Johan Baptist van Hohenzollern-SigmaringenOfficieel titelgebruik: Uit een bestand op Berghapedia blijkt dat een van Oswalds opvolgers, Johan Baptist, consequent de titel "graaf tot den Bergh Hohenzollern-Sigmaringen" droeg. Dit laat zien dat het gebruik van "tot den Bergh" een bewuste en blijvende familietraditie was die de soevereine status moest onderstrepen. (1728-1781), was heer van Boxmeer en Graaf tot den Bergh van 1737 tot 1757. Hij was de zoon van Frans Wilhelm tot den Bergh-Hohenzollern-Sigmaringen (1704-1737), heer van Boxmeer 1718-1737 en Maria Truchsess von Waldburg Zeil, gravin-douairière tot den Bergh-Hohenzollern (1702-1739).

Hij was nog minderjarig toen hij na de dood van zijn vader met de Heerlijkheid werd beleend. Als voogd trad Franciscus Ludovicus Sanguessa, de toenmalige bisschop van het Roermond op.

Hij trouwde in 1747 met Maria Benonia, gravin van Lodron, nadat hij enkel een portret van haar had gezien. Maria viel hem echter tegen, waarop hij zijn beklag deed bij zijn drossaard, Leopold Frans de Raet. Deze prees de vrouw en de graaf stelde voor om dan maar van vrouw te ruilen, aangezien de echtgenote van de drossaard een beeldschone vrouw was.

De ruil ging niet door. De graaf ging 's avonds met zijn volle wapenrusting en twee geladen pistolen in het echtelijk bed liggen, waarop Maria naar een andere kamer verhuisde en de dag daarop voorgoed vertrok. Ze overleed in 1758 in een klooster te Aken.

Johan Baptist joeg het geld erdoorheen en nabij herberg De Zwaan te Boxmeer stak hij een man dood, waarna hij met succes de moord in de doofpot wist te stoppen.BHIC: Moord in Boxmeer, 1748 Toen hij bezoek had was er een leidekker op het dak aan het werk en de graaf vroeg: wilt ge hem eens zien rollen?, waarna hij hem neerschoot. Ook ging hij, als boerin verkleed, op de vrouw van de drossaard af. Deze herkende de graaf, die de drossaard wilde vermoorden, echter op tijd.

Deze gebeurtenissen leverde hem de bijnaam de dolle graaf op. Uiteindelijk zorgden de drossaard en de rentmeester ervoor dat Johan Baptist in 1757 in het klooster van Elten gearresteerd werd. Hij werd tot zijn dood op diverse locaties door de familie Hohenzollern-Sigmaringen gevangen gehouden en overleed op 15 mei 1781 op het Zuid-Duitse Schloss Haigerloch.

Nieuw licht op de "Dolle Graaf" In 2016 verscheen in Boxmeer in eigen beheer een tweedelig verslag van een onderzoek naar het leven van Johan Baptist en vooral van de beschuldigingen van moord die hem ten laste gelegd werden. Het verslag is geschreven door de Boxmeerse cultuursocioloog Herman Jan van Cuijk. De auteur deed 19 jaar onderzoek naar het leven van Johan Baptist en komt op basis van zijn bevindingen tot de conclusie dat de naam van de graaf gezuiverd dient te worden "van die kwalijke zaken die anderen -kwaadaardig, lasterlijk en rovend- hem extra toeschreven".

Externe bron Anton van Oorschot, Middeleeuwse Kastelen van Noord-Brabant.Rijswijk: Elmar, 1981, Herman Jan van Cuijk, Het merckwaerdige leven van een dolle graef. Johan Baptist van den Bergh 1728-1781. Boxmeer: uitgave in eigen beheer (2016), 2 delen

Categorie:Hohenzollern-Sigmaringen Categorie:Graaf van den Bergh Categorie:Heer van Boxmeer Hohenzollern, Jo