Het Pan-Afrikaans Congres dat op 19, 20 en 21 februari 1919 in Parijs werd gehouden, was het tweede moment in de geschiedenis dat een deel van de zwarte wereldbevolking zich verenigd liet horen en hoewel gematigd, om meer zelfbeschikking en zelfbestuur vroeg. Het begrip panafrikanisme, dat voor het eerst op de Pan-Afrikaanse Conferentie van 1900 in Londen werd gebruikt, kreeg na het congres in 1919 pas echt gehoor. De Amerikaanse intellectueel, professor en redacteur W.E.B. Du Bois (1868-1963) was verantwoordelijk voor de organisatie en bleek een onmisbare factor te zijn voor het slagen van het congres. Naast meer rechten verklaarde de 57 afgevaardigden ook dat er een pakket aan internationale wetten nodig was om de inheemse bevolking van Afrika te beschermen tegen uitbuiting, lijfstraffen en slavernij en hen van goed onderwijs te voorzien. Een ander doel was het onder internationale supervisie plaatsen van de voormalige Duitse koloniën Tanzania, Kameroen, Togo en Zuidwest-Afrika welke het na de Eerste Wereldoorlog was kwijtgeraakt. Ondanks het feit dat een groot deel van Afrika niet op het congres werd vertegenwoordigd en de directe gevolgen van het congres minimaal waren, heeft het een belangrijke rol gespeeld bij de evolutie van de panafrikaanse stroming. Na het congres in Parijs zijn er nog vier andere Pan-Afrikaanse Congressen in 1921, 1923, 1927 en 1945 gehouden.

Achtergrond Oorsprong Het Pan-Afrikaans Congres van 1919 in Parijs wordt door vele historici gezien als de eerste succesvolle poging om panafrikanisme als een georganiseerde stroming op de kaart te zetten. De Amerikaanse intellectueel, professor en redacteur W.E.B. Du Bois (1868-1963) was de belangrijkste factor bij de organisatie van het congres -en de vier congressen die hier op zouden volgen- en wordt als de vader van het panafrikanisme gezien. Het concept vindt zijn oorsprong echter tijdens de Pan-Afrikaanse Conferentie van 1900 in Londen, georganiseerd door een advocaat uit Trinidad, genaamd Henry Sylvester Williams (1869-1911).Contee 1972, p. 13

Du Bois woonde de conferentie in de Westminster Hall in 1900 bij als een bestuurder en was verantwoordelijk voor het ontwerp van het officiële document Adress of the Nations of the World.Contee 1972, p. 14 Het document kaartte de universele strijd om gelijke politieke, sociale, economische en mensenrechten aan en zou naar alle koloniale machten in de wereld gestuurd worden. Al wordt de conferentie als een kleine stap gezien en leidde het niet tot directe actie, Du Bois was ervan overtuigd dat het de aandacht had getrokken en dat dit de juiste manier was om het Afrikaanse vraagstuk onder de aandacht te brengen. Gedurende de conferentie in Londen werd het woord panafrikanisme voor de eerste keer gebruikt.Fierce 1993, p. 265 Ook stelde Du Bois tijdens deze conferentie vast dat “het probleem van de twintigste eeuw, het probleem is van de kleurlijn”.Rucker 2002, p. 38 Nog belangrijker was zijn mededeling over de noodzaak van een drastische sociale verandering en het beëindigen van de Europese uitbuiting in Afrika, aangezien dit centraal zou komen te staan bij het begrip panafrikanisme:

“Let the nations of the World respect the integrity and independence of the free Negro states of Abyssinia (Ethiopia), Liberia, Haiti, and the rest, and let the inhabitants of these states, the independent tribes of Africa, the Negroes of the West Indies and America, and the black subjects of all nations take courage, strive ceaselessly, and fight bravely, that they may prove to the world their incontestable right to be counted among the great brotherhood of mankind.”Foner 1970, p. 124-127

Motieven De motieven van Du Bois om een tweede Pan-Afrikaans Congres, ditmaal in 1919 in Parijs, te organiseren kan de oorsprong van het panafrikanisme helpen te verklaren. Du Bois zag Afrika als zijn 'geboorteland' en had een romantische en humanitaire betrokkenheid met de bevolking van dit continent. Daarnaast zag hij hoop in het feit dat het imperialistische Duitsland was verslagen in de Eerste Wereldoorlog. De concepten zelfbeschikking en anti-imperialisme waren aan de orde van de dag en waren voor Du Bois tevens de belangrijkste motieven om het congres te organiseren. Du Bois gaf aan: “let there begin on the Dark Continent a last great crusade for humanity. With Africa redeemed, Asia would be safe and Europe indeed triumphant.”Contee 1972, p. 15

Du Bois koos de maandelijkse bijeenkomst van de Amerikaanse interraciale protestgroep National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) op september 1918, om zijn ideeën voor het congres voor te stellen. Du Bois werkte als redacteur voor het organisatietijdschrift The Crisis en was ook lid van het bestuur van de NAACP. Het blijft onduidelijk waarom hij juist deze maand voor zijn voorstel uitkoos, maar het logische antwoord lijkt te zijn dat toen duidelijk werd dat de geallieerde zouden winnen, het hem noodzakelijk leek om voor de NAACP directe stappen te ondernemen betreffend de toekomst van Afrika.

Memorandum voor de toekomst van Afrika President Woodrow Wilson voer op 4 december 1918 aan boord van de George Washington naar het door oorlog verwoeste Europa. Het doel van zijn bezoek aan Parijs was het presenteren van zijn veertien punten en de creatie van het vredesverdrag van Versailles.Lewis 1993, p. 561 In oktober werd Du Bois' voorstel door het NAACP bevestigd en vertrok hij vier dagen na het vertrek van Wilson, aan boord van de officiële persboot Orizaba, richting Parijs. Du Bois dankt zijn plek op de Orizaba voornamelijk aan zijn memorandum ‘On the Future of Africa’. Het memorandum was het product van vele jaren aan onderzoek en interesse over Afrika en de verbeteringen van de status van Afrikanen in de Verenigde Staten. In het document gaf Du Bois aan dat er een centrale Afrikaanse staat gecreëerd moest worden, bestaand uit de voormalige Duitse koloniën en Belgisch-Congo. Deze staat stond in het belang van de gehele Afrikaanse bevolking en van beschaving in het algemeen. Alhoewel Du Bois een einde wilde maken aan het handelen in en uitbuiten van de Afrikaanse bevolking, had het memorandum een gematigde toon en geen verwijzingen naar strijd of het gebruik van geweld.Contee 1972, p. 15-16

De beslissing van het NAACP om Du Bois naar Parijs te sturen kwam echter niet voort uit de interesse in zijn voorstel van een Pan-Afrikaans Congres. Het NAACP was eerder geïnteresseerd in een zwarte vertegenwoordiging op de vredesbesprekingen in Versailles en in een omvangrijk onderzoek naar de behandeling van zwarte soldaten gedurende de Eerste Wereldoorlog. Du Bois' memorandum leidde tot een besluit om 25 Amerikaans Afrikaanse afgevaardigden naar Parijs te sturen om met president Wilson de toekomst van Afrika te bespreken. Du Bois gebruikte het onderzoek naar Amerikaans Afrikaanse soldaten indirect om toestemming te krijgen voor het congres. De NAACP zou uiteindelijk het gehele congres financieren.Fierce 1993, p. 280

Organisatie van het congres Steun Verenigde Staten blijft uit De volgende stap voor Du Bois bij de organisatie van het Pan-Afrikaanse Congres was ervoor te zorgen dat de belangrijkste leden van de regering-Wilson zijn memorandum te lezen kregen. Ook hoopte Du Bois dat hij geselecteerd zou worden als officiële zwarte afgevaardigde bij de vredesbesprekingen in Versailles. Hij schreef Wilson een brief waarin hij benadrukte dat hij het vacuüm zou kunnen vullen dat was ontstaan door de beslissing om geen afgevaardigde van de zwarte gemeenschap te hebben: “it would be a calamity for the two hundred million of black people to be absolutely without voice or representation at this great transformation of the World.”Contee 1972, p. 16

Onder de Amerikaanse afgevaardigden voor de vredesbesprekingen in Versailles bestond er inmiddels de angst dat het congres zou gebruikt worden om het land in diskrediet te brengen. De Amerikanen vreesden dat Du Bois de discriminatie van zwarte Amerikanen in de Verenigde Staten zou aankaarten. Het was vooral bang om door andere landen geconfronteerd te worden met gruwelijkheden als lynchpartijen, die destijds een realiteit waren in de Verenigde Staten. Du Bois' pogingen om president Wilson te overtuigen van het feit dat het congres niet over Afrikaanse Amerikanen zou gaan, mislukten omdat hij Wilsons hoofdadviseur, Kolonel Edward House, niet te pakken kreeg. Een gevolg hiervan was dat vele zwarte afgevaardigden van de Verenigde Staten hun paspoorten niet kregen en daarmee niet deel konden nemen aan het congres.Fierce 1993, p. 282

Iemand die wel een paspoort kreeg was pastoor William H. Jernagin, president van het National Race Congress. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken weigerde echter paspoorten uit te delen aan prominente afgevaardigden van the National Equal Rights League, Madame Walker, pastoor A.C. Powell, en redacteur van de Boston Guardian, William Monroe Trotter. Uiteindelijk zou verklaard worden dat het verbod op paspoorten gebaseerd was op een verklaring van de Franse regering dat het niet de juiste tijd was om een Pan-Afrikaans Congres in Parijs te organiseren.Contee 1972, p. 19

Rol Blaise Diagne De Amerikaanse geheimen dienst was overtuigd van het feit dat Du Bois' pogingen om politici, journalisten en academici voor zijn congres te winnen, tot niets zouden leiden. Deze overtuiging bleek niet ver van de werkelijkheid te zitten en het lukte Du Bois niet om toestemming van het Amerikaanse Congres te krijgen. Ook de minister-president van Groot-Brittannië, David Lloyd George, was ontoegankelijk. De Franse regering, overtuigd van het feit dat het congres over Afrikaanse zelfbeschikking zou gaan, besloot ook tot een verbod. De ommekeer kwam in de vorm van Blaise Diagne (1872-1934) van Senegal. Diagne was het eerste Afrikaanse lid van de Franse Kamer van Afgevaardigden en de hoogste commissaris met speciale autoriteiten in het Franse gedeelte van West-Afrika.Lewis 1993, p. 562

Diagne had goede banden met de Franse minister-president Georges Clemenceau, voornamelijk dankzij zijn succesvolle pogingen om in de Eerste Wereldoorlog duizenden Afrikaanse troepen voor het Franse leger te werven. De Afrikaanse soldaten waren voor een groot deel verantwoordelijk geweest voor het tegenhouden van het Duitse offensief bij de Slag bij de Marne in 1918. Diagne kreeg Clemenceaus toestemming, al benadrukte de Franse minister-president dat het congres niet aangekondigd mocht worden, hetgeen de gevoeligheid des te meer onderstreept. Diagne zou uiteindelijk president worden van het Pan-Afrikaans Congres, met Du Bois als secretaris.Fierce 1993, p. 283

Steun voor het Congres