Crossdressing is het dragen van kleren die gewoonlijk worden gedragen door de andere sekse. Vroeger gebruikte men de term travestie, maar deze wordt tegenwoordig als pejoratief beschouwd.
Crossdressing speelt bewust met de normen, wetten en verwachtingen voor het uiterlijk en het gedrag van de genders. Vested Interests: Cross-dressing and Cultural Anxiety (1991), M. Garber Men kan om verschillende redenen aan crossdressing doen. Soms wil de crossdresser voor iemand van de andere sekse doorgaan, een vorm van passing. Dat kan tijdelijk om een genderidentiteit uit te drukken of permanent als deel van een transseksuele identiteit. Soms wil de crossdresser juist verschillende categorieën laten botsen, als onderdeel van een seksuele fetisj. In het verleden werd crossdressing door sommigen ook gebruikt om een (homoseksuele) geaardheid uit te drukken. De meeste crossdressers identificeren zichzelf echter als heteroseksueel. Transvestites and Transsexuals (1976), D. Feinbloom Boys Will Be Girls (1982), J.T. Talamini Transvestites and Transsexuals: Toward a Theory of Cross-Gender Behavior (1988), R.F. Docter
Daarnaast is crossdressing vaak niet-expressief en niet-seksueel. Het gaat dan om een vermomming, eventueel voor theater, carnaval of ander entertainment. Deze vorm van crossdressing kan zonder pejoratieve bijklank aangeduid worden als drag. Verschillende groepen nemen daar echter aanstoot aan omdat de term een fetisjistisch karakter benadrukt.
De praktijk komt in de geschiedenis voor in verschillende samenlevingen, zowel in het Westen als in de Nieuwe Wereld en ook in Azië: in Japan bestaat het verschijnsel onder de specifieke naam otokonoko (実業之日本社). Crossdressing verwierf culturele zichtbaarheid in renaissancetoneel, als trope in modernistische literatuur en in film. Hoewel de link met sekse/gender domineert, toetst de overschrijding van kledingnormen ook grenzen van stand, klasse, ras en etniciteit af.
Motieven voor crossdressing Een persoon kan recreatief aan crossdressing doen, zoals in dragshows. Die hobby kan bestaan uit opzettelijk groteske verkleedstijlen, zoals bij dragqueens en dragkings, of uit meer realistische representaties, zoals bij imitatoren van beroemdheden. Mensen die crossdressing als hobby zien, distantiëren zich geregeld van seksuele en aan gender gerelateerde interpretaties. Crossdressing als centrale act in entertainment werd een gevestigd deel van de Westerse cultuur in de 19e eeuw. Eerder was het gebruikelijk dat ook de vrouwenrollen op het toneel door mannen werden gespeeld, zoals in de stukken van Shakespeare tijdens de renaissance. De sociale normen worden soms gebruikt om controle uit te oefenen over de eigen identiteitsbeleving. Writing/Transvestism (1973), S. Sarduy Voor transgenders, en anderen die onvoldoende hebben aan de (traditionele) beleving van hun geslacht toegewezen bij geboorte, kan crossdressing deel uitmaken van hun genderexpressie. Soms kiezen zij er voor om permanent van genderexpressie te veranderen. Dit kan deel zijn van een therapeutische transitie naar het andere geslacht, zoals dat het geval is voor transseksuelen. Nog anderen kiezen voor een nonbinaire genderexpressie, dit kan bijvoorbeeld betekenen dat ze wisselend kiezen voor een meer vrouwelijke of mannelijke genderexpressie,of dat ze permanent kiezen voor een meer androgyne kledingstijl. Een meer subversief bedoelde stijl die opzettelijk aspecten van traditioneel mannelijke en vrouwelijke kleding mengt komt ook voor. Crossdressing kan een seksueel fetisjisme zijn. Het gekleed gaan als iemand van het andere geslacht heeft dan een erotische functie. Het bezorgt de crossdresser seksuele opwinding en/of ander genot. Deze ervaring kan uitgaan van de kennis een grens te overschrijden, van bewust 'op een foute plaats' te zijn. Het kan ook samen hangen met de erotisering van de kledingstukken zelf. Dan is de proximiteit van het object de fetisj. Vaak gaat het in dat geval om kledij met een erotische connotatie, zoals korsetten voor mannen of snorren voor vrouwen. Observing the Erotic Imagination (1985), R.J. Stoller Hoewel (overschrijding van) de gendernorm cruciaal is, drukt het fetisjisme niet noodzakelijk een wens uit om deel te zijn van de andere sekse. De psychoanalyse benadrukt voor mannelijke crossdressers zelfs het belang van én man te zijn én vrouwenkledij te dragen. The Masculine Protest as the Nuclear Problem of Neurosis (1911), A. Adler On Fetishism (1927), S. Freud The Signification of the Phallus (1977), J. Lacan Het overschrijden van stijlnormen wordt soms gebruikt om andere (niet-gender) aspecten van de identiteit te tonen of te verbergen. Homoseksuelen als Oscar Wilde en Quentin Crisp maakten hun geaardheid zichtbaar door zich een vrouwelijke stijl aan te meten. The Naked Civil Servant (1983), Q. Crisp Vrouwen in hogere klassen emancipeerden zich dan weer door elementen uit de herenmode op te nemen. A Restricted Country (1987), J. Nestle Voorbeelden zijn vrouwen uit de bedrijfswereld die een pak of stropdas dragen Patterns (New York Times, 28 juni 1988), W. Hochswender, of de kledingkeuze van modeontwerpster Coco Chanel rond 1930: een marinière en een brede lange broek. Gender wordt zo als relevante categorie uitgewist, ten voordele van seksualiteit of klasse. Indien er een evolutie naar een uniseks kledingstijl volgt, zoals voor de broek, wordt de initiële crossdressing onzichtbaar. Het kopiëren van stijl is hier een middel voor vooruitgang, eerder dan een kritisch engagement met de norm. Dit maakt dat er kritiek is vanuit feminisme, genderstudies en queer theory.
Crossdressing door de tijd heen thumb|Een groep hijra in Bangladesh. Hijra zien zich als een derde gender eerder dan crossdressers thumb|Legerarts James Barry (links) was als vrouw geboren, maar ging als man door het leven thumb|Chevalier d'Eon had een androgyn uiterlijk en ging sinds 1777 permanent als vrouw gekleed thumb|Filmster Marlene Dietrich in een mannelijke outfit bestaande uit pak, broek en stropdas
Seksespecifieke kledingvoorschriften komen in de geschiedenis voor in vrijwel alle culturen. Als die normen overschreden worden, spreken we van crossdressing. Omdat crossdressing steunt op lokale noties van sekse en gender, worden niet-westerse mensen met een derde gender soms onterecht als crossdressers gezien. Voorbeelden zijn de hijra in Zuid-Azië, de metis uit Nepal en de fa'afafine op Samoa. Met de binaire genderopdeling van het westen als de norm lijken deze groepen soms crossdressers, transgenders of homoseksuelen. In hun eigen cultuur worden ze echter gezien als een aparte genderidentiteit die volgens de norm gekleed gaat. Wie (schijnbare) crossdressing interpreteert dient dus rekening te houden met verschillende verwachtingen, zowel tussen culturen als doorheen de tijd.
Vroegmoderne kledingvoorschriften In de moderne westerse geschiedenis ging crossdressing aanvankelijk over stand. In de late middeleeuwen en de renaissance verboden wetten tegen de weelde de consumptie van goederen, waaronder kledij, boven iemands plaats in de sociale rangorde. Zulke wetten vonden in Engeland ingang onder de Tudors. Er waren gelijkaardige voorschriften in Frankrijk en in Duitse en Zwitserse stadstaten. Gender was slechts een secundair aspect. Mannen die te veel weelde toonden werden wel verweten verwijfd te zijn. De wetten zelf, die gedetailleerd oplijstten wie wat aan mocht, maakten ook een onderscheid tussen kledij voor mannen en vrouwen. Enforcing Statutes of Apparel (1574), Elizabeth I. Gearchiveerd op 4 augustus 2022.
Ondanks de voorschriften was het niet ongewoon om gekleed te gaan als iemand van het andere geslacht. Zo werden in het renaissance-theater van William Shakespeare alle rollen door mannen gespeeld. Venetiaanse prostituees en courtisanes gingen toen als mannen gekleed. Habiti antichi e moderni di tutto il mondo (1590), C. Vecellio Deze crossdressing hing wel samen met een specifieke rol en vaak ook een plaats aan de rand van de maatschappij.
De emancipatie van sekse Sekse kwam meer op de voorgrond wanneer vrouwen toegang zochten tot instituties en rollen die voor mannen waren. Er zijn talloze voorbeelden van vrouwen die zich als man kleedden en gedroegen om toegang te krijgen tot een mannenwereld. Een voorbeeld is het piratenduo Anne Bonny en Mary Read. Op zee gingen zij door voor mannen. Soms ging het om levenslange crossdressers. De 19e-eeuwse legerarts James Miranda Barry bleek na zijn dood een vrouw te zijn. Hetzelfde viel voor bij jazzmuzikant Billy Tipton. Andere voorbeelden zijn minder drastisch. De vrouwen verstopten hun sekse dan niet. Jeanne d'Arc is hier een voorbeeld van. Ook van ontdekkingsreizigster Isabelle Eberhardt en Calamity Jane, die zich staande hield in het Wilde Westen, was geweten dat ze vrouw waren.
Soms wordt aangenomen dat deze vrouwen een mannelijke genderidentiteit hadden. Meestal wijst men echter op economische motieven en een hang naar sociale mobiliteit. Die verklaring negeert complexe genderexpressie en de rol van seksueel plezier, twee motieven die vanaf de 18e eeuw aandacht kregen.
Het doorzetten van klasse Seksespecifieke kledingnormen overschrijden was in de moderne tijd vaak een uiting van privilege. Het was een bijzondere praktijk van de elite. Een opvallend voorbeeld is de Franse diplomaat Chevalier d'Eon. Vanaf 1777 ging d'Eon als vrouw gekleed. Mademoiselle d'Eon beweerde (incorrect) bij de geboorte een vrouw geweest te zijn. In de 18e eeuw maakte crossdressing ook deel uit van de vrijetijdsbesteding van de aristocratie. In zogenaamde masques waren piratenkostuums populair voor vrouwen. Masquerade and Civilization: The Carnivalesque in Eighteenth Century English Culture and Fiction (1986), T. Castle Uit diezelfde periode stammen de dragshows aan de universiteiten uit de Ivy League en in de molly houses waar (homoseksuele) mannen elkaar ontmoetten.
De link tussen privilege en crossdressing uitte zich onder meer in de beschrijving van klasseverschil aan de hand van butch- en femme-stereotypen: de hogere klasse was geparfumeerd en verwijfd, de werkmens was een noeste krachtpatser. Het is ook zichtbaar in de 19e-eeuwse figuur van de dandy. Gedrag en (kleding)stijl overeenkomstig met de verwachtingen voor een bepaald gender deden dus dienst als indicator van iemands klasse.
Een "queering" van stijl In de tweede helft van de 19e eeuw werkten aan gender gerelateerde aspecten van stijl ook als uiting van seksualiteit. Crossdressing werd zo een onderdeel van de homocultuur. Homoseksueel stijlicoon Oscar Wilde vervulde daarin een stichtende rol. In zekere zin ging het om een recuperatie van het dandyisme. Ook de literatuur van Marcel Proust, Virginia Woolf en Djuna Barnes was van belang. Bij de ontwikkeling van een lesbische identiteit gelden de Amerikaanse Natalie Barney en de Engelse schrijfsters Renée Vivien, Vita Sackville-West en Radclyffe Hall als rolmodellen.
In het Parijs en Berlijn van de jaren 20 maakten travestieartiesten of dragqueens deel uit van homo-uitgaansgelegenheden. Het Eldorado aan de Motzstraße had zelfs internationale bekendheid. Klasse verdween niet uit dit plaatje. Het ging voornamelijk om mensen uit de culturele en sociale elites. Klassevolle mannenkledij, zoals het kostuumvest en de tophoed, was in de jaren 30 ook een handelsmerk voor vrouwelijke filmiconen van de homogemeenschap. Voorbeelden zijn de biseksuele Marlene Dietrich in Morocco (1930) en Sandra Shaw in de openingsscène van Blood Money (1933).
Opkomst van een crossover-stijl