Kemps zeeschildpad (Lepidochelys kempii) is een schildpad die behoort tot de familie zeeschildpadden (Cheloniidae).

Kemps zeeschildpad is de kleinste zeeschildpad ter wereld en is daarnaast de sterkst bedreigde soort. De gemiddelde schildlengte is ongeveer 60 tot 70 centimeter. De schildkleur is altijd groengrijs en nooit roodbruin zoals bij andere zeeschildpadden voorkomt, de buikzijde is lichter tot wit. De schildpad leeft voornamelijk van krabben en andere kreeftachtigen en eet soms plantendelen. Vijanden zijn grotere vissen zoals haaien.

Het verspreidingsgebied is relatief klein in vergelijking met andere zeeschildpadden, die soms wereldwijd voorkomen. Kemps zeeschildpad leeft alleen in en rond de Golf van Mexico. De soort leeft langs de kust tot enkele tientallen kilometers daarvandaan in ondiepe wateren. De populaties van de Kemps zeeschildpad zijn een halve eeuw geleden gedecimeerd. Van de meer dan 45.000 nestelende vrouwtjes per jaar op een enkel strand waren er in de jaren tachtig slechts tweehonderd over. Door maatregelen van de Mexicaanse en Amerikaanse regering is de soort in de laatste decennia in aantal toegenomen.

Naamgeving en taxonomie Kemps zeeschildpad werd voor het eerst beschreven door Samuel Garman in 1880. Later werd de wetenschappelijke naam Chelonia dussumierii gebruikt en de soort is in het verleden ook onder de naam Thalassochelys kempii beschreven.

De huidige wetenschappelijke soortnaam kempii is een eerbetoon aan de Amerikaanse visser en natuurliefhebber Richard Moore Kemp die leefde van 1825 tot 1908. De wetenschappelijke geslachtsnaam Lepidochelys betekent vrij vertaald geschubde schildpad en is een samenstelling van Oudgrieks λεπίς (lepis), 'schub' en χέλυς (chelus), 'schildpad'.

De soort wordt in de Nederlandse taal ook wel Kemps schildpad genoemd. In andere talen wordt de schildpad ook vaak Kemps schildpad genoemd, zoals het Franse 'Tortue de Kemp'. In de Engelse taal wordt de schildpad 'Kemp's ridley sea turtle' genoemd, de naam 'ridley' wordt gebruikt voor beide soorten uit het geslacht Lepidochelys. In het Spaans staat de soort bekend onder de naam papegaai-schildpad (turtuga lora) of bastaardschildpad (tortuga bastarda). Ook in het Duits wordt de naam bastaardschildpad gebruikt (Atlantik-bastardschildkröte).

Vroeger dacht men wel dat de Kemps schildpad, alsmede de warana, kruisingen zouden zijn van een soepschildpad en een onechte karetschildpad. Dergelijke kruisingen tussen twee soorten worden een bastaardsoort genoemd. Tegenwoordig is dit idee achterhaald.

Lange tijd werd Kemps schildpad als een Atlantische variatie gezien van de warana, pas vrij recentelijk bleek dat het twee aparte soorten betreft. De Nederlandse bioloog Leo Brongersma was al begin jaren zeventig overtuigd van het feit dat Kemps zeeschildpad als een aparte soort zou moeten worden gezien. Kemps zeeschildpad is door Karl Patterson Schmidt ook weleens beschreven als een ondersoort (Lepidochelys olivacea kempi), die de soortnaam hierbij abusievelijk met een enkele 'i' spelde.

Verspreiding en habitat thumb|Verspreidingsgebied in het blauw. Kemps zeeschildpad heeft in vergelijking met andere zeeschildpadden een klein verspreidingsgebied dat zich beperkt tot het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, meer specifiek de Golf van Mexico. De schildpad komt voornamelijk voor langs het kustgebied tussen noordelijk Mexico en zuidelijk Texas in de VS. De noordelijkste waarnemingen stammen van zuidelijk Canada. In de Verenigde Staten komt Kemps zeeschildpad voor langs de kust van de staten Alabama, Connecticut, Delaware, Florida, Georgia, Louisiana, Maine, Maryland, Massachusetts, Mississippi, New England, New Hampshire, New Jersey, New York, North Carolina, South Carolina, Texas en Virginia.

Kemps zeeschildpad is daarnaast bekend van de oostkust van de Atlantische Oceaan zoals in de landen Groot-Brittannië (Scilly-eilanden, Kanaaleilanden), Frankrijk, Spanje en de Azoren die tot Portugal behoren. Kemps zeeschildpad wordt af en toe waargenomen in de Middellandse Zee.In Afrika is de schildpad aangetroffen in Mauritanië. Ook in andere delen van Afrika zou de soort zijn gevonden maar deze waarnemingen zijn twijfelachtig.

De volwassen schildpad heeft een voorkeur voor krabben als voedsel en blijft dicht bij de kust waar de krabben leven. De habitat bestaat uit ondiepe, rotsachtige delen langs de waterlijn. De schildpad brengt bijna negentig procent van zijn tijd onder water door. De juvenielen kunnen niet meer dan een paar meter duiken, volwassen exemplaren duiken vaak niet meer dan ongeveer 50 meter. De juvenielen verblijven vaak in ondiepe delen van de zee met een zanderige tot modderige ondergrond. Ze verschuilen zich meestal in zeewierkolonies zoals matten zeegras (Zostera).

In Nederland en België Soms wordt deze soort gezien in de Atlantische Oceaan en heel zelden spoelt er een aan in Nederland. Dit zijn voor zover gedocumenteerd altijd jonge en levende exemplaren. Zo werd er een waarneming gedaan van een levende jonge Kemps zeeschildpad op 4 december 1954 in Scharendijke. Dit exemplaar had een schildlengte van 26,6 centimeter. Op 21 december 1970 werd eveneens een jong levend exemplaar aangetroffen op Terschelling nabij Midsland. Dit exemplaar had een schildlengte van 23,2 cm. Op 13 januari 2007 werd een levende juveniel met een schildlengte van 23,6 cm gevonden ongeveer een kilometer ten zuiden van de pier van IJmuiden. Alle drie de genoemde exemplaren zijn geprepareerd en opgenomen in de collectie van het Naturalis Biodiversity Center onder de respectievelijke nummers RMNH 10676, RMNH 16700 EN RMNH 40146.

Op 21 november 2008 werd in Westenschouwen een jong en levend exemplaar gevonden met een schildlengte van ongeveer 20 cm. Dit exemplaar werd overgebracht naar Diergaarde Blijdorp. Het dier werd eerst naar Portugal gebracht om te worden uitgezet omdat men dacht dat het een onechte karetschildpad betrof. Later werd het uitgezet in de Golf van Mexico. Op 10 december 2011 werd er een exemplaar gevonden bij de Zuid-Hollandse plaats Monster, het dier werd door medewerkers van een dierenambulance naar Sea Life in Scheveningen gebracht en 'Flip' genoemd. Flip woog 1,85 kilo en had een schildlengte van 35 cm."Zeldzame schildpad spoelt aan op strand" NU.nl, 12 december 2011"Zeldzame schildpad in Nederland aangespoeld" NOS Jeugdjournaal Op 20 december 2014 werd een exemplaar van ongeveer 30 cm en een gewicht van 2,9 kilo gevonden op het strand nabij Den Helder. Het dier was ernstig ziek en overleed korte tijd later. Op 6 december 2021 spoelde een levend jong exemplaar aan op Walcheren. Op 17 december 2023 is een exemplaar gevonden op het strand van Zoutelande. Het dier is overgebracht naar Diergaarde Blijdorp in Rotterdam.

Op 6 januari 2012 spoelde op de Belgische kust een dood exemplaar aan bij Oostduinkerke. Het dier had een schildlengte van onder de 25 centimeter wat suggereert dat het tussen de twee en vier jaar oud was. Dit is de enige bekende vondst in België.

Uiterlijke kenmerken thumb|Een subadult exemplaar uit Texas. Kemps zeeschildpad is de kleinste zeeschildpad ter wereld en bereikt een maximale schildlengte van 75 centimeter en een lichaamsgewicht tot 48 kilo. Gemiddeld wordt de schildpad ongeveer 66 tot 70 centimeter lang en het gemiddelde lichaamsgewicht is ongeveer 27 tot 40 kilo.

Kop, poten en staart De huid van de kop, poten en staart is geel- tot witgrijs van kleur. Bij de jongere exemplaren zijn de kleuren donker, later kleurt de huid lichter.

De botten van de kop van de twee Lepidochelys-soorten verschillen van andere zeeschildpadden doordat de frontaalplaten ongeveer in het midden van de oogkas gepositioneerd zijn. De middennaad van de prefrontaalplaten is veel korter dan de naad tussen de frontaalplaten. Vanaf de buitenzijde zijn deze botstructuren niet te zien, alleen bij het skelet van de schildpad zijn de naden zichtbaar.

Kemps zeeschildpad heeft een stompe en brede kop, de snuitpunt is wat spitser. De schildpad heeft een snavelachtige, op een papegaaiensnavel lijkende bek zoals de karetschildpad (Eretmochelys imbricata) maar mist de zwarte vlekken van deze laatste soort. Aan de bovenkaak is langs de rand van de bek een opstaande richel aanwezig. De kaken zijn geschikt om prooien te kraken en te vermalen. Dit is een aanpassing aan het dieet van relatief harde prooien zoals krabben. Op de kop zijn verschillende schubben aanwezig die verschillen in configuratie met die van andere soorten zeeschildpadden. Boven op de kop is de frontale schub gelegen, en aan de voorzijde hiervan zijn twee paar prefrontale schubben aanwezig. Deze zijn kleiner dan de frontale schub en zijn vier- tot vijfkantig van vorm.

De poten zijn sterk peddelachtig afgeplat en hebben met name aan de voorzijde grote schubben. Op de voorpoten is steeds één klauwrestant zichtbaar, bij de mannetjes is dit wat gekromd wat dient om een vrouwtje vast te houden tijden de paring. Aan de achterpoot kunnen zowel één of twee klauwrestanten aanwezig zijn. De voorpoten worden gebruikt om het lichaam vooruit te stuwen bij het zwemmen, met de achterpoten wordt alleen gestuurd.

De staart vervult geen functie bij de voortbeweging. De staart is bij de mannetjes groter en dikker in vergelijking met de vrouwtjes.

Rugschild thumb|Configuratie van het rugschild: C= Costaalschild N= Nuchaalschild V= Ventraalschild Het rugschild heeft een ronde vorm en is sterker afgeplat dan dat van de gelijkende warana, die een boller schild heeft dat tevens vanaf de bovenzijde bezien meer hartvormig is. Kemps zeeschildpad is de enige zeeschildpad met een nagenoeg rond schild.

Het rugschild is voorzien van vijf ventraalschilden op het midden van het schild en vijf paar costaalschilden aan weerszijden hiervan. Het voorste costaalschild raakt het nekschild of nuchaalschild aan de voorzijde van het schild. Hieraan is de soort te onderscheiden van veel andere zeeschildpadden.

De schildkleur is meestal groen tot groengrijs, het schild is breder dan lang, althans bij de volwassen exemplaren. De schilden aan de achterzijde van het schild hebben een naar achter wijzende punt. Er zijn altijd vijf wervelschilden, waarvan de voorste en de achterste altijd breder dan lang, terwijl de wervelschilden 2, 3 en 4 meestal juist langer dan breed zijn. Tussen het vierde en vijfde wervelschild is soms een kleiner extra wervelschild aanwezig. Op het midden van de wervelschilden is een opstaande kiel aanwezig. Het voorste paar ribschilden raakt het nekschild aan de voorzijde. Aan de schildrand zijn twaalf tot veertien marginalen aanwezig aan elke zijde, dus 24 tot 28 in totaal.

Buikschild De buikzijde en de benen brug die het rugschild met het buikschild verbindt zijn altijd wit van kleur en niet gevlekt. De vier schilden aan de brug worden wel de inframarginale schilden genoemd. Ieder schild heeft een porie die aan de achterrand is gepositioneerd. Deze poriën zijn klieruitgangen, de functie van de klieren is niet bekend maar vermoed wordt dat de schildpadden geurstoffen laten vrijkomen om soortgenoten te lokken.

De buikschilden hebben de volgende plastronformule; gul > an >< fem > abd > pect > hum. Soms is tussen de anaalschilden aan de achterzijde een klein interanaalschild aanwezig. Ook komen soms één of twee intergulairschilden voor.

Onderscheid met andere soorten Bij de sterk gelijkende warana (Lepidochelys olivaceus) zijn steeds zes tot negen costale schilden aanwezig. De warana is de enige zeeschildpad die een ongelijk aantal ribschilden kan hebben aan de beide zijden van het rugschild. De warana wordt daarnaast groter en heeft een meer ronde vorm van het rugschild. De bek van Kemps zeeschildpad is daarnaast meer papegaaiachtig.