Pastoralis praeeminentiae is de gebruikelijke incipittitel van een pauselijke bul die paus Clemens V op 22 november 1307 uitvaardigde in verband met de vervolging van de Tempeliers. De bul droeg christelijke vorsten op de leden van de orde in hun gebieden te arresteren en de bezittingen van de orde in bewaring te nemen in naam van het pausdom. Daarmee breidde Clemens de zaak, die op 13 oktober 1307 was begonnen met de door Filips IV van Frankrijk bevolen arrestaties in Frankrijk, uit tot andere delen van de christenheid.
De maatregel betekende nog niet de formele opheffing van de Tempeliers. De orde werd pas in 1312 door Clemens V opgeheven met de bul Vox in excelso.
Achtergrond In de jaren voor 1307 waren beschuldigingen tegen de Tempeliers in omloop geraakt. Tijdens een ontmoeting tussen Clemens V en Filips IV in Poitiers in het voorjaar van 1307 kwam de toestand van de orde ter sprake. Op 24 augustus deelde Clemens aan de Franse koning mee dat hij een kerkelijk onderzoek naar de beschuldigingen wilde instellen, hoewel de paus en de kardinalen de aantijgingen op dat moment niet als bewezen beschouwden.
Filips wachtte dit onderzoek niet af. In september 1307 liet hij in het geheim bevelen voorbereiden voor de gelijktijdige arrestatie van de Tempeliers in zijn koninkrijk. Op 13 oktober werden leden van de orde in Frankrijk aangehouden, onder wie grootmeester Jacques de Molay. De arrestaties vonden plaats zonder voorafgaande toestemming van Clemens V. Toen de paus hiervan op 14 oktober vernam, beschouwde hij het eigenmachtige optreden van de Franse kroon als een aantasting van de pauselijke jurisdictie over een religieuze orde.
Op 27 oktober richtte Clemens de bul Ad preclaram sapientiae aan Filips IV. Daarin bekritiseerde hij het Franse optreden en verlangde hij dat de behandeling van de zaak onder kerkelijk gezag zou worden gebracht. Tegelijkertijd zond hij de kardinalen Bérenger Frédol en Étienne de Suisy naar Parijs om met de koning te onderhandelen en de gevangengenomen leiders van de orde te onderzoeken.
Inhoud Op 22 november 1307 vaardigde Clemens V Pastoralis praeeminentiae uit. De tekst is onder meer overgeleverd in de diplomatieke bronnenverzameling Foedera van Thomas Rymer.
In de bul gaf Clemens de christelijke wereldlijke heersers opdracht de Tempeliers binnen hun rechtsgebieden te laten arresteren. Hun roerende en onroerende goederen moesten in beslag of bewaring worden genomen en voor de Kerk worden veiliggesteld totdat over de orde en haar bezit nader zou zijn beslist. De maatregel maakte het optreden tegen de orde daardoor niet langer uitsluitend tot een Franse aangelegenheid.
De bul bevatte tevens een uiteenzetting van de beschuldigingen die tegen de orde waren ingebracht en verwees naar de ontwikkelingen in Frankrijk. Door zelf een algemeen bevel uit te vaardigen bracht Clemens de vervolging formeel onder pauselijk gezag. In de historiografie wordt de maatregel daarom niet uitsluitend gezien als instemming met Filips IV, maar ook als een poging van de paus om de controle over een procedure terug te krijgen die de Franse monarchie eigenmachtig was begonnen.
Uitvoering buiten Frankrijk De uitvoering van Pastoralis praeeminentiae verschilde van gebied tot gebied. De bul zette procedures in gang in onder meer de Britse Eilanden, de koninkrijken op het Iberisch Schiereiland, delen van het Heilige Roomse Rijk, Italië en Cyprus.
In Engeland had koning Eduard II de Franse beschuldigingen aanvankelijk met scepsis ontvangen. Op 30 oktober 1307 liet hij Filips IV weten dat hij er niet gemakkelijk geloof aan kon hechten en op 4 december schreef hij aan verschillende andere vorsten ten gunste van de orde. Nadat het pauselijke bevel Engeland had bereikt, gaf Eduard op 20 december opdracht de Tempeliers in zijn gebieden te arresteren. De daadwerkelijke vervolging verliep er anders dan in Frankrijk en het formele proces begon pas later.
Ook elders werd het bevel niet overal op dezelfde wijze of met dezelfde snelheid uitgevoerd. De plaatselijke politieke verhoudingen, de omvang van de Tempeliersbezittingen en de houding van vorsten en kerkelijke autoriteiten hadden invloed op het verloop van arrestaties en onderzoeken.
Betekenis voor het proces tegen de Tempeliers Pastoralis praeeminentiae vormde een belangrijke fase in de overgang van een door de Franse kroon begonnen vervolging naar een internationaal kerkelijk onderzoek. De bul betekende echter geen vaststelling dat de orde als geheel schuldig was en evenmin haar onmiddellijke ontbinding. Clemens bleef proberen de juridische behandeling van de zaak onder pauselijke controle te brengen.
Kort na de uitvaardiging werden de hoogste leiders van de orde door pauselijke vertegenwoordigers ondervraagd. Toen Jacques de Molay en andere vooraanstaande Tempeliers tegenover de kardinalen eerdere verklaringen herriepen, nam de twijfel van Clemens over de gevolgde procedure toe. Begin 1308 liet hij de inquisitoriale werkzaamheden in Frankrijk tijdelijk opschorten.
Na verdere onderhandelingen tussen de Franse kroon en het pausdom werden in 1308 nieuwe procedures vastgesteld. Met de bul Faciens misericordiam liet Clemens onderzoeken instellen naar zowel individuele Tempeliers als de orde als instelling, terwijl Regnans in caelis het Concilie van Vienne bijeenriep. Uiteindelijk hief Clemens de orde op 22 maart 1312 met Vox in excelso. De regeling van de Tempeliersbezittingen volgde in hoofdzaak met Ad providam van 2 mei 1312, waarbij een groot deel van het bezit voor de Orde van Sint-Jan werd bestemd.
Historiografie De verhouding tussen Clemens V en Filips IV tijdens het proces is onderwerp van historisch debat. Oudere en populaire voorstellingen presenteren Clemens soms hoofdzakelijk als een door de Franse koning gedwongen uitvoerder van diens beleid. Moderne studies benadrukken een complexer beeld waarin paus, koning, kardinalen, inquisiteurs en andere politieke actoren eigen belangen en bevoegdheden probeerden te beschermen. Satora wijst er daarbij op dat ook meningsverschillen binnen het college van kardinalen invloed hadden op de pauselijke besluitvorming.
Ook de motieven van Filips IV worden niet tot één oorzaak teruggebracht. Financiële omstandigheden en de rijkdom van de orde speelden een rol in de discussie, maar historici hebben daarnaast gewezen op de religieuze en politieke denkwereld van Filips en zijn raadgevers en op de ontwikkeling van de Capetingische koninklijke macht. Barber merkt op dat de precieze motivatie omstreden blijft en dat financiële en ideologische motieven elkaar niet noodzakelijk uitsloten.
Literatuur
Primaire literatuur
Secundaire literatuur
Zie ook
Concilie van Vienne
Categorie:Pauselijke bul Categorie:Christendom in de middeleeuwen Categorie:Document uit de 14e eeuw Categorie:Orde der Tempeliers Categorie:1300-1309