Het aanwijzend voornaamwoord of pronomen demonstrativum is het voornaamwoord met een verwijzende waarde, die nadrukkelijker is dan die van andere voornaamwoorden.
Vormen Niet-zelfstandig en zelfstandig gebruik Een aanwijzend voornaamwoord dat een functionele relatie heeft met een ander naamwoord in dezelfde zin c.q. hoofd- of bijzin, noemen we niet-zelfstandig (of bijvoeglijk) gebruikt.
Dit huis is prachtig.
Er zijn daarentegen ook zelfstandig (of niet-bijvoeglijk) gebruikte aanwijzend voornaamwoorden. De relatie betreft er dan een met een niet (in dezelfde zin) genoemd object.
Ik wil rode bloemen. Die vind ik mooier.
Verbuiging de-woorden enkelvoud deze (voor dichtbij) die (voor veraf of niet-aanwezig) dat, (voor veraf) dit zulks (archaïsch, in formeel taalgebruik nog gebezigd om herhaling van een ander aanwijzend voornaamwoord te voorkomen, bijvoorbeeld in het slotformulier van Nederlandse wettenAanwijzingen voor de regelgeving, § 4.19, aanwijzing 193, Overheid.nl) dien, gene, gindse (voor veraf, archaïsch)
het-woorden enkelvoud dit (voor dichtbij) dat (voor veraf of niet-aanwezig) ginds (voor veraf, verouderd) zo'n, zo een (volledige vorm van zo'n), zulk een zulks (zie boven) Het verbaast me dat zulks kan gebeuren.
meervoud deze (voor dichtbij) die (voor veraf of niet-aanwezig) gene, gindse (voor veraf, verouderd) zulke
Genitiefvormen In geschreven, formeel, dan wel archaïsch taalgebruik komen de genitiefvormen van die en deze nog wel voor.
Die (vrouwelijk en meervoud) dier De moeder dier kinderen
Die (mannelijk en onzijdig) diens Je kent Jakob; diens vrouw ligt in het ziekenhuis
deze (vrouwelijk en meervoud) dezer Een dezer dagen voornamelijk in versteende uitdrukkingen
deze (mannelijk en onzijdig) dezes vrijwel uitgestorven, komt nog wel voor in de vaste uitdrukking schrijver dezes, waarin een (brief)schrijver naar zichzelf verwijst.
Categorie:Voornaamwoord