thumb|Standbeeld van de hertog en Jan Pieter Minckelers in Heverlee, waar ze op 21 november 1783 een onbemande luchtballon op steenkoolgas oplieten. Lodewijk Engelbert Marie Jozef Augustijn (Brussel, 3 augustus 1750 - aldaar, 7 maart 1820), bijgenaamd de blinde hertog, was van 1778 tot 1801 de zesde hertog van Arenberg en van 1803 tot 1810 hertog van een gebied in Noordwest-Duitsland dat eveneens hertogdom Arenberg werd genoemd.
Biografie Familie Lodewijk Engelbert van Arenberg was een telg uit het belangrijke Zuid-Nederlandse geslacht Arenberg. Hij was een zoon van de vijfde hertog van Arenberg, Karel Maria Raymond. Zijn zuster Flore was gehuwd met hertog Wolfgang Willem van Ursel.
Hij trouwde in 1773 in Parijs met Pauline de Brancas-Villars, dochter van Louis-Léon-Félicité, hertog van Brancas. Hun kinderen waren: Pauline Charlotte (1774-1810), trouwde met Joseph II, prins van Schwarzenberg Prosper Lodewijk (1785-1861), volgde zijn vader als hertog van Arenberg op Philemon Paul (1788), kanunnik in Namen Pierre d'Alcantara (1790-1877), stichtte een Franse tak als duc d'Arenberg Filips Jozef (1794-1815), overleed op 21-jarige leeftijd na een val van zijn paard
Levensloop Op 24-jarige leeftijd werd hij blind doordat zijn vriend, de Britse gezant William Gordon, tijdens een jachtpartij in het park van Edingen per ongeluk een schot hagel zijn gezicht loste. Daar een militaire carrière nu niet meer tot de mogelijkheden behoorde, stortte hij zich met enthousiasme op onder andere natuurwetenschap, theater, kunst en muziek. Hij bleef ook jagen en reizen.
Na de dood van zijn vader in 1779 benoemde keizerin Maria Theresia hem tot grootbaljuw van Henegouwen. Vanwege zijn blindheid moest een beëdigde secretaris zijn officiële akten mee ondertekenen.
In 1782 benoemde keizer Jozef II hem tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. In 1787 dwong Jozef II hem wegens zijn blindheid ontslag te nemen als grootbaljuw.
Tijdens de Brabantse Omwenteling werd hij in 1790 door de Staten van Henegouwen opnieuw in zijn functie hersteld. Arenberg steunde echter niet de statisten rond Hendrik van der Noot, maar de vonckisten. Daardoor werd hij in 1790 het doelwit van de volkswoede en trok hij zich terug op zijn kasteel in Edingen.
Na een reis naar Rome verzoende hij zich met keizer Leopold II, maar weigerde zijn functie als grootbaljuw opnieuw op te nemen. In 1792 werd hij verkozen als voorlopig vertegenwoordiger van Brussel, maar hij nam geen zitting.
Na de Franse overwinning bij Fleurus in 1794 vluchtte hij met zijn familie naar Duitsland en later naar Wenen. Als emigrant werden zijn bezittingen in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden onder sekwester geplaatst. Zijn Duitse gebieden aan de linker-Rijnoever werden door Frankrijk geannexeerd.
Vanaf 1800 richtte Arenberg zich vooral op het herstel van zijn vermogen. Het Verdrag van Lunéville van 1801 voorzag in schadeloosstelling voor de onteigende Duitse vorsten. Bij de Reichsdeputationshauptschluss van 1803 kreeg Arenberg een nieuw hertogdom Arenberg op de rechteroever van de Rijn, bestaande uit het amt Meppen en het graafschap Recklinghausen.
Omdat hij hierdoor Duits rijksvorst was geworden, moest hij volgens de Franse wet kiezen tussen zijn Duitse staat en zijn burgerlijke rechten in Frankrijk. In 1803 deed hij afstand van zijn Duitse hertogdom ten gunste van zijn zoon Prosper Lodewijk en keerde hij in 1804 terug naar Brussel. Hij herwon zijn onder sekwester geplaatste bezittingen.
Napoleon beloonde zijn steun aan het Franse regime. In 1806 werd Arenberg lid van de algemene raad van het departement Dijle, maar hij zag van deze functie af nadat hij tot senator van het Franse keizerrijk was benoemd. In 1806 werden bovendien de beperkingen op de erfopvolging van zijn zoon opgeheven.
In 1808 verhief Napoleon hem tot graaf van het keizerrijk. In 1811 werd hij ridder en officier van het Legioen van Eer en in 1812 grootofficier van de Orde van de Reünie. Hij was sinds 1786 lid van de Brusselse vrijmetselaarsloge L'Heureuse Rencontre.
Zijn laatste levensjaren werden gekenmerkt door familieverlies en nieuwe problemen rond zijn bezittingen. Zijn dochter Pauline kwam in 1810 om bij de brand tijdens een bal in de Oostenrijkse ambassade in Parijs. Zijn echtgenote verleed in 1812.
Omdat zijn zoon Prosper Lodewijk in Engeland gevangen zat, onderhandelde Arenberg zelf over de schadeloosstelling voor de annexatie van het nieuwe hertogdom Arenberg in 1811.
In 1815 werd hij door de intendant van het departement Dijle bekritiseerd omdat zijn politieke standpunten volgens hem vaak waren veranderd.
Literatuur Mark DEREZ, De blinde hertog. Louis Engelbert van Arenberg en zijn tijd, 1750-1820, Brussel, Gemeentekrediet, 1996. Jan ROEGIERS (red.), Arenberg in de Lage Landen. Een hoogadellijk huis in Vlaanderen en Holland, Leuven, Leuven University Press, 2002. Jean-Marie DUVOSQUEL en Denis MORSA (red.), La Maison d'Arenberg en Wallonie, à Bruxelles et au Grand-Duché de Luxembourg depuis le XIVème siècle. Contribution à l'histoire d'une famille princière, Brussel, Fondation d'Arenberg, 2011. Xavier DUQUENNE, 'Le duc d'Arenberg et son voyage en Italie en 1791', in Bulletin van de Adel, april 2013. Jacques LOGIE, Les grand notables du premier empire dans le département de la Dyle, Brussel, Archives de la ville de Bruxelles, 2013, 66-72.
Lodewijk Lodewijk Categorie:Ridder in de Orde van het Gulden Vlies Categorie:Adel in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Voorman in het graafschap Henegouwen Categorie:Napoleontische adel