thumb|Hedendaags vooraanzicht van de kapel Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste

thumb|Dit is een 17e-eeuwse tekening van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rustekapel in Deerlijk en haar ontstaanslegende (door Baillet). Het is de oudst gekende afbeelding. Het beeld in de boom toont een rechtstaande gekroonde Maria met het kindje Jezus op gelijke hoogte. Maria houdt een scepter vast en Jezus een boek. thumb|Afbeelding uit 1761 of 1786 in de Sint-Columbakerk te Deerlijk, door Dominicq Rathel. Het toont de legende van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rustekapel en werd waarschijnlijk door de familie de Cassina besteld, via de kapellaan van de kapel thumb|Een schets uit 1840 van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rustekapel en haar ontstaanslegende in Deerlijk. Op oudere afbeeldingen houdt het kindje jezus een bijbel vast, terwijl in latere afbeeldingen, zoals deze, de bijbel door een globe werd vervangen. Het gezin dat de kar met paarden observeert draagt kledij uit 1634. thumb|Afbeelding uit 1944, te vinden in de kapel Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste, sterk gemoderniseerd in functie van het hedendaagse uitzicht van de kapel en enkel nog het miraculeus beeldje afbeeldend dat zich nu in de kapel bevindt.

De Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rustekapel is een kapel in de Belgische gemeente Deerlijk, opgericht in 1639 ter ere van Onze-Lieve-Vrouw. Het gebouw staat op het kruispunt van de Kapel ter Rustestraat met de Braamakkerstraat. De oprichtster van de kapel is met volle zekerheid Marguerite Kelduwier, zoals uitvoerig gedocumenteerd door Filip Benoit, wat uiteraard een eventuele contributie door derden niet uitsluit.In het document dat de aanstelling van Walrand Du Bois als kapelaan van O.-L.-Vrouw ter Ruste in Deerlijk bekrachtigd, staat bijvoorbeeld 'Twelck oock daernaert geschiet is want door de godtvruchtige giften van sommighe ende …', Arras, Archives Départementales du Pas-de Calais, n 43J, Chartrier Clouet des Pesruches, 175/19 Wat de kapel bijzonder maakt, is dat ze woelige tijden heeft overleefd, zelfs periodes waarin ze seculiere functies vervulde, zoals een weefschool en zelfs even een hospitaal.

Ontstaanslegende

Van legenden wordt verondersteld dat ze een grond van waarheid bevatten. De ontstaanslegende van de kapel werd eeuwenlang doorverteld en werd ook verschillende keren grafisch vastgelegd in pentekeningen en schilderijen. Er werden niet minder dan 6 neergeschreven versies gevonden. Legende versie 1: Op een dag werden er bomen omgehakt in het bos op de vierschaar van Assche, eigendom van de Cassina. Deze bomen moesten weggevoerd worden om ergens anders verwerkt te worden, maar toen men de grootste boom wilde verplaatsen, bleek dit niet te lukken. Zelfs met zes paarden kreeg men de boom niet vooruit. Uiteindelijk werd besloten om hem middendoor te zagen en in kleine delen te transporteren. Terwijl men zaagde, viel er een Mariabeeldje uit. Bij het zien van dit beeldje herinnerde ridder de Cassina zich zijn belofte en liet op dezelfde plaats een kapel bouwen. Het Mariabeeldje is nu verwerkt in het altaar. Legende versie 2: Op een dag was het dochtertje van ridder de Cassina, heer van Deerlijk, ernstig ziek en er werd gevreesd voor het leven van het kind. Niet wetende hoe haar te genezen, deden de Cassina en zijn vrouw een belofte aan Onze-Lieve-Vrouw. Mocht Zij hun dochtertje genezen, dan zouden ze ter ere van Haar een kapel bouwen. Het hout van de grootste boom uit het bos zou daarbij gebruikt worden. Het kind genas, maar de belofte werd vergeten. De derde versie dateert van 1884, Legende versie 3: De Kapelle werd gebouwd ten jaren 1639 door den wel edelen Adrianus Andries de Cassina, heer van Deerlijk die zich in dringende nood bevindende den grootsten boom zijne Woude tot het stichten dezer Kapelle beloofde. Deze boom naderhand tot een ander einde bestemd werd geveld en op eenen wagen geladen en vervoerd tot voorbij den wijk, genaamd den Asschendries, waar de Kapelle moest gebouwd worden; maar daar is de wagen ondanks alle pogingen onbehoorlijk blijven staan. De heer hiervan onderricht zijnde kwam met zijne echtgenoot het wonder beschouwen; vruchteloos werden de naburige landlieden ter hulpe geroepen; te vergeefs werden er nog verscheidene peerden aangespannen; de wagen bleef onbeweegloos en al de omstaanders wierden ontroerd van bewondering. Volgens oude overleveringen en handschriften de heere deed een stuk van den boom zagen om het gewicht wat te verminderen. Maar ziet: het kleine houten beeldje welke hier, door de pelgrims, bijzonderlijk vereerd wordt op de 25 maarte, feestdag van O.-L.-Vrouwe Geboorte, viel er uit. Dan herinnerde de heer zijn belofte. De boom wierd dan gelost en het kapellen opgericht. Philippe Despriet, De Kapel Van O.-L.-Vrouw Ter Ruste te Deerlijk, pagina 99, Derlike 6de jaargang, nr 4, april-mei-juni 1984 De Gazette van Kortrijk van 22 maart 1884 de vierde versie van 1891.Hugo Defraye, Over de Kapel van O.-L.-Vrouw ter Ruste, Derlike, 1ste jaargang, nr 3, 1978-79, pagina 41-41. Biekorf, 1891, p. 135, naamloos. Legende versie 4: Andries was een godvruchtig man. Op zekere dag deed hij een belofte en verkreeg wat hij vroeg, hij zou een kapel bouwen met de grootste eik uit zijn bossen. Lange tijd nadien schonk God Andries wat hij zo vurig had verlangd maar hij dacht niet meer op zijn belofte van eertijds. Vele jaren vlogen voorbij. Op zekere dag deed Andries een grote reuzeneik vellen. Hem uit de grond krijgen was niets; maar hem wegvoeren dat scheen onmogelijk. Tot acht sterke peerden werden aan de wagen geleid en onder de kletterende zweepslagen trokken ze dat de ketens kraakten en knarsten. Die niet en verroerde was de wagen. ‘Dat is toch een aardig dingen’, peinsde Andries en hij verstond er hem niet aan. ‘Laat ons de boom zagen’, zeide hij tegen zijn volk. 'K wille weten wat er aan scheelt’. ’T Werd op staande voet gedaan. Maar pas had de zege een vuist diepe in het hout gebeten of een klein O.-L.-Vrouwbeeldeke viel er uit voor Andries zijn voeten. Hij verstond nu. Hij had zijn belofte vergeten, maar O.-L.-Vrouw had ze aangetekend op haar grote rekenboek en had mintussentijd haar beeltenis laten in de boom zetten als in een kapel die heer van rechtswege toekwam. Terstond en ter plaatse zelfde deed Andries de kapel bouwen van O.-L.-Vrouw ter Mote. De vijfde versie werd in 1942 neergetekend, Albert Bruggeman, De legende van de O.-L.-Vrouw ter Ruste, p3-9, Derlike, 26ste jaargang, nr 1, juli-augustus, september 2003. Leon Defraye, Geschiedenis en Folklore van Deerlijk, 1942 Legende versie 5: Adriaan de Cassina, heer van Deerlijk, in grote nood verkerende nam zijn toevlucht tot O.-L.-Vrouw en beloofde de grootste boom van zijn bos te vellen om er op de Aschendries een kapel ter harer eer te bouwen. Zijn gebed werd verhoord (de genezing van zijn zoontje) maar de belofte werd vergeten. Toen de boom geveld was en men hem vervoerde langs de Asschendries konden paarden en wagen niet meer verder. De kasteelheer deed de boom doorzagen en men vond er een klein beeldje van O.-L.-Vrouw in. Dit deed hem zijn belofte herinneren en ene kapel werd opgericht. en de zesde in 1985.Derlike, nr 1, juli-augustus-september 1985 Legende versie 6: De edelman Adriaan Andries de Cassina die zich in grote nood bevond, had de grootste boom van zijn domein beloofd voor het bouwen van een kapel. De belofte raakte vergeten en de boom werd voor een ander doel geveld. Op de plaats waar de kapel moest gebouwd worden, kon het gespan niet meer vooruit. De heer liet de boom in tweeën zagen en een beeldje van O.-L.-Vrouw viel eruit. Precies op die plaats liet hij de kapel bouwen. In de mondelinge, neergeschreven en artistieke overleveringen treft men een edelman aan met een ziek kind die belooft een kapel te bouwen als zijn kindje mag genezen. Daarna vergeet hij zijn belofte. Hij wordt er echter aan herinnerd wanneer hij getuige is van een mirakel te Deerlijk waarbij een kar met boomstam, voortgetrokken door paarden, op schijnbaar onverklaarbare wijze komt geblokkeerd te staan. Merkwaardig is dat de mondelinge overlevering telkens een beeldje vermeldt dat eveneens werd meegevoerd op de kar, zijnde zich bevindende aan of in de gevelde boom. Het is dat beeldje dat, zo wil de legende, de kar doet stoppen omdat het op die plaats een veilig onderkomen wil in een te construeren kapel. Daarop besluit de edelman, die samen met zijn echtgenote getuige was van het gebeuren, op die plek een kapel te bouwen.

Feiten betreffende het Mirakel

In augustus 1634 deed zich in Deerlijk een wonder voor, een gebeurtenis die leidde tot de bouw van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rustekapel. Het mirakel werd echter pas in oktober 1639 door de proost van het kapittel van Harelbeke onderzocht. Dit gebeurde op last van de bisschop van Doornik, Jacob Maximiliaan Villain de Gand (zie verder).Het verslag van het bisschoppelijk onderzoek over dit mirakel is bewaard gebleven in voornoemd archieffonds te Arras en werd beschreven door Albert Bruggeman in het heemkundig tijdschrift Derlike. Het document wordt verder onderzocht omdat de timing ervan bizar is. Het onderzoek komt per slot van rekening na de bouw van de kapel in 1639 en vóór de bisschoppelijke erkenning van de stichting van de kapelanie van Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste in 1641. Vooral wat verzwegen werd door de getuigen lijkt verdacht. Een nieuw onderzoek in Arras en archieven in Doornik en Rijsel zal mogelijk duidelijkheid verschaffen. Getuigen verklaarden tijdens dit onderzoek dat een wagen die een boom vervoerde naar Kortrijk op onverklaarbare wijze niet meer verder kon. De toeschouwers zouden het stilvallen van het transport van de boom hebben toegeschreven aan de wens van Onze-Lieve-Vrouw om voor Haar beeld – dat twintig jaar tevoren vernieuwd was geweest – een kapel te bouwen. Het is op heden nog niet duidelijk of de kerkelijke overheid het wonder al dan niet heeft erkend, maar het verhaal lijkt wel de aanleiding geweest te zijn voor het ontstaan van de legende (zie hoger). Zeker is wel dat de bisschop van Doornik, Jacob Maximiliaan Villain de Gand, in 1641 in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rustekapel de oprichting van een kapelanie van Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste heeft bekrachtigd. De details van het evenement, opgetekend in 1639, waren spoorloos, waardoor men tot aan de ontdekking ervan in de archieven, zich enkel kon baseren op de jaarankers op de façade van de kapel, en de legende die in de volksmond werd voortverteld. Het document met de beschrijving van het wonder in 1634, werd in 2003 ontdekt door Albert Bruggeman en zijn collega's van Heemkring Dorp en Toren uit Deerlijk. Is de legende dan niets anders dan de vrucht van de verbeelding van een vrome bevolking? In alle legenden schuilt een grond van waarheid en die waarheid zou onze heemkring in de gelegenheid zijn te ontdekken, pagina 4 van Bruggeman's artikel. Albert Bruggeman, 'De legende van O.-L-Vrouw ter Ruste', Derlike, 26th volume, Jul-Aug-Sept 2003. Ook al komen de gevonden dossiers uit een privéarchief, niet uit het officiële kerkelijk archief van het bisdom Doornik, toch zijn ze waarschijnlijk onvolledig omdat er geen enkele noemenswaardige personen in voorkomen. Geen van de documenten bevat het zegel of de handtekening van de bisschop. Onderzoekers van Heemkring Dorp en Toren hebben onderzoek gedaan bij 'Les Archives Départementales de Arras' in Noord-Frankrijk. Ze vonden zeven schriftelijke getuigenissen in de privé-archieven van Du Bois over de legende van de kapel. De hoofdgetuige van het mirakel was Judocus Bulckaert (JB), echtgenoot van Jeanne Cloet en zoon van Pierre. Hij was een timmerman uit Kortrijk die in Deerlijk een eik had gekocht. De andere getuigen waren Valentin Bekaert (VB) uit Deerlijk, Marcus Van Marcke (MVM), Guillaume Vermandere (GV) uit Kortrijk, Pieter Wielandt (PW) uit Deerlijk, de pastoor Zacharius Waultier (ZW) uit Deerlijk. De getuigenissen dateren van eind 1639, net na de bouw van de kapel. We noteren 2 november (MVM) en 3 november (PW), in 1639.