De Paleizen en parken van Potsdam en Berlijn is een overkoepelende term die verwijst naar het samenhangende ensemble van paleizen, kastelen, kerken, parken en cultuurlandschappen in Potsdam en het Berlijnse stadsdeel Wannsee. In 1990, 1992 en 1999 werd het ensemble onder deze naam gefaseerd toegevoegd aan de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het is het omvangrijkste object op de werelderfgoedlijst in Duitsland.
Het geheel omvat 150 bouwwerken die gelegen zijn op een areaal van 500 ha aan parklandschap en is aangelegd tussen 1730 en 1916.gedetailleerd overzicht van alle opgenomen monumenten De kern van het complex vormt het park van slot Sanssouci dat tot stand kwam onder de Pruisische koning Frederik II. Ook de opvolgers van der Alte Fritz drukten hun stempel op het waterrijke gebied aan de Havel. Opeenvolgende vorsten zoals Frederik Willem II, III, IV, Wilhelm I en II lieten ieder paleizen bouwen of parken aanleggen waardoor in het gebied een staalkaart te vinden is van de uitingen van monarchale achttiende- en negentiende-eeuwse smaak. Vooraanstaande architecten zoals Karl-Friedrich Schinkel en landschapsarchitecten zoals Peter Joseph Lenné lieten hier hun sporen na. Uiteenlopende stijlen als rococo en neogotiek maken dit tot een uniek ensemble. Dit gepaard gaan van wat op het eerste oog onverenigbare stijlen zijn, doet opvallend genoeg geen afbreuk aan de harmonie van de door de tijd gegroeide compositie van het gebied. Sanssouci staat ook bekend als het Versailles van Pruisen omdat hier ook een unieke synthese gevormd is van vele verschillende invloeden, een synthese die van grote invloed zou zijn op de kunsten en landinrichting van Oost-Europa. Ook in uitgestrektheid doet het ensemble niet voor Versailles onder en is het vergelijkbaar met contemporaine grootse aanleggen als de Residentie in Würzburg en Blenheim Palace. Stuk voor stuk creaties van vorsten die in hier een mogelijkheid in zagen om hun macht uit te drukken in architectuur en parkaanleg.
thumb|500px|Potsdam en een deel van Berlijn-Wannsee in 1910
De toewijzing in 1990 Op 12 december 1990 werd tijdens de zitting van het Werelderfgoedcomité in het Canadese Banff besloten de paleizen en parken van Potsdam en Berlijn op te nemen op de werelderfgoedlijst. Duitsland was toen pas twee maanden herenigd. Voor die tijd was het ensemble verdeeld over twee staten: de DDR had het deel in Potsdam op 29 september 1989 voorgedragen, terwijl de Bondsrepubliek op 14 juni 1990 met een nominatie van de delen in West-Berlijn volgde.
thumb|Luchtfoto van Slot Sanssouci met de wijngaardterrassen (midden) en links daarvan de Nieuwe vertrekken (Sanssouci), rechts de Bildergalerie thumb|De Vredeskerk thumb|Het Chinese theehuis thumb|Luchtfoto met op de voorgrond het Nieuwe Paleis, daarachter het Oranjerieslot en helemaal rechtsboven Slot Sanssouci thumb|Het Marmeren paleis in de Nieuwe Tuin thumb|Slot Babelsberg in het Babelsbergpark rond 1900 thumb|Het Glienickepark thumb|Het slot op het Pauweneiland thumb|De Verlosserkerk van Sacrow in 1990, kort na de sloop van de Muur thumb|Slot Lindstedt in 1988 thumb|Het terrein van de Hoveniersschool in 1874 thumb|Het keizerlijk station thumb|Het centrale plein van het kroondomein Bornstedt thumb|een typisch huis in Alexandrowka thumb|De Belvédère op de Pfingstberg thumb|De sterrenwacht van Babelsberg
Het Sanssoucipark De kern van het ensemble is het Sanssoucipark in Potsdam. Met een oppervlakte van ongeveer 289 ha is het ook het omvangrijkste deel. Het park werd in twee opeenvolgende fasen aangelegd en was vooral het geesteskind van Frederik II. Als kroonprins had Frederik tussen 1736 en 1740 in Rheinsberg al tuinen aan laten leggen rond het Slot Rheinsberg. Na zijn troonsbestijging in 1740 begon hij plannen te ontwikkelen voor een zomerpaleis als toevluchtsoord naast zijn paleis in Berlijn, het Slot Charlottenburg. De bouw van dit slot Sanssouci begon in 1745 en uiteindelijk zou dit paleis de favoriete residentie van Frederik worden.
Potsdam was al sinds de paleisbouw en parkaanleg onder Frederik Willem van Brandenburg in de zeventiende eeuw een van de residenties van de Pruisische vorsten. Toch was het stadje rond 1740 niet veel meer dan een kleinschalige garnizoensstad omringd door uitgestrekte bossen vol moerassen en meren. Frederik begon de verwezenlijking van zijn plannen in 1744 met de aanleg van terrassen op de zuidhelling van een heuvel; twee kilometer ten westen van de stad. Hij liet de zes terrassen beplanten met een wijngaard. Nadat het slot in 1747 gereed was gekomen, richtte de aandacht van de vorst zich op de parkaanleg rond het nieuwe paleis, wat een wezenlijk onderdeel vormde van zijn plannen. Het barokke parkontwerp voorzag in zowel een nutstuin als een siertuin. Er werden gazons, hagen en bloembedden aangelegd en ongeveer 3000 fruitbomen geplant. Met de aanleg van de kaarsrechte allee die het park van oost naar west doorsnijdt, werd in 1748 begonnen. Deze centrale allee van 2,5 km lang begint bij de toegangspoort aan de westzijde van het park. Deze poort draagt de naam Obeliskportal naar de Obelisk die vlak buiten het park staat. De obelisk werd in 1748 opgericht en markeert de grens van het Sanssoucipark. De obelisk is gedecoreerd met een gefantaseerde verzameling hiërogliefen. De poort zelf is versierd met twee standbeelden van Flora en Pomona die verwijzen naar de dubbele functie van het park. Frederik bleef tot in 1772 het park uitbreiden en liet verschillende folly's, tempels en bijgebouwen in het park bouwen. Het duurde hierna tot 1826 voor er weer bouwactiviteiten ondernomen werden in het park. Onder de kroonprins Frederik Willem werd het Slot Charlottenhof herbouwd en het omringende park in Engelse stijl opnieuw aangelegd en verbonden met het noordelijker gelegen Sanssoucipark. De laatste grote ingreep was de aanleg van de tuinen rond het Oranjerieslot tussen 1841 en 1862 aan de noordzijde van het park. Hier werden een Siciliaanse (Sizilianische Garten) en een noordse tuin (Nordische Garten) aangelegd met bijhorende typerende planten (naaldbomen dan wel palmen en kopieën van klassieke beeldhouwwerken).
De voornaamste bouwwerken in het Sanssoucipark zijn:
Het Slot Sanssouci (1745-1747) De Neptunusgrot (1751-1757) Het Chinese theehuis (1755-1764) De Bildergalerie (1755-1764) Het Nieuwe Paleis (1763-1769) De Vriendschapstempel (1768-1770) De antieke tempel (1768-1769) Het Drakenhuis (1770-1772) De Belvédère (1770-1772) De Nieuwe vertrekken (1771-1775) Het Slot Charlottenhof (1826-1829) De Romeinse baden (1829-1840) De Vredeskerk (1845-1854) Het Oranjerieslot (1851-1864)
De nieuwe tuin De Nieuwe Tuin (Duits: Neuer Garten) ligt in het noorden van Potsdam aan het Jungfernmeer. Zoals het Sanssoucipark grotendeels geschapen is door Frederik II, is de Nieuw Tuin ontsproten aan het brein van zijn neef en troonopvolger Frederik Willem II. Tussen 1787 en 1792 werd de 102,5 ha grote tuin aangelegd in Engelse landschapsstijl.
Belangrijke bouwwerken in het park zijn:
Het Marmeren Paleis (1787-1797) Het Slot Cecilienhof (1914-1917)
Het Babelsbergpark Het Babelsbergpark is een heuvelachtig park van 124 ha dat in het noordoosten van Potsdam aan de Havel ligt. Het werd aangelegd in opdracht van prins Wilhelm en zijn echtgenoot Augusta. De landschapsarchitect was in eerste instantie Peter Joseph Lenné. Zijn ontwerp uit 1833 werd echter niet volledig uitgevoerd nadat hij in conflict was gekomen met prinses Augusta. Tussen 1842 en 1867 kwam het park gereed onder toezicht van Hermann von Pückler-Muskau.
In het park bevindt zich: het Slot Babelsberg (1835-1849)
De parken en paleizen in Berlijn-Wannsee Het Berlijnse stadsdeel Wannsee wordt grotendeels gevormd door een eiland. Aan de west- en noordzijde van dit eiland liggen verspreid een aantal delen van het ensemble paleizen en parken van Potsdam en Berlijn.
Het Glienickepark Dit park ligt in de uiterste zuidwesthoek van het Wannsee-eiland vlak bij de Glienickerbrug over de Havel welke het eiland met Potsdam verbindt. Het park werd aangelegd in twee fasen. Eerst in opdracht van Karl August von Hardenberg rond 1816 en in 1824 in opdracht van Karel van Pruisen. In het park bevinden zich de volgende bouwwerken: Het Jachtslot Glienicke (1682-1889) Het Slot Glienicke (1753-1825) De blokhut Nikolskoë Deze datsja werd in 1819 in opdracht van Frederik Willem III gebouwd. De blokhut naar Russisch voorbeeld was een eerbetoon aan de oudste dochter van de koning, Charlotte en haar man Nicolaas, de latere tsaar van Rusland. De naam Nikolskoje (behorend aan Nicolaas) verwijst hier ook naar. De Sint-Petrus-en-Pauluskerk van Nikolskoë Deze kerk ligt naast de blokhut Nikolskoë aan de noordzijde van het Wannsee-eiland dicht bij de Havel. Aan de kerk werd tussen 1834 en 1837 gebouwd met hetzelfde idee als bij de blokhut. Het Russische karakter van de architectuur uit zich voornamelijk in de uivormige torenbekroning. Het Pauweneiland Dit eiland (Duits: Pfaueninsel) ligt in de Havel voor de noordkust van het Wannsee-eiland. Het 67 ha grote eiland kwam in 1793 in het bezit van Frederik Willem II. Hij liet er tussen 1794 en 1797 een helwit lustslot bouwen. In de volgende jaren werden nog verschillende andere neogotische bouwwerken op het eiland gebouwd.
De uitbreiding van 1992 In 1992 werd een kleine toevoeging gedaan aan de in 1990 opgenomen objecten. Het landgoed Sacrow lag tot de hereniging in 1990 in Oost-Duitsland maar wel precies in de grenscorridor tussen West-Berlijn en de DDR, die hier de noordoever van de Havel volgde. Dit was dan ook de reden waarom het landgoed in 1989 niet was voorgedragen door de DDR.
Het landgoed van Sacrow Het landgoed is 24,5 ha groot en ligt als enige deel van het paleizen- en parkencomplex op de noordelijke oever van de Havel. In 1840 kwam het areaal in handen van Frederik Willem IV die het door Ludwig Persius en Peter Joseph Lenné opnieuw liet inrichten.
De twee belangrijkste bouwwerken op het landgoed zijn:
Slot Sacrow (1773) De Verlosserkerk van Sacrow (1841-1844)
De uitbreiding van 1999 In 1996 besloot de deelstaat Brandenburg het op de werelderfgoedlijst ingeschreven areaal nogmaals te vergroten.verslag van de twintigste zitting van de Werelderfgoedcommissie. Onder VII.50 wordt de uitbreiding van de Paleizen en parken van Potsdam en Berlijn behandeld De toe te voegen objecten liggen verspreid over het gebied en fungeren soms als buffers of verbindingszones tussen verschillende al toegevoegde objecten. Ook worden er objecten toegevoegd die historisch of geografisch verbonden zijn met het ensemble maar eerder niet voorgedragen waren wegens politieke, administratieve of juridische redenen. In 1999 werd het ensemble uiteindelijk daadwerkelijk vergroot.
De uitbreidingen zijn onder te verdelen in vier verschillende zones:
Rond het park Sanssouci Slot en park Lindstedt Lindstedt bevindt zich iets ten noordwesten van het Sanssoucipark. Het landgoed werd in 1828 door Frederik Willem III verworven. In 1832 begon zijn zoon, Frederik Willem IV, plannen te ontwikkelen voor een buitenplaats op het landgoed. Eigenhandig begon hij ontwerpen te vervaardigen, daarbij ondersteund door een keur aan architecten: Ludwig Ferdinand Hesse, Friedrich August Stüler, Ferdinand von Arnim en Ludwig Persius. Het werk vorderde maar langzaam en pas tussen 1858 en 1860 werd het paleis uiteindelijk gebouwd. Een jaar later overleed de koning. Het bescheiden paleis kreeg de vormen van een Italiaanse villa. Het bouwwerk bestaat uit een hoofdvleugel met een ronde uitzichtstoren voorzien van een monopteros en daarnaast een zijvleugel in de vorm van een amphiprostylos. Middels een colonnade is de villa verbonden met de toegangsweg.