thumb|Vanaf de 14e eeuw verspreidden diverse groepen Ojibwe-migranten zich vanuit Baawitigong(Sault Ste. Marie), op de oostelijke helft van het bovenschiereiland van Michigan, zich langs de kustlijn van Gichi-Ojibwe-Gamiing (Bovenmeer), van waaruit ze steeds meer land richting het noorden en westen koloniseerden – tot diep in Canada en de westelijke staten van de huidige VS.
De Ojibweg (spreek uit: o-DJIB-weg) zijn een van oorsprong semi-nomadisch volk dat behoort tot de Algonkische taalfamilie; hun leefgebied bevindt zich rondom de Grote Meren in centraal Noord-Amerika, in het Canadees Schild en een groot gebied ten westen ervan. Ojibwe, meervoud Ojibweg, is een exoniem (sic: naam waarmee ze in de buitenwereld bekendstaan); ze noemen zichzelf van oudsher Anishinaabe (meervoud Anishinaabeg; spreek uit als a-nish-NAAB-ek). In dit artikel wordt het exoniem Ojibweg gebruikt om verwarring met andere, verwante volken te voorkomen. Anishinaabe is namelijk een term die de tevens de etnische en culturele identiteit aanduidt van de Bodéwadmik (Potawatomi), Odaawaag (Ottawa), Odishkwaagamiig (NB’Biising of Nipissing), Mamaceqtaw (Menominee), Omàmiwininiwak (Algonquin), Anishininiwak (Oji-Cree) en Lenni-Lenape (Delaware).
Inleiding De Canadese Ojibweg stammen af van de zuidoostelijke Anishinaabe-Ojibweg uit de regio van het Bovenmeer, wier oorspronkelijke thuisland zich waarschijnlijk in de nabijheid van Baawiting bevond, het aan watervallen en stroomversnellingen rijke gebied rondom het huidige Sault Ste. Marie op de grens van het bovenste schiereiland van Michigan en Ontario. (nr.5 op onderstaande migratiekaart). Hier splitsten de Ojibweg zich volgens de Anishinaabe-geschiedschrijving – die gebaseerd is op de inscripties van de Mide-rollen – op in verschillende migratiegroepen. (Andere, eveneens wijdverbreide theorieën, spreken overigens van andere locaties. Ook zijn er veel verschillende interpretaties in omloop over wanneer de splitsing plaatsvond; in elk geval ergens tussen de 8e en de 16e eeuw.) Eén groep migreerde zuid- en oostwaarts naar de huidige staten Michigan, Illinois, Indiana, Ohio, Pennsylvania en het zuiden van de huidige Canadese provincie Ontario; een tweede groep trok langs de noord- en zuidkust van het Bovenmeer naar het westen; een derde groep trok noordwaarts tot diep in Canada, en vervolgens naar het westen, waar zij uiteindelijk, in de 19e eeuw, in British Columbia terechtkwam. Sommige (westerse) wetenschappers menen dat de Ojibweg die zijn uitgewaaierd over dit uitgestrekte gebied, dit niet vanuit Baawiting deden, maar veel noordelijker, vanuit het gebied dat nu Quebec is; dit zou inhouden dat zij (mogelijkerwijs) directe afstammelingen zijn van de Omàmiwininiwak die in dit gebied leefden. Een uitgebreide en diepgaande studie van de herkomst van de 'Algonquin Nation' (zoals zij tegenwoordig bekendstaan) zou meer licht op deze theorie kunnen werpen.
De traditionalisten onder de Ojibweg, met name zij die de religie van de Midewiwin aanhangen, zijn creationisten die niet in de officiële Beringstraat-theorie geloven, laat staan in evolutie in de darwinistische zin. Hun visie over de herkomst van de Anishinaabe-Ojibweg is tweeledig. Enerzijds is er de zuiver creationistische versie, over de eerste Anishinaabeg die na een zondvloed zijn ontstaan op het rugschild van een gigantische bijtschildpad (het huidige eiland Mackinac, Michigan); anderzijds bestaat een meer geschiedkundige, aan de hand van allegorieën vertelde visie, gestoeld op de picturale geschriften van het Lenni-Lenapevolk (de Walam Olum) en de picturale en mondelinge overleveringen van de voorouders van de Ojibweg zelf. In deze (traditionalistische, gemythologiseerde) visie komen de voorouders van de Ojibweg oorspronkelijk van de Noord-Atlantische kust; dit was bij de monding van de Saint Lawrence, in het huidige Quebec, en in een streek dat het kustgebied in het huidige New England omvat. Zij die deze traditionele kijk op de geschiedenis anders interpreteren, denken dat het waarschijnlijker is dat de Ojibweg aan de kust van de Hudsonbaai leefden en van daaruit zuidwaarts trokken naar het Grote Merengebied. thumb|Kaartje met de legendarische migratieroute van de Anishinaabe-Ojibweg, waarbij de nummers corresponderen met de Zeven Vuren (stopplaatsen). De volksverhuizing tussen de eerste en de zevende stopplaats duurde 5 eeuwen; op basis van inscripties in de heilige Midewiwin-rollen wordt vermoed dat ze plaatsvond tussen de 8e en de 14e eeuw. Bron: Mishomis Book by E. Benton Banai.
De officiële (westerse) wetenschap heeft op basis van archeologische vondsten de theorie ontwikkeld dat het Grote Merengebied al 40.000 of 50.000 jaar geleden, maar in ieder geval sinds 1000 v. Chr, bewoond moet zijn geweest door inheemse groepen.Leland, Charles E. 1995. Rites of Conquest, The History and Culture of Michigan’s Native Americans." Ann Arbor, The University of Michigan Press. Hoofdstuk 1 Ze onderscheidt hierin drie culturen: de Paleocultuur, de Oude-Kopercultuur en de Boslandcultuur. Volgens deze theorie deed de laatste groep, vooral toen de maïs 2500 jaar geleden zijn intrede in het gebied deed, aan intensieve landbouw; zij zouden de voorouders zijn geweest van de moderne Anishinaabeg, Mamaceqtaw, Meskwakihaki, Wendat, Haudenosaunee en andere inheemse volkeren die daar door de Europeanen werden aangetroffen. Ook wordt wel beweerd dat de voorouders van de Anishinaabeg onderdeel uitmaakten van de Hopewellcultuur uit het Midwesten van de huidige Verenigde Staten; deze traditie stamt uit de periode van 200 voor Chr. tot 500 na Chr.
Aangezien de (nogal magere) archeologische vondsten in het Grote Merenbassin meer vragen dan antwoorden opleveren en er (nog) geen sluitend wetenschappelijk bewijs is over hoelang al de Gichi Gami-Anishinaabeg (Anishinaabeg van de Grote Meren) in het gebied leven, volgt dit artikel in hoofdlijnen de traditionele geschiedkundige kijk van de Ojibweg op de migratie; temeer omdat deze hand in hand gaat met de overleveringen van de Midewiwin, die onmogelijk los gezien kunnen worden van de Anishinaabecultuur en hun hedendaagse (traditionele) wereldbeeld.
Land van de Dageraad (—- tot 1000 v Chr.) In een groot gebied dat grenst aan de Noord-Atlantische kust leefde de grote Algonkin-natie (de proto-Algonkins). Deze bestond uit verscheidene volkeren die dezelfde taal spraken (het Algonkin), en die nu bekend staan als (onder andere) de Mi’kmaq, de Abenaki, de Algonkin (of Algonquin) en de Lenni-Lenape (Delaware). In de Walam Olum, die zou dateren van vóór 1600 v.Chr. maar waarvan de echtheid door veel westerse wetenschappers in twijfel wordt getrokken, wordt verhaald over een legendarische trek van west naar oost van de Lenni-Lenape, de voorouders van de Ojibweg en door alle Algonkischsprekende volkeren beschouwd als hun 'grootvader' of primus inter pares.
Hier, in Waabanakiing, het Land van de Dageraad, vormden de Ojibwe Anishinaabeg nog altijd een integraal onderdeel van de macro-Algonkische natie, toen ze, tussen de 2000 tot 3000 jaar geleden, op aangeven van een krachtig visioen dat hen werd aangereikt door zeven mysterieuze wezens uit de oceaan, over het volgen van een mysterieuze stralende miigis (zeeschelp) die hoog aan de westelijke hemel verscheen, een vijftienhonderd jaren durende exodus naar het westen begonnen. De miigis zou veel later, in het Grote Merengebied, bekend worden als mide-miigis, en een centrale rol spelen in de heilige riten van de Midewiwin.
Migratieroute van de Zeven Vuren (0-1400 na Chr.) thumb|upright 1.2|Overzichtskaart van Anishinaabewaki (Anishinaabe Aki), het land van de Ojibweg zoals dat er sinds de 19e eeuw uitziet. De nummers op de kaart corresponderen met een aantal nummers in de tekst. De op de kaart vermelde cijfers corresponderen met de volgende gegevens: A) Gichi-Ojibwe-Gamiing: het grote Zoetwatermeer van de Anishinaabeg. Ojibwe-naam voor Bovenmeer (Lake Superior) . B) Mishiigamiing: Groot Meer. Ojibwe-naam voor Michiganmeer (Lake Michigan). C) Ook de staat Michigan, die bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk schiereiland, ontleent zijn naam aan het Omàmiwinini /Odaawaa/ Ojibwe-woord Mishiigami(ing). D) Wisconsin: oorspronkelijk een naam die de Myaamiaki (Miami) aan een rivier gaven. In dit gebied, waarover de profeten aan de oostkust al spraken als het beloofde land, vestigden zich (vermoedelijk) aan het eind van de 14e eeuw Ojibwe-migranten uit Baawiting in Noord-Michigan. Bron: www.jaawanart.com, sieraden, trouwringen en achtergrondverhalen over de Ojibwe Anishinaabeg.
De Zeven midemiigisag (heilige kaurischelpen) die in mensengedaante uit de Atlantische oceaan waren gekomen om bij de Algonkin uit Waabanakiing de leerstellingen van de Midewiwin en het oorspronkelijke totemstelsel te introduceren en tevens de profetieën van de Zeven Vuren te verkondigen,< Warren, William W. (1851) History of the Ojibway People spraken van een mysterieus ras met een witte huidskleur dat aan de oostelijke horizon zou verschijnen om de Algonkin dood en verderf te brengen. Om aan deze dreiging uit het oosten te ontkomen raadden deze 'Grootvaders' – die nog altijd bekendstaan als niizhwaaswi n'mishoomisag: "zeven grootvaders" – de Algonkin aan een migratie naar het westen te ondernemen, waarbij ze een stralende miigis (witte kaurichelp) die hoog aan de westelijke hemel stond, moesten volgen. De eerste en de zevende van de Zeven Grootvaders spraken tevens van twee minisan of schildpadvormige eilanden die respectievelijk als eerste en zevende van 7 Vuren de migratieroute zouden markeren; bovendien werd gesproken over het bestaan van een land ten westen van een enorme watermassa, waar 'voedsel op het water groeit' (hiermee werden de wilde-rijstvelden in de huidige staten Wisconsin en Minnesota bedoeld).
Een grote raad werd belegd, en een groot deel van het Algonkische volk besloot gehoor te geven aan de waarschuwing van de Midemiigisag/Mishoomisag. Toen een vrouw naar voren stapte en over een droom vertelde waarin ze op de rug van een waterschildpad stond die zich stroomafwaarts liet meevoeren door een grote rivier die naar het Westen stroomde, werd het begin van de route bepaald: men zou op zoek gaan naar een rivier met een schildpadvormig eiland. Deze plek vond men volgens sommige bronnen in de huidige rivier deOttawa, die van het oosten naar het westen stroomt, daar waar ze de Saint Lawrence kruist; andere bronnen beweren dat het Eerste Vuur niet daar, maar op een eiland verder naar het zuiden werd ontstoken, op het huidige eiland Walpole.
De legendarische, ca. 1500 jaar durende migratie die omstreeks het begin van de (Christelijke) jaartelling op gang kwam (volgens andere bronnen omstreeks circa 900 n. Chr), staat nog altijd bekend bekend als de Niizhwaaso-ishkoden (Ningaanaajimowin) of "(Profetie van) De Zeven Vuren". (De achterblijvers, het Volk van de Dageraad, die waarschijnlijk de voorouders van de Abenaki waren, zijn later bijna geheel uitgeroeid door de Europeanen.) Ter vervolmaking van het miigis-visioen bleven op zeven 'stopplaatsen' groepen Algonkische kolonisten achter, die ieder afzonderlijk zouden uitgroeien tot een zelfstandige natie. De route voerde van de Saint Lawrence langs de Ottawa (Quebec en Ontario), via het Nipissingmeer (Ontario, nr. 25 op de kaart) tot aan de Grote Meren. Zo zou een deel van de Algonkin die bij Mooniyaang (Montreal), de Animikiiwaabad of Wayaanag-gakaabikaa (Niagara Falls, zie nr. 43 op de kaart) en in de streek ten westen van het Eriemeer achterbleven en daar het Eerste, Tweede en Derde Vuur aanstaken, uitgroeien tot een natie die vandaag de dag de Algonquin Nation wordt genoemd; pas jaren later en na vele omzwervingen en ontberingen langs de Grote Meren zou een groep Algonkin – intussen hadden ze reeds de naam Aanishinaabe-Ojibweg aangenomen – het Zevende (en laatste) Vuur aansteken bij het schildpadvormige Mooningwanakaaning, het huidige Madeline Island in het Bovenmeer (nr. 7 op de kaart).