolonel Alexander Gordon || hertog van Gordon |- | Philippe Forquet || brigadegeneraal Charles de La Bédoyère || |- | Gianni Garko || generaal-majoor Antoine Drouot || |- | Ivo Garrani || Nicolas Jean-de-Dieu Soult || maarschalk van Frankrijk |- | Ian Ogilvy || kolonel Sir William Howe DeLancey || |- | Michael Wilding || generaal-majoor The Honourable Sir William Ponsonby || |- | Sergo Zakariadze || veldmaarschalk Gebhard von Blücher || vorst van Wahlstatt |- | Terence Alexander || luitenant-generaal Henry Paget || graaf van Uxbridge |- | Andrea Checchi || generaal Pierre François Sauret || |- | Donal Donnelly || korporaal O'Connor (als Donald Donnelly) || |- | Charles Millot || Emmanuel de Grouchy || |- | Jevgeni Samojlov || brigadegeneraal Pierre Cambronne || |- | Oleg Vidov || Tomlinson || |- | Charles Borromel || Mulholland || |- | Peter Davies || vaandrig James Hay || Lord Hay |- | Veronica De Laurentiis || Magdalene DeLancey || |- | Vladimir Droezjnikov || Gerard || |- | Willoughby Gray || Ramsey || |- | Roger Green || Duncan || |- | Richard Heffer || Mercer || |- | Orazio Orlando || Constant || |- | John Savident || generaal-majoor Karl von Müffling || |- | Jeffrey Wickham || Colborne || |- | Susan Wood || lady Sarah Lennox || |- | Gennadi Joedin || Chactas ||

Voorgeschiedenis Al in 1965 begon producent Sam Marx met de voorbereiding van een film over de Slag bij Waterloo. Hij huurde scenarist Elliott Arnold in voor het scenario en polste acteur Richard Burton voor de rol van Wellington. In oktober van dat jaar werd bekendgemaakt dat producent Dino De Laurentiis de film zou produceren, met Sam Marx als geassocieerd producent en John Huston als regisseur. Eliott Arnold werd als scenarist vervangen door H.A.L. Craig. De Laurentiis was naarstig op zoek naar geschikte locaties, maar stelde verdere plannen uit totdat hij meer zekerheid kreeg over voldoende aantallen figuranten en paarden. De plannen stagneerden omdat er niet genoeg getrainde cavaleriepaarden beschikbaar waren in Italië, waar Laurentiis de film wilde opnemen. Huston en De Laurentiis zochten intussen ook naar medefinanciers in Frankrijk, Spanje, België, Joegoslavië en Roemenië. In 1967 was bij de audities Richard Burton niet langer in de race als Wellington, maar werd hij genoemd voor de rol van Napoleon. Geruchten dat Peter O'Toole de rol van Wellington zou gaan spelen werden tegengesproken. Inmiddels was een nieuwe scenarist, Jean Anouilh, bezig met het scenario en werd Ponto Corvo genoemd als nieuwe regisseur. Dit laatste was nodig geworden omdat John Huston door het uitstellen van de productie andere verplichtingen moest nakomen. Sam Marx verliet om dezelfde reden de productie. Het project had inmiddels de werktitel Battle of Waterloo afgewisseld met Waterloo: The Last Hundred Days of Napoleon. In november 1967 wilde De Laurentiis een coproductie aangaan met Bulgar Film, het staatsfilmbedrijf van Bulgarije. Bulgar Film zou 10.0000 soldaten en 1000 paarden beschikbaar stellen, terwijl de film zou worden opgenomen in Italië, Bulgarije en België. In maart 1968 was ook deze samenwerking van de baan nadat de 10.000 soldaten weer in Bulgaarse actieve dienst werden opgeroepen, om stand-by te zijn bij te verwachten politieke problemen in Vietnam, het Midden-Oosten en Griekenland. Nog in dezelfde maand opende De Laurentiis onderhandelingen met de Russische overheid.

Productie Financiering Nadat Dino de Laurentiis jaren had geprobeerd om medefinanciers te krijgen, vond hij eindelijk gehoor in Moskou. De Russische overheid zag de film als een goed middel om de verhouding met het westen te verbeteren en schakelde Mosfilm, het Sovjet-Russische staatsfilmbedrijf in om met De Laurentiis te onderhandelen. Producent Vladimir Surin voerde de onderhandelingen voor Mosfilm. De film was duur. Het budget bedroeg 25 miljoen dollar, maar dit zou oplopen tot 38,3 miljoen dollar. Zou de film in West-Europa of de VS zijn gemaakt dan zouden de kosten drie keer zo hoog zijn geweest. Mosfilm nam een derde van de kosten voor zijn rekening en stelde 16.000 soldaten beschikbaar, alsmede een complete brigade cavalerie. Verder waren zij verantwoordelijk voor de technici, decorbouwers en arbeiders om de film te kunnen maken. Paramount Pictures en Columbia Pictures stonden garant voor de financiering en kregen in ruil de distributierechten voor respectievelijk Noord en Zuid-Amerika en de wereldrechten.

Scenario De eerste scenarioversie kwam van Eliott Arnold in 1965. Later werd het intensief herschreven door H.A.L. Craig en vervolgens door Jean Anouilh. Deze schrijvers kregen geen vermelding op de aftiteling. Het uiteindelijke scenario werd voltooid door Vittorio Bonicelli, zijn naam stond op de aftiteling, samen met die van regisseur Sergej Bondartsjoek, vermeld als auteur van het scenario.

Locatie en decors Met de medewerking van de Russische autoriteiten werd een gedeelte van het boerenland bij Oezjhorod in Oekraïne in gebruik genomen als decor voor de slag bij Waterloo. Oezjhorod was echter ook de locatie van enige militaire installaties en dit gaf de nodige wrijving met de PR-afdeling van de film. Het leger wilde geen pers toelaten, en zeker geen pers uit het westen, terwijl de PR-afdeling juist de publiciteit nodig had. In maart 1969 werd het gebied omgeploegd en verdwenen de aardappelvelden. Twee heuvels werden door bulldozers platgewalst en werd er zo'n acht kilometer weg aangelegd. Vervolgens werd het terrein beplant met tarwe, rogge en gerst, en wilde bloemen werden uitgezaaid over een oppervlak van zo'n drie kilometer. Ook werden circa 5000 bomen geplant. Replica's van de boerderijen La Haye Sainte en Hougomont werden opgebouwd, evenals een reconstructie van de herberg La Belle Alliance. Om de modder op het slagveld te krijgen, werd een systeem van ondergrondse pijpleidingen met een lengte van 10 kilometer aangelegd.

Er werd ook gefilmd in Frankrijk en Italië. De binnenscènes die spelen in de Tuileries werden opgenomen in het Paleis van Caserta in de omgeving van Caserta, Italië, ook het Stupinigi-paleis in Turijn werd gebruikt voor binnenopnames. Opnames in de studio werden gemaakt in Napels en grotendeels in De Laurentiis Studio's in Rome. Decorbouwer E. Rancati bracht honderden decorstukken bijeen, terwijl hij ook zorgde voor honderden paren schoenen uit de juiste tijd.

Figuranten thumb|Charge van de Scots Greys