Sint Anthonis () is een woonplaatsANWB Topografische Atlas Noord-Brabant (2005) - kaart 54 189-405 . in de gemeente Land van Cuijk, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het wordt in het lokale dialect Sint Tunnis () genoemd. Op telde het dorp inwoners, verdeeld over woningen, met een gemiddelde WOZ-waarde van , op een oppervlakte van km².
Historische benaming De vroegst bekende naam van het dorp is Oelbroeck. In een testament van rond 1312 wordt het dorp vermeld als Oelbroec. "Oele" betekent hoogstwaarschijnlijk een bosje op hoge zandgrond, zoals ook het geval is bij de buurtschap Oele in Overijssel. De dorpskom van Sint Anthonis ligt immers vrij hoog. Met het begrip "broeck" werd het omliggende drassige laagland bedoeld. Daarmee werden waarschijnlijk de natte weidegronden tussen de Oploose Molenbeek en Kleine Beek in het dorp bedoeld. Deze weilanden worden sinds 1600 in stukken vermeld als het D'Oesbroek, Oesbroek of Duysbroek.
In de zestiende eeuw veranderde de naam van het dorp. Men ging naar het dorp verwijzen als Sint Anthonis in Oelbroeck. Hiermee werd verwezen naar de in de vijftiende eeuw gebouwde kapel, gewijd aan Antonius Abt van Egypte. Rond 1590 verdween de naam Oelbroeck helemaal uit de administratie van de overheid en werd definitief de naam Sint Anthonis gebruikt. Enkel de kerk bleef nog tot het midden van de negentiende eeuw spreken van de pastoor of de parochie van Sint-Antonius in Oelbroeck. De benaming Oelbroeck leeft nog voort als naam van de lokale Heemkundekring en naam van het dorpshuis. In de 20e eeuw droeg ook een horecagelegenheid aan de Brink deze naam.
Geschiedenis
Oudheid Sint Anthonis lag in de nabijheid van de belangrijke Romeinse heerweg die liep van Nijmegen (Noviomagus) naar Maastricht (Mosa Trajectum). In Sint Anthonis zijn dan ook sporen aangetroffen van Romeins verleden. Zo is er een muntschat opgegraven uit de Romeinse tijd. De munten komen uit de periode 138 tot 268 na Christus. Tot de schat behoort een bronzen dubbelsestertii van de Romeinse keizer Postumus, die nooit eerder in Nederland boven water is gehaald. Daarnaast werden bij de opgraving ook Romeins aardewerk en bewerkt vuursteen aangetroffen. Het handjevol fragmenten Romeins aardewerk dat van de akker afkomstig is, geeft aan dat er in de Romeinse tijd vermoedelijk wel activiteiten ter plekke plaatsvonden. De aard en intensiteit hiervan zijn echter niet duidelijk.
Middeleeuwen Al in 1312 is een kapel in aanbouw, die aanvankelijk onderhorig was aan de parochie van Boxmeer. De toren, die werd afgebouwd in 1466, was sinds de vijftiende eeuw een baken in De Peel. De toren werd als dominant en markant herkenningspunt gebruikt bij het bepalen van grenzen, zelfs tot in Deurne en Bakel.
In 1477 werd de kapel verheven tot parochiekerk, gewijd aan de Heilige Antonius Abt. Naast deze kerk bestond de parochie nog uit Oploo en Ledeacker, die elk een kapel hadden. Het patronaatsrecht bleef vooralsnog in handen van de heer van Boxmeer. Bij de kapel in Sint Anthonis lag ook een kerkhof. In 1486 werd de jonge parochiekerk gerenoveerd.
16e eeuw Het dorp maakte sinds de middeleeuwen deel uit van de onafhankelijke vrije Heerlijkheid Boxmeer. De heren van Boxmeer regeerden over Sint Anthonis door middel van een drost. Sint Anthonis was met twee schepenen vertegenwoordigd in de Boxmeerse schepenbank. In de 16e eeuw wordt voor het eerst melding gemaakt van een molen en een school in het dorp.
Tijdens de tachtigjarige oorlog speelde het conflict tussen de katholieken en protestanten ook in de regio van Sint Anthonis. Heer Frederik van den Bergh (1559-1618) bleef katholiek en dus bleef Sint Anthonis aan Spaanse zijde. Hoewel Boxmeer en Sint Anthonis in die tijd 'geuzendorpen' genoemd werden, maakte ook de pastoor zich hard voor de katholieken. De pastoor van Sint Anthonis, Gerrit Willems, overtuigde namelijk graaf Willem van den Bergh om weer katholiek te worden.
In de zestiende eeuw weekte het dorp zich langzaamaan bestuurlijk los van Boxmeer. Er kon zich een eigen dorpsbestuur ontwikkelen. In 1576 werd ook het Sint Antoniusgilde opgericht, waarvan de volledige naam luidt: Gilde van het Heilig Sacrament des Altaars en Sint Antonius Abt. Dit was een kerkelijke broederschap ter bescherming van de parochie en huis en haard tegen allerlei gespuis. Ook zijn sinds 1585 dorpsrekeningen van Sint Anthonis bewaard.
De Tachtigjarige oorlog liet zich voelen in het dorp. Het inwonertal was door veel sterfgevallen, als gevolg van de pestepidemie, gedaald. In 1583 worden er vernielingen aangericht in de kerk omdat deze wordt geplunderd door Spaanse troepen. Pastoor Phlyps wordt gevangen genomen en ingesloten in het kasteel van Boxmeer wegens anti-Spaanse gezindheid. Ook het verplichte inkwartieren van rondtrekkende soldaten en gedwongen leveranties van brood, bier en spek hadden afmattend op de bevolking gewerkt. . Dat maakte ook het opbrengen van de cijnsen zwaarder. Daarom verzochten de inwoners van Sint Anthonis in 1592 aan gravin Maria van den Bergh of zij de lasten wilde verlagen.
17e eeuw miniatuur|Wapen van de schepenbank van Sint Anthonis, later gebruikt als gemeentewapen van de gemeente Oploo C.A. In het begin van de zeventiende eeuw telde Sint Anthonis zo'n tachtig boerderijen die zich deels als krans rondom de kerk groepeerden. In 1601 wordt er een bestuurlijke scheiding gemaakt tussen Boxmeer en Sint Anthonis, waardoor het dorp een eigen schatbeurder krijgt. Vanaf 1612 krijgt de pastoor een eigen weem, op de vruchtbare grond nabij de beek. Op 22 augustus 1627 verkrijgt Sint Anthonis het officiële recht om een eigen schepenbank op te richten. Zij vergaderden in herberg De Zwaan aan het kerkplein. De lage rechtspraak over civiele zaken werd voortaan zelf door de schepenen van Sint Anthonis geregeld, waarbij beroep mogelijk was bij de schepenen van Boxmeer.
In 1607 wordt er een dorpsschooltje gebouwd in de buurt van de kerk, waar nu de pastorietuin ligt. Ook word in 1608 een nieuwe weem gebouwd voor de pastoor. Deze was gelegen aan de grote dijk.
Graaf Albert van den Bergh bepaalde dat het dorp een eigen zegel mocht hebben. Het wapen moest een afbeelding voeren van Antonius Abt met het varken. De heilige Antonius moest een schildje op zijn voeten dragen, met daarop het Boxmeerse wapen.
In 1648 kwam het Land van Cuijk bij de Republiek. Dat gold echter niet voor de Heerlijkheid Boxmeer, waartoe Sint Anthonis behoorde. Hierdoor bleef de katholieke godsdienst er, in tegenstelling tot buurdorpen, toegestaan. Katholieken uit omringende gebieden, zoals Ledeacker en Den Hoek, konden er terecht voor de vervulling van hun godsdienstige plichten. De uitdijende parochie vraagt dan ook om meer plek. In 1677 wordt dan ook een kapelanie gesticht, in 1741 gevolgd door een vicarie. 18e eeuw miniatuur|Pentekening van de kerk van Sint Anthonis door Jan de Beijer, 1743 In het begin van de 18e eeuw kreeg pastoor Caspar Molmans toestemming om een nieuwe weem te bouwen die minder ver van de kerk af lag en voldeed aan de eisen van de tijd. Deze nieuwe pastorie werd gebouwd ten oosten van de kerk en kreeg hierbij een gastenverblijf, een turfschop en een moestuin. Ook werd in deze periode een standerdmolen gebouwd. In 1799 werd de molen geveld door natuurgeweld, waarbij de molenknecht om het leven kwam. Hierna werd er een nieuwe molen gebouwd, waarvan thans enkel een molensteen en de benaming "Molenstraat" resteert.
In 1730 worden alle Joden die in Sint Anthonis wonen verbannen.
In 1745 werd er aan het kerkplein een nieuw dorpsschooltje gebouwd op de plek waar tot dan toe het kerkhof lag. Aan de rand van het kerkhof werd, met toestemming van de bisschop, een lokaal van zes vierkante meter gebouwd. De school bleef dienst doen tot 1876. Hierna werd dit schooltje enkele decennia gebruikt als botermijn.
Het Sint Antoniusgilde floreerde sterk in de achttiende eeuw. Uit deze tijd zijn verschillende koningsschilden bewaard gebleven. Hierna volgde een neergang, met korte opleving in 1926 toen ook een gildedag werd georganiseerd.
In de achttiende eeuw werd de oude Peelbaan, die vanuit Sint Anthonis door de Peel naar Gemert liep, verbeterd. Er werden bakens langs het karrenspoor geplaatst, dat slingerde over de zandbulten tussen de kale vlakte met heide en veenmoerassen.
De vrije heerlijkheid Boxmeer hield in 1794 op te bestaan als gevolg van de Franse tijd in Nederland. Hiermee komt een einde aan de bijzondere positie van Sint Anthonis en Boxmeer met vrijheid van godsdienst voor katholieken.
19e eeuw In de Franse tijd werd Sint-Anthonis in 1810 van Boxmeer gescheiden en in de gemeente Sint Anthonis en Ledeacker opgenomen. Ook na de Franse overheersing bleef de gemeente Sint Anthonis en Ledeacker bestaan. In 1821 fuseerde deze met Oploo tot fusiegemeente Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker. Als wapen voor deze gemeente werd het oude wapen van de schepenbank van Sint Anthonis gekozen. Deze drie dorpen telden in 1815 gezamenlijk 1471 inwoners. In 1873 werd voor de gemeente ook een raadhuis gebouwd aan het kerkplein van Sint Anthonis.
In 1827 werden de gemene gronden die in het verleden behoorden bij de Heerlijkheid Boxmeer verdeeld tussen de gemeenten Boxmeer en Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker. Sint Anthonis kreeg hierdoor veel (minderwaardige) Peelgronden in handen. Nadien zouden hierop het Sint Anthonisbos, Bronlaak en Elsendorp verrijzen. Omstreeks 1865 werd het aarden karrenspoor dat van Sint Anthonis over de Peelkant naar Gemert liep vervangen door een provinciale grindweg. In 1874 werd ook de weg tussen Sint Anthonis en Wanroij verhard.
In 1876 werd een melkfabriek geopend in buurtschap Den Hoek. De fabriek vormde een belangrijk onderdeel in de zuivelindustrie van Oost-Brabant. Na schaalvergrotingen en fusies in de zuivelsector hield de fabriek in 1975 op te bestaan.
In de 19e en 20e eeuw werd de kerk sterk verbouwd en uitgebreid. Ook vestigde zich een zusterklooster aan het kerkplein. In 1851 verplaatste de kerk het kerkhof naar de noordzijde van de kerk, waar deze nog altijd ligt. Op de locatie van het oude kerkhof ontstond een pleintje.
20e eeuw
In 1913 had de gemeente Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker 1769 inwoners, waarvan 906 mannelijke en 863 vrouwelijke, en waarvan 965 in de kom van Sint Anthonis. De oppervlakte was 3818 ha (bevolkingsdichtheid 46,33 inwoners per km²). Het dorp Sint Anthonis werd destijds gevormd door vier hoofdstraten (Peelkant, Lepelstraat, Boxmeerseweg en Dorpsstraat) die bij elkaar kwamen rond het kerkplein.
Ook in Sint Anthonis stond het begin van de 20e eeuw in het teken van het Rijke Roomse Leven. In deze jaren worden veel (katholieke) verenigingen en stichtingen opgericht. In 1915 wordt de Boerenleenbank opgericht, in 1918 volgt de Fok- en Controlevereniging Vereende Kracht, in 1919 muziekvereniging Sint Cecilia, in 1920 wordt een bondgebouw gebouwd voor de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1928 ziet Boerinnenbond St. Brigidda het levenslicht en in 1929 volgt voetbalclub DSV. De bestaande pastorie werd in 1904 vervangen door een nieuwe pastoorswoning. Deze werd gebouwd aan het kerkplein en is tot op de dag van vandaag in gebruik.
In 1942 werd de gemeente Sambeek opgeheven. Als gevolg hiervan werd de Sambeekse buurtschap Den Hoek bij Sint Anthonis gevoegd. Dit buurtschap kende van oudsher al hoge betrokkenheid met het dorp Sint Anthonis. Zo hadden inwoners van dit buurtschap in de afgelopen eeuwen ook bijgedragen aan de aanschaf van een kerkklok en de bouw van de school en de weem van Sint Anthonis.