Erwin Olaf, geboren als Erwin Olaf Springveld (Hilversum, 2 juli 1959 – Groningen, 20 september 2023), was een Nederlands fotograaf en een voorvechter voor homo-emancipatie.
In de jaren tachtig verhuisde Olaf naar Amsterdam, waar hij bekendheid verwierf met zijn fotografie van het Amsterdamse uitgaansleven, onder meer in de iconische club RoXY. Zijn werk uit deze periode kenmerkt zich door een uitgesproken stijl, vaak met gebruik van naakt, die aanvankelijk als provocerend werd beschouwd.
Uiteindelijk ontwikkelde hij zich tot een van de bekendste fotografen van Nederland met wereldwijde erkenning. Tot zijn onverwachte dood in 2023 woonde en werkte hij in Amsterdam.
Biografie Beginjaren Na zijn middelbareschooltijd in Hilversum en Hoevelaken, waar hij opgroeide als zoon van een vertegenwoordiger in kantoorartikelen en een huisvrouw, besloot Olaf naar de School voor Journalistiek in Utrecht te gaan. Hier koos hij voor fotograferen. Tijdens de lessen van zijn docent fotografie, de latere uitgever en galeriehouder Dirk van der Spek, begon hij met fotograferen voor de schoolkrant. Na zijn studie liep hij stage bij fotograaf André Ruigrok en begon met het maken van reportagefoto’s, ook in het Amsterdamse uitgaansleven.Erwin Olaf op Depth of Field. Gearchiveerd op 5 februari 2023.
Jaren 80: Zwart-wit en het nachtleven in Amsterdam Na zijn afstuderen in 1980 verhuisde Olaf naar Amsterdam en richtte hij zich aanvankelijk op documentaire fotografie. Daarna ontwikkelde hij zich – nadat Olaf in 1983 in contact was gekomen met Robert Mapplethorpe en Paul Blanca – tot fotograaf van geënsceneerde zwart-witbeelden en maakte hij in de jaren tachtig de series Squares (1984–1990) en Chessmen (1988). In deze scènes portretteerde hij naast modellen en zichzelf ook bejaarden, kleine mensen en dikke mensen, vaak in bondage-kleding en naakte poses. In 1985 verscheen zijn eerste fotoboek, Stadsgezichten van Erwin Olaf, en Fragmenten uit: Het Amsterdamse dromenboek van Guus Luijters. Een groot deel van zijn vroege werk werd opgenomen in het boek Joy uit 1993. Voor de serie Chessmen ontving hij in 1988 de prijs voor jonge Europese fotografen.
Door zijn veelvuldige gebruik van naaktfotografie en zijn indringende portretten van het Amsterdamse nachtleven werd zijn vroege werk vaak als provocerend ervaren.
Jaren 90 en 2000 Naast werk voor grote commerciële opdrachtgevers maakte Olaf in de jaren negentig een aantal vrije series,Erwin Olaf (1959-2023), absolutefacts.nl. Gearchiveerd op 6 juli 2022. waaronder Blacks (1990), Mind of their Own en de Patrick Bateman girls, een serie van vijf foto's waarbij Olaf voor het eerst gebruik maakte van computermanipulatie, geïnspireerd op Patrick Bateman, de hoofdpersoon uit American Psycho (1995), Mature (1999), Fashion Victims (2000) en Royal Blood (2000). In 1991 verscheen zijn eerste film, Tadzio, die hij samen met de schilder F. Franciscus maakte. In 2001/2002 volgde de serie Paradise the Club en in 2002/2003 de serie Separation.
Na de fotoserie Separation (2003) veranderde de toon van zijn werk. Thema's als kwetsbaarheid en eenzaamheid kwamen centraal te staan in zijn series Rain (2004), Hope (2005), Grief (2007), Fall (2008), Dusk (2009), Dawn (2010) en Hotel (2010). Tevens verschenen de fotoboeken Rain (alternatieve titel: Hope) en Grief in respectievelijk 2006 en 2007. De bijbehorende tentoonstelling was te zien in onder meer het Fotomuseum Den Haag, het Secca (North Carolina), Forma (Milaan), het Institut Néerlandais (Parijs), het Langhans Museum (Praag) en de Manege (Moskou).
De hoogste prijs die ooit voor een foto van Olaf op een veiling is betaald, bedraagt 27.168 euro. Het bedrag werd in New York in oktober 2009 geboden op de foto Hope 5 uit de serie Hope Portraits (2005).
Latere werk In 2010 was Olaf een van de zes gasten in het televisieprogramma Zomergasten van de VPRO.
Tijdens een foto-opdracht van COC Nederland kwam Olaf in contact met de choreograaf Hans van Manen. Ze bleven daarna bevriend en ter ere van de negentigste verjaardag van Van Manen maakte Olaf een fotoserie.
Olaf maakte meerdere malen portretten van de koninklijke familie.
Plotselinge overlijden (2023) Olaf overleed op 20 september 2023 vrij plotseling op 64-jarige leeftijd in het Universitair Medisch Centrum Groningen, nadat hij een paar weken daarvoor een longtransplantatie had ondergaan.
Na zijn dood lag Olaf korte tijd opgebaard in zijn huis aan de Egelantiersgracht in de Amsterdamse wijk de Jordaan, waarna er een grootse afscheidsdienst werd gehouden in de Westerkerk. Na de dienst werd Olaf begraven op begraafplaats Sint Barbara.
Nevenactiviteiten Voorvechter van homo-emancipatie miniatuur|Erwin Olaf bij de lancering van de antihomogeweld-app "Bashing"Olaf trad gedurende zijn carrière herhaaldelijk naar voren als pleitbezorger van gelijke rechten en maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit. In zijn publieke optreden benadrukte hij het belang van zichtbaarheid van liefde en identiteit in de openbare ruimte, waarbij hij kunst en activisme bewust met elkaar verbond.
Een van de bekendste uitingen van zijn activisme was de zogenoemde kiss-in die hij organiseerde op het Hugo de Grootplein in Amsterdam. Aanleiding vormde een incident waarbij Olaf en zijn partner Kevin Ray Edwards door een snackbarhouder werden aangesproken nadat zij elkaar in het openbaar hadden gezoend. Olaf beschouwde het voorval als illustratief voor de beperkingen die lhbti-personen nog steeds ondervonden in hun dagelijkse leven en riep via sociale media op tot een vreedzaam protest.
In zijn oproep benadrukte Olaf dat de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht volgens hem ook betekende dat affectie overal in Nederland zichtbaar moest kunnen zijn. De actie werd zorgvuldig voorbereid en verliep volgens een vooraf gedeeld draaiboek, waarin deelnemers werden opgeroepen tot een ordelijk en geweldloos verloop. Volgens mediaberichten namen ongeveer honderd mensen deel aan de demonstratie, die gepaard ging met brede publieke en journalistieke aandacht.
Hoewel de kiss-in bedoeld was als positief statement tegen intolerantie, werd de actie overschaduwd door het zogenoemde ‘spuugincident’, waarbij Olaf later die avond in conflict raakte met een verslaggever van GeenStijl. De media-aandacht verschoof hierdoor grotendeels van de inhoudelijke boodschap van de actie naar het incident. Olaf ontving doodsbedreigingen en besloot zich daarop tijdelijk terug te trekken uit het publieke debat, waaronder zijn functie als ‘Ambassadeur van Hoffelijkheid’ van de gemeente Amsterdam.Erwin Olaf bespuugt verslaggever Geenstijl, AT5, 16 augustus 2012. Gearchiveerd op 1 april 2023.
Ondanks deze terugtrekking bleef Olaf zich uitspreken over discriminatie en geweld tegen lhbti-personen, onder meer in interviews en via zijn werk. Zijn activisme werd door tijdgenoten en bestuurders gezien als principieel en voorbeeldstellend. Tijdens zijn uitvaart in de Westerkerk typeerde burgemeester Femke Halsema Olaf als iemand die “het niet meer wilde pikken” en die met vastberadenheid en hoffelijkheid opkwam tegen intolerantie en bekrompenheid. Volgens haar gaf hij daarmee stem aan een breed gedeeld gevoel binnen de samenleving.
Zijn inzet voor homo-emancipatie werd ook formeel erkend. Olaf ontving samen met het Amsterdamse politienetwerk Roze in Blauw de Bob Angelo-penning van COC Nederland voor zijn bijdrage aan de zichtbaarheid en acceptatie van de lhbti-gemeenschap.
Videowerk Naast fotografie maakte Olaf regelmatig films en video-installaties. De films zijn soms onderdeel van een fotoserie of losse videokunstwerken.Overzicht van de videokunst van Erwin Olaf in de collectie van het LIMA. Gearchiveerd op 24 december 2022. Bovendien maakte hij een aantal videoclips voor Nederlandse artiesten, onder wie Karin Bloemen en Paul de Leeuw.
Werk in opdracht Olaf heeft gefotografeerd in opdracht van multinationals zoals Heineken, Microsoft en Nokia. Desondanks is zijn vrije werk ook kritisch over grote merken, zoals in de serie Fashion Victims uit 2000. Hij werkte mee aan diverse internationale reclamecampagnes, zoals voor het kledingmerk Diesel, Nokia, Microsoft, de Italiaanse koffiebrander Lavazza en de Duitse autofabrikant BMW. Olaf fotografeerde ook in opdracht van tijdschriften, onder meer voor The New York Times, de Britse Sunday Times, de Franse krant Libération en het tijdschrift Citizen K. Daarnaast kreeg hij geregeld opdrachten van The New York Times Magazine, het Franse dagblad Le Monde, The Sunday Times Magazine (de bijlage van The Sunday Times) en het modetijdschrift Elle.
Ook ontwierp Olaf het officiële portret van koning Willem-Alexander voor de Nederlandse euromunt, nadat hij was geselecteerd uit een groep van twaalf kunstenaars. Deze selectie vond plaats in 2013, in het kader van een ontwerpwedstrijd georganiseerd door het ministerie van Financiën en de Koninklijke Nederlandse Munt. Uit vier overgebleven voorstellen werd uiteindelijk Olafs ontwerp gekozen als het definitieve muntportret. In zijn autobiografische boek beschrijft hij zijn aanvankelijke twijfel over de opdracht: "Waarom vragen ze mij in godsnaam?" Hij noemde het eervol, maar sprak ook zijn zorgen uit over de symbolische betekenis van een nationaal betaalmiddel.
Het uiteindelijke ontwerp toont een gestileerd zijaanzicht van de koning, opgebouwd uit krachtige lijnen die volgens Olaf moesten verwijzen naar waardigheid en eigentijdse representatie. Hij stelde dat het portret symbool moest staan voor "eenheid binnen alle diversiteit" — een terugkerend thema in zijn oeuvre. Olaf werkte het beeld technisch uit op basis van fotografie, aangepast aan de vereisten voor muntreproductie. In januari 2014 sloeg hij tijdens een officiële ceremonie de eerste munt en overhandigde die persoonlijk aan Willem-Alexander.
In 2018 maakte Olaf de staatsieportretten van koning Willem-Alexander en koningin Máxima.Nieuwe staatsiefoto's Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima en foto's van het gezin, Het Koninklijk Huis, 26 april 2018. Gearchiveerd op 28 maart 2023.
Waardering
Olaf kreeg brede erkenning voor zijn autonome en commerciële werk. Zijn oeuvre werd internationaal onderscheiden met onder meer een Lucie Award. In Nederland werd hij bekroond met de Johannes Vermeerprijs in 2011, de hoogste staatsprijs voor de kunsten, vanwege zijn innovatieve bijdrage aan de fotografie. Olaf werd in 2014 benoemd tot lid van de Akademie van Kunsten.
Bij zijn zestigste verjaardag in 2019 werd Olaf benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema verklaarde bij die gelegenheid dat hij deze eer ontving voor "zijn toonaangevende foto's en zijn inzet voor de LHBTIQ+-gemeenschap".
Op Paleis Noordeinde ontving hij later uit handen van koning Willem-Alexander de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje, als erkenning voor zijn uitzonderlijke artistieke prestaties en zijn thematisering van diversiteit, ongelijkheid en identiteit. Volgens koningin Máxima kende het koninklijk paar hem deze onderscheiding niet alleen toe vanwege zijn artistieke verdiensten, maar ook vanwege hun persoonlijke band. Olaf trad volgens haar in de traditie van hofportrettisten, gaf daar een eigen invulling aan en liet na zijn overlijden een werk na dat volgens haar “erg dierbaar” was. Een van de portretten die hij van Máxima maakte werd opgenomen in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.
Naast zijn artistieke werk werd Olaf ook geëerd voor zijn maatschappelijke inzet. In 2011 ontving hij samen met politienetwerk Roze in Blauw de Bob Angelo Penning van COC Nederland, en postuum werd hem in 2024 de Winq Diversity Award toegekend voor zijn jarenlange inzet voor de lhbti-gemeenschap.
Tentoonstellingen, collecties en vertegenwoordiging