thumb|Plantage in Suriname door Dirk Valkenburg, ca. 1707 Joan Hu(y)bert van Meel (8 december 1698 – 5 augustus 1769) was de zoon van Joan Willem van Meel en Christina van Aken. Hij was de opvolger van zijn vader, secretaris van de Sociëteit van Suriname. De secretaris was de spil waar, vooral in uitvoerende zin, alles omdraaide. Hij notuleerde de vergaderingen, registreerde de aldaar genomen besluiten en zorgde ervoor dat deze de bewindhebbers ter hand werden gesteld.Heijer, H. den (1994) De geschiedenis van de WIC, p. 113. Hij hield toezicht op de klerken, was mede verantwoordelijk voor de kas, stond de schippers van de Surinamevaarders en de soldaten te woord, controleerde de uit Suriname overgezonden gouvernementsadministratie, hield het archief bij en zorgde voor transport van levensmiddelen naar de kolonie.Habermehl, N. (2000) Joan Cornelis van der Hoop (1742-1825) Marinebestuurder voor stadhouder Willem V en koning Willem I, p. 36. De werkzaamheden omvatten ook de boekhouding van de garnizoenen.
Van Meel studeerde rechten in Leiden, promoveerde in 1718 en werd advocaat bij het Hof van Holland. Hij trouwde in 1729 en in 1733 werd hij regent van het N.Z. Huiszittenhuis. In 1735 verhuisde Joan Hubert van Meel van de Keizersgracht naar Herengracht 544. Hij betaalde 37.000 gulden. In 1742 verdiende hij 7.000 gulden per jaar, waarvan 1.000 van de Sociëteit. Op 3 mei 1738 stond er een advertentie in de Amsterdamsche Courant:
Zijn oudste broer Willem Gerard van Meel was Raad-fiscaal in Suriname en later griffier bij het Hof van Justitie in Paramaribo. Willem Gerard was de eigenaar van de plantages Jagtlust samen met Frederik Berewouthttps://web.archive.org/web/20090315015629/http://nationaalarchief.sr/geschiedenis/plantages/surinamerivier/jagtlust/ en Katwijk in Suriname.Slebos, D.L.H. (2004) Westrust, p. 117-124. In: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake. Hij trouwde met Constance Pichot, een vrouw die in Suriname diverse schandalen verwikkeld was. Constance Pichot trouwde op dertienjarige leeftijd, aan huis. Zij werd weduwe en trouwde een negentien jaar ouder raadslid Van Landsberge. Vervolgens werd zij opnieuw weduwe en trouwde met Raad-fiscaal Van Meel.HOOGTEPUNTEN VAN DE ACHTTIENDE EEUWSE SURINAAMSE SEKSUELE MORAAL
Vanaf 1748 was Joan Hubert van Meel commissaris van de Rouaan- of buitenlandvaarders. Rond het midden van de 18e eeuw liet hij (of zijn tweede echtgenote) de gevel aanpassen. Er kwam versiering om de deur en boven de vensters. Van Meel had geen kinderen en werd toen hij stierf op 130.000 gulden geschat. Zijn weduwe bewoonde het pand tot haar dood.Vier Eeuwen Herengracht, p. 595. Het pand op Herengracht ging in 1789 over in handen van Josephus Augustinus Brentano; de hofstede werd gebruikt door Engelbert François van Berkel.
Joan Cornelis van der Hoop, de opvolger en een veelbelovende secretaris, begon zijn werkzaamheden in 1770. In 1774 stelde hij vast dat er een achterstand in het archief lag. De klerk, een neef van Van Meel, die niet als opvolger van zijn oom was benoemd, had uit rancune niets uitgevoerd.N. Habermehl, p. 41.
Categorie:Directeur van de Sociëteit van Suriname Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Advocaat bij het Hof van Holland