De Legende van het Wisselkind is een Frans-Belgische fantasystripreeks uitgegeven door Le Lombard. De strip werd geschreven door Pierre Dubois met tekeningen van Xavier Fourquemin. De inkleurder is Scarlett Smulkowski.
Geschiedenis Tijdens een interview met Richard Ely zei scenarioschrijver Pierre Dubois dat hij altijd gefascineerd was geweest door de vormverwisselaar uit de populaire folklore. Zo ontstond zijn wens om er een verhaal over te schrijven: “Als een kind anders was dan de anderen, werd hij in vroeger tijden gezien als een wisselaar, het kind kwam van elders. Als we de grenzen nog verder verleggen, was een kind dat niet ‘normaal’ was een fada, dat wil zeggen een kind van de feeën. Zelfs vandaag de dag hebben dit soort kinderen een gave voor muziek of kunnen ze op zeer hoog niveau wiskundige sommen oplossen. Dit soort gaven heeft mensen altijd bang gemaakt. De wisselaar heeft mij altijd gefascineerd, vooral als je ook nog een kind bent en je je een beetje anders voelt dan anderen..."
Fada is ontleend aan het Occitaans, het betekent “door een fee geraakt”, “dwaas”. Het Franse Espèce de fada que tu es! kan worden vertaald met Mafkees die je bent!
Albums Het Buitenbeentje (2008) De Boeman (2009) Spring Heeled Jack (2010) Schaduwranden(2011) Asrai-nacht (2012)
Verhaal Volgens de legende wordt elke eeuw een pasgeboren jongen veranderd door de elfen. Hij kan met de natuur praten en beschikt over magische krachten. Er wordt gezegd dat de jongen het gevecht zal aangaan met de kwade wezens, die de Heer van de Chaos dienen.
Het speelt zich af in het Victoriaans tijdperk, in een Engeland midden in de industriële revolutie. Het vertelt het verhaal van Scrubby, een kind van de feeën dat bij de geboorte werd ingeruild voor een menselijke baby, begiftigd met het vermogen om de kleine mensen te zien. Scrubby (“onvolgroeid” en “bossig” in het Engels) is de hoofdpersoon. Hij wordt niet volwassen en ondanks de vreselijke beproevingen die hij doormaakt, blijft hij verwonderd en vindingrijk kijken naar de wereld om hem heen. Hij straalt onschuld uit, maar is toch niet 'goedgelovig': hij is een eeuwig kind dat op elk moment het wonderbaarlijke en de geesten van de natuur waarneemt (zelfs terwijl hij op de bodem van een mijn werkt, of door de confrontatie aan te gaan met misdaad en prostitutie). Hij heeft de neiging mensen te hulp te schieten die hij als goed en kwetsbaar beschouwt.
Het Buitenbeentje
Een komeet landt precies midden in een steencirkel, zo staat geschreven in de 'Kronieken van het bleke land van de elfen'. Vier personen besluiten dat het tijd is om zich met het onzichtbare te verenigen, de oude man neemt een stukje van de komeet mee. Het 'wisselkind van Spitalfields' is er. Thomas Jobson rijdt op zijn paard door Dartmoor, hij is net vader geworden van een zoon en heeft een dochter die Sheela heet. Ze wonen in Buckland in the Moor en werken in juni op het land. Sheela moet op haar broertje passen en zet het wiegje onder een meidoorn om hem tegen de hitte te beschermen. Ze raakt afgeleid door een vlinder en laat het jongetje alleen. Als ze terugkomt bij de plek waar de wieg stond, is deze verdwenen en ze roept haar ouders. Haar moeder is woedend omdat Sheela de baby onder een toverboom heeft gezet. Ze is bang dat de fairy haar zoon hebben geroofd en ze zal hem dan nooit terugzien. Tot diep in de nacht zoeken de dorpelingen naar het jongetje, zonder succes. Na drie dagen gaat Betty naar de meidoorn en voert een ritueel uit. Ze bindt zeven linten om de boom en offert wat Sint-janskruid, waarna ze zichzelf snijdt om ook bloeddruppels te offeren. 's Nachts ligt er een baby voor de deur, maar Thomas ziet dat het niet hun zoon is. Thomas wil dit kind niet laten dopen, maar ze voeden het jongetje wel op.
Net als zijn oudere zus is hij dol op de natuur, de jongen wordt nu Scrubby genoemd. Hij klimt graag op Hound Tor en op een dag ziet de jongen een mysterieuze figuur. Hij volgt hem naar Wistman's WoodDe naam van Wistman's Wood kan zijn afgeleid van het dialectwoord "wisht", wat "griezelig" of "door elfen geleid / achtervolgd" betekent. De legendarische Wild Hunt in Devon, waarvan de hellehonden bekend staan als Yeth (Heath) of Wisht Hounds in het Devonshire-dialect, wordt vooral geassocieerd met Wistman's Wood. en gaat, alhoewel het hem verboden is, het magische rijk van de Groene Man, de Wilde Jager binnen. Hier dansen de pixies, heksen en feeën. Een man die misschien de Wilde Jager, de Groene Man, Merlijn en een oude kluizenaar is, begroet Scrubby. Hij woont in een grot en vertelt dat dit in een kristallen paleis verandert als de koekoek op een winternacht om middernacht roept. Voortaan bezoekt Scrubby de man van Whistman's Wood dagelijks en leert over de goden die de reuzen de aarde lieten vormen. Daarna kwamen de dwergen die de aarde verder bewerkten en met mineralen verrijkten. De elfen brachten licht en donker en toen kwamen de mensen, die steeds meer wilden. Het elfenvolk trok zicht terug in de Andere Wereld.
Scrubby leert van de oude man over de Dryaden, de Hamadryaden, de Ghilli DuIn de Schotse folklore was de Ghillie Dhu of Gille Dubh een eenzame mannelijke fee. Hij was vriendelijk en terughoudend, maar soms ook wild van karakter. Hij had een zachte toewijding aan kinderen. en de Mama PaduriIn de Roemeense folklore is Muma Pădurii een lelijke en ondeugende of gekke oude vrouw die in het bos woont (in het hart van ongerepte bossen, in een hut of een oude boom). Ze is ook de beschermer van de dieren en planten, brouwt drankjes en helpt gewonde dieren. Ze geneest het bos als het aan het afsterven is en ze houdt ongewenste indringers op afstand door ze gek te maken en bang te maken. Ze kan geassocieerd worden met heksen (zoals de heks uit het verhaal van "Hans en Grietje"), maar ze is een neutraal "wezen" dat alleen schade toebrengt aan degenen die het bos schade toebrengen. Soms heeft ze het vermogen om van vorm te veranderen. die leven in de bomen. De nixen, Jenny GreenteethJenny Greenteeth (ook bekend als Wicked Jenny, Ginny Greenteeth of Grinteeth) is een figuur in de Engelse folklore. Als rivierheks, vergelijkbaar met Peg Powler en afgeleid van de grindylow, trok ze kinderen of ouderen het water in en verdronk ze. De naam wordt ook gebruikt om vijverkruid of kroos te beschrijven, dat een ononderbroken mat over het oppervlak van een kleine watermassa kan vormen, waardoor het misleidend en potentieel verraderlijk wordt, vooral voor onoplettende kinderen., ShellycoatIn de Schotse en Noord-Engelse folklore is een shellycoat een soort boeman die in rivieren en beken rondspookt. De naam komt van de schelpenjas die deze wezens zouden dragen, die rammelen bij beweging. en Grwagedd AnnwnGwragedd Annwn (ook wel bekend als Dames of the Lower Region, Dames of Elfin Land of Wives of the Lower World) zijn prachtige vrouwelijke feeën die leven onder meren en rivieren die voorkomen in de Welshe folklore. Ze worden gerekend tot de Tylwyth Teg of het Welshe sprookjesvolk. leven in het water. Diep in de grond leven de Knockers, de PechtsDe pech waren een soort kabouterachtige wezens in de Schotse mythologie. Ze waren klein van stuk, maar extreem sterk. Ze brouwden heidebier en vochten tegen de Schotten. en de Coblynau. En op en rond de opgerichte stenen in de Moor leven de pixies, de leprechaun, de fliaths en de trowsEen trow (ook trowe, drow of dtrow) is een kwaadaardige of ondeugende fee of geest in de folkloristische tradities van de Orkney- en Shetland-eilanden. Trows kunnen soms worden beschouwd als monsterlijke reuzen, of juist het tegenovergestelde, kleingestalte feeën gekleed in het grijs. Trows zijn nachtdieren, zoals de trol uit de Scandinavische legende waarmee de trow veel overeenkomsten vertoont. Ze verlaten hun 'trowie knowes' (woningen op een aarden heuvel) uitsluitend 's avonds en gaan vaak huishoudens binnen terwijl de bewoners slapen. Trows hebben van oudsher een voorliefde voor muziek, en volksverhalen vertellen over hun gewoonte om muzikanten te ontvoeren of naar hun holen te lokken. Het werd als taboe beschouwd om over trows te spreken. Het werd ook als ongelukkig beschouwd om een trow te zien, hoewel het veelbelovend was om er een te horen spreken.. In de moestuinen zijn de kabouters en de mannikins te vinden en op de heuvels wonen de Hobgoblins de Far DarrigsEen Far Darrig of Fear Dearg is een fee uit de Ierse mythologie. De naam far darrig is een Engelstalige uitspraak van de Ierse woorden Fear Dearg, wat Rode Man betekent (aangezien de Far Darrig een rode jas en pet zou dragen). Ze worden ook wel Rattenjongens genoemd, omdat ze nogal dik zijn, een donkere, harige huid, lange snuiten en magere staarten hebben. en de Sidhe. De geest van Puck adem je in, zo leert Scrubby van de oude man. Ook leert hij dat de wezentjes niet wegvluchten als je ze bij de ware naam noemt. Als Scrubby op een avond terug gaat naar huis, ziet hij Sheela dansen met myserieuze wezens. Ze vertelt dat ze alleen was en samen gaan ze naar huis.
Het weer verslechterd en de oogsten mislukken. Veel dorpelingen trekken weg en er zijn mensen uit de grote stad die dorpelingen willen rekruteren voor het werk aldaar. De zoon van wijlen squire Ingolsby pleegt zelfmoord in King's Head en lijkt vervloekt te zijn. De nieuwe eigenaar wil alles verkopen en daarom moeten de overgebleven mensen ook vertrekken uit het dorp. Scrubby neemt afscheid van de natuur en de oude man en hij krijgt een steen aan een leren koordje van hem mee als herinnering. De hele familie arriveert in Londen, hier sterven mensen van de honger of worden ziek van de smog. Er is veel misdaad en armoede. De familie komt terecht in een krot aan Buck's Row en vader en Sheela werken hard in een fabriek. Scrubby praat met de dieren en de planten in de stad, hij staat al snel bekend als de straatkabouter. Hij wil naar Kensington Gardens en hij ziet de Serpentine. Hij hoort een dame praten en komt er zo achter dat het eilandje het 'Elfeneiland' wordt genoemd. Als hij hier naar toe gaat, ontmoet hij een oude man. Op weg naar huis wordt hij aangesproken door het rijke meisje dat bij de dame in het park was en hij vertelt dat hij naar East End gaat. Als het donker wordt, ziet Scrubby veel ellende op straat. Hij schrikt als hij Mary mee ziet gaan met een mysterieuze figuur, dit lijkt dezelfde man te zijn die met de zoon van squire Ingolsby in King's Head. Ook is hij getuige van een bijeenkomst van mensen die willen protesteren in Hyde Park, tot zijn verbazing is zijn vader degene die de opstand leidt. Op zondag 13 november 1887, Bloedige Zondag, loopt het protest uit de hand en er wordt geschoten door soldaten. Opnieuw ziet Scrubby de mystieuze man als zijn vader wordt geraakt. Hij volgt de man en ziet dan raven bij een standbeeld, ze vliegen naar de opgerichte stenen van Dartmoor en er opent een lichtgevende poort.
De Boeman