Dit is een lijst van politieke moorden in Europa in de 20e eeuw

Lijst Datum Omschrijving 1900, 29 juli Koning Umberto I van Italië wordt vermoord door de anarchist Gaetano Bresci. 1900, 5 augustus Professor Mihaileana, tevens hoofdredacteur van een tegen revolutionaire bewegingen getint blad, wordt te Boekarest doodgeschoten door de anarchistische Bulgaar Stoïan Dimitrof. 1901, 27 februari De Russische minister van Onderwijs, Bogolepov, wordt vermoord door Pjotr Karpovitsj. 1902, 15 april De Russische minister van Binnenlandse Zaken Dmitri Sipjagin wordt vermoord door Stepan Balmasjov, lid van de Sociaal-Revolutionaire Partij. 1903, 19 mei Nikolaj Bogdanovitsj, gouverneur van de Russische provincie Oefa wordt te Oefa in een stadspark door twee mannen dood geschoten als reactie op zijn harde optreden tegen stakers, waarbij meerdere doden vielen. 1903, 10 juni Koning Alexander Obrenović en koningin Draga van Servië worden bij een militaire coup vermoord. 1904, 16 juni De Russische gouverneur-generaal van Finland, Nikolaj Bobrikov, wordt in Helsinki vermoord door de jonge klerk Eugen Schauman. 1904, 18 juli De vice-gouverneur van het Russische gouvernement Jelizavetpol, Andrejev, werd te Agdzjakent in een druk bezochte straat dood geschoten. 1904, 28 juli De Russische minister van Binnenlandse Zaken, Vjatsjeslav von Plehve, komt bij een bomaanslag om het leven. De bom werd gegooid door de jonge terrorist Jegor Sozonov, lid van de Sociaal-Revolutionaire Partij. 1905, 6 februari De Finse pro-Russische procureur-generaal Eliel Soisalon-Soininen, wordt doodgeschoten door Lennart Hohenthal. 1905, 17 februari Groothertog Sergej Aleksandrovitsj van Rusland wordt in Moskou vermoord door leden van de Socialistisch-Revolutionaire beweging. 1905, 13 juni De Griekse minister van Binnenlandse Zaken Theodoros Deligiannis wordt uit wraak voor zijn rigoureuze maatregelen tegen gokhuizen door de beroepsgokker Gherakaris dood gestoken als hij in Athene het parlementsgebouw wil binnengaan. 1906, 29 januari De Russische vicegouverneur van Tambov, Gavriil Loezjenovski, wordt in een spoorwegstation te Borisoglebsk vermoord door Maria Spiridonova, leidster van de Sociaal-Revolutionaire Partij. 1906, 30 januari De Russische militaire leider van het Militair District Kaukasus, Fjodor Grjaznov, wordt door mensjewieken vermoord in Tiflis. 1906, 11 juli Admiraal Sjtsjoekin, commandant van het Russische Zwarte Zee-eskader, wordt in Sebastopol met een viertal schoten vermoord door opstandige matrozen. 1907, 26 februari De Bulgaarse premier Nikola Petkov wordt vermoord door anarchisten. 1907,8 maart De Griekse radicaal-socialist Marinos Antypas wordt vanwege zijn acties ter verbetering van de boerenstand in opdracht van grondeigenaren vermoord door de opzichter Kyriakou. 1907, 5 augustus De oud-gouverneur van Odessa, generaal Karanzoraf, wordt in het centrum van Pjaetiporsk met drie revolverschoten vermoord. 1907, 28 augustus Het lid van de Russische Doema en leider van de nationale bevrijdingsbeweging van Georgië, Ilia Tsjavtsjavadze, wordt op last van de Russische geheime politie vermoord tijdens zijn terugkeer naar Georgië, tussen Tiflis en Sagoeramo, bij Mtscheta. 1908, 4 januari De Russische kolonel Bobrov, chef van de gendarmerie, wordt op straat in Samara door een revolverschot gedood. 1908, 1 februari Koning Karel I van Portugal en kroonprins Lodewijk Filips komen om het leven bij een aanslag door republikeinen. 1908, 12 april De gouverneur van Galicië, de Poolse graaf Andreas Potocki, wordt tijdens een audiëntie te Lemberg door de Rhoeteense extremistische student Miroslov Siczynski met drie pistoolschoten vermoord. 1908, 2 december De Turkse generaal Ismail Mahir Pasha wordt in Thessaloniki vermoord door een officier van de Jonge Turken beweging. 1909, 27 juni De Zweedse generaal Beckman wordt in Stockholm met een pistoolschot vermoord door een lid van de Zweedse jong-socialisten. 1909, 21 december De chef van de veiligheidspolitie in Sint-Petersburg, kolonel Karpov, wordt vermoord door een bom, gegooid door de socialistisch-revolutionaire politieagent Petrov. 1910, 9 juni De hoofdredacteur van het Turkse blad Sedai Millet, Achmed Sami Bei, wordt in Istanbul doodgeschoten. 1910, 3 oktober Een lid van de Portugese revolutionaire junta, de psychiater Dr. Miguel Bombarda, wordt vermoord door een officier. 1911, 18 september De Russische premier Pjotr Stolypin wordt door Dmitri Bogrov, een lid van de Sociaal-Revolutionaire Partij, vermoord in de Opera van Kiev. 1912, 12 november De Spaanse premier José Canalejas wordt in zijn ministerie in Madrid vermoord door de anarchist Manuel Pardinas. 1913, 23 januari De Ottomaanse stafchef Nazim Pasha wordt vermoord. 1913, 18 maart Koning George I van Griekenland wordt, tijdens de Eerste Balkanoorlog, in Thessaloniki vermoord door Alexandros Schinas. 1914, 28 juni Aartshertog Frans Ferdinand en aartshertogin Sophie Chotek worden in Sarajevo doodgeschoten door Gavrilo Princip. 1914, 31 juli De Franse socialist Jean Jaurès wordt in Parijs doodgeschoten door de nationalist Raoul Villain. 1915, december De Armenofobe politiechef van de Armeens-Turkse stad Van, Nouri, wordt vermoord door de Armeense militanten Panos Terlemezjan en Armenak Jekarjan. 1916, 12 mei De Ierse nationalist en leider van de Dublin-brigade tijdens de Paasopstand, James Connolly, wordt geëxecuteerd door Britse militairen. 1916, 21 oktober De Oostenrijkse premier Karl von Stürgkh wordt in de ontbijtzaal van een hotel in Wenen doodgeschoten door Dr. Friedrich Adler, de zoon van de leider van de sociaaldemocratische partij, Viktor Adler. 1916, 16 december Raspoetin wordt in Petrograd vermoord door vorst Felix Joesoepov e.a. 1918, 2 juli Wilhelm Graf von Mirbach-Harff, de Duitse ambassadeur in Moskou, wordt vermoord door Jakov Bljoemkin en Nikolaj Andrejev, aanhangers van de linkersocialisten in een poging om de oorlog weer voort te zetten. 1918, 16 juli Executie van tsaar Nicolaas II, tsarina Alexandra Fjodorovna en hun kinderen Olga, Tatjana, Maria, Anastasia en Aleksej Nikolajevitsj van Rusland te Jekaterinenburg. 1918, 30 juli De Duitse militaire gouverneur van Oekraïne, veldmaarschalk Hermann von Eichhorn, wordt met zijn adjudant kapitein von Dressler in Kiev vermoord door een bom, geworpen door een Oekraïense socialistische revolutionair. 1918, 31 oktober De Hongaarse politicus István Tisza wordt in zijn woning doodgeschoten door van het front teruggekeerde soldaten. 1918, 14 december President Sidónio Bernardino Cardoso da Silva Pais van Portugal wordt in Lissabon vermoord. 1919, 15 januari De prominente communisten Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht worden in Berlijn vermoord door leden van een vrijkorps. 1919, 21 februari In Beieren wordt de socialist Kurt Eisner doodgeschoten door graaf Anton von Arco auf Valley. 1919, 2 mei In München wordt de Duitse anarchistische politicus en Joods denker Gustav Landauer door leden van een vrijkorps vermoord. 1920, 20 maart De Sinn Féin-burgemeester van het Ierse Cork Tomás Mac Curtain, wordt in zijn huis in Cork vermoord door leden van de Royal Irish Constabulary. 1920, 13 juni De Albanese student en latere politicus Avni Rustemi schiet in Parijs de Albanese politicus en oud-minister van Oorlog, Essad Pasja Toptani, dood. 1921, 28 februari De Italiaanse anarchist Ferruccio Scarselli wordt door een bomaanslag gedood in Certaldo, nabij Florence. 1921, 8 maart De Spaanse premier Eduardo Dato Iradier wordt in Madrid door Catalaanse anarchisten vermoord bij het verlaten van het parlement. 1921, 15 maart De Turkse oud-grootvizier Talaat Pasja wordt in Berlijn vermoord door leden van de Armeense Revolutionaire Federatie. 1921, 9 juni De onafhankelijke afgevaardigde van de landdag Karl Gareis wordt in München, na een vergadering, op straat doodgeschoten. 1921, 21 juli De Joegoslavische minister van Binnenlandse Zaken Milorad Draškovic wordt vermoord door de communist Alija Alijagic. 1921, 26 augustus Matthias Erzberger, lid van de katholieke centrumpartij, tot in 1920 minister van Financiën van Duitsland, wordt in het Zwarte Woud vermoord door aanhangers van een extreemrechtse nationalistische groep. 1922, 14 februari De Finse minister van Binnenlandse Zaken, Heikki Ritavuori, wordt vermoord door Ernst Tandefelt. 1922, 22 juni De Britse veldmaarschalk Sir Henry Hughes Wilson wordt doodgeschoten door twee IRA-leden, Reginald Dunne en Joseph O’Sullivan. 1922, 24 juni De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Walther Rathenau, wordt in Berlijn doodgeschoten door twee extreem rechtse nationalistische officieren. 1922, 21 juli De Turkse (oud-)staatsman Djemal Pasja wordt in Tiflis door twee Armeniërs vermoord. 1922, 22 augustus De leider van de Ierse vrijheidsstrijders, Michael Collins, loopt in een hinderlaag en wordt gedood. Over de daders is geen zekerheid verkregen. 1922, 14 december De eerste gekozen Poolse president, Gabriel Narutowicz, wordt, slechts een paar dagen nadat hij in functie was, vermoord door een nationalistische fanaticus. 1923, 5 januari De Tsjecho-Slowaakse minister van Financiën, Alois Rašín, wordt in Praag neergeschoten door de 19-jarige Josef Soupal. Rašín overlijdt twee weken later aan zijn verwondingen. 1923, 22 januari Marius Plateau, directeur van de Liga van de Action Française, wordt in Parijs bij het gebouw van de Action Française doodgeschoten door de Franse anarchiste Germaine Berton. 1923, 17 februari De Oostenrijkse sociaaldemocraat Franz Birnecker wordt in Wenen, vermoedelijk door leden van de rechts-radicale paramilitaire organisatie Ostara, doodgeschoten. 1923, 10 maart De Spaanse syndicalisten Salvador Segui Rubina en Francesc Comes worden in Barcelona vermoord in opdracht van de gouverneur van Catalonië. 1923, 10 mei De Sovjetdiplomaat Vatslav Vorovski, gedelegeerde bij de Conferentie van Lausanne, wordt in Lausanne vermoord door de in Zwitserland wonende Russische emigrant Maurice Conradi. 1923, 17 mei De oud-gouverneur Faustino González Regueral wordt te León, Spanje bij het verlaten van een theater doodgeschoten door de anarchisten Gregorio Suberviela en Antonio del Toto, leden van de groep “Los Solidarios”. 1923, 4 juni Juan Soldevila Romero, de aartsbisschop van Saragossa, Spanje en een hem begeleidende geestelijke, worden door Francisco Ascaso en Rafael Torres Escartin, twee leden van de Spaanse anarchistische groep “Los Solidarios”, in Saragossa doodgeschoten. 1923, 14 juni De Bulgaarse politicus Aleksandar Stambolijski wordt vermoord door de Macedonische revolutionaire organisatie IMRO. 1923, 30 augustus De secretaris van de fascistische partij en jeugdvriend van Mussolini, Morata, wordt in Triëst op straat doodgeschoten. 1924, 11 januari De anarchosyndicalisten Adrien Poncet en Nicolas Clos worden in Parijs vermoord door communisten. 1924, 20 maart De Albanese liberale politicus Avni Rustemi wordt vermoord door aanhangers van de conservatieve leider van de reformatorische volkspartij, Ahmed Bey Zogoe, de latere koning Zog I van Albanië. (Avni Rustemi had als student in 1920 de Albanese politicus Essad Pasha Toptani in Parijs vermoord). 1924, juni De Italiaanse socialistische partijsecretaris, Giacomo Matteotti, wordt ontvoerd en doodgeschoten, nadat hij in het parlement kritiek had geleverd op verkiezingsfraude en terreur door de fascisten. 1925, 2 maart De Albanese nationalist Luigi Gurakuqi wordt in Bari, Italië, in opdracht van het bewind van koning Zog van Albanië, vermoord door zijn neef Baltjon Stambolla. 1925, 20 juni De Bulgaarse anarchist Vassil Ikonomov wordt door een paramilitaire groep gedood bij het dorpje Bélitsa. 1926, 25 mei Symon Petljoera, voormalige staatshoofd van Oekraïne, wordt in Parijs doodgeschoten door een Joodse Oekraïner uit wraak voor familieleden die werden vermoord door Petljoera's troepen. De moordenaar kreeg steun van Franse communisten bij de moordaanslag. 1927, 7 juni De gezant van de Sovjet-Unie in Polen, Pjotr Vojkov, wordt in het station van Warschau met een aantal revo