miniatuur|Johannes Wier in Opera omnia (Collectie Katholieke Universiteit Leuven, Maurits Sabbebibliotheek). In 1659-60 zag de Amsterdammer Pieter Montanus het als zijn taak om een verzameld werk uit te brengen. Pieter Holsteyn de jongere tekende dit portret op basis van het hier bovenstaande, en spiegelde het beeld.

Johannes Wier (Grave, 1515 ? – Tecklenburg, 24 februari 1588), (ook Weyer of Wierus) of Piscinarius was een Nederlands arts die als een van de eersten protesteerde tegen de heksenvervolgingen. Hij geldt als een grondlegger van de psychiatrie en mensenrechtenverdediger avant la lettre. Hij publiceerde over zeldzame ziektes, bezeten vrouwenkloosters, seksueel misbruik, Faust en de rattenvanger van Hamelen. Wier beïnvloedde tijdgenoten zoals Michel de Montaigne en de latere denkers Jacobus Scheltema, Sigmund Freud, Karl Marx en Victor Hugo. Zijn lijfspreuk was "Vince te ipse!" ('Overwin jezelf!').Hoorens V. p. 272, 315, 333, 389 en 395. 'Vince te ipsum' verscheen voor het eerst bij zijn portret in 1576. Over Wier zijn in de loop der tijd zo veel meningen gevormd dat T.J. Schoeneman zijn verhandeling de titel Will the real Johan Weyer please stand up? gaf.

Denkbeelden en verwezenlijkingen Over hekserij Onderstaande denkbeelden van Johannes Wier stroken niet met de tijdsgeest van de 16de eeuw: Folteren leidt niet tot betrouwbare bekentenissen. Het toetsen van bekentenissen en de analyse van het 'bewijsmateriaal' is noodzakelijk. De waterproef is zinloos. Zijn tegenstander Martín del Río zou dit ook beweren. De heksensabbat en het duivelspact zijn een droom of inbeelding. Heksen vliegen niet door de lucht. Wie beweert te toveren, is een goochelaar of een bedrieger. In de bijbel komt geen heksensekte voor. Wie duivelse stemmen hoort, heeft een stoornis. De duivel, de grootmeester van het bedrog, verricht geen wonderen, hij wekt enkel de schijn. Natuurlijke verschijnselen zoals de echo, geschreeuw van trekvogels, dwaallichten of onweer doen naïevelingen geloven in spoken.

Andere sceptici uit de zestiende eeuw - witte raven - waren de jezuïet Friedrich Spee van Langenfeld, de Italiaanse humanist Pietro Pomponazzi, de Engelse politierechter Reginald Scot, de spiritualist, glasschilder en 'lekenhervormer' uit Delft David Joris, de Mecklenburgse rechtsgeleerde J.G. Godelmann, wiens opvattingen dicht aansluiten bij die van Wier en de katholieke intellectueel Cornelis Loos uit Gouda die even pastoor was van de Kapellekerk in Brussel.VANHEMELRYCK F. Het gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen, Davidsfonds, Leuven, 1999, p. 254-255; WAITE G.K. David Joris en de opkomst van de sceptische traditie jegend deduivel in de vroeg-moderne Nederlanden. In: ROOIJAKKERS G., DRESEN-COENDERS L. & GEERDES M. (Eds.). Duivelsbeelden. Een cultuurhistorische speurtocht door de Lage Landen, Ambo, Baarn, 1994, p. 216-220. Hun kritische stemmen kwamen vóór het hoogtepunt van de heksenvervolgingen in Vlaanderen tussen 1590 en 1610.

miniatuur|Agrippa in Libri tres de occulta philosophia miniatuur|De Drie boeken over occulte filosofie van Agrippa dragen bij tot de renaissance-discussie over rituele magie en godsdienst. De boeken behandelen magie en beschrijven de vier elementen, de astrologie, de kabbala, de getallen, de engelen, de namen van God. Wier kende het werk goed.

Gynaecologische bijdragen In de Middeleeuwen is gynaecologie uitsluitend het domein van vroedvrouwen. In de zestiende eeuw komt de praktijk aarzelend en in de zeventiende eeuw uitsluitend in mannenhanden. Voor Wier was het niet evident om vrouwen te onderzoeken. Wier schreef gynaecologische bijdragen over het maagdenvlies, de menstruatie, een baarmoederhalsontsteking en vleesboom.

Geneeskundige bijdragen Wier schreef over oorzaken en geneeswijzen voor scheurbuik, al liet hij zijn collega's tijdgenoten Johann Echt en Boudewijn Ronsse onvermeld. Wier ontwierp een methode voor schedelboringen. Wier publiceerde over geslachtsziekten, scheurbuik, pestilentische keelontsteking, pleuritis, peripneumonie, hydrops en verstopping.

Geloof Wier werd geboren als Katholiek en evolueerde in de loop van zijn leven naar het Lutheranisme en later naar het Calvinisme.

Wier als leerling: 1515-1533 Wier werd in 1515 of 1516 geboren in het welvarende vestingstadje Grave in Noord-Brabant als zoon van een groothandelaar in hop.Het grafschrift impliceert zijn geboorte tussen 24 februari 1515 en 24 februari 1516. HOORENS V. p. 27. Dat hij school liep in 's-Hertogenbosch (en waar schoolmeester Georgius Macropedius hem in 1527-1528 begeleidde), zoals zijn vroege biografen vermeldden, is onwaarschijnlijk. Rond zijn veertiende werd hij inwonend leerling bij de humanist Heinrich Cornelius Agrippa von Nettesheim in Antwerpen, van wie hij zijn brede belangstelling overnam, zijn kritische onafhankelijkheid van denken ten aanzien van de Rooms-Katholieke Kerk en zijn gulzig citeren. Agrippa verhuisde even later met zijn gezin naar Mechelen. In een van zijn boeken beschrijft Wier hoe hij met zijn leermeester in de huisbibliotheek werkte. In Mechelen ontmoette hij wellicht de drukker, astroloog en amateurdokter Jan Thibault.

In september 1530 verscheen bij de Antwerpse drukker Johannes Grapheus Agrippa's Declamatio over de onzekerheid en de ijdelheid van alle wetenschappen en kunsten en over de superioriteit van het woord Gods met als kernboodschap dat wetenschap, kunsten, roepingen en beroepsbezigheden twijfelachtig waren. Tegelijk geeft hij de medische stand en de kerk een veeg uit de pan. De toon en de inhoud van het werk pasten in de traditie van Desiderius Erasmus' Lof der Zotheid of Pico della Mirandola en Juan Vives.Voor liefhebbers van het genre werd het boek een succes. Michel de Montaigne citeerde er uit en er verschenen herdrukken in Antwerpen, Keulen en Parijs. HOORENS V. p. 38-65 Hofpriesters bij Margaretha van Oostenrijk reageerden met een fluistercampagne die leidde tot een onderzoek. Leuvense theologen noemden het werk 'beledigend voor hun vrome ogen'. Om aan zijn schuldeisers en zijn vervolgers te ontsnappen, verhuisde Agrippa in 1532 met Wier naar Keulen en naar Bonn, onder bescherming van prins-bisschop Hermann van Wied. Daar voltooide hij in 1533 zijn driedelig werk over de invloed van demonen. Hij werkte er de hele studietijd van Jan Wier aan en het werk liet beslist sporen na bij de leerling. Agrippa stierf in 1535 in Grenoble, waar hij voor het laatst gezien is in het hôtel particulier van François de Vacho in de Rue des Clercs.

Periode 1534-1550 Parijs, Andernach, Grave en Arnhem Jan Wier studeerde vanaf 1534 medicijnen aan Sorbonne in Parijs bij de professor Johann Winter uit het Duitse Andernach en de arts Jean Fernel uit Montdidier.Zie: HOORENS V. p. 69. Waarschijnlijk begon hij net als zijn leermeester Agrippa met de geneeskunst zonder de studie te voltooien. Hij vestigde zich in 1538 als arts in Grave, huwde er voor de eerste maal en werd in 1545 stadsgeneesheer van Arnhem. In 1548 vroeg men hem om advies inzake hekserij. Hoewel Arnhem subsidie ontving van keizer Karel V, kon men in 1550 Wiers salaris niet betalen. Wier die inmiddels een kroostrijk gezin van vijf kinderen onderhield, werd in Kleef hofarts bij hertog Willem V van Kleef, Gulik en Berg.

miniatuur|Het slot van Kleef of de Zwanenburcht (omstreeks 1570) in Noordrijn-Westfalen dicht bij de Nederlandse grens werd vermoedelijk in de 11e eeuw gebouwd. De naam Zwanenburcht ontstond in de 19e eeuw, maar de zwanenlegende komt uit de middeleeuwen. Gravure van de Vlaamse cartograaf Frans Hogenberg.

Gezin Wier huwde twee keer, rond 1540 met Judith Wintgens, mogelijks uit de Kampense muntmeesterfamilie. Na de dood van Judith in 1572 (tijdens het beleg van Kampen?) huwde hij Henriette Holst. Hij had één dochter, Sofie en vier zonen: de oudste was Diederik en werd genoemd naar zijn grootvader, net zoals zijn tweede zoon Hendrik (-1591). Die werd lijfarts van de keurvorst van Trier, zijn derde zoon noemde hij naar Galenus, de Grieks Romeinse arts uit de tweede en derde eeuw die hij bewonderde. Galenus Wier (1547-1619) werd armenarts in Kleef tot hij in 1578 zijn vaders taak overnam als hofarts. Zijn jongste zoon Johan werd opperrechter in Hoge Palts.

Hofarts van 1550-1578 In april 1550 wordt hij hofarts bij hertog Willem V van Kleef. Een tijdgenoot omschreef de hertog als een voortreffelijk vorst, sterk van lijf en gemoed, handig bij het steekspel en enthousiast over de jacht op groot wild.Dieser hertog Wilhelm was ein furtrefentlicher furst, stark van lieb und gemut artig zum turnier und freudig zur grover jagd. Kroniek van de Kleefse ambtenaar Johann Turck, geciteerd in Hoorens V., p. 479. De hertog huwde de vijftienjarige Maria van Oostenrijk in juli 1546.

Het grondgebied en het hof Willems grondgebied lag in het centrum van het Heilige Roomse Rijk en omvatte naast de drie hertogdommen de graafschappen Mark en Ravensberg en de heerlijkheid Ravenstein. In de zomer verbleef de hertogelijke familie in Kleef. In de herfst verhuisde het hof naar Hambach of Jülich en 's winters naar Bensberg of Düsseldorf.

Wier verbleef met zijn gezin in Kleef en reisde bij momenten het gezelschap achterna. Druk had hij het er aanvankelijk niet, op de geboorte van de zeven kinderen na, waaronder Marie Eleonore, die de hertogin tussen 1550 en 1562 op de wereld zette.Een medische ploeg hielp Wier bij de kinderenzorgen. Vanaf 1560 kreeg de hertogin ziekelijke angsten en na 1566 ging het ook met de hertog bergaf. Aan het hof leerde hij er de Italiaanse hofarchitect familie Pasqualini, de hofcomponist Martin Peudargent uit Hoei, Stephanus Pighius en diverse wetenschappers en literatoren kennen. De hertog plande een universiteit en trok intellectuelen aan: in de jaren vijftig werd de classicus Georgius Cassander uit Pittem hoftheoloogJoris Cassant studeerde in Leuven en doceerde in Brugge en Gent. In Duitsland werd hij betrokken bij de godsdienstpolitiek van de hertog en zou hij hoogleraar theologie en rector worden aan de op te richten universiteit., Gerard Mercator vestigde zich in 1552 in DuisburgMercator of Gerard de Cremer ontwierp acht jaar eerder in Leuven instrumenten voor navigatie en wiskundigen. Met enkele anderen werd hij gearresteerd voor ketterij. Na een halfjaar gevangenschap verhuisde hij naar Duisburg en doceerde er kosmografie en wiskunde. Van de andere beschuldigden werden er twee levend begraven, evenveel verbrand en één onthoofd. HOORENS V. p. 109. en trad in 1560 als wiskundige en later als cartograaf in dienst van de hertog.

Galerij

miniatuur|Zevende editie van de Malleus Maleficarum uit Keulen, 1520. Het is geschreven in 1485-1486 door Henricus Institoris. Institoris voegde Jacob Sprenger toe als auteur om het boek bekendheid te geven. Wier rekent af met dit handboek die de heksenjacht opende.

De Praestigiis Daemonum of Bedriegerijen van de Duivel Als in 1562 de heksenvervolgingen geleidelijk aan opnieuw oplaaiden, trok Wier zich terug op het slot Hambach, bij Gullik en bestudeerde er het probleem. Wier las gulzig: van Jason Pratensis of Jason van Praet las hij een boek over hersenziektes De cerebri morbis uit 1549. Van Georg Bauer of Georgius Agricola leerde hij ondergrondse kaboutergeesten kennen die het gemunt hadden op mijnwerkers. Van de Italiaanse filosoof en medicus Pietro Pomponazzi las Wier het Boek over de oorzaken van wonderlijke natuurverschijnselen of over de betoveringen en leerde dat inbeelding, geestelijke stoornissen of bedrog aan de basis kunnen liggen van ziektes, een standpunt dat gedeeld werd door Konrad Gesner die het had over de 'aardse' oorzaken van duivelse verschijningen. Olaus Magnus' Geschiedenis van de noordelijke volkeren uit 1554 beschreef zwervende weerwolven die wijnkelders openbraken en zich bezopen.HOORENS V. p. 114-119, over Wier en het lezen.