thumb|upright=1.2|Verschillende niveaus van DNA-organisatie. (1) De dubbele DNA-helix. (2) DNA gewikkeld rond histoneiwitten, waardoor nucleosomen ontstaan. (3–4) Verdere vouwing en condensatie van het chromatine. (5) Een sterk gecondenseerd chromosoom, zoals zichtbaar tijdens de celdeling.
Chromatine is het materiaal waaruit de chromosomen in de celkern van eukaryote cellen zijn opgebouwd. Het bestaat voornamelijk uit DNA dat verpakt is met eiwitten, voornamelijk histonen. Het zeer lange DNA-molecuul wordt rond deze histonen gewikkeld en zodoende compact georganiseerd.
De manier waarop het DNA in de celkern is opgerold, speelt een belangrijke rol bij de regulatie van genexpressie. De mate waarin chromatine is samengepakt bepaalt mede hoe toegankelijk bepaalde delen van het DNA zijn voor eiwitten die betrokken zijn bij onder andere transcriptie, DNA-replicatie en DNA-reparatie. Relatief los verpakt (en dus vrij toegankelijk) chromatine wordt doorgaans euchromatine genoemd; de sterk gecondenseerde gebieden worden heterochromatine genoemd.
De chromatinestructuur is dynamisch. Door chemische modificaties van DNA en histonen (methylering, acetylering) kan de toegankelijkheid van specifieke genoomgebieden worden aangepast. Dit soort regulatie van het DNA wordt bestudeerd binnen het veld van de epigenetica.
Algemene structuur Het chromatine bestaat uit een reeks nucleosomen. Deze bestaan ieder uit acht histonen met daaromheen gewikkeld een DNA-keten van circa 147 baseparen (zie afbeelding hiernaast). De drie functies van chromatine zijn het compact maken van het DNA zodat het in de celkern past, het verstevigen van DNA tijdens mitose en meiose, en het helpen bij regulatie van de expressie van genen.
De naam chromatine komt van de donkere kleur die het krijgt bij lichtmicroscopie na kleuring van het monster, en betekent letterlijk gekleurd materiaal.
In de meeste eukaryotische cellen komen deze opeenvolgende niveaus van compactheid van chromatine voor: Nucleosomen met daaromheen DNA, gescheiden door stukken los DNA - zoals een kralensnoer. De 30 nm vezel waarin de nucleosomen veel dichter bij elkaar komen en regelmatig gestapeld zijn Hogere orde compactheid die uiteindelijk leidt tot gecondenseerde chromosomen, de meest compacte vorm.
Euchromatine is minder compact en de meeste actieve genen bevinden zich daar. Heterochromatine is veel compacter en is voornamelijk inactief. Een goed voorbeeld hiervan zijn de chromatiden van een chromosoom. De grenzen van euchromatine en heterochromatine liggen niet geheel vast, en kunnen gedurende de ontwikkeling van een organisme verschuiven.
Het inactiveren van delen van het DNA leidt ertoe dat er verschillende soorten van celtypes kunnen ontstaan en dus verschillende types van weefsels.Luc D'Haeninck (red.), "BIOgenie 5.2 - Biologie voor het vijfde leerjaar (leerboek)," 2de druk, 5de oplage, De Boeck 2016.
Categorie:DNA-replicatie Categorie:Genetica Categorie:Celbiologie