Pliosaurus is een geslacht van uitgestorven vleesetende reptielen dat naar schatting 147 miljoen jaar geleden, gedurende het Jura in zee leefde, maar afstamde van landbewonende reptielen.
Pliosaurus behoort tot de Plesiosauria. De kop was lang in verhouding tot de korte nek. Pliosaurus bewoog zich voort met vier grote op vinnen lijkende poten en at vissen, inktvissen en zeereptielen waaronder vermoedelijk de langnekkige Plesiosauria. The Independent: Giant reptile ruled the Jurassic Seas
Soorten Pliosaurus brachydeirus In 1841 benoemde Richard Owen een Plesiosaurus (Pleiosaurus) brachydeirus, dus een subgenus van Plesiosaurus.Owen, R. 1841. Odontography. Edited by Owen, R. Part 2. Hippolyte Bailliere, foreign booksellers to the Royal College of Surgeons, London, UK, p 282-284 Het pleion, "meer", verwijst naar het oordeel van Owen dat de soort in vorm (niet in bloedverwantschap want Owen was geen evolutionist) dichter bij de Sauria stond. De soortaanduiding betekent "met korte nek"; het dier had een veel kortere hals dan Plesiosaurus. Nog hetzelfde jaar spelde Owen het volle genus als Pliosaurus.Owen, R. 1841. Report on British fossil reptiles Part 2. Report of the Eleventh Meeting for the British Association for the Advancement of Science, Plymouth p. 60-204 Hij gaf daarvoor geen reden op, maar dergelijke latiniseringen waren niet ongebruikelijk. Naar moderne normen zou Pleiosaurus de geldige naam zijn, maar die is al sinds 1871 niet in de wetenschappelijke literatuur als geldig gebruikt en wordt daarom meestal gezien als een nomen oblitum of als een niet meer gangbare spelling.
De typesoort is de oorspronkelijke Plesiosaurus (Pleiosaurus) brachydeirus. De combinatio nova is Pliosaurus brachydeirus. In 1839 had Owen een Plesiosaurus grandis benoemd.Owen, R. 1839. Report on British fossil reptiles Part 1. Report of the Ninth Meeting for the British Association for the Advancement of Science, Birmingham, p. 43-126 Later kwam hij tot de conclusie dat het om een soort van Pliosaurus ging, dus een Pliosaurus grandis en dat dit de typesoort moest zijn omdat hij eerder benoemd was. Dit is echter hoe dan ook incorrect omdat hij in eerste instantie niet als een soort van Pliosaurus benoemd was. Daarbij bestaat het materiaal van Pliosaurus grandis uit wat losse botten waarvan niet eens bewezen kan worden dat ze bij elkaar horen en zelfs niet dat ze iets met het geslacht Pliosaurus van doen hebben. Deze soort is dus een nomen dubium.
Het holotype van Pliosaurus brachydeirus en daarmee meteen het genoholotype, is OUMNH J.9245, een schedel uit Market Rasen in Lincolnshire gevonden in de Lower Kimmeridge Clay Formation, de Rasenia cymodoce ammonietenzone die dateert uit het onderste Kimmeridgien, die verworven was door William Buckland. Aanvullend materiaal, wat wervels en botten van de ledematen, heeft de inventarisnummers OUMNH J.9247-J.9301. Het betreft vermoedelijk een jongvolwassen individu.
Pliosaurus trochanterius In 1839 had Owen ook een Plesiosaurus trochanterius benoemd. In 1841 hernoemde hij dit tot de tweede soort van Pliosaurus: Plesiosaurus (Pliosaurus) trochanterius. Het holotype is BMNH R31787, een dijbeen.
In 1981 werd deze soort, na vele andere hernoemingen, door Brown in het geslacht Colymbosaurus geplaatst.Brown, D.S. 1981. "The English Upper Jurassic Plesiosauroidea (Reptilia) and a review of the phylogeny and classification of the Plesiosauria". Bulletin of the British Museum (Natural History), Geology 35: 253-347
Pliosaurus brachyspondylus
In 1839 benoemde Owen een Plesiosaurus brachyspondylus, "kortwervel". Het was gebaseerd op een verzameling korte wervels, kennelijk van dieren met een korte nek. Andere korte wervels waren al in 1822 beschreven door William Conybeare en benoemd als Plesiosaurus giganteus, "de gigantische", wat Owen bevestigde. Eichwald voegde al deze vondsten in 1868 samen onder de soortnaam Pliosaurus brachyspondylus.Eichwald, E. 1868. Lethaea Rossica ou Paléontologie de la Russie. Stuttgart, Germany, 1304 pp Eigenlijk had de soortnaam "Pliosaurus giganteus" moeten luiden, maar dat werd over het hoofd gezien. In de twintigste eeuw werd Plesiosaurus giganteus maar als een nomen oblitum behandeld.
In 1959 concludeerde Lambert Beverly Tarlo dat al het materiaal dat aan deze soorten oorspronkelijk toegewezen was, door bombardementen vernietigd of kwijt was. Daarom benoemde hij een neotype, specimen CAMSM J.29564 uit de leempunt van Roslyn, een wervel die in 1869 door Harry Govier Seeley beschreven was.Tarlo, L.B. 1959. "Pliosaurus brachyspondylus (Owen) from the Kimmeridge Clay". Palaeontology 1: 283-291 Knutsen meende in 2012 dat deze keuze zeer ongelukkig was. De wervel bleek niet te onderscheiden van materiaal van Pliosaurus brachydeirus en dat zou Pliosaurus brachyspodylus tot een nomen dubium maken. Daarom stelde Espen Knutsen voor om een skelet dat wel duidelijk een afwijkende bouw had, specimen CAMSM J.35991, tot vervangend neotype te maken. Daartoe wilde hij een petitie indienen bij het ICZN.Espen M. Knutsen. 2012. "A taxonomic revision of the genus Pliosaurus (Owen, 1841a) Owen, 1841b". Norwegian Journal of Geology. 92(2–3): 259–276
Pliosaurus macromerus In 1871 benoemde John Phillips een Pleiosaurus macromerus.Phillips, J. 1871. Geology of Oxford and the Valley of the Thames. The Clarendon Press, Oxford, UK, 523 pp Hij gebruikte dus als een der laatsten nog Owens oorspronkelijke spelling. De soortaanduiding betekent "met het lange dijbeen". De soort was gebaseerd op OUMNH J.12498, een dijbeen gevonden bij Swindon tijdens de aanleg van het talud van de Great Western Railway. Ook wat wervels waren aangetroffen. In 1889 hernoemde Richard Lydekker dit tot Pliosaurus macromerus. Een schedel met onderkaken, specimen NHMUK 39362, die hij eerder aan Pliosaurus grandis had toegewezen, wees Lydekker nu toe aan Pliosaurus macromerus.Lydekker, R. 1889. Catalogue of the fossil Reptilia and Amphibia in the British Museum (Natural History) Part 2. Printed by order of the trustees, London, UK, 307 pp
In 1959 viel het Tarlo op dat Phillips geen formeel holotype had aangewezen. Hij besloot een lectotype te kiezen uit het materiaal. Daarvoor nam hij echter niet het dijbeen, maar de wervel OUMNH J.10441.Tarlo, L.B. 1959. "Stretosaurus gen. nov., a gigant pliosaur from the Kimmeridge Clay". Palaeontology 2: 39-55 Opnieuw moest Knutsen in 2012 concluderen dat deze keus hoogst ongelukkig was. De wervel toont geen diagnostische kenmerken en dat maakt Pliosaurus macromerus tot een nomen dubium. Er is geen bewijs dat specimen NHMUK 39362 iets met OUMNH J.10441 van doen heeft.
In deze publicatie uit 1959 vergrootte Tarlo de verwarring nog. Een schedel, CAMSM J.35990, benoemde hij als een apart geslacht Stretosaurus naar de vindplaats Stretham. Hij meende nu dat dit identiek was aan Pliosaurus macromerus, wat een Stretosaurus macromerus opleverde. Hij wees talrijk materiaal aan de soort toe. In 1989 echter plaatste Tarlo, die nu door het leven ging onder de naam Halstead, de soort in Liopleurodon, als een Liopleurodon macromerus.Halstead, L.B. 1989. "Plesiosaur locomotion". Journal of the Geological Society 146: 37-40 Knutsen stelde in 2012 voor om de verwarring op te heffen door NHMUK 39362 tot het neotype van Pliosaurus macromerus te maken. Hij kondigde aan daartoe een petitie aan het ICZN in te dienen. Daar is het tot nu toe niet van gekomen, mede door recenter onderzoek gepubliceerd in 2013.
Pliosaurus archiaci In 1894 hernoemde Henri de Sauvage Polyptychodon archiaci Deslongchamps vide Lennier 1870 in een Pliosaurus archiaci. De soort was gebaseerd op een onderkaak gevonden bij Le Havre.
Pliosaurus frearsi en Pliosaurus wosinskii In 1934 hernoemde Oskar Kuhn Spondylosaurus frearsi Fischer de Waldheim 1845 in een Pliosaurus frearsi. Het gaat om een halswervel in 1844 door M.G. Frears gevonden in de omgeving van Moskou. In 1846 zou Fischer de Waldheim een Pliosaurus wosinskii benoemen op basis van een kaak.
Pliosaurus rossicus
In 1948 benoemde Nestor Ivanovich Novozhilov een Pliosaurus rossicus, "de Russische", op basis van een klein skelet, specimen PIN 304/1, gevonden in de rechteroever van de Wolga.Novozhilov, N.I. 1948. "[Two new pliosaurs from the Lower Volga beds Povolzhe (right bank of Volga]". Doklady Akademii Nauk SSSR 60: 115-118
Halstead meende in 1971 dat het tot Liopleurodon behoorde,Halstead, L.B. 1971. "Liopleurodon rossicus (Novozhilov) - a pliosaur from the Lower Volgian of the Moscow basin". Palaeontology 14: 566-570 maar Knutsen concludeerde dat het toch een soort van Pliosaurus was wegens de viervlakstanden.
In 2013 nam de zaak een opmerkelijke wending toen Roger Benson e.a. stelden dat ouder Brits materiaal gezien de overeenkomsten in het gebit niet aan P. macromerus, maar aan P. rossicus moet worden toegewezen, daaronder ook de reusachtige kaak OUMNH J.10454.
Pliosaurus andrewsi In 1960 benoemde Tarlo een Pliosaurus andrewsi op basis van een skelet, specimen NHMUK R.3563 gevonden bij Peterborough, dat in 1913 door Charles William Andrews was toegewezen aan Peloneustes evansi.Tarlo, L.B. 1960. "A review of Upper Jurassic Pliosaurs". Bulletin of the British Museum (Natural History), Geology 4: 145-189 Latere analyses lieten zien dat de soort niet nauw aan de pliosaurussoorten verwant is en er vermoedelijk een eigen geslacht voor benoemd moest worden.
Pliosaurus irgisensis
In 1960 hernoemde Tarlo Peloneustes irgisensis Novozhilov, 1948 tot een Pliosaurus irgisensis. Het holotype is het skelet PIN 426. Dit is onvolledig en in slechte toestand. Daarbij heeft Novozhilov er in 1964 een apart geslacht voor benoemd, Strongylokrotaphus uit het Grieks strongylos, “rond” en krotaphos, "slaap".Novozhilov, N.I. 1964. "Order of Sauropterygia". Osnovy Paleontologii 12: 309-332 Een verband met Pliosaurus is moeilijk aan te tonen. Een moderne beschrijving ontbreekt. De soort wordt voorlopig wel gezien als een nomen dubium.
Pliosaurus portentificus In 2004 benoemde Leslie Frederick Noè een Pliosaurus portentificus, "de wonderbaarlijke", gebaseerd op CAMSM J.46380, een stuk onderkaak in 1912 door Catherine Ouless gevonden in een leemput bij Ely.Noè, L.F., Smith, D.T.J. & Walton, D.I. 2004. "A new species of Kimmeridgian pliosaur (Reptilia; Sauropterygia) and its bearings on the nomenclature of Liopleurodon macromerus". Proceedings of the Geologists’ Association 115: 13-24
In 2012 concludeerde Knutsen dat de vermeende afwijkende kenmerken van de soort of op een foute interpretatie van de tandtelling bij Pliosaurus berusten of op een jongere individuele leeftijd. Hij concludeerde dat het een nomen dubium was.
Pliosaurus funkei