miniatuur|Kaart van Blaeu uit 1645 met onder meer het 'Land van Putten' (in het midden) Het Baljuwschap Land van Putten, of kortweg Putten, was een baljuwschap in het zuidwesten van het voormalige graafschap Holland. Qua bestuursvorm was het de opvolger van de Heerlijkheid Putten. In 1467 volgde de laatste Heer van Putten, Karel van Charolais, zijn vader Filips de Goede op als graaf van Holland. De bestuursvorm van de Heerlijkheid Putten ging toen over in een baljuwschap met als naam Baljuwschap Land van Putten3.03.08.148 Inventaris van het archief van ruwaard, baljuw en leenmannen van het Land van Putten, 1434-1811, op nationaalarchief.nl, geraadpleegd 12.10.2022. Gearchiveerd op 14 oktober 2022.. In 1811 werd het opgeheven.
Het Land van Putten heeft nooit tot de vier baljuwschappen behoord, die omstreeks 1250 werden ingesteld door de graaf van Holland. Het gebied had namelijk toen al een autonome status: de Heerlijkheid Putten die een vrije heerscappie, een hoge heerlijkheid was, en behield die autonome staatus toen het baljuwschap werd.
Geografie Het Land van Putten omvatte niet alleen het huidige eiland Putten, maar was veel uitgestrekter. De volgende ambachtsheerlijkheden behoorden tot het baljuwschapHolland in vroeger tijd : Geillustreerde beschrijving van de steden, dorpen en heerlijkheden in Schieland, het land van Altena, Arkel, Heusden, Putten, Vianen en Voorne, de Alblasser-, Hoeksche-, Krimpener-, Lopiker-, Rieder- en Zwijndrechtsche Waard, de Vijfherenlanden, het graafschap Leerdam .. (Deel IV) / C. Postma. - 's-Gravenzande: Europese Bibliotheek, 1964. [Bewerking van: HEDENDAAGSCHE (1749), p. 158-159 - zie bij Literatuur]:
I. Putten binnen de ringdijk Geervliet (stad) Spijkenisse met de polder Braband Hekelingen met de polder Vriesland Simonshaven en Schuddenbeurs Biert
II. Putten buiten de ringdijk Zuidland met Velgersdijk (aan de overkant van de Bernisse, nu behorend tot Voorne) Nieuwere polders op het eiland Putten, zoals Oostbroek, Oud- en Nieuw-Hongerland (Spijkenisse), Oud-Stompaard en Nieuw-Stompaard (Biert) en de Oude en Nieuwe Uitslag van Putten (Hekelingen)
III. Putten over de Maas Putten over het Spui (westelijke Hoeksche Waard) Goudswaard Korendijk Piershil Gedeeltes van het huidige IJsselmonde Poortugaal Hoogvliet (inclusief Lokhorsterland of Oud- en Nieuw-Engeland; en Langbakkersoord met Smalland en Deifelbroek) Pernis 's-Gravenambacht en Heide Charlois Katendrecht In 't Land over de Maaze lagen ook de hoge heerlijkheden Rhoon met Pendrecht en Albrandswaard met de Kijvelanden. Deze hoge heerlijkheden vielen niet onder het gezag van de baljuw van 't Land van PuttenHEDENDAAGSCHE (1749), p. 191-192.
IV. Putten over Flakkee (Flakkee was destijds een water, nu Haringvliet): Ooltgensplaat en den Bommel Stad aan 't Haringvliet Middelharnis ligt ook op Flakkee, maar was een zelfstandige hoge heerlijkheid, die niet onder het baljuwschap van 't Land van Putten vielGeschiedenis Goeree-Overflakkee-2. Gearchiveerd op 22 maart 2023.
Eigenaren op het eiland Putten In de 16e eeuw bezaten stedelingen een groot deel van het land op het eiland Putten. In 1571 waren de eigenaren in ieder geval ten dele van adel, eigengeërfden en regeeringspersonen. Zij woonden in Strijen en in de steden Rotterdam, Delft, Den Haag, Haarlem, Dordrecht en Mechelen.Klok, p. 156 Andries van Bronckhorst en zijn erfgenamen bezaten veel land op het eiland Putten. In 1617 was dit bezit 1.633 gemeten en 220 roeden èn ruim 45 gemeten die de erfgenamen met andere eigenaars gemeen hadden.Gouw, p. 82 en 83 In Het Land, een wijk in Spijkenisse, zijn straten vernoemd naar voormalige landeigenaren in de polder Nieuw-Hongerland (Spijkenisse).
Bestuur en recht Vanaf 1467, toen Karel van Charolais zijn vader was opgevolgd als graaf van Holland, ging de bestuursvorm dus over in een baljuwschap. Er kwamen ruwaards om de zaken van de opeenvolgende graven van Holland te behartigen, de ruwaards van Putten. Het was een goed betaalde baan, die in handen kwam van adellijke families. Opeenvolgende ruwaards besteedden het werk uit aan plaatsvervangers, o.a. om belastingen te innen en de rechtspraak uit te voeren. De adellijke ruwaards woonden niet meer op het Hof van Putten in Geervliet, waar het bestuur voorheen zetelde, en bezochten het nog zelden. In 1581 (toen Filips II, de uiteindelijke erfgenaam van het baljuwschap, als vorst werd afgezworen door de Staten-Generaal, en Willem van Oranje tot stadhouder werd uitgeroepen) kwamen de heerlijke rechten aan de Staten van Holland. Het bestuur zelf veranderde vooralsnog niet.
Enkele ruwaards van Putten: 'Ioncker Pieter van Roon ende Duijvelant' (-1596), die ruwaard en baljuw was van het land van Putten Salomon van Schoonhoven (1617-1653) Cornelis de Witt (ruwaard tussen 1654-1672) Hendrik Hoogendijk (1802-1807) - de laatste
Recht en rechtspraak thumb|Vrouwe Justitia hing destijds in het Hof van Putten, nu in Raadzaal Stadhuis Geervliet Hoewel het Land van Putten nu bij het graafschap Holland hoorde, bleef het een afzonderlijk baljuwschap tot de invoering van de Franse rechtspraak in 1811. Het had eigen rechtspraak en keurrecht. De zetel van het gerecht (de rechtbank) bleef het Hof van Putten te Geervliet. Er waren ook plaatselijke gerechten van schout en schepenen, van de ambachten; zij ressorteerden rechtstreeks onder de ruwaard.Gouw, p. 156 De fiscale privileges (eigen wijze van heffing van landlasten) werden in de tijd van de Republiek wel afgeschaft, ondanks taai verzet.Gouw, p. 15
Het hoge recht ging mee naar het baljuwschap. Daardoor bleven naast de behandeling van civiele en kleinere criminele strafzaken, ook zware criminele vergrijpen, zoals halsmisdaden, in Geervliet berecht.Afgeleid uit 3.03.08.148 Inventaris van het archief van ruwaard, baljuw en leenmannen van het Land van Putten, 1434-1811, p. 5. Gearchiveerd op 14 oktober 2022.
In 1587 onderwierpen de ruwaard en leenmannen het gehele landrecht aan een revisie.Gouw, p. 15, waarin geciteerd: Ordonnantie ende Keuren gemaeckt bij Baelliu ende leenmannen van den lande van Putten. - Leyden, 1588. Gearchiveerd op 30 mei 2023. Tegen het nieuwe keurboek kwam verzet van enkele plaatselijke gerechten (Piershil, op IJsselmonde, Ooltgensplaat, Stad aan 't Haringvliet, Charlois). Zij wonnen in 1592 een rechtszaak hierover, maar die werd in hoger beroep in 1594 afgezwakt. De Hoge Raad van Holland en Zeeland bevestigde toen het recht van de ruwaard en leenmannen van Putten om hun eigen keuren te maken. Het oude keurboek bleef hierdoor van kracht tot 1708, toen opnieuw een generale herziening plaats vond.
In ieder geval in de 17e eeuw werden de rechters van het Hof van Putten in Geervliet benoemd door de ruwaard. Deze stelde in feite de rechtbank samen waarmee hij (als schout/aanklager èn als ontvanger van een deel van de boeten) zitting ging houden. De rechters werden gekozen uit de leenmannen van Putten. Wie een leen had van de graven van Holland en tot een rijp oordeel in staat leek te zijn, kwam in aanmerking. Er waren juristen die een stukje land in Putten kochten, dat opdroegen aan de leenkamer van de Staten en het vervolgens in leen terug kregen. Zij wilden graag benoembaar zijn als rechter omdat het een lucratief baantje was. De opgelegde boetes werden namelijk als volgt verdeeld: 1/3e voor de ruwaard, 1/3e te verdelen onder de rechters en 1/3e te verdelen onder de instellingen van armenzorg in Putten. Bovendien ontvingen de rechters een redelijke vergoeding voor de dagen dat het Hof zitting hield plus een flinke vergoeding van reis- en verblijfkosten.Ruwaard en rechters / Felix van Hoorn. - In: Groot Nissewaard 11 juli 2019 Het was dus in het belang van alle betrokkenen, uitgezonderd dat van de beklaagde, om veel en hoge boetes op te leggen.
Polderbesturen Elke polder in de Heerlijkheid Putten werd bestuurd door de schout en schepenen van het bij die polder behorende ambacht. Zij waren o.a. verantwoordelijk voor de afwatering en de dijken binnen hun ambacht. De ambachten van het eiland Putten waren ook aansprakelijk voor hun eigen deel in de ringdijk. Voor de afwatering gingen ze overeenkomsten met elkaar aan. De geografische veranderingen in het gebied (door o.a. laandaanwas en overstromingen) vereisten herhaaldelijk de verplaatsing van uitwateringssluizen en de regeling van het beheer en de kosten.Gouw, p. 156-157
Op het eiland Putten werd het toezicht op de dijken afwatering uitgeoefend door het Dijkcollege, bestaande uit een dijkgraaf en leenmannen. Dit veranderde in 1580: op het eiland Putten werd het hoogheemraadschap "des Rings van Putten" ingesteld. Het college van het hoogheemraadschap bestond uit de dijkgraaf en vijf hoogheemraden, die door de hoofdingelanden werden gekozen. De hoofdingelanden kozen ook de waarsmannen (technische ambtenaren die belast waren met het onderhoud van openbare werken en het innen van de daarvoor benodigde belastingen) en penningmeesters.Klok, p. 66 Het hoogheemraadschap nam de uitvoerende taken van de afzonderlijke polderbesturen over.Klok, p. 67 De functie van dijkgraaf werd tot 1797 vrijwel onafgebroken vervuld door dezelfde persoon die ook ruwaard van Putten was (dus de ruwaard was ook dijkgraaf). Pas in 1797 werd het ambt van dijkgraaf gescheiden van dat van het ruwaardschap.
De grote overstromingen in de 16e eeuw vergden van de ingelanden grote financiële offers tot behoud van het eiland Putten. Als tegenprestatie konden zij hun medezeggenschap in het beleid van het hoogheemraadschap sterk uitbreiden. Na 1581 bleken op het eiland Putten de ingelanden de eigenlijke bestuurders van de dijk- en waterschapszaken te zijn. Eens per jaar kwamen de ingelanden te Geervliet bijeen om de rekening af te horen en kozen dan voor het komende jaar de hoogheemraden en de waarsluiden. Door alleen presentiegelden toe te kennen aan de breedste geërfden, maakte men rond 1600 de ingelandenvergadering tot een hoofdingelandenvergadering, waarin alleen de grootgrondbezitters of hun rentmeesters aanwezig waren. Sindsdien overheersten de stedelijke beleggers, dus de grootgrondbezitters van buiten het eiland.Gouw, p. 157-158 Deze hoofdingelandenvergadering bestreek een breder terrein dan alleen dijk- en waterschapszaken. Er werden omslagen toegestaan over de gehele ring ten behoeve van bijvoorbeeld het spui en de haven van Geervliet, de haven en de bestrating van dorpen van ambachten binnen de ring, een nieuwe luiklok voor de kerk van Simonshaven, de wederopbouw van een afgebrande school te Spijkenisse, het herstel van een vervallen kerk te Hekelingen, het verjagen van bedelaars en oorlogskosten.Gouw, p. 86-88