thumb|Titelblad van de uitgave van Ammianus door Accursius (Augsburg 1533) Ammianus Marcellinus (Antiochië, ± 330 – 400 n.Chr.) was een Romeinse historicus van Griekse herkomst. Hij was de laatste grote historicus uit het Romeinse Rijk; zijn overgeleverde werk beschrijft de geschiedenis van de periode van 353 tot en met 378.
Leven Over Ammianus' leven is slechts weinig bekend, uit zijn werk kan men echter toch het een en ander afleiden., Ammianus Marcellinus, Darmstadt, 1982, biedt een goed systematisch overzicht met betrekking tot de belangrijkste onderzoeksvragen (stand van zaken in 1979). Belangrijke recentere werken zijn onder andere , The Roman Empire of Ammianus, Baltimore - Londen, 1989 (tweede, herziene editie: Ann Arbor, 2008²), , Ammianus Marcellinus and the Representation of Historical Reality, Ithaca - Londen, 1998; (edd.), The Late Roman World and Its Historian: Interpreting Ammianus Marcellinus, Londen, 1999 en , Ammianus Marcellinus: The Allusive Historian, Cambridge, 2008. Een algemeen overzicht biedt , Geschichte der römischen Literatur, II, München, 2003³, pp. 1127-1138. Zie ook de inleidingen in de vertalingen van (trad.) - (introd. com.), Ammianus Marcellinus. Das römische Weltreich vor dem Untergang, München – Zürich, 1974, pp. VII-XXX en (introd. ed. trad.), Rerum gestarum libri qui supersunt, I, Leipzig, 1978, pp. 9-51. Hij werd rond 330 geboren.Een van de communis opinio afwijkende mening wordt ingenomen door Barnes, die meent dat hoewel Ammianus deze stad bewonderde en er ook langere tijd zou hebben geleefd, hij niet in Antiochië was geboren: , Ammianus Marcellinus and the Representation of Historical Reality, Ithaca - Londen, 1998, p. 60. in de Syrische stad Antiochië aan de Orontes, toentertijd een van de grootste en belangrijkste steden van het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk was hij afkomstig uit een welgestelde Griekse familie (mogelijk uit de Curialenstand). Hij was duidelijk zeer goed ingevoerd in de Romeinse- en Griekse literatuur.Barnes neemt ook aan dat Ammianus de Syrische taal kende: , Ammianus Marcellinus and the Representation of Historical Reality, Ithaca - Londen, 1998, p. 60. Reeds op jonge leeftijd startte Ammianus een loopbaan in het leger, waar hij als gardeofficier (protector domesticus) diende. Als zodanig had hij de opdracht zijn superieur, de legeraanvoerder (magister militum) Ursicinus, persoonlijk te begeleiden en te beschermen. Men vermoedt dat de carrière van Ammianus sterk werd bevorderd door Ursicinus.Over zijn eerste tijd als protector domesticus en het patronaat van Ursicinus over de jonge Ammianus. Zie , The Roman Empire of Ammianus, Baltimore - Londen, 1989, pp. 74-77, en , Ammianus Marcellinus, Darmstadt, 1982, pp. 18f.
In 354 begeleidde Ammianus zijn superieur naar Antiochië, waar hij getuige was van het bewind van Constantius Gallus en zijn vrouw Constantina. In 355 nam hij deel aan de missie om de usurpator Silvanus in Keulen terzijde te schuiven. Tot 357 hield Ammianus zich op in het gevolg van Ursicinus in Gallië, waar op dat moment Julianus, een achterneef van Constantius, als onderkeizer (Caesar) regeerde. Later zou Ammianus in zijn historische werk Julianus als een held beschrijven.
Daarna vertrok Ammianus met Ursicinus weer naar het oosten van het Romeinse Rijk, waar hij deelnam aan gevechten tegen het Sassanidische rijk van koning Shapur II. Tijdens deze strijd wist Ammianus in 359 op het laatste moment aan de Perzen te ontkomen, toen hij bij het beleg van Amida in het gezelschap van twee vrienden, op de voorlaatste dag voordat Amida na 73 dagen viel, uit de stad wist te ontglippen. Na de val van Amida richtten de Perzen onder de resterende Romeinen een bloedbad aan.Over het beleg en de val van Amida, zie Ammianus, XIX 1-9. Zijn relaas van de belegering doet niet onder voor dat van de klassieke geschiedkundigen. Ursicinus werd in 360 ontslagen en aanvankelijk lijkt Ammianus hier ook de nadelen van te hebben ondervonden. Hij bleef echter in het leger en nam als officier deel aan veldtochten van keizer Julianus Apostata in Italië en Gallië. In de jaren 361 en 362 vocht hij tegen de Alemannen. In 363 nam hij deel aan de Perzische campagne van Julianus. Deze veldtocht eindigde in een catastrofe.Julianus was in het voorjaar van 360 door zijn eigen troepen (waarschijnlijk in een georkestreerde daad) tot keizer uitgeroepen, en had vervolgens aan het einde van 361, na de dood van Constantius, de alleenheerschappij gegrepen. Voor meer informatie hierover, zie het artikel over Julianus Apostata.
In 363 verliet Ammianus het leger. Hij reisde vervolgens door Griekenland, Thracië en Egypte. Na vijftien jaar, zo rond 380 ging hij naar Rome, waar hij zo rond 390/391,Mogelijk durfde hij het niet aan zijn werk, eerder in de tijd van keizer Valentinianus I te laten verschijnen. in de tijd van keizer Theodosius, en nadat hij zich definitief in Rome had gevestigd, zijn belangrijkste werk, de (Res gestae) deed verschijnen.De exacte titel van zijn werk is niet bekend, de naam "Res gestae", wat zo iets als "Gedane zaken" betekent, is aan ons door Priscianus overgeleverd: Priscianus, Gr. Lat. II 487.. We weten uit een brief van de beroemde redenaar Libanios,Epistulae 1063 (ed. ). met wie Ammianus waarschijnlijk bekend was, dat het werk zich in een grote populariteit kon verheugen.
Werk Ammianus was een intelligent man, rijk aan ervaring. Nadat hij zich in Rome had gevestigd ontpopte hij zich tot een voortreffelijk en betrouwbaar historicus. Daar schreef hij in het Latijn een geschiedenis van het Romeinse Rijk vanaf de troonsbestijging van keizer Nerva in 96 n.Chr. tot aan de dood van keizer Valens tijdens de Slag bij Adrianopel in 378 n.Chr.. Zijn werk was in feite een voortzetting van de geschiedenis van Tacitus. Hij beëindigde zijn werkzaamheden aan dat werk waarschijnlijk vóór 391, want in een passage prijst hij het Serapeion van Alexandrië als de glorie van het Romeinse Rijk, en deze tempel werd aan het einde van 391 n.Chr door de christenen verwoest.XXII 16.12.
De Res Gestae Libri XXXI bestond oorspronkelijk uit eenendertig boekrollen, maar de eerste dertien zijn verloren gegaan. De classicus Timothy Barnes voert aan dat het origineel niet uit eenendertig, maar uit zesendertig boeken bestond, wat zou betekenen dat de eerste achttien boeken verloren zijn gegaan., Ammianus Marcellinus and the Representation of Historical Reality, Ithaca - Londen, 1998. De overgeleverde achttien boeken bestrijken de periode van 353 tot 378. Als geheel wordt Ammianus’ werk als uiterst waardevol beschouwd. Zoals alle klassieke schrijvers was Ammianus geschoold in de retorica, wat te zien is in zijn werk.
De Res Gestae bestaat uit de volgende delen: Boekrollen 14–16: De val van Constantius Gallus. De benoeming van Julianus tot Caesar in Gallië en zijn eerste successen daar. Boekrollen 17–19: Julianus stelt de Rijngrens zeker. Keizer Constantius II moet zich in het Oosten tegen de Perzen doorzetten. Boekrollen 20–22: Julianus wordt in Gallië tot Augustus verheven. Ontwikkelingen tot de dood van Constantius en de alleenheerschappij van Julianus tot eind 362. Boekrollen 23–25: De veldtocht in Perzië en de dood van Julianus. De korte heerschappij en de dood van Jovianus (einde boekrol 25). Boekrollen 26: Valentinianus I en Valens delen de heerschappij over het imperium. Boekrollen 27–30: Veldtochten van Valentinianus en de dood van de keizer. Heerschappij van Valens in het oosten. Boekrollen 31: De inval van de Hunnen, de vlucht van de Goten over de Donau en hun opname in het Romeinse Rijk, slag bij Adrianopel.
Ammianus' werk bevat een gedetailleerde beschrijving van de tsunami van Alexandrië op 21 juli 365 n.Chr., waardoor de Egyptische metropool verwoest werd, evenals de kusten van de oostelijke Middellandse Zee. Zijn verslag beschrijft nauwkeurig de karakteristieke opeenvolging van aardbeving, terugtrekken van de zee en de plotselinge gigantische vloedgolf., Ammianus and the Great Tsunami, in JRS 94 (2004), pp. 141-167 (i.h.b. p. 141). Merk op dat in de vijfde eeuw voor Christus de Griekse historicus Thucydides het verband tussen deze seismische gebeurtenissen al had gelegd in zijn Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog (zie: I 22).
Bronnen Op vele punten vraagt men zich af welke bronnen Ammianus Marcellinus heeft gebruikt. Hierover bestaan afwijkende inzichten.Voor de bronnen kan men onder meer het overzicht bij , Ammianus Marcellinus, Darmstadt, 1982, pp. 52ff. Zie verder ook , The Roman Empire of Ammianus, Baltimore - Londen, 1989 en , Ammianus Marcellinus and the Representation of Historical Reality, Ithaca - Londen, 1998 (zie in elk van deze werken de registers), alsook , Ammianus Marcellinus: The Allusive Historian, Cambridge, 2008, pp. 222ff. Voor de Res Gestae heeft Ammianus, die zelf vrijwel geen informatie over zijn bronnen verschaft, zeker andere werken uit de archieven in Rome geraadpleegd.Zie in dit verband zijn weergave van de notenuitwisseling over Perzië (XVII 5), waar ook leden van het gezantschap als bron in aanmerking komen. Wellicht maakte hij gebruik van een verloren tekst van Julianus de Afvallige over de Slag bij Straatsburg (Argentoratum).
Problematisch en speculatief is de vraag op welke bronnen Ammianus zich in zijn eerste dertien of achttien verloren boeken baseert. Waarschijnlijk heeft hij gebruikgemaakt van de Romeinse geschiedenis van Cassius Dio (die doorloopt tot 229) alsook, zoals intertekstuele vergelijkingen laten zien, op de keizersgeschiedenis van Herodianus, die de gebeurtenissen van 180 tot 238 schilderde. Ook Dexippus, die een Kroniek tot het jaar 270 schreef, en een geschiedenis van de Germaanse oorlogen van zijn tijd (Skythika), komen als bron in aanmerking. Mogelijk komt ook het werk van Eunapios van Sardes, die op Dexippos aansluit in aanmerking, maar dat is omstreden.Tegen Eunapios spreekt eigenlijk de chronologie, maar zie , Ammianus Marcellinus, Darmstadt, 1982, pp. 66f. Onwaarschijnlijk is in ieder geval dat Ammianus uitgebreid gebruik heeft gemaakt van de in fragmenten bewaard gebleven Geschiedenis van Eunapios, omdat deze over de tijd van Julianus de Afvallige alleen uit de tweede hand bericht.
Ammianus gebruikte waarschijnlijk echter ook meerdere Latijnse werken. In aanmerking komen voor ons onder andere de alleen door de brevaria van de 4e eeuw grijpbare Enmannse keizerlijke geschiedenis (die ten minste tot in de tijd van Constantijn, misschien zelfs tot 357, doorliep), de Caesares van Aurelius Victor, een schrijver die Ammianus op waarde schatte, hoewel hij zich over deze schrijver niet erg vleiend uitdrukt, Marius Maximus, een schrijver die een reeks van keizerlijke biografieën van Nerva tot Elagabalus schreef., Marius Maximus in Ammianus en de Historia Augusta, in CQ 57 (2007), pp. 244-256. Een verder steeds weer in het onderzoek bediscussieerde bron zijn de (nu verloren gegane) Annalen van de Virius Nicomachus Flavianus.
Het is weliswaar niet bekend of de Annalen de Republiek of de Keizerstijd behandelde, meerdere indicatoren spreken echter voor de laatste aanname. Volgens plausibele overwegingen uit recent onderzoek is het werk van Nicomachus Flavianus door meerdere latere historici gebruikt. Door het vergelijken van het werk van Ammianus met dat van de middel-Byzantijnse historicus Johannes Zonaras kan worden afgeleid, dat aan een deel van beide werken een gemeenschappelijke bron ten grondslag ligt, die in Zonaras via de zo genoemde Leoquelle, mogelijk als de Annalen te identificeren is. Over de Annalen van Nicomachus Flavianius zie vooral , Bemerkungen zu den Annales des Nicomachus Flavianus, in Historia 44 (1995), pp. 83–99. , The Roman Empire of Ammianus, Baltimore - Londen, 1989, pp. 476-477 (n. 6), is echter veel sceptischer over de veronderstelling dat Nicomachus Flavianus de keizertijd heeft beschreven en als een belangrijke bron voor Ammianus heeft gediend.