Pascual Enrile y Alcedo (Cádiz, 13 april 1772 – Madrid, 6 januari 1838) was een Spaans marineofficier, militair en koloniaal bestuurder. Van 23 december 1830 tot 1 maart 1835 was hij gouverneur-generaal van de Filipijnen. Daarvoor diende hij tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en nam hij deel aan de Spaanse expedities in Venezuela en Nieuw-Granada, waar hij uitgroeide tot een van de belangrijkste onderbevelhebbers van Pablo Morillo.

Als gouverneur-generaal voerde Enrile omvangrijke bestuurlijke en infrastructurele hervormingen door. Hij liet grote delen van de Filipijnen in kaart brengen, stimuleerde de aanleg van wegen, bruggen en postroutes en versterkte de bestrijding van piraterij. Daarnaast bevorderde hij de ontwikkeling van landbouw, handel en scheepvaart en reorganiseerde hij verschillende onderdelen van het koloniale bestuur. Zijn bestuur wordt door negentiende-eeuwse historici beschouwd als een belangrijke periode in de modernisering van de Spaanse koloniale administratie in de Filipijnen.

Levensloop en carrière Afkomst en opleiding Pascual Enrile y Alcedo werd op 13 april 1772 geboren in Cádiz, in het uiterste zuidwesten van Spanje. De stad was destijds de belangrijkste haven voor de verbindingen met de overzeese gebiedsdelen.<ref name="RAH">, Biografie Pascual de Enrile y Alcedo, Diccionario Biográfico Español''', Real Academia de la Historia (geraadpleegd op 16 juli 2026).</ref> Zijn vader, Jerónimo Enrile, droeg de titel markies van Casa Enrile, terwijl zijn moeder, María de la Concepción Alcedo, een dochter was van de markies van Villaformada. (mei 1977), Figuras que unen: El Teniente General del Ejército don Pascual Enrile y Alcedo, Brigadier de la Armada, prócer del Reino y benemérito de la Patria, in Ejército: Revista de las Armas y Servicios, jrg. XXXVIII, nr. 448, p. 9., via deze link Enrile was daarmee van adellijke afkomst. Een studie uit 2012 vermeldt daarentegen dat zijn vader van oorsprong een Genuese reder was en pas in 1778 door koning Karel III in de adelstand werd verheven, waarbij hij de titel markies van Casa Enrile verkreeg. (2012), "Pascual Enrile, jefe de la escuadra de la expedición de pacificación a Costa Firme (1815-1817)", in Cuadernos Monográficos del Instituto de Historia y Cultura Naval, nr. 65, Armada Española, p.84, via deze link Zoals gebruikelijk voor jongens uit adellijke families genoot Enrile eerst een brede algemene opleiding aan het Collegio Clementino in Rome, waarna hij naar Spanje terugkeerde. Op 10 juni 1788 trad hij, zestien jaar oud, als guardia marina (officier in opleiding) in dienst bij het marinedepartement van Ferrol.

Vroege marineloopbaan (1788–1808) Na zijn opleiding voer Enrile aanvankelijk mee op de linieschepen Europa en Salvador del Mundo. Na zijn bevordering tot vaandrig-ter-zee in 1790 werd hij overgeplaatst naar Ferrol, waar hij dienstdeed als arsenaalofficier. Vervolgens werd hij geplaatst op het fregat Elena, waarmee hij onder meer troepentransporten uitvoerde naar de baai van Alfaques aan de monding van de Ebro, bij Tortosa en Sant Carles de la Ràpita, en troepen vervoerde voor het leger bij de grens in de Pyreneeën. In maart 1793 nam hij, als adjudant van eskadercommandant Gabriel de Aristizábal en varend op de Salvador del Mundo, deel aan operaties tegen het Franse Saint-Domingue (het westelijke deel van het eiland Hispaniola, het tegenwoordige Haïti), waaronder de blokkade en verovering van Fort-Dauphin, het tegenwoordige Fort-Liberté. Na de Vrede van Bazel, waarbij Spanje het oostelijke deel van Hispaniola aan Frankrijk moest afstaan, hielp hij bij de evacuatie naar onder meer Puerto Rico en Havana. Tijdens deze operatie werden ook de stoffelijke resten van Christoffel Columbus overgebracht. Voor zijn optreden werd hij voor bevordering bij de koning aanbevolen.

Bevorderd tot vaandrig-ter-zee eerste klasse in 1794, voer hij in 1797 vanuit Havana terug naar Spanje toen zijn fregat, de Elena, bij Conil in gevecht raakte met Britse schepen en vervolgens schipbreuk leed. Enrile onderscheidde zich tijdens het gevecht en overleefde de daaropvolgende schipbreuk. Een krijgsraad droeg hem voor voor bevordering. Later dat jaar diende hij op het linieschip Conquistador onder Cosme Damián Churruca, dat deel uitmaakte van het eskader waarmee José de Mazarredo de verdediging van Cádiz tegen de Britse blokkade organiseerde. Enrile voerde er het bevel over een kanonneerboot en onderscheidde zich zowel in gevechten met Britse lichte vaartuigen als tijdens een zware storm voor de kust van Málaga.

Tijdens de jarenlange internering van het Spaanse eskader in Brest (1799–1802) gebruikte Enrile de gedwongen rust om de Franse scheepsbouw- en marinetechniek te bestuderen, een studie die hij aanvulde door havens in Frankrijk en Vlaanderen te bezoeken en waarover hij later uitvoerige verslagen opstelde. In 1800 werd hij benoemd tot adjudant van het eskader en hoofd van de technische dienst ervan, een functie die hij bijna twee jaar bekleedde. Na terugkeer in Spanje in 1802 werd hij bevorderd tot fregatluitenant.

Begin 1803 kreeg hij het bevel over de brik Prueba in Cartagena. Dit bevel werd tijdelijk onderbroken toen hij de opdracht kreeg de Franse astronoom Pierre Méchain en de Spaanse wiskundige José Chaix te begeleiden en logistiek te ondersteunen bij hun wetenschappelijke missie. Deze wetenschappelijke missie had tot doel de meridiaanboog van Parijs te verlengen en nauwkeurig op te meten, in het bijzonder het traject tussen Barcelona en de Balearen. Deze geodetische metingen waren van cruciaal belang voor de definitieve vaststelling van de lengte van de meter als internationale standaard.Universitat de València, El metro por tierras catalanas. Enrile ondersteunde Méchain tijdens diens landmeetkundige metingen, onder meer op 3 oktober 1803 bij hoogtemetingen vanaf de heuvel Sant Joan bij Tarragona. Voor de metingen op het vasteland was de inzet van een schip nog niet nodig. Voor de geplande oversteek naar de Balearen zou de Prueba echter als escorte dienen. Het schip liep echter aanzienlijke vertraging op doordat het na aankomst bij Barcelona op Menorca in quarantaine werd gehouden uit vrees voor besmetting met gele koorts via andere schepen. Daardoor kon de toegezegde begeleiding bij de oversteek naar de Balearen uiteindelijk niet worden verleend.

Op 9 november 1805 werd hij, in de bevorderingsronde na de Slag bij Trafalgar, bevorderd tot linieschipluitenant. Vanuit Barcelona voerde hij met een flottielje van zes galjoten geregeld gevechten tegen Britse oorlogsschepen die de haven bestookten. Bij een van die schermutselingen raakte hij tijdens een enteringspoging op een vijandelijk vaartuig in 1808 gewond aan zijn rechterdij.

De Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808–1814) miniatuur|De opstand van 2 mei 1808 in Madrid, geschilderd door Francisco Goya. De opstand was de eerste stap naar de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, waarbij Enrile vanaf het begin als marineofficier betrokken raakte. Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog bevond Enrile zich in februari 1808 in Barcelona, toen de Franse troepen van Napoleon de stad binnentrokken. Nadat de Spaanse bevelhebbers weigerden trouw te zweren aan de door Napoleon ingestelde vorst, werd hij krijgsgevangen gemaakt en onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden, zonder dat dit zijn loyaliteit brak. Uiteindelijk wist hij, vermomd als matroos, te ontsnappen naar het nog niet bezette Tarragona. Daarna kreeg hij het bevel over het kleine marinesteunpunt El Trocadero bij Cádiz en werd hem de verdediging van het schiereiland Matagorda toevertrouwd tegen de verwachte Franse opmars in Andalusië. In 1809 werd hij bevorderd tot fregatkapitein. Tijdens het beleg van Cádiz diende hij als stafofficier bij de lichte marine-eenheden die de voorste linie vormden in de moerassige geulen (caños) rond de stad. Deze eenheden stonden onder leiding van marineofficieren: luitenant-generaal Cayetano Valdés voerde het bevel over de strijdkrachten in de baai en eskadercommandant Juan de Dios Topete over die in de caños, waar Enrile als diens adjudant diende. Onder hun leiding groeide het aantal kanonneerboten van 36 naar 72.

Op 1 februari 1811 werd hij van boord gehaald en gestationeerd bij het arsenaal van La Carraca, dat in de vuurlinie lag. Hij gaf er echter de voorkeur aan actief in het veld te blijven dienen en stapte, zoals meer marineofficieren deden, over naar het leger, waar hij op 8 februari 1811 werd geplaatst bij de generale staf. Omdat hij meer dan negen maanden bij de lichte marine-eenheden had gediend en voor bevordering was aanbevolen, kreeg hij diezelfde dag de rang van kolonel en werd hij ordonnansofficier bij de koninklijke legers. Daarmee was hij al kolonel voordat hij in april van dat jaar tot linieschipkapitein werd bevorderd. Zijn nieuwe bestemming was het Vijfde Leger, waarbij hij zich in Lissabon als adjudant van de hertog van Bailén aansloot. In die functie nam hij deel aan de Slag bij La Albuera aan de zijde van generaal Castaños. Hij was aanwezig bij het tweede beleg van Badajoz en nam deel aan de operaties in het graafschap Niebla en de bestorming van de gelijknamige vesting. Vervolgens bevond hij zich in Cádiz en daarna, samen met de Britse troepen van generaal Hill, bij de overrompeling van Arroyo Molinos (1811), waarbij de Franse divisie van generaal Girard werd verslagen. miniatuur|Het beleg van San Sebastián in 1813 tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Enrile organiseerde een flottielje lichte vaartuigen die de stad blokkeerde en na de verovering werd ingezet voor de bevoorrading van het leger langs de kust. Medio 1812 speelde hij een belangrijke rol bij de capitulatie van Astorga. Ondanks de nadering van een aanzienlijke Franse ontzettingsmacht gaf het garnizoen zich over; toen de Franse troepen de stad bereikten, was deze reeds ontruimd en stonden de vestingwerken in brand. Voor zijn optreden werd hij voorgedragen voor bevordering. Vervolgens vocht hij bij het beleg van Burgos en de terugtocht naar Ciudad Rodrigo, waarbij hij herhaaldelijk door bevelhebbers, onder wie Wellington, voor bevordering werd aanbevolen. Daarna werd hij belast met de organisatie en training van de jagerscompagnieën van het Vierde Leger. Hij nam deel aan de Slag bij Vitoria en andere operaties, evenals aan de achtervolging van het Franse leger van generaal Maximilien Sébastien Foy. Vervolgens vocht hij bij Tolosa en Irún en nam hij deel aan de gevechten van 13 januari 1814. Ten slotte organiseerde hij een flottielje van lichte vaartuigen om San Sebastián te blokkeren, die na de verovering van de stad werd ingezet voor de bevoorrading van het leger vanaf zee.

De expeditie naar Costa Firme (1814–1815) Na de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd Enrile benoemd tot chef van de generale staf van de expeditie onder leiding van generaal Pablo Morillo naar Costa Firme, het Spaanse koloniale vasteland in noordelijk Zuid-Amerika. Het doel was officieel het herstel van het Spaanse gezag in Costa Firme en het onderkoninkrijk Nieuw-Granada, met zo min mogelijk bloedvergieten. In de praktijk was de expeditie gericht op het neerslaan van de onafhankelijkheidsbewegingen. In oktober 1814 werd hij benoemd tot tweede bevelhebber van het expeditieleger, waardoor hij zowel het bevel voerde over het konvooi en het eskader als tweede bevelhebber binnen de legerhiërarchie fungeerde. Ook zijn familiebanden met de Cádizse handelsgemeenschap kunnen hierbij een rol hebben gespeeld. Deze kooplieden, verenigd in de zogeheten Comisión de Reemplazos, financierden en organiseerden een groot deel van de Spaanse expedities naar Amerika en hadden belang bij het herstel van de handel.