miniatuur|De Kelten in Europa en Anatolië, vroeger en nu: De Kelten waren volkeren en stammen die gedurende het millennium voor het begin van de jaartelling en de eeuwen daarna een Keltische taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip. Een Kelt was en is een spreker van een Keltische taal.
Hun voorouders verspreidden zich vanuit een kerngebied in Centraal-Europa zowel in westelijke als oostelijke richting. Rond het begin van de jaartelling bevolkten Keltische stammen de Britse Eilanden, Gallië, het Iberisch Schiereiland en delen van Midden-Europa, de Balkan en als Galaten zelfs Anatolië. De Keltische talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.
Kenmerkende elkaar opvolgende Keltische culturen zijn de Hallstatt-cultuur, de La Tène-periode gevolgd door de Gallo-Romeinse periode en ten slotte de periode van de Keltische naties tot op heden, zoals aangegeven op het kaartje. Kelten dreven handel met Romeinen.
Er is relatief weinig bekend over de Keltische cultuur. Schriftelijke bronnen van de Kelten zijn schaars, wat het lastig maakt om een volledig beeld te krijgen van hun taal en rituelen. Veel informatie komt uit verslagen van Grieken en Romeinen, die vaak in conflict stonden met de Kelten. Hierdoor kan hun beschrijving gekleurd zijn.
Naamherkomst
De volkeren die nu collectief benoemd worden als de Kelten werden in klassieke bronnen ook aangeduid als Galli (Romeinse historici) of Galatae (Griekse bronnen en Polybius). Deze benamingen werden door schrijvers uit de 1e eeuw v.Chr. gezien als synoniemen voor het Griekse Keltoi en het Latijnse Celtae. Zo schreef Julius Caesar in De Bello Gallico over de inwoners van Gallië: Wij noemen hen Galliërs, maar in hun eigen taal noemen zij zichzelf Kelten. (Qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur).
De naam Kelt is in veel geografische en andere namen terug te vinden, hoewel niet altijd even herkenbaar. Meest waarschijnlijk is de naamgeving afkomstig van de Griekse historici Hecataeus van Milete en Herodotus uit de 5e eeuw v.Chr.; zij noemden het volk dat aan de La Tène-cultuur was verbonden en met wie zij handel dreven Keltoi.Pas in 1913 zou Joseph Dechelette dit volk associëren met de La Tène-cultuur, met name in zijn boek Manuel d'archéologie préhistorique, celtique et gallo-romain. Dit werd later overgenomen door de Romeinen.
Sommige namen hebben als stam wal, zoals: Wales Cornwall Wallonië Walachije
Andere namen hebben als stam gal, zoals: Gallië, de oude naam van Europa tussen de Rijn, de Alpen en de Pyreneeën Galicië (Spanje) Galicië (Polen) Galatië, een Keltisch koninkrijk dat thans in Turkije ligt. (Ankara was aanvankelijk de Keltische stad Ancyra)
Geschiedenis
De Kelten, een oud Indo-Europees volk, bereikten het hoogtepunt van hun gebiedsuitbreiding in de 4e eeuw v.Chr., toen ze hun invloed lieten gelden in heel Europa, van Groot-Brittannië tot Klein-Azië.Encyclopaedia Britannica: 'Celtic religion; Celtic religion, religious beliefs and practices of the ancient Celts'
Oorsprong en verspreiding thumb|Verspreiding Kelten over Europa 1: Oorsprongsgebied ten noorden van de Alpen L: La Tène H: Hallstatt 2: Grootste verspreiding in ongeveer 400 v.Chr. B: Britse eilanden G: Galatië in Klein-Azië I: Iberisch schiereiland thumb|Keltische opgravingen in Galicië thumb|De Stervende Galaat ('Galliër'), Romeinse kopie uit de tweede eeuw naar een Hellenistisch bronzen beeld uit de derde eeuw v.Chr., Capitolijnse Musea thumb|Verdeling van Gallië tijdens de verovering door Julius Caesar rond 54 v.Chr. thumb|Een Keltische godentriade thumb|Grafvondsten in het archeologisch park de Rieten thumb|Keltische gouden munt met paard en wiel thumb|Keltische ossenkar Belangrijke opgravingen in het oorsprongsgebied van de Kelten (zuidelijk Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Oost-Frankrijk) werden in de 19e eeuw gedaan in La Tène en Hallstatt. Vanaf ongeveer de 6e eeuw v.Chr. trokken zij in noordwestelijke richting, tot zij rond 400 v.Chr. het grootste deel van West-Europa bewoonden, inclusief Britannia. Waarschijnlijk gingen de niet-Indo-Europese volkeren die ze tegenkwamen na verloop van een paar generaties in de Kelten op.
Hoogtepunt van de Keltische macht In 335 v.Chr. trok volgens Strabo en Arrianus een groep Keltische afgezanten naar Alexander de Grote ergens nabij de Donau waar hij de Balkanstammen bezocht. Ze werden er vriendelijk door hem ontvangen. Maar in de tweede helft van de 4e eeuw v.Chr. vertrokken ook Keltische krijgers vanuit het bassin van de Karpaten en volgden de Donauvallei zuidwaarts. Archeologische vondsten in Pannonië zoals rijke krijgersgraven nabij Kostalac (Pecine), daterend uit het eind van die eeuw, bevestigen dit. Tegen het begin van de 3e eeuw v.Chr. trokken de Kelten op veldtocht door Macedonië en Griekenland. Pausanias en Marcus Junianus Justinus schreven een uitgebreid verslag van de invallen in Griekenland.
Een groot Keltisch leger onder leiding van Bolgios viel Macedonië aan, volgens Justinus wegens overbevolking in hun land. De Kelten overwonnen de Macedonische koning Ptolemaeus Keraunos (318-281 v.Chr.) en plunderden het land.
In hetzelfde jaar trok een tweede leger (152.000 voetsoldaten en 20.400 ruiters) naar het zuiden, ditmaal onder leiding van Brennus. Veertigduizend mannen vielen, volgens Pausanias, de Aetolische stad Callium aan om Grieken weg te krijgen van de door hen versperde pas bij Thermopylae. De Kelten plunderden Delphi, een van de rijkste tempels van Griekenland, in 279 v.Chr., maar leden daar een nederlaag. Brennus raakte gewond en pleegde zelfmoord tijdens zijn vlucht, door wijn zonder water te drinken. Volgens Pausanias werd de stad helemaal niet geplunderd, omdat de god Apollo zelf zijn stad verdedigde. Ook Strabo geloofde niet dat de Kelten Delphi plunderden. Het Keltische leger splitste zich vervolgens. Een deel van hen trok naar Asia Minor en dat werden de Galaten.
Antiochos I Soter regeerde over het Seleucidenrijk, dat onder meer een deel van Anatolië, Syrië en Mesopotamië omvatte. Ook de stad Pergamon in het westen van Anatolië was zijn onderdaan. In het noorden aan de Zwarte Zee lagen de koninkrijken van Bithynië en Pontos. Koning Nicomedes I van Bithynië nodigde de Keltische troepen (Galaten) uit en stuurde hen door naar zijn vijand Antiochos, die hen in 275 v.Chr. versloeg. De overgebleven Galaten stichtten een rijk met als hoofdstad Ancyra (Ankara). Koningen van het Seleucidenrijk huurden hen in tegen Pergamon, dat onafhankelijk wilde worden. Attalus I van Pergamon overwon de Galaten in 238 v.Chr. en sloot in 208 v.Chr. een verbond met de Romeinen. In het heiligdom van Pallas Athena in Pergamon richtte Attalos rond 223 v.Chr. een monument op met bronzen beelden. Van twee van die beelden zijn Romeinse kopieën bewaard: de stervende Galaat (vaak foutief De Stervende Galliër genoemd, Capitolijnse musea) en een beeld van een Galaat die zelfmoord pleegt na zijn vrouw te hebben gedood (Palazzo Altemps).
Een ander deel van het Keltische leger trok niet naar Anatolië, maar naar Thracië en een derde deel keerde langs de Donau terug onder leiding van Bathanatos en vestigde zich aan de samenvloeiing van deze rivier met de Sava ten oosten van Sirmium. Dit waren de Scordisci.
In de 4e en 3e eeuw voor Chr. bezetten de Kelten ook Noord-Italië en de gebieden van de Etrusken en bedreigden zelfs de toen nog kleine Romeinse Republiek. Een Keltische stam onder leiding van Brennus bezette rond 390 v.Chr. de stad Rome en was slechts bereid te vertrekken nadat de Romeinen een grote afkoopsom aan hem betaald hadden.
Assimilatie van de Kelten Vanaf 100 v.Chr. waren de rollen omgedraaid en veroverden op hun beurt de Romeinen - die hun imperium aan het uitbreiden waren - de meeste Keltische gebieden in Europa behalve delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. Veel Kelten werden uitgemoord, anderen werden geromaniseerd. Op die manier verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties binnen het Romeinse Rijk. Alleen in afgelegen streken op het minder dichtbevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.
Cultuur De Kelten hebben nooit een politieke eenheid gevormd. Integendeel: ze bestonden uit verschillende stammen die elkaar vaak juist bestreden. Die verdeeldheid kwam Julius Caesar goed uit bij zijn verovering van Gallia. Het is ook niet duidelijk of de Kelten zichzelf zo noemden, want dat is de naam die de Grieken hen gaven. Het komt van het Griekse woord Keltoi dat barbaar betekent. De Romeinen noemden hen Galli. De Kelten maakten vaak gebruik van reeds van voor hun opkomst daterende megalithische bouwwerken om er hun eigen rituelen uit te voeren bijvoorbeeld in de steenkringen in Carnac, Frankrijk. Daarnaast hadden ze ook heilige bomen, waterbronnen en andere natuurlijke plaatsen die een rol speelden in hun religie. Kelten gebruikten paarden en pony's als rij- en trekdieren.
Religie
Keltische feestdagen Het religieuze jaar was in vieren verdeeld door telkens een belangrijke overgangsdag, waarop werd feestgevierd, meestal meerdere dagen. Deze speelden een rol in de Keltische mythologie: Samhain of Halloween: de vooravond van 31 oktober, als einde van het jaar en begin van het nieuwe. Joel of Yule: de nacht van de winterzonnewende, en de daaropvolgende 12 nachten. Imbolc: de vooravond van 1 februari, gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Brigit. Beltain: de vooravond van 1 mei, ter ere van de god van leven en dood Bel Lugnasa of Lughnasadh: de vooravond van 1 augustus, voor de zonnegod Lugh en de viering van de oogst.
Bouwwerken Heuvelforten In heel Europa werden sinds het neolithicum al heuvelforten gebouwd, maar gedurende de IJzertijd namen ze toe in zowel omvang als aantal. Ze werden gebouwd op alleenstaande heuvels en hadden afhankelijk van de regio muren van hout of steen met daaromheen een greppel. Binnen de muren bevonden zich hutten, opslagplaatsen en andere gebouwen.
Oppida Vooral in Gallia ontstonden grotere nederzettingen, niet alleen op heuvels, maar ook op lager gelegen plaatsen. Julius Caesar refereert hiernaar als oppida, maar soms ook als urbs (stad). Het Gallische woord is dunon dat we in een gelatiniseerde vorm terugvinden in plaatsnamen als Lugdunum en Camulodunum.
thumb|Murus Gallicus van de oppidum Bibracte thumb|Vroege huizenbouw in deze regionen, gereconstrueerd in Altenburg bij Bundenbach im Hunsrück (Duitsland) thumb|Bronzen helm uit de Keltische La Tène-cultuur thumb|Keltische helmen thumb|Keltische paardenhelm thumb|Laatste Keltische gebieden in Europa thumb|Tweetalige wegwijzers in Wales, opgesteld in het Welsh en Engels
Brochs Langs de kusten van Schotland werden in de tijdsperiode van de Kelten ronde stenen torens gebouwd, brochs. Er zijn geen teksten uit die periode overgebleven met betrekking tot de brochs. Daarom is onbekend welk volk ze gebouwd heeft.
Crannógs Langs de meren en in de moerassen van Schotland werden kunstmatige eilanden gebouwd, crannógs. Ze bestonden uit een houten platform op palen met daarop een hal of hut. Ze waren met een enkele brug met het land verbonden.
Huizen en hutten Huizen waren er afhankelijk van streek en periode van allerlei soort, van eenvoudige lemen hutten tot langhuizen in natuursteen en of hout. De techniek van het bouwen van steenhutten dateert uit de bronstijd. Ze waren deels in de grond gebouwd, bij voorkeur in een beschutte del ergens op een hoogte. Platte stenen, en later ook in rechthoekige, werden kringsgewijs op elkaar gestapeld, waarbij de hogere rijen telkens iets meer naar binnen overhelden, zodat het geheel ten slotte kon worden gesloten. Daarbovenop werden graspollen geplaatst waarlangs regenwater naar beneden kon stromen. Deze bouwwijze bood een goede isolatie in zomer en winter.
Viereckschanzen