thumb|300px|Opdeling van Tibet in de Volksrepubliek China sinds 1965 De periode van Tibet sinds 1950 werd ingeluid met de invasie van Tibet door het Volksbevrijdingsleger in 1950-51. Nadat de veertiende dalai lama Tenzin Gyatso tijdens de opstand in Tibet van 1959 vluchtte naar India, nam de Volksrepubliek China onder leiding van Mao Zedong het bestuur over.

Geschiedenis Voorgeschiedenis thumb|De dertiende dalai lama Thubten Gyatso, regering van 1895 tot 1933

Tot de 20e eeuw werd Tibet bestuurd door de regering van Tibet binnen een suzerein kader met China. Aan het hoofd van de regering stond soms een dalai lama of regent in Tibet, waar een of twee ambans naast geplaatst waren door de Chinese regering in Peking. Na een relatief autonome 19e eeuw, maakten keizer Guangxu en keizersweduwe Cixi in de jaren 1900 hernieuwde aanspraken op Tibet die van korte duur was.

Begin jaren 10 kwam er met de Xinhai-revolutie een eind aan het Chinees Keizerrijk. Parallel brak er opstand in Tibet uit die de dertiende dalai lama Thubten Gyatso aangreep om in 1912 de onafhankelijkheid uit te roepen en deze in 1913 te bevestigen door met Buiten-Mongolië het Verdrag van Urga te ondertekenen.

Tibet is door de eeuwen heen een afgesloten land geweest, dat een eigen cultuur wist op te bouwen en behouden. Deze cultuur werd grotendeels gedomineerd door geestelijkheid van het Tibetaans boeddhisme, die in toenemende mate in de 18e en vooral de 19e eeuw niets moest hebben van buitenlandse invloeden en moderniteit. De dertiende dalai lama, die regeerde van 1895 tot 1933, wist in zeer beperkte mate het land te moderniseren, met de invoering van Tibetaanse valuta, Tibetaanse posterijen en de aanleg van wegen en een elektriciteitscentrale.

China had tevergeefs verschillende pogingen gedaan om Tibet binnen zijn heerschappij terug te winnen. In de jaren 30 leidden tegenaanvallen zelfs tot terreinwinst voor het Tibetaans leger tot aan Dajianlu en Dergé. Niettemin stuitte hij op veel tegenwerking van de machtige geestelijkheid in grote kloosters, zoals Sera, Ganden en Drepung, waardoor er tot 1950 nog weinig te merken was van een industriële revolutie.

Invasie van 1950-51 en de jaren erna

Op 7 oktober 1950 trok het Volksbevrijdingsleger Tibet binnen en versloeg het inmiddels zeer verzwakte Tibetaans leger.

De Tibetaanse regering in ballingschap, het Amerikaans Congres, militaire analisten waaronder Jane's Defence en een groot aantal niet-gouvernementele organisaties zien deze operatie als een invasie.Operatie is een invasie volgens: Government of Tibet in Exile, The Status of Tibet Resolutie van 21 mei 1991 van het Amerikaanse Congres Jane's, Reborn supremacy: China's control of Tibetan reincarnation, 21 January 2008 Ngo's, o.a.Internationale Juristencommissie, 5 juni 1959. De Chinese regering en leiders in de Tibetaanse Autonome Regio karakteriseren de operatie als een vredevolle bevrijding van de Tibetanen van een feodaal systeem van lijfeigenschap.Bronnen die spreken van een bevrijding van Tibet: Goldstein, Melvyn C., "A History of Modern Tibet", pp 683-687 Chinese President Hu Jintao, Speech tijdens het 50e gedenkjaar, in 2001

De dalai lama vluchtte aanvankelijk naar het klooster Dungkhar in de Chumbi-vallei, dicht bij de grens van Sikkim. Hij keerde naar Lhasa terug nadat aan zijn afgezanten in Peking het omvangrijke 17 puntenakkoord was opgelegd. Deze nieuwe grondwet verving het verdrag dat in 821 tussen China en Tibet was gesloten en dat in een zuil in Lhasa was gegraveerd en meer dan 1100 jaar de betrekkingen tussen beide landen had geregeld.Barraux, Roland (1995) Die Geschichte der Dalai Lamas - Göttliches Mitleid und irdische Politik, Komet/Patmos, Frechen/Düsseldorf,

In 1954 raakte de dalai lama tijdens een bezoek aan Peking onder de indruk van Mao Zedong, maar zijn enthousiasme verflauwde toen Mao religie opium van het volk noemde. Ondanks Mao's toezegging het 17 puntenakkoord niet direct te zullen gaan toepassen, kwam Tibet in de wurggreep van Chinese autoriteiten en militairen. Er werden bijna niet op te brengen heffingen opgelegd en monniken, nonnen en nomaden werden verplicht nutteloze taken uit te voeren.Barraux, pp. 295-301

Tibetaans verzet thumb|Het dotoe-vaandelsymbool van Chushi Gangdruk

Toen de Chinese autoriteiten de nomaden ontwapenden, kwam het in 1956 tot een opstand. In april 1958 voerde de Chinese politie een operatie uit tegen de reactionairen. Dit had tot gevolg dat duizenden jongeren de stad verlieten en zich bij de vrijheidsstrijders aansloten, zoals de Chushi Gangdruk. Twee broers van Tenzin Gyatso, Thubten Jigme Norbu en Gyalo Döndrub, hadden contact met veiligheidsdiensten van de Verenigde Staten - waaronder de inlichtingendienst CIANew York Times (2 oktober 1998) Dalai Lama Group Says It Got Money From C.I.A. - die met hulpgoederen en wapens steun leverden aan verschillende verzetsbewegingen en hen trainde in Camp Hale in Colorado. In de provincies Kham en Amdo steeg het aantal aanslagen op de Chinese bewindvoerders, maar ook in de buurt van Lhasa vielen Tibetaanse rebellen Chinese militaire posten aan. De situatie was in die tijd zo bedreigend, dat een bezoek van de Indiase premier Nehru werd afgeblazen.

Volgens Gyalo Döndrub zelf, heeft hij nooit gevraagd om assistentie van de CIA, maar om politieke hulp. Hij wilde de situatie in Tibet publiekelijk maken en de Amerikanen beloofden te helpen om van Tibet een onafhankelijk land te maken. Naar zijn mening zijn deze beloften gebroken en was het de Amerikanen alleen te doen om China problemen te leveren. De Verenigde Staten hadden geen ver-reikend beleid uitgezet voor Tibet. De steun die de CIA bood, werkte volgens hem averechts. De effecten ervan provoceerden de Chinezen die erop reageerden met represailles.Wall Street Journal (20 februari 2009) Gyalo Thondup: Interview Excerpts: "I hope they wake up. The time has come." De verzetsbeweging doofde in de jaren 70 langzaam uit.

Opstand van 1959 en de jaren erna thumb|Hill station McLeod Ganj, sinds 1960 de woonplaats voor Tenzin Gyatso en veel andere ballingen

Op 1 maart 1959 werd de dalai lama uitgenodigd voor een theatervoorstelling en thee op het Chinese militaire hoofdkwartier buiten Lhasa. Dit was een bijzondere uitnodiging, aangezien ze niet verliep via de kashag, zoals gebruikelijk was geweest. Daarnaast werd het evenement niet op het paleis gehouden, maar op het militaire hoofdkwartier. De dalai lama studeerde tegen die tijd voor zijn master in metafysica en stelde de ontmoeting uit, maar werd opnieuw uitgenodigd om op 10 maart te komen. Het bericht van de uitnodiging bereikte Tibetanen in Lhasa, wat bij hen de angst ontketende dat er Chinese plannen lagen voor de ontvoering van de dalai lama. Op 10 maart omsingelden duizenden Tibetanen het paleis van de dalai lama om hem te beschermen.

Op aanraden van het Tibetaans staatsorakel vluchtte de dalai lama naar Mussoorie in India. De Indiase regering onder leiding van premier Jawaharlal Nehru besloot daarna de dalai lama en zijn gevolg asiel te verlenen, waarna die zijn hoofdkwartier vestigde in McLeod Ganj.Himachal Pradesh Kangra, Geschiedenis van Kangra Vanuit ballingschap in McLeod Ganj ondernam de dalai lama verschillende pogingen om de Verenigde Naties ertoe te bewegen Tibet weer onder Tibetaans bestuur te brengen. Resolutie 1353 kreeg in 1959 een meerderheid van de algemene vergadering, evenals Resolutie 1723 in 1961 en Resolutie 2079 in 1965; de laatste kreeg ditmaal wel de steun van India. Niettemin leidde dit niet tot een verandering van de situatie in Tibet.

In Tibet werd het Chinese militaire apparaat in korte tijd uitgebouwd tot 160.000 manschappen. De tiende pänchen lama, Chökyi Gyaltsen werd na een kritische toespraak in 1962 in een heropvoedingsprogramma ondergebracht, een vonnis dat in 1977 werd veranderd in een huisarrest in Peking, waaruit hij in 1982 werd vrijgelaten.

Culturele Revolutie van 1966 tot 1976 thumb|Herstelwerkzaamheden aan het klooster Drepung thumb|left|Verwoest Tibetaans klooster

Meteen na de machtsovername in 1949 was Mao Zedong in China al begonnen de zichtbare tekenen van China's oude beschaving af te breken zoals herdenkingsbogen, stadsmuren en poorten en verbood alle klassieke literatuur en de traditionele Chinese opera, dat was in tegenstelling tot het Westen een soort volksvermaak. Eind 1963 moesten andere kunstvormen het ontgelden, zoals muziek, dans, film en beeldende kunst, die hij feodaal, kapitalistisch en vunzig noemde.

Vooral de afkeer van Mao tegen religie leidde tot een gewelddadige orgie tegen het boeddhisme die Tibet en de rest van China verscheurde. Duizenden Tibetaanse kloosters werden door Chinese soldaten aangevallen, geplunderd en vernietigd. De centrale Chinese regering ontwikkelde de verbouwvisie van tarwe en rijst in plaats van gerst, wat vanwege het Tibetaanse klimaat mislukte en uitliep op hongersnoden. Eeuwenoude boeddhistische geschriften werden verbrand of als toiletpapier gebruikt. Het grootste deel van het culturele erfgoed ging verloren.

Ontspanning van de jaren zeventig en tachtig thumb|Deng Xiaoping Na de dood van Mao in 1976 kwam Deng Xiaoping aan de macht en kwamen er berichten van ontspanning uit China. Na een heropvoedingsprogramma van veertien jaar kwam de pänchen lama weer vrij. Hij verklaarde ditmaal dat de levensstandaard van de Tibetanen met een veelvoud was verbeterd ten opzichte van de periode voor de Chinese bezetting. De dalai lama was van deze uitspraken onder de indruk en vroeg China de Tibetanen in ballingschap in de gelegenheid te stellen familie in Tibet te bezoeken. Peking gaf gehoor aan zijn verzoek en verschillende delegaties gingen op zijn verzoek naar Tibet, waaronder op 2 augustus 1979 een delegatie van vijf Tibetanen onder leiding van zijn broer Gyalo Döndrub en een delegatie begin april 1982 met minister Juchen Thubten Namgyal en parlementsvoorzitter Lodi Gyari. De bezoeken hadden veel weg van vreugdefeesten en de bevolking voelde het als een begin van het einde van de bezetting.Barraux, pp. 302-314

De dalai lama reisde in 1979, 1981 en 1984 naar de Verenigde Staten, drie reizen die niet zonder gevolg bleven. In juli 1985 stuurden 91 Amerikaanse Congresleden een brief aan de Chinese president Li Xiannian, waarin ze hem opriepen volledige en passende aandacht te schenken aan het zeer verstandige en gerechtigde streven van Zijne Heiligheid, de Dalai Lama. Op 21 september 1985 gaf de dalai lama in het Capitool een verklaring af die sindsdien door het leven gaat als een vredesplan en een 5 puntenvoorstel: De verandering van Tibet, inclusief de regio's Amdo en Kham, in een vredeszone; Het afzien van de verhuizingspolitiek van Chinese staatsburgers uit andere delen van China naar Tibet; Het respecteren van de grondrechten en democratische vrijheid van het Tibetaanse volk; Het herstel en bescherming van het milieu en een stop aan de exploitatie en de opslag van nucleair afval; De start van werkelijke onderhandelingen over de toekomstige status van Tibet.

Opstanden van 1987 tot 1993 thumb|Nobelprijs voor de Vrede in 1989 voor Tenzin Gyatso