miniatuur|Apeldoorn in de 17e eeuw door Jacob van Ruisdael miniatuur|Topografische kaart van Apeldoorn (woonplaats), sept. 2014 alt=Oranjepark|miniatuur|Oranjepark Apeldoorn () (Nedersaksisch: Apeldoorne) is een stad in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. De stad telde per inwoners. Omdat Ugchelen officieel wordt gerekend tot de wijk Apeldoorn Zuidwest, bedraagt het inwonertal van het stedelijk gebied rond de 150.000 inwoners. Apeldoorn ontwikkelde zich pas vanaf begin 20e eeuw tot een van de grotere plaatsen van het land. De gemeente telt inwoners (bron: CBS).

Apeldoorn is met Deventer en Zutphen een van de hoofdplaatsen in een samenwerkingsregio van gemeenten in de provincies Gelderland en Overijssel die bekendstaat als de Stedendriehoek. Apeldoorn staat bekend om zijn stadsparken en zijn 'groene' karakter. Kenmerkend is de Apeldoornse huisjes-structuur, met veel monumentale en vrijstaande woningen en relatief weinig hoogbouw. Met ongeveer 100.000 arbeidsplaatsen is Apeldoorn een belangrijk werkgelegenheidscentrum in Midden- en Oost-Nederland.

Geschiedenis De geschiedenis van Apeldoorn gaat terug naar het jaar 792 toen het als "villa ut marca Appoldro" werd genoemd in een schenkingsakte.

Het is ontstaan aan de rand van het hoge middendeel van de Veluwe, een plaats die in de vroege middeleeuwen geschikt was voor landbouw. Het was een plaats waar de grond licht genoeg was om te bewerken en waar ook voldoende water aanwezig was. Het eerste deel van de naam is de vroegmiddeleeuwse vorm apa 'water', die ook voorkomt in o.a. Appen, Epe, Wezep en Wilp. Apeldoorn ligt in een concentratie van apa-namen. Het tweede deel is ontstaan uit de vorm treo, 'boom'. De oorspronkelijke betekenis van Apeldoorn en ook van o.a. Appeltern in de Betuwe en van Appeldorn in Noordrijn-Westfalen, was ongeveer 'bij een water staande bomen'.D. Otten, Het plaatsnamenboek van de Veluwe (1992)

In het begin en de eeuwen daarna was Apeldoorn een klein dorpje, dat bestond uit een paar huizen. Toen tegen het einde van de 16e eeuw de papierindustrie op gang kwam, groeide Apeldoorn snel. In 1684 kocht Willem III van Oranje het huis Het Loo en liet daarnaast Paleis Het Loo bouwen omdat Apeldoorn centraal in een jachtgebied lag. Daarna hebben meerdere leden van de koninklijke familie het paleis bewoond, tot het overlijden van koningin Wilhelmina. Ook Lodewijk Napoleon zou Paleis Het Loo als zomerresidentie gebruikt hebben. Paleis Het Loo is sinds 1984 een museum.

Om de werkgelegenheid en economie en daarmee de groei van Apeldoorn een duwtje in de rug te geven, liet koning Willem I uit eigen middelen het Apeldoorns Kanaal graven, dat loopt van de IJssel bij Hattem naar Apeldoorn en dat gereed kwam in 1829. Later, in 1868, werd dit kanaal doorgetrokken naar Dieren waar het ook weer aansluit op de IJssel. Het noordelijk deel volgt in grote lijnen het in de middeleeuwen aangelegde kanaaltje De Grift. Tegelijk schonk koning Willem I een derde deel van het benodigde kapitaal voor de aanleg van een grindpad (grotendeels langs het kanaal), dat de reistijd tussen Arnhem en Zwolle aanzienlijk verkortte. In 1876 werd Apeldoorn aangesloten op het landelijk spoorwegennet. Dit laatste zorgde voor een toename van de bedrijvigheid, maar het belang van het Apeldoorns Kanaal nam daarmee af. In 1962 werd het noordelijk deel gesloten, gevolgd door het zuidelijk deel in 1972.

Tweede Wereldoorlog Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad gespaard voor grote oorlogsschade. Wel startten de deportaties van Joden er vroeger dan elders.

Deportaties van Joden In oktober 1941 registreerde de overheid volgens het Joods Historisch Museum in Apeldoorn 1549 Joden.Joodse gemeenten: Apeldoorn, Joods Cultureel Kwartier. Geraadpleegd op 17 januari 2022 Onder hen waren een groot aantal vluchtelingen en ook patiënten en verplegend personeel van de twee Joodse verpleeginrichtingen in de stad. De arrestaties en deportaties begonnen in Apeldoorn al vroeg, in oktober 1941. In de loop van 1942 werden de meeste Joodse bewoners van Apeldoorn gedeporteerd. Begin januari 1943 moesten de overgeblevenen naar Het Apeldoornsche Bosch. Van de oorspronkelijke Apeldoornse Joden overleefden 592 de oorlog niet. Er is een monument aan hen gewijd.

In 1909 was aan de Zutphensestraat, die toen nog buiten Apeldoorn lag, een groot Joods psychiatrisch ziekenhuis verrezen, Het Apeldoornsche Bosch. Onder persoonlijk toezicht van de SS'er Ferdinand aus der Fünten en kampcommandant Albert Gemmeker werden in januari 1943 de 1200 patiënten van Het Apeldoornsche Bosch, sommigen nog in dwangbuis, anderen onder de medicijnen of in blinde paniek, in kiepwagens naar het station gebracht, waar ze een klaarstaande goederentrein in werden gedreven. De bestemming was Auschwitz, waar ze onmiddellijk zijn vermoord. Een klein deel van het personeel ging met deze trein mee, de overige personeelsleden werden met de nog in Apeldoorn verblijvende andere Joden naar Kamp Westerbork gebracht.

Nieuw regeringscentrum In 1942 had Seyss-Inquart uit veiligheidsoverwegingen besloten dat Apeldoorn het regeringscentrum moest worden en dat alle belangrijke diensten Den Haag zouden verlaten om in Apeldoorn of omgeving, zoals in Velp, Arnhem en Nijmegen, te worden gehuisvest.Overal in Gelderland nog donkere sporen WO II aanwezig: 200 locaties in kaart, AD.nl, 4 mei 2019. Gearchiveerd op 17 maart 2021. Bij een eventuele invasie vanuit zee zouden de diverse diensten dan nog tijd hebben zich terug te kunnen trekken naar het binnenland van Das Reich. Aanvankelijk werd dit plan door Himmler tegengehouden, maar in 1943 vertrokken toch de eerste diensten naar Apeldoorn, gevolgd in 1944 door meer diensten.

Hoofdkwartier Seyss-Inquart In Apeldoorn was gedurende de tweede helft van de oorlog het hoofdkwartier van het Duitse opperbevel in een villa aan de Loolaan gevestigd. Arthur Seyss-Inquart en Hanns Rauter hebben hier kantoor gehouden, toen ze het in Den Haag te gevaarlijk vonden worden. In de tuin liet Seyss-Inquart in 1943 vóór zijn vestiging een communicatiebunker bouwen. Deze bunker was kleiner en soberder uitgevoerd dan die in Wassenaar.

Woeste Hoeve Na het begin van de Operatie Market Garden op 17 september 1944, werden Arnhem en de plaatsen in de directe omgeving daarvan geëvacueerd op last van de bezetter. Van de evacués kwamen er ongeveer 30.000 terecht in Apeldoorn, een aanzienlijke belasting voor de stad die aan het begin van de oorlog 70.000 inwoners telde. Er ontstond meteen een voedseltekort. Daardoor pleegde een Apeldoornse verzetsgroep nabij Woeste Hoeve in de nacht van 6 op 7 maart 1945 een onbedoelde aanslag op de hoogste SS'er in Nederland, generaal Hanns Albin Rauter. De bedoeling van het verzet was een Duits legervoertuig te bemachtigen; men wist niet dat Rauter zich in de auto bevond. De verzetsgroep van Geert Gosens kreeg de opdracht om met een vrachtauto het vlees bij een slachterij in Epe op te halen voordat de Duitsers dat zouden doen. Rauter raakte zwaargewond maar overleefde het vuurgevecht. Hij is in Apeldoorn tot het einde van de oorlog verpleegd. De Duitsers lieten als represaille enkele honderden gevangenen executeren, waarvan 117 bij Woeste Hoeve.

Executies en razzia's Op 2 oktober 1944 executeerden de bezetters 8 verzetsmensen en 2 geallieerde vliegers. De lijken werden door de stad verspreid. Diezelfde middag hielden de bezetters een razzia, waarbij elfduizend mannen werden opgehaald voor spitwerk aan de IJssellinie. Van hen werden er vierduizend daadwerkelijk ingezet; de overigen konden weer naar huis. Op 2 december 1944 volgde een tweede razzia, wederom voorafgegaan door executies, nu van twaalf verzetsmensen en één geallieerde vlieger, bij de Koning Willem III-kazerne. De lijken werden nu niet door de stad verspreid. Voor hen werd in 1946 het gedenkteken Het Keienmonument aan de Sportlaan opgericht.

De trein die de dwangarbeiders vervolgens vervoerde, werd op 3 december 1944 door geallieerde jachtbommenwerpers beschoten bij het Duitse dorp Werth, 3 kilometer ten zuiden van de grens met Nederland (de Achterhoek), waarbij 20 doden vielen. Bij deze razzia werden 4.500 mannen afgevoerd naar Rees, eveneens net over de grens in Duitsland, waar zij werden ondergebracht in een steenfabriek. Deze was echter als logies volkomen onbruikbaar.Website dwangarbeiders Apeldoorn. Gearchiveerd op 2 december 2021.

De bevrijding In april 1945, toen de Canadezen Apeldoorn tot aan het Apeldoorns Kanaal wisten te bevrijden, waren de Canadezen van plan de rest van Apeldoorn zwaar te beschieten. De Duitsers waren zich echter al aan het terugtrekken. Om burgerslachtoffers te voorkomen, staken twee verzetsstrijders 's nachts het bewaakte Apeldoorns Kanaal over om de Canadezen hiervoor te waarschuwen. Daardoor kon de stad op 17 april gemakkelijk worden bevrijd door de 48th Highlanders of Canada.ibiblio.org: Official History of the Canadian Army (Vol III, 1955): Chapter XXI: The 1st Corps in the Western Netherlands. 1-22 April 1945, p. 573-576: The Capture of Apeldoorn. Jaarlijks, rond 12 april, worden op de Canadese Begraafplaats in Holten alle gesneuvelde Canadese militairen herdacht. Bij deze herdenking wordt specifiek stilgestaan bij de militairen van het Regiment 48th Highlanders of Canada, vanwege hun belangrijke rol in de bevrijding van de Veluwe en Apeldoorn. Deze herdenking wordt georganiseerd door de 48th Highlanders of Holland Pipes and Drums.

Canadees Bevrijdingsmonument Apeldoorn bezit sinds 2 mei 2000 het Nationaal Canadees Bevrijdingsmonument. Dit is opgericht als hulde voor de grote Canadese bijdrage aan de bevrijding van Nederland. Bijna zesduizend Canadese soldaten verloren daarbij hun leven. Canada en Apeldoorn hebben een bijzondere relatie met elkaar, omdat tegen het eind van de oorlog het laatste Canadese hoofdkwartier in Paleis Het Loo gevestigd was.Canadees Monument. Gearchiveerd op 24 september 2019. Het initiatief tot de oprichting van het monument kwam van Comité Nationaal Canadees Monument. Prinses Margriet onthulde het monument. De grootste Canadese oorlogsbegraafplaats in Nederland ligt in Holten, 40 km naar het oosten.

Bij Dow's Lake in de Canadese hoofdstad Ottawa staat een bronzen replica van het beeld (‘Twin Monument’). Dit gedenkteken is onthuld op 11 mei 2002, eveneens door prinses Margriet.

Oorlogsgraven Op de begraafplaats Heidehof te Ugchelen (gemeente Apeldoorn) liggen op het Brits Ereveld 55 RAF-vliegers en twee andere geallieerde slachtoffers begraven.

Op de Canadese Begraafplaats in Holten zijn in totaal 1.394 Canadese militairen begraven, slachtoffers van bevrijdingsoperaties in Oost- en Noord-Nederland en Noord-Duitsland. Negentien van hen behoorden tot het regiment 48th Highlanders of Canada (betrokken bij de bevrijding van Apeldoorn), onder wie hun commandant Lt-Col Donald MacKenzie. Deze militairen werden aanvankelijk tijdelijk begraven in de dijk bij Wilp en later herbegraven op de begraafplaats in Holten.

Na de oorlog thumb|Walterboscomplex met kantoren van de Belastingdienst Op 7 oktober 1946 kwamen tweeëntwintig leerlingen van de Christelijke H.B.S. om het leven bij een vliegtuigramp.

In de jaren zestig vestigden zich rijksdiensten (Belastingdienst, Domeinen, Kadaster) in Apeldoorn en daarmee ook vele andere bedrijven. Het aantal inwoners groeide weer snel. Daartoe werden in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw de wijken De Maten (30.000 inwoners) en Zevenhuizen (22.000 inwoners) gebouwd. Zevenhuizen bezit de eerste echte hoogbouwwoningen van Apeldoorn.

Op 30 april 2009 werden op Koninginnedag, net tijdens de doortocht van de koninklijke autobus naar Paleis Het Loo, verscheidene toeschouwers aangereden door een auto. Als gevolg van deze aanslag, die vermoedelijk op de koninklijke familie was gericht, vielen acht doden en circa tien gewonden.

Tijdlijn Voor 1600 792: Apeldoorn voor het eerst genoemd in een schenkingsakte → "villa ut marca Appoldro"