Het Muséum national d'histoire naturelle (MNHN) is een natuurhistorisch museum dat gevestigd is in verschillende steden in Frankrijk. In 1793 is het museum formeel opgericht. Samen met het Natural History Museum in Londen, VK, en het National Museum of Natural History (Smithsonian Institution) in Washington D.C., VS, behoort het tot de musea met de grootste natuurhistorische collecties in de wereld.
Het museum houdt zich bezig met tentoonstellingen voor het publiek, het geven van onderwijs en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek op vele terreinen.
Onderdelen thumb|Binnen de Grande Galerie de l'Évolution thumb|Plattegrond van het Muséum national d’histoire naturelle in Parijs, op . thumb|MNHN-vestigingen in Frankrijk.
Het Musée de l'Homme is een antropologisch museum dat valt onder het MNHN. Ook de Jardin des Plantes en de Parc Zoologique de Paris vallen onder het MNHN. Het museum organiseert permanente tentoonstellingen in de Jardin des Plantes. De volgende onderdelen maken deel uit van het MNHN: Rocquencourt (Yvelines) Arboretum de Chèvreloup Parijs Jardin des Plantes met de volgende permanente tentoonstellingen: Galerie de Minéralogie et de Géologie Galerie de Paléontologie et d'Anatomie comparée Grande Galerie de l'Évolution Ménagerie du Jardin des Plantes Musée de l'Homme Parc Zoologique de Paris Samoëns Jardin alpin La Jaÿsinia Menton Jardin botanique exotique du Val Rahmeh Concarneau Marinarium de Concarneau Les Eyzies-de-Tayac-Sireuil Abri Pataud Clères Parc zoologique de Clères Obterre Réserve de la Haute-Touche
Collectie thumb|Schedel van Arsinoitherium zitteli thumb|Reconstructie van de dodo (Raphus cucullatus) thumb|Akkerwinde (Convolvulus arvensis) in de Jardin des Plantes thumb|Grijze kroonkraan (Balearica regulorum) in de Ménagerie du Jardin des Plantes thumb|Kop van Moai van Paaseiland in het Musée de l'Homme thumb|Kleine panda (Ailurus fulgens) in het Ménagerie du Jardin des Plantes
Het museum beschikt over collecties met betrekking tot paleontologie, geologie, mineralogie, meteorieten, botanie, zoölogie, prehistorie, antropologie, etnobiologie en chemie. Volgens schattingen bestaat de collectie uit meer dan 60 miljoen items.
Er is een microscopische collectie, waaronder micro-organismen (onder meer gisten, algenprotisten, bacteriën), schimmels, geleedpotigen (onder meer spinachtigen, kreeftachtigen, duizendpotigen), wormen, mariene ongewervelden, cellen en weefsels (van zoogdieren, vogels en andere gewervelden), zaden en stuifmeel, micropaleontologische objecten, mineralogische objecten, entomologische objecten en geologische objecten.
Het museum beschikt over een collectie schimmels, waarvan de oudste specimens rond 1700 zijn verzameld door Sébastien Vaillant. De collectie bestaat uit een herbarium (500.000 specimens), een mycologische referentiecollectie (4000 levende stammen) en wasmodellen (420 exemplaren, gemaakt door André-Pierre Pinson).
De collectie algen bestaat uit een herbarium (570.000 gedroogde exemplaren) en een referentiecollectie van levende exemplaren (1000 geïdentificeerde stammen). De oudste exemplaren zijn rond 1700 verzameld door Sébastien Vaillant in de omgeving van Parijs. Ook zijn er tekeningen en aquarellen met betrekking tot fycologie (studie van algen).
De collectie mossen bestaat uit 900.000 herbariumspecimens. De collectie korstmossen bestaat uit 500.000 specimens die worden bewaard in het herbarium en als microscopische preparaten. De oudste exemplaren zijn verzameld in de achttiende eeuw.
De collectie vaatplanten bevindt zich in het herbarium en in de vorm van levende collecties in de broeikassen en de tuinen. De levende collectie vindt haar oorsprong in de in 1635 gecreëerde Jardin du Roi. De herbariumcollectie bevat specimens die vanaf de zeventiende eeuw zijn verzameld door wetenschappers als Joseph Pitton de Tournefort, Sébastien Vaillant, de familie De Jussieu, Michel Adanson en Jean-Baptiste de Lamarck. Het herbarium van het museum heeft met ruim acht miljoen specimens het grootste aantal specimens van vaatplanten van alle herbaria in de wereld. De herbariumcollectie neemt toe met 13.000 tot 14.000 specimens per jaar. De collectie omvat 290.000 van de 320.000 bekende soorten vaatplanten. Ook is er een zaadbank.
De collectie neteldieren omvat kwallen, koralen en zeeanemonen. Deze collectie vindt haar basis onder Lodewijk XIII van Frankrijk in de periode van de Cabinet du Roi. De specimens zijn gedroogd of worden bewaard in alcohol.
Het museum beschikt over een collectie van circa 5 miljoen specimens van weekdieren. De collectie omvat mariene, terrestrische (op het land levende) en in zoetwater levende weekdieren. De oorsprong van deze collectie ligt in de achttiende eeuw. De collectie bevat vooral veel soorten uit de diepzee. De specimens worden in droge toestand of in alcohol bewaard. Het museum heeft een schelp van de doopvontschelp.
De collectie kreeftachtigen, duizendpotigen en spinachtigen vormt een geheel en omvat de geleedpotigen die niet tot de insecten behoren. De eerste collectie werd in de negentiende eeuw gevormd. De collectie omvat onder meer spinnen (2,5 miljoen individuen, 25.000 geïdentificeerde soorten van de 40.000 die in de wereld zijn geclassificeerd), schorpioenen, bastaardschorpioenen, hooiwagens en mijten. De collectie kreeftachtigen omvat 90.000 exemplaren. De collectie duizendpotigen en fluweelwormen omvat een miljoen specimens, die 5000 soorten representeren. De collectie bestaat uit gedroogde of in alcohol bewaarde specimens.
Het museum heeft een collectie insecten van circa 40 miljoen specimens. De collectie omvat kevers (17 miljoen specimens), waarvan de eerste exemplaren rond 1760 werden verzameld. De collectie vlinders (3 miljoen specimens) omvat exemplaren van twee eeuwen oud. De collectie Hemiptera omvat meer dan 7 miljoen specimens. De collectie Orthoptera omvat circa 741.800 specimens. De collectie tweevleugeligen omvat circa 6.150.000 specimens. De collectie Apterygota omvat enkele honderdduizenden specimens. De collectie vliesvleugeligen omvat bijna een miljoen specimens. De collectie omvat gedroogde insecten en insecten in alcohol. Ook zijn er insecten in barnsteen in de collectie aanwezig. Levende insecten zijn te zien in de Ménagerie du Jardin des Plantes.
De collectie stekelhuidigen omvat zee-egels, zeesterren, zeekomkommers en Crinoidea. De oudste specimens werden in 1758 in de Caraïben verzameld. De collectie bestaat uit circa 490.000 exemplaren.
Het museum bezit een collectie sponsdieren die bijna 10.000 soorten omvatten. De meeste soorten zijn marien. De meeste specimens worden in alcohol bewaard. Sommige specimens zijn gedroogd.
De collectie wormen en andere kruipende dieren is een heterogene collectie en omvat specimens die nog door Jean-Baptiste de Lamarck (1744-1829) zijn verzameld. De collectie omvat rondwormen, ringwormen, platwormen zakpijpen, mosdiertjes, armpotigen, meiofauna en parasitaire wormen. De specimens worden bewaard in alcohol of formaldehyde en in platen.
Het museum heeft een collectie zoogdieren die in de gehele wereld is verzameld. De oudste specimens dateren uit het midden van de achttiende eeuw. Sommige exemplaren komen uit de collectie van Georges Louis Leclerc de Buffon, waaronder zijn tamme chimpansee Joco. Het oudste object is een bot van een giraffe dat dateert uit de periode van Lodewijk XIII van Frankrijk. De collectie omvat 130.000 specimens en 1100 typen. Levende cellen worden bewaard door middel van cryopreservatie. Ook is er een collectie weefsels die worden bewaard in alcohol. Levende zoogdieren zijn te zien in het Ménagerie du Jardin des Plantes, de Parc zoologique de Paris, de Parc zoologique de Clères en de Réserve de la Haute-Touche.
De collectie vissen omvat zoet- en zoutwatervissen. Er zijn gemummificeerde exemplaren in de collectie die tijdens het bewind van Napoleon Bonaparte uit de Egyptische piramiden zijn gehaald. De collectie vindt haar ontstaan in de achttiende eeuw, vooral door de inspanningen van Georges Cuvier. De collectie bestaat uit 400.000 niet-levende, dierlijke specimens die bijna 13.000 soorten omvatten. De collectie omvat hele vissen in alcohol, gedroogde huiden en droge exemplaren op sokkels. Levende vissen zijn te zien in het aquarium van de Marinarium de Concarneau.
De collectie amfibieën vindt haar oorsprong in de periode van het Cabinet du Roi van Lodewijk XIII. De collectie omvat circa 170.000 specimens die de helft van de bekende soorten omvatten. De dieren zijn geconserveerd in alcohol of bewaard in de vorm van geprepareerde skeletten, weefsels en huiden. Levende amfibieën zijn te zien in de Ménagerie du Jardin des Plantes.
De collectie reptielen bestaat uit 130.000 specimens. De oudste specimens stammen uit de periode van de Cabinet du Roi. Het oudste object is een exemplaar van de uitgestorven schildpad Cylindraspis indica die is verzameld in Réunion en in 1676 is geprepareerd. De specimens worden bewaard in alcohol, zijn opgezet of bestaan uit botten en skeletten. In de Ménagerie du Jardin des Plantes zijn levende reptielen te zien.
Het begin van de collectie vogels ligt in 1795. De collectie omvat circa 130.000 vogelhuiden, waaronder 2500 typen. Ook zijn er 30.000 opgezette vogels, 6.000 skeletten, in alcohol geconserveerde vogels, vogelnesten en eieren. Circa 50% van de 10.000 bekende vogelsoorten zijn in de collectie vertegenwoordigd. Levende vogels zijn te zien in het Ménagerie du Jardin des Plantes, de Parc zoologique de Paris, de Parc zoologique de Clères en de Réserve de la Haute-Touche.
De prehistorische collectie omvat antropologische specimens die vanaf het midden van de negentiende eeuw zijn verzameld. De oorsprong van de objecten omvat de periode van 2,5 miljoen tot 3.000 jaar geleden. De collectie omvat meer dan 2 miljoen items die afkomstig zijn uit archeologische opgravingen en kopieën van primitieve kunst (reproducties van tekeningen en gravures op rotswanden uit het Laat-paleolithicum en het Neolithicum). Een derde deel van de objecten komt uit Afrika, een derde komt uit Frankrijk en een derde komt uit de rest van de wereld. De collectie wordt bewaard in het Musée de l'Homme, het Institut de Paléontologie humaine en in Abri Pataud.
De collectie biologische antropologie omvat fossielen uit het Europees Paleolithicum. Fossielen van de cro-magnonmens en de neanderthaler zijn in de collectie aanwezig. De eerste collectie (een aantal anatomische preparaten, pathologische weefsels en wasmodellen) maakten deel uit van het Cabinet de curiosités (rariteitenkabinet) uit 1635. De huidige collectie omvat circa 26.000 items of groepen van items die in alle continenten zijn verzameld. Een aantal Franse objecten werden gevonden tijdens bouwprojecten onder leiding van Georges Eugène Haussmann. De collectie omvat beenderen, mummies, beelden, objecten van was en anatomische preparaten. Het grootste deel van de collectie bevindt zich in het Musée de l'Homme.