Sigmund Romberg, ook: Sigmond Romberg, eigenlijk: Zsigmund Romberg (Nagykanizsa, 29 juli 1887 – Hartsdale (New York), 9 november 1951) was een Amerikaans componist en dirigent van Hongaarse afkomstig uit een Duits Joods gezin. Zijn vader was amateurmuzikant en zijn moeder dichteres.

Levensloop Jeugd en opleiding Romberg begon op zesjarige leeftijd met vioollessen en kreeg vanaf zijn achtste levensjaar pianolessen. Omdat zijn ouders wilden dat hij ingenieur werd, kreeg hij zijn basisopleiding op de Osiek Realschool. Op deze school speelde hij al in het schoolorkest. Na zijn basisopleiding studeerde hij aan het Polytechnisch instituut in Wenen. Tegelijkertijd studeerde hij bij Richard Heuberger compositie. In Wenen beleefde hij de laatste periode van de Weense operette met Franz Lehár, Robert Stolz en Emmerich Kálmán.

Pianist in restaurants Vanuit Wenen vertrok hij eerst naar Londen en van daaruit emigreerde hij in 1909 naar de Verenigde Staten. Hij werd medewerker in een New Yorksese potloodfabriek. Daarna werkte hij voor 15 Amerikaanse dollars per week in een café aan Second Avenue. Hierna volgden andere baantjes als pianist in restaurants. In 1912 werd hij pianist in het chique restaurant Bustanoby's. In het in barokstijl ingerichte restaurant van de Franse gebroeders André en Jacques Bustanoby in de West 39th Street dirigeerde hij een kleine kapel. Het was voor het Amerikaanse publiek ongebruikelijk, dat Romberg iedere avond tijdens zijn voordrachten ook dansmuziek speelde. Mond-tot-mondreclame zorgde ervoor dat de "lobster palace", zoals het restaurant van de Fransmannen in New York genoemd werd, zich ontwikkelde tot een aangenaam rendezvous-trefpunt, wat ook het salaris van Romberg tot 150 dollars per week verhoogde.

Componist voor de Broadway theaters Zijn eerste liederen voor het muziektheater werden gebruikt in de Engelse versie van Das Mitternachtsmädel van Adolf Philipp in 1913. Zij werden vaak uitgevoerd en werden later ook gepubliceerd. Daarmee oogstte hij de interesse van Jake (Jacob J.) Shubert. Van 1912 tot 1914 was Louis Hirsch huiscomponist van de grote en machtige theateronderneming Shubert Brothers. In 1914 nam Hirsch ontslag, om de auteursrechtenorganisatie American Society of Composers, Authors and Publishers (ASCAP) mee op te richten. Lee Shubert (1871-1953) en Jacob J. Shubert (1879-1963), de eigenaren van Shubert Brothers, namen toen de nog jonge componist Romberg aan als opvolger van Hirsch. Zijn debuut in de theaters aan Broadway maakte hij in 1914 met de revue The Whirl of the World in het Winter Garden Theatre. Het succes verzekerde zijn toekomst als Broadway-componist. In 1917 had Romberg al meer dan 300 liederen voor 17 musicals en revues afgeleverd. Onder deze theaterwerken waren verschillende uitgaven van The Passing Show (1917, 1918 en 1919) en in 1915 de operette The Blue Paradise, voordat hij zijn eerste grote topper schreef Auf Wiedersehen (tekst: Herbert Reynolds). Hij schreef ook verder voor de Shubert Brothers muziektheaterwerken en revues, maar zijn grootste successen bereikte hij met operettes in de Europese traditie.

Romberg arrangeerde de operette Wie einst im Mai van Walter Kollo helemaal voor de Verenigde Staten. De titel werd in Maytime veranderd en het verhaal werd van Berlijn naar New York verplaatst. Het lied Will You Remember? werd een hit. Na de première op 16 augustus 1917 volgden 492 uitvoeringen. Romberg was ook medeproducent en Adele en Fred Astaire verleenden hun medewerking. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog diende hij in het amusementsonderdeel van het leger van de Verenigde Staten.

Successen na de Eerste Wereldoorlog De eerste vijf musicals na de Eerste Wereldoorlog vonden maar weinig waardering bij het publiek, maar in september 1921 verwerkte hij het tragische leven van Franz Schubert onder de titel Blossom Time in een operette, waarmee hij in het Ambassador Theatre weer succes had. Deze operette is deels gebaseerd op Das Dreimädelhaus van Heinrich Berté. Op 2 december 1924 ging in het Jolson's 59th Street Theatre in New York The Student Prince in première. Deze operette was gebaseerd op het toneelstuk Alt Heidelberg van Wilhelm Meyer-Förster en werd door Dorothy Agnes Donnelly in een prima libretto omgezet. Deze tragische operette, een vorm die Romberg van Franz Léhar overgenomen had, speelde zich af tegen de nostalgische achtergrond van Heidelberg en werd in de Verenigde Staten een kassakraker. Verdere successen waren de operettes The Desert Song (1926) en The New Moon (1928) alsook de musicals My Maryland (1927) en Rosalie (1928).

Filmmuziek Zijn eerste filmmuziek schreef hij voor The Desert Song (1929) van regisseur Roy Del Ruth (1893-1963) en andere Hollywoodproducties volgden. Alhoewel zijn Broadway-musicals in de jaren 30 meestal niet bij het publiek aansloegen, werden veel van zijn filmliederen hits, bijvoorbeeld Lover Come Back to Me (tekst: Oscar Hammerstein II) uit de film New Moon (1931), When I Grow Too Old to Dream uit The Night Is Young (1935) en Who Are We to Say uit de Western The Girl of the Golden West (1938).

In 1941 werd Romberg door William Morris gevraagd een orkest samen te stellen, dat kort na de Japanse Aanval op Pearl Harbor op tournee ging. De eerste drie concertreizen waren een financieel fiasco. De vierde concertreis begon 1943 in Carnegie Hall en werd echter een buitengewoon groot succes.

Terug aan de Broadway In 1945 ging op Broadway de laatste Romberg-musical van start, die weer een kaskraker werd, Up In Central Park, naar een libretto van Herbert en Dorothy Fields.

Levenseinde Kort nadat hij de muzikale komedie The Girl In Pink Tights voltooid had, overleed Sigmund Romberg. Hij werd begraven op de Ferncliff Cemetery in Hartsdale, Westchester County (New York), waar ook vele andere bekende Amerikanen hun laatste rustplaats gevonden hebben.

Composities Werken voor orkest Leg of Mutton Onestep Some Smoke, Onestep

Werken voor harmonieorkest 1921: Ouverture tot "Blossom Time" 1926: Ouverture tot "The Dessert Song" 1927: Your Land and my Land 1940: Ouverture tot "The New Moon" 1940: Ouverture tot "The Student Prince"

Muziektheater Operettes (meestal geadapteerd) Voltooid in titel aktes première libretto 1916 The Girl from Brazil; van: Robert Winterberg (1884-1930) "Die schöne Schwedin" 30 augustus 1916, New York, Winter Garden Theatre Edgar Smith, naar het original van Julius Brammer en Alfred Grünwald 1916 Her Soldier Boy; van: Emmerich Kálmán, "Der gute Kamerad" 2 aktes 6 december 1916, New York, Astor Theatre Rida Johnson Young (1869-1926), origineel: Károly Bakonyi (1873-1926) en Victor Léon (1860-1940) 1917 My Lady's Glovevan: Oscar Straus (1870-1954), "Die schöne Unbekannte" 2 aktes en epiloog 18 juni 1917, New York, Lyric Theatre Edgar Smith en Edward A. Paulton, origineel: Leopold Jacobson (1878-1943) en Leo Stein 1917 Maytime; van: Walter Kollo, "Wie einst im Mai" 4 aktes 16 augustus 1917, New York, Sam S. Shubert Theatre Rida Johnson Young en Cyrus Wood (1889-1942) 1922 The Rose of Stamboul;van: Leo Fall, "Die Rose von Stambul" 3 aktes 7 maart 1922, New York, Century Theatre Harold Atteridge, origineel: Julius Brammer en Alfred Grünwald 1924 The Student Prince 2 december 1924, New York, Jolson's 59th Street Theatre Dorothy Donnelly 1926 The Desert Song 30 november 1926, New York, Casino Theatre Otto Harbach (1873-1963), Oscar Hammerstein II en Frank Mandel (1884-1958) 1927 My Princess 4 aktes 6 oktober 1927, New York, Sam S. Shubert Theatre Dorothy Donnelly naar "The Proud Princess", een sprookje van Edward Sheldon (1886-1946) en Dorothy Donnelly

Musicals