Yazdagird III (Perzisch: یزدگرد سوم, "gemaakt door God")De naam wordt ook wel gespeld als Yazdgard of Yazdegerd. (±624 - 651) was van 632 n.Chr. tot 644 n.Chr. de eenendertigste en laatste Koning der Koningen van de Iraanse Sassanidendynastie. Van 644 tot 651 was hij sjah in ballingschap. Hij was een kleinzoon van Khusro II (590-628). Na een burgeroorlog van vier jaar (628-632) kwamen de huizen van Iran overeen dat de achtjarige Yazdagird het land mocht regeren, althans in naam. Op 16 juni 632 besteeg Yazdegird III de Perzische troon. Kort na de overeenkomst, in 633, begon de Islamitische verovering van Iran. In 644 was het hele rijk veroverd en moest Yazdagird vluchten. Hij keerde meerdere malen terug, maar zijn legers werden telkens verslagen. Uiteindelijk werd hij als vluchteling in een molen vermoord, mogelijk om zijn geld, maar volgens andere bronnen was de moord beraamd door de islamitische gouverneur van Sistan om van de koning der Perzen af te komen. Zijn levensloop doet enigszins denken aan die van Darius III, duizend jaar eerder.

Biografie Troonsbestijging Zijn vader Shahriyar werd samen met zijn grootvader Khusro II door zijn oom Kavad II vermoord. De vrede met de Byzantijnse keizer Herakleios gaf nog meer ruimte voor de interne strijd. Shahrbaraz, de spahbed van Khusro II pleegde in 630 een staatsgreep. Farrukh Hormazd, alias Hormazd V stootte Shahrbaraz van de troon en zette Boran, de dochter van Khusro II op de troon. Even later riep Shapur-i Shahrbaraz, de zoon van Shahrbaraz, zich uit tot sjah. Azarmidokht, de zus van Boran, liet Shapur-i Shahrbaraz en Hormazd V uit de weg ruimen. Rostam Farrukhzad (van de Pahlav partij) en Piruz Khosrow (van de Parsig partij) kwamen uiteindelijk overeen over de kandidaat Yazdagird III.

Yazdagird beschikte echter niet over de autoriteit die nodig was om stabiliteit te brengen in zijn uitgebreide rijk, dat snel uiteenviel als gevolg van onophoudelijke interne conflicten tussen de legeraanvoerders, hovelingen en machtige leden van de aristocratie. Veel van de gouverneurs van het rijk riepen de onafhankelijkheid uit en stichten hun eigen koninkrijken. Al heel spoedig echter kreeg hij te maken met de islamitische Arabieren.

Eerste invasie van Mesopotamië In de lente van 633 viel de islamitische generaal Khalid ibn Walid, een van de Metgezellen (Sahaba) van Mohammed, Mesopotamië binnen met een leger van 18.000 vrijwilligers. Khalid ibn Walid had gediend onder Mohammed en had ook een cruciale rol gespeeld in de Ridda-oorlogen, een serie opstanden van Arabische bedoeïenenstammen tegen Mohammeds opvolger, kalief Aboe Bakr.

Er werd een leger van 20.000 Perzische veteranen en christelijk-Arabische bondgenoten op afgestuurd onder leiderschap van de ervaren generaals Hormuz, Qubaz en Anushjan, maar dit leger werd verslagen in de 'Slag van de Kettingen', en ruim tienduizend Perzen en christelijke Arabieren kwamen om, evenals generaal Hormuz.

Daarna werd een nog groter leger van 50.000 Perzen op de Arabische invallers afgestuurd, onder leiding van generaal Qarin Bin Qaruyanas, die versterkingen kreeg van de overlevenden van de Slag van de Kettingen, onder wie de generaals Qubaz en Anushjan. In de 'Slag bij de Rivier' werd het leger beslissend verslagen, en de genoemde generaals sneuvelden.

Daarna sloten de overlevenden van de Slag van de Kettingen en de Slag bij de Rivier zich aan bij een nieuw groot Perzisch leger van eveneens ruim 50.000 soldaten, gestuurd door Yazdagird III, onder het commando van Andarzaghar. Een tweede Perzisch leger onder Bahman zou zich bij Andarzaghar voegen, die bij de plaats Walaja (50 km ten zuidoosten van het huidige Najaf) een strategische plaats had ingenomen om met de Arabieren af te rekenen. Khalid was echter goed op de hoogte van de plannen en reageerde snel, vóór Bahman de tijd had om Walaja te bereiken. Door een insluitende tangbeweging, zoals eerder toegepast in de Slag bij Marathon en de Slag bij Cannae, wist Khalid de Perzen beslissend te verslaan in de Slag bij Walaja (mei 633), hen zeer zware verliezen toe te brengen en de meeste soldaten, waaronder veteranen die de eerste twee veldslagen hadden overleefd, te doden. Generaal Andarzaghar vluchtte de woestijn in, waar hij van dorst zou zijn omgekomen, doordat hij door Khalids jacht op de overlevenden niet in staat was met hen mee te gaan.

Daarna voegde Jaban het overgebleven grote Perzische leger bij een groot aantal christelijke Arabieren onder Abdul-Aswad en Abjar, en een klein aantal overlevenden van de eerste drie veldslagen. Het leger bestond uit 70.000 soldaten en bevocht Khalid in de Slag bij Ullais: alle soldaten en de drie generaals werden gedood. Daarna nam Khalid met gemak Al-Hira in, en veroverde het grootste gedeelte van Mesopotamië.

Khalid nam Al-Anbar in, na het Beleg van Al-Anbar. Yazdagird III stuurde een groot leger van Perzen en christelijk-Arabieren op Khalid af, maar dit werd verslagen tijdens de Slag bij Ayn al-Tamr, en Khalid nam de christelijk-Arabische generaal, Aqqa ibn Qays ibn Bashir, gevangen.

Daarna keerde Khalid tijdelijk terug naar Arabië om een opstand van christelijk-Arabieren te onderdrukken, en in de tussentijd bracht Yazdagird meerdere legers op te been om Khalid te verdrijven. Khalid versloeg echter de rebellen in de Slag bij Dawmat al-Jandal en keerde terug naar Mesopotamië. Hij wist de legers door precies geplande nachtelijke aanvallen te verslaan in de Slag bij Muzayyah, de Slag bij Saniyy en de Slag bij Zumail.

Er was in het noorden van Mesopotamië nog een groot grensleger over. Khalid trok op tegen het leger bij Firaz, de Perzen werden versterkt door een groot aantal christelijk-Arabische bondgenoten, en de Byzantijnen aan de grens besloten met een groot leger en hun christelijk-Arabische bondgenoten de Perzen te hulp te schieten. Samen vormden ze een leger van op zijn minst 150.000 soldaten en mogelijk zelfs 300.000 soldaten. Khalid bevocht met zijn leger van 15.000 man, het ten minste tien keer grotere coalitieleger van Byzantijnen, Perzen en hun beide christelijk-Arabische bondgenoten in de Slag bij Firaz. Khalids kansen leken erg klein, maar hij behaalde een uitzonderlijke en beslissende overwinning en honderdduizenden Perzen, Byzantijnen en christelijk-Arabieren kwamen om. Door de overwinning werd het moreel en de reputatie van de moslims enorm versterkt, en de Byzantijnen en hun bondgenoten hadden zware verliezen geleden.

Na de Slag bij Firaz nam Khalid heel Mesopotamië in. Daarna riep de kalief hem met meer dan de helft van zijn soldaten terug om Byzantijns Syrië in te nemen.

Tweede invasie van Mesopotamië Nadat Khalid was vertrokken, stuurde Yazdagird meteen meerdere grote legers Mesopotamië in om het te heroveren op de moslims. De moslimgeneraal Muthanna ibn Haris trok zich zonder te vechten terug naar de grensgebieden waar hij versterkingen kreeg en het leger werd onder de leiding geplaatst van Abu Ubaid. Deze versloeg met 10.000 Arabieren een leger van 100.000 Perzen in de Slag bij Namaraq en versloeg de Perzen opnieuw in de Slag bij Kaskar, waarna hij Al-Hira zonder verzet heroverde.

Derde invasie van Mesopotamië De Perzen stuurden daarna Bahman Jaduya met 70.000 soldaten en 13 grote oorlogsolifanten naar Mesopotamië. Hij behaalde in de Slag om de Brug de eerste en enige Perzische overwinning. 4000 Arabieren en de generaal Abu Ubaid werden gedood, maar de rest wist naar de woestijn te ontsnappen en de Perzen verloren ook 6000 man. Misnah bin Harisah kwam echter met een nieuw Arabisch leger terug en versloeg de Perzen en hun krijgsolifanten in de Slag bij Baiyoub.

Slag bij al-Qādisiyyah Yazdagird bracht nu meerdere grote legers samen die tezamen uit meer dan 200.000 soldaten bestonden, met 7 verschillende generaals, en regelde nu 33 olifanten. Ook trouwde hij de kleindochter van de Byzantijnse keizer Herakleios om een bondgenootschap met hem te sluiten. De Arabieren hadden ondertussen grote delen van Palestina en Syrië veroverd en ook Herakleios bracht nu meerdere grote legers samen om hen te bevechten. Terwijl hij ze uit Syrië trachtte te verdrijven, verdreef Yazdagird hen uit Mesopotamië.

Het kostte Yazdagird III echter enige tijd om zijn leger samen te brengen. De Arabieren maakten daar gebruik van door vrijwel al hun troepen naar Syrië te sturen, waar ze onder leiding van Khalid ibn Walid het uit 400.000 man bestaande Byzantijnse leger versloegen in de Slag bij de Jarmuk. Daarna probeerden de Arabieren met Yazdagird te onderhandelen, om hem over te halen zich te bekeren tot de islam. Toen dat mislukte, werden de Arabische legers onder leiding van Sa'd ibn Abī Waqqās naar al-Qādisiyyah gestuurd om de Perzen te bevechten. De Arabieren hadden 24.000 man, omdat veel Arabieren nog steeds in Syrië vochten, maar zij werden op de tweede dag van het gevecht versterkt door 6000 ervaren veteranen en kregen er op de vijfde dag nog een paar duizend bij. De Slag bij al-Qādisiyyah duurde in totaal 5 dagen. De moslims leden zware verliezen maar behaalden uiteindelijk toch een verpletterende overwinning. Ruim honderdduizend Perzen, alle olifanten en 5 van de 7 generaals kwamen om, onder wie Rostam Farrokhzād, de opperste generaal van het Perzische rijk. Ook werden al hun voorraden geplunderd.

Daarna veroverden de moslims geheel Mesopotamië. Yazdagird regelde snel versterking voor Ctesiphon van de overlevenden van de Slag bij al-Qādisiyyah en stuurde uit meerdere provincies troepen om de weg naar Ctesiphon te bewaken. De moslims versloegen de troepen in Babylon, en nog twee keer op weg naar Babylon. Daarna belegerden zij Ctesiphon twee maanden lang. De Perzen probeerden het beleg te breken, maar hun cavalerie en de meeste van hun troepen werden verslagen en de generaal van het leger werd gedood. Ook een tijger die getraind was voor oorlogvoering werd gedood. Toen de moslims de Tigris overgingen, besloot Yazdagird met zijn hof en de overgebleven hofhouding te vluchten. Ctesiphon werd ingenomen, de grote schatkist van de koning werd geplunderd en ruim 40.000 edelen werden tot slaaf gemaakt.

De Perzen verzamelden zich in grote aantallen bij Jalula, een belangrijk fort in het noorden van Irak. Hashim ibn Uthba besloot hen eerst te verslaan voor hij verder trok, teneinde geen vijandig leger in zijn rug te hebben. Hij bevocht 20.000 Perzen in de Slag bij Jalula, die onder leiding stonden van Mihran, die in de Slag bij al-Qādisiyyah had gevochten, en Khurrazad, de broer van Rostam. De Perzen werden beslissend verslagen en Khurrazad kwam om. Jalula werd 7 maanden lang belegerd waarna het zich overgaf. Tikrit werd ook ingenomen na zware tegenstand en ook Mosul gaf zich over.

Qaqa bevocht een ander groot Perzisch leger dat geleid werd door Mihran, bij de Slag bij Khaniqeen, waarbij Khaniqeen veroverd werd. De overlevenden trokken naar Hulwan, dat belegerd werd en ook werd ingenomen. Hiermee was heel Irak en westelijk Iran ingenomen door de Arabieren.

Perzische aanvallen in Mesopotamië