thumb|De Sint-Columbakerk (2020) De Sint-Columbakerk is een neoclassicistische kerk waarvan de oudste delen uit de 12de eeuw stammen. Ze bevindt zich in het centrum van de gemeente Deerlijk. De kerk is toegewijd aan Columba van Sens, patrones van de parochie Deerlijk, waarmee het de enige kerk in Vlaanderen is die aan deze heilige is toegewijd.

Geschiedenis Oudere kerken Volgens een legende zou de kerk gesticht zijn in 654 door Sint-Amandus. In de tweede helft van de 12de eeuw werd een eerder (wellicht houten) bedehuisje vervangen door een romaanse kruiskerk, vervaardigd uit Doornikse blauwsteen. Deze kerk had een vieringtoren, een vlak afgesloten koor, een dwarsbeuk en een driebeukig schip. In 1181 stond Evrardus (Everhard) van Avesnes, bisschop van Doornik, het altare [kerkgebouw] de TrellekeVolgens historicus Karel De Flou was Trelleke een van de oude schrijfwijzen van Deerlijk en zou dateren uit 1191. Zie Karel De Flou, Woordenboek der Toponymie van Westelijk Vlaanderen..., Gent-Brugge, 1914-1938, 18 boekdelen. Meer informatie rond de Deerlijkse naamgeving bij de toponymie van Deerlijk. af aan het Doornikse kapittel. Daarmee plaatste hij de kerk onder het patronaat van de kanunniken van het kapittel, verbonden aan zijn Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Dit kapittel stond voortaan in voor de bouw- en onderhoudswerken van de kerk. Om deze te bekostigen kregen de kanunniken van de bisschop het recht om tienden (kerkelijke belastingen) te heffen. Naast het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Doornik inde in Deerlijk ook het Sint-Salvatorkapittel van Harelbeke de tienden.

In de daaropvolgende eeuwen (wanneer precies is niet geweten) werd de romaanse kruiskerk te klein. Ze werd verbouwd tot een ruimere hallenkerk, waardoor de beuken en de koren op gelijke hoogte kwamen. Van de oorspronkelijke kerk bleven de vieringtoren en de middenbeuk volledig behouden, de dwarsbeuk en het koor deels.

Aan het einde van de 16de eeuw lag de kerk gedeeltelijk in puin, waarschijnlijk door de Beeldenstorm, een geuzenopstand of door strooptochten van Oostendse vrijbuiters. Vermoedelijk werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om bij de herstellingswerken begin 17de eeuw de kerk ingrijpend te verbouwen tot een tweebeukig geheel. Daarbij werden de zuidbeuk en het zuidkoor gesloopt en de doorgangen in het transept en het koor dichtgemaakt. De romaanse toren kreeg een laatgotische klokkenverdieping in zandsteen en een hogere spits. De oudste afbeelding van de kerk dateert uit 1607; in het landboek van Deerlijk uit 1747 is ze afgebeeld als een tweebeukig geheel met vieringtoren. Rond het gebouw ligt een ommuurd kerkhof. Losstaand van de kerk is ook de Sint-Columbakapel (voor het eerst vermeld in 1440) te zien, een aloud en belangrijk bedevaartsoord. In 1667, 1724, 1735-1736 en 1764-1767 voerde men herstellingen uit aan de kerk.

thumb|Zijkapel met Christus aan het kruis Huidige kerk Zoals ze er nu uitziet, dateert de kerk van het jaar 1774. In dat jaar werd het huidige neoclassicistische bouwwerk opgericht. Het ontwerp was van architect Simon Steyt uit Kortrijk; de uitvoering van de werken stond onder leiding van architect Laurent-Benoît Dewez, die ook de Harelbeekse Sint-Salvatorkerk bouwde. Meester-metselaar J.B. Philippart werd aangeduid als aannemer. De benodigde stenen werden ter plaatse in ovens gebakken en met een lange platte kruiwagen naar de werf gevoerd. Waarschijnlijk vingen de werken aan midden 1774. Schip en koor van de verbouwde kerk kwamen nu onder één dak te liggen. Van het oude gebouw bleven alleen de toren, de zuidelijke dwarsbeuk en delen van het koor bewaard. De toren werd geïntegreerd in de zuidelijke zijbeuk.In de zuidelijke dwarsbeuk en het koor zijn van de vorige kerk nu nog bouwsporen (spitsbogen) te vinden. Het westelijke deel van de huidige sacristie dateert ook nog van de vorige kerk. Intussen was de naastgelegen Sint-Columbakapel verdwenen onder de slopershamer en het Sint-Columbaretabel overgebracht naar de vernieuwde kerk. In 1776 werd de kerk ingewijd, hoewel de werken nog niet waren afgerond. De laatste af te breken delen van de romaanse kerk verdwenen pas in 1788. Op een lavistekeningDeze tekening is te zien op Erfgoedinzicht.be, Teekeningen der gezigten van de dorpen, casteelen en steden van Vlaanderen, album 5, pagina 2. van Serafijn Vermote uit 1813 is de vernieuwde Sint-Columbakerk centraal te zien, met nog weinig bebouwing en veel vegetatie in de omgeving.

Door hevige stormen raakte de kerk zowel in 1800 als in 1836 zwaar beschadigd aan het dak. In 1891 sloeg de bliksem in op de torenspits. Het bovenste deel van de toren brandde daardoor volledig uit.

In 1902 kwam er een toegang tot de kerk in de zuidelijke transeptarm, het in de volksmond bekend geworden Klein Deurke.

Tegen de zuidelijke zijbeuk is een kapel te zien van omtrent 1832 met Christus aan het kruis. Het houten beeld is ouder. Een soortgelijke kapel - opgetrokken ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten - is aangebouwd tegen de noordelijke zijbeuk en dateert van 1948.

Na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog constateerde men relatief lichte schade aan de kerk. Herstellingen volgden al snel.

Bij Koninklijk Besluit van 6 mei 1985 werd het gebouw beschermd als monument.

In 1987 was er de restauratie van de toren van de kerk onder leiding van architect Pauwels uit Kortrijk. Meest recent was een diepgaande renovatie van het kerkgebouw, in 2017-2018 (zie verder).

Interieur Architectuur Het interieur van de kerk is neoclassicistisch. De hoge, vlakke muren en plafonds zijn bepleisterd en witgeschilderd met strenge ordening van de volumes en zuinige stucornamentatie. De scheibogen zijn rondbogig en rusten op zuilen met een ronde sokkel en kapiteel en aan de top een vierkante afdekplaat.

Kunstschatten Sint-Columbaretabel

Het pronkstuk van de kerk is het Sint-Columbaretabel, vermoedelijk gemaakt rond 1535 in een Kortrijks atelier in opdracht van Jan de Costere, heer van Deerlijk. Er was een volledige restauratie van het retabel in de periode 1982-1988. Deze restauratie vond plaats in het gerenommeerde Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) in Brussel.

Overige kunstschatten Het hoogkoor en -altaar zijn in classicistische stijl en dateren uit 1779. Ze zijn van de hand van timmerman Jean Casaer en beeldhouwer Petrus Van Reable, beiden uit Kortrijk. Voor de lambrisering gebruikte Casaer mahoniehout, net zoals bij zijn eerdere dergelijke realisatie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk. Van Reable stond in voor het beeldhouwwerk, medaillons, trofeeën en guirlandes. Hij werkte deze uit in Lodewijk XVI-stijl. In een stralenkrans verbeeldt een vrouwenbuste met engelkopjes de Heilige Columba en onder het altaar symboliseert een kleine vergulde sarcofaag die van Sint-Columba.

In 1954 werden diverse aanpassingen doorgevoerd in het hoogkoor. Gustaaf Delafontaine, beeldhouwer uit Menen, verving toen de vier oorspronkelijke eikenhouten medaillons die de Latijnse Kerkvaders Ambrosius, Augustinus, Gregorius en Hiëronymus voorstellen, door gipsen kopieën. De originelen bleven echter bewaard. Op de koepel van het tabernakel kwam een nieuw, kleiner kruisbeeld met Christus, eveneens vervaardigd door Delafontaine. Het eerdere kruisbeeldDit grotere kruisbeeld verhuisde later naar de Sint-Jozefskapel op de Statiewijk. belemmerde immers het zicht op het grote schilderij boven het hoofdaltaar, de Balseming van Christus, een doek uit 1785 van Kortrijkzaan Emmanuel Taffin. Tegelijk met het nieuwe kruisbeeld kwam er een kopieHet oorspronkelijke schilderij zou versleten zijn geweest. Het is verdwenen. van voornoemd werk, vervaardigd door kunstschilder Georges Dheedene uit Zulte. In hetzelfde jaar maakte Dheedene ook grote muurschilderingen in het koor. Op de linker muurschildering is het overlijden van Maria te zien, in aanwezigheid van de apostelen. Rechts worden de Heilig-Hartfeesten in Deerlijk van 21 juni 1953 in herinnering gebracht.E.H. Gerard Vanhoenackere - lange tijd pastoor geweest in Deerlijk - was een goede vriend en collega-schilder van Georges Dheedene uit Zulte. Ter verfraaiing van de Sint-Columbakerk had hij de kunstenaar een aantal opdrachten toevertrouwd. Op de rechter muurschildering is een groep mensen te zien met de heilige Columba. Tussen deze personen staan de schilder zelf, zijn vrouw en de twee kinderen en zijn moeder. Verder nog E.H. Vanhoenackere (met vlag) en de Deerlijknaar Jules Verrotte, oudste ijveraar van de Heilig-Hartbond, met zijn dochter en kleindochter. De grijze man met snor op de achtergrond is de auteur Stijn Streuvels. Voor meer informatie, zie: https://kunstschilderdheedene.be/gerestaureerde-kruisweg-zulte/ - Toespraak Willy Nachtergaele en bij Albert Bruggeman, "Inventaris van de huidige kunstschatten" in de brochure De Sint-Columbakerk van Deerlijk, pag. 26. (Dit werk is vernoemd in de bibliografie).Een foto van Georges Dheedene met priester-schilder Gerard Vanhoenackere is te vinden op https://web.archive.org/web/20200922161644/http://wiki.cultured.com/people/Georges_Dheedene/.

Vooraan in de noord- en zuidbeuken van de kerk staan twee zijaltaren. Boven het noordelijke altaar staat een beeld van Onze-Lieve-Vrouw, boven dat ten zuiden een beeld van Sint-Amandus. De altaren werden opgericht in 1788 door Louis Verbeke, timmerman van Kortrijk en de eerder vermelde beeldhouwer Petrus Van Reable. Het hoogkoor diende duidelijk als inspiratie voor deze werken. Onder het altaar voor Onze-Lieve-Vrouw is een laag reliëf aangebracht dat Christus verbeeldt, verschijnend aan Maria Magdalena. Twee grote medaillons links en rechts van het altaar verbeelden de Boodschap en de Bezoeking, twee kleinere medaillons Sancta Maria en de Dei Genetrix. Onder het Sint-Amandusaltaar is er een laag reliëf te zien met een voorstelling uit het leven van de heilige, net zoals bij de twee grote, flankerende medaillons. De kleinere medaillons tonen Sint-Amandus en de Defensor Fidei.

Naast het schilderij van Georges Dheedene (zie hoger) bezit de Sint-Columbakerk nog acht andere schilderijen. Ze dateren allemaal uit de 17de-18de eeuw, met uitzondering van het doek Elisabeth, Zacharias, Maria en kind, Sint-Janneke, geschilderd door Jan van Hemessen in de periode 1540-1556. Dit werk werd in 1989 gerestaureerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) te Brussel.

Met de beelden in de zijaltaren inbegrepen (zie hoger) staan er in de Sint-Columbakerk zeven beeldhouwwerken, waaronder een 18de-eeuws Sint-Elooisbeeld uit lindehout. Deze heilige is hier afgebeeld als bisschop, met mijter en staf. Dit beeld stond nog in de oude kerk. De overige beelden dateren uit de 19de eeuw.

De laat-18de-eeuwse communiebank (1785) is uit smeedijzer vervaardigd en deels verguld. In 1872 werd hij verlengd. Een deel van de bank staat nu achteraan de zuidbeuk en sluit de ruimte voor het Sint-Columbaretabel af.

Voorts zijn er een preekstoel en vier biechtstoelen. De preekstoel dateert uit het eerste kwart van de 18de eeuw en is gemaakt van eikenhout. De trap is uit de 19de eeuw, de sokkel uit 1954. De vier biechtstoelen zijn tevens van eikenhout en gemaakt in de 18de eeuw. De twee oudste (vooraan in de kerk) komen nog uit de oude kerk, de andere twee (achteraan) zijn gemaakt tussen 1788 en 1797.

De koorzitmeubelen bestaan uit mahoniehout in Lodewijk XIII- en Lodewijk XV-stijlen. Ze dateren uit de 19de eeuw.

In het hoogkoor staat een doopvont, geschonken in 1873 door de Deerlijkse industrieel André Louis Ovelacq-Bury. Ze is gemaakt van wit marmer met een koperen deksel, de sokkel van zachte steen.