Maurice Bavaud (Bottens, 15 januari 1916 – Berlijn, 14 mei 1941) was Zwitsers theologiestudent die op 9 november 1938 een mislukte aanslag pleegde op Adolf Hitler.
Biografie Aanloop Bavaud was na een opleiding tot technisch tekenaar in Zwitserland een driejarige opleiding als katholiek theologiestudent aan het Saint-Ilan seminarie Saint-Brieuc in Bretagne begonnen met het doel missionaris te worden. Hij geraakte er sterk onder de invloed van zijn studiegenoot Marcel Gerbohay die beweerde een afstammeling van de keizerlijke familie Romanov uit Rusland te zijn. Naar eigen zeggen had Gerbohay in het seminarie een anticommunistische studentenvereniging Compagnie du Mystère opgericht waarvan Bavaud lid zou geweest zijn. Gerbohay overtuigde Bavaud dat hij na het omverwerpen van het communisme aan de macht zou komen in Rusland en Bavaud verkeerde in de waan dat het doden van Hitler een stap in deze richting zou zijn.
De poging tot aanslag In juli 1938 keert Bavaud uit Frankrijk terug naar Neuchâtel voor de zomervakantie. Hij deelt zijn ouders mee dat hij zijn studies in Frankrijk afbreekt en gaat voorlopig aan de slag in de groentewinkel die zijn moeder openhoudt. Op 9 oktober vertrekt hij zonder voorafgaande verwittiging naar Duitsland. Uit de kassa heeft hij CHF 600 meegenomen die hij volgens het achtergelaten briefje zo snel mogelijk wil terugbetalen zodra hij in Duitsland een baan gevonden heeft. In eerste instantie reist Bavaud naar familie in Baden-Baden, hij vertrekt er op 20 oktober en reist naar Bazel waar hij een Schmeisser 6,35 mm, een semiautomatisch pistool, en tien patronen koopt. Nog dezelfde dag reist hij door naar Berlijn, huurt er een kamer en koopt nog 25 extra patronen. In een Franse krant leest hij echter dat Hitler op de Obersalzberg in Berchtesgaden verblijft en hij vertrekt daarheen. Eenmaal in Berchtesgaden verneemt hij dat de Obersalzberg spergebied is waar je enkel met een speciaal pasje toegang toe krijgt. In zijn hotel verneemt hij van andere gasten dat Hitler ontmoeten enkel kan met een introductiebrief, maar dat indien hij Hitler enkel wil zien de beste mogelijkheid wellicht op 9 november is tijdens de jaarlijkse herdenkingsmars van de Bierkelderputsch. Voor hij op 31 oktober afreist naar München oefent hij met zijn pistool in de bossen bij zijn hotel. In München aangekomen slaagt hij er in, door zich voor te doen als een fervent buitenlands aanhanger van Hitler, om een kaartje te krijgen voor een tribuneplaats voor de optocht van 9 november. Voor het zover is koopt hij nog twee maal munitie en oefent zich verder in het pistoolschieten tijdens een boottochtje op de Ammersee en in de bossen. Op de dag van de mars neemt Bavaud zijn plaats in op de voorste rij van de tribune opgesteld bij de Heilige Geest-kerk. Wanneer de stoet dichterbij komt merkt hij echter dat Hitler aan de overzijde van de straat loopt en de afstand te groot is om met zekerheid te treffen. Bavaud houdt zijn pistool op zak en besluit alsnog Hitler persoonlijk te ontmoeten om de aanslag te plegen.
Mislukte ontmoetingen Bavaud schrijft zelf een introductiebrief in naam van de voormalige Franse premier Pierre-Étienne Flandin en vertrekt hiermee op 10 november naar Berchtesgaden. Hij wordt echter niet toegelaten op de Obersalzberg en keert onverrichter zake terug naar München. Hij huurt er een schrijfmachine en waagt een nieuwe poging door een introductiebrief te schrijven in naam van het Frans parlementslid Pierre Taittinger. Hiermee begeeft hij zich op 12 november naar het Braunes Haus in München waar Hitler dan zou verblijven. Opnieuw wordt hij afgewezen en na aandringen wordt hij doorverwezen naar de lokale afdeling van de Rijkskanselarij in Bischofswiesen bij Berchtesgaden omdat Hitler ondertussen weer naar de Obersalzberg is vertrokken. Wanneer hij daar op zaterdagavond toekomt is het echter al te laat om nog contact op te nemen. Bavaud is ondertussen door zijn geld heen en besluit zijn pogingen te staken.
Aanhouding, veroordeling en terechtstelling Met de hem resterende vijf rijksmark koopt hij een treinkaartje tot Freilassing maar rijdt door tot München waar hij zonder ticket overstapt op de trein naar Parijs. Al snel wordt hij betrapt voor rijden zonder kaartje en in Augsburg van de trein gezet en overgeleverd aan de Gestapo. Bij een fouillering ontdekt men zijn pistool, de vervalste aanbevelingsbrief, een landkaart van Berchtesgaden en een foto van Marcel Gerbohay samen met een briefje met de vreemde boodschap «Cet homme est sous ma protection immédiate et n'a rien fait qui ne soit selon mes ordres.» (deze man staat onder mijn directe bescherming, en heeft niets gedaan dat niet volgens mijn orders was). Op zijn hotelkamer in München worden nog 19 patronen en de pistooltas teruggevonden. Bavaud wordt aangehouden en op 6 december 1938 in Augsburg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor verboden wapendracht en rijden zonder kaartje. Ondertussen loopt het onderzoek tegen hem verder op basis van de ongewone vondst tijdens zijn fouillering. Begin 1939 geeft Bavaud toe dat hij de bedoeling had Hitler te doden en op 18 december 1939 wordt hij in een geheim proces door het Volksgericht te Berlijn ter dood veroordeeld op de beschuldiging van poging tot moord op een regeringslid. Zijn advocaat Franz Wallau vroeg tevergeefs de vrijspraak op basis van het feit dat Bavaud nooit tot een moordpoging zelf gekomen was en het enkel bij de intentie was gebleven daar hij nooit daadwerkelijk een wapen had gebruikt tegen Hitler. Op 14 mei 1941 werd hij in de gevangenis Plötzensee onder de guillotine onthoofd.
Motief voor de aanslag Tijdens het proces zou Bavaud, volgens het uitgesproken vonnis, verklaard hebben dat hij Hitler zag als "een gevaar voor de mensheid, vooral voor Zwitserland wiens onafhankelijkheid hij bedreigde". Bepalend voor deze mening van Bavaud zou vooral de onderdrukking van de katholieke kerk en haar organisaties in Duitsland geweest zijn. Daarom geloofde hij dat hij "met zijn geplande daad de mensheid en het gehele christendom een dienst bewees". Nog steeds volgens het vonnis zou hij hier tijdens zijn slotwoord aan toegevoegd hebben "zijn rol zelf overdreven te hebben en zijn daad nu te berouwen".
Deze weergave van Bavauds motief wordt door de Zwitserse historicus Klaus Urner op basis van Bavauds verklaringen tijdens de ondervragingen door de Gestapo zowel voor als na het proces weerlegd. Voor het proces heeft Bavaud zich er steeds op beroepen dat hij "in onbegrensd vertrouwen in de bescherming van zijn opdrachtgever gehandeld had en dat hij ook nu nog overtuigd was dat deze door het uitoefenen van zijn grote invloed hem zou behoeden voor een bestraffing". Deze opdrachtgever, naar zijn zeggen, een Duitse nazi, wou de Wehrmacht ertoe aanzetten om "door middel van een oorlog zijn pan-Germaanse ideeën te realiseren" doch "een dergelijke politiek stond Hitler, die zich steeds vredelievend had getoond in de weg, derhalve moest de Führer gedood worden."
Voor het proces weigerde Bavaud tijdens de ondervragingen steeds de naam van deze opdrachtgever te noemen, zodat zowel de onderzoekers als zijn advocaat verder niets aankonden met zijn beweringen. Toen de veroordeling eenmaal een feit was en de terechtstelling dichterbij kwam, gaf Bavaud in zijn bewaarde afscheidsbrief wel de naam prijs van zijn "beschermer", Marcel Gerbohay, de man op de foto en auteur van het briefje die Bavaud bij zijn arrestatie op zak had. In zijn verhoor op 14 en 15 februari 1940 komt Bavaud terug op de tijdens het proces afgelegde verklaringen waarbij hij zich als enige dader voordeed om zijn vriend te beschermen en in de hoop een mildere straf te bekomen. Na het herroepen van zijn tijdens het proces afgelegde verklaringen, onthult Bavaud het motief van zijn actie. Volgens deze verklaring vereerde hij Marcel Gerbohay, zijn vertrouweling uit het seminarie in Saint-Brieuc, als de rechtmatige erfgenaam van de afgezette Russische tsaar. De vermeende Grootvorst Dimitri Marcel Joseph Arnold Romanow-Holstein-Gottorp (zo stelde Gerbohay zich voor aan Bavaud) had plannen om "een oorlog tussen de Sovjet-Unie en Duitsland te beginnen. In deze oorlog moest Duitsland de Sovjet-Unie binnenvallen en het communistisch regime omverwerpen, waarna hij Duitsland zou dwingen Rusland niet langer te bezetten en zelf de troon te bestijgen als de nieuwe tsaar." Gerbohay zou hem in september 1938 in Neuchâtel geschreven hebben dat Hitler in de weg stond van dit plan omdat deze geen oorlog wilde. Hij verwachtte dat Bavaud "uit passionele toegenegenheid voor hem iedere hindernis uit de weg zou ruimen".
Rol van Marcel Gerbohay Deze nieuwe versie die de rol van Gerbohay aan het licht bracht, zou leiden tot verder onderzoek door de SIPO die hiervoor in 1940 zelfs officieel beroep zou doen op en medewerking zou krijgen van de Zwitserse overheid om de band tussen Bavaud en Gerbohay te onderzoeken. In het politierapport van inspecteur Müller van de Zwitserse federale politie van 5 juni 1940 wordt op basis van de ondervraging van verscheidene medeseminaristen van Bavaud en Gerbohay duidelijk dat deze laatste zware psychische problemen had en over de relatie tussen beide schrijft de inspecteur in zijn conclusies: "wij zijn overtuigd dat Bavaud aan het eind van zijn verblijf in het seminarie nog slechts de stroman was van Gerbohay. De vriendschap tussen Bavaud en Gerbohay was zeker meer dan intimiteit, en hoewel geen van de getuigen het openlijk durfde stellen laat alles geloven dat er een homoseksuele relatie bestond tussen hen." Nog in zijn rapport citeert hij in extenso een brief die Gerbohay schreef, gedateerd november 1939, aan een van de door hem ondervraagde medeseminaristen. Daarin geeft Gerbohay aan dat hij Bavaud vroeg naar Duitsland te reizen om er Duits te leren in verband met een baan die hij voor hem in Parijs gevonden had. Gerbohay geeft in de brief verder aan dat Bavaud hem nog geschreven heeft op 9 oktober vanuit Baden-Baden en dat Bavaud in Duitsland in het vaarwater van een anti-Hitlergroepering is gekomen en opgepakt werd door de politie, maar dat de personen bij wie hij zich geïnformeerd had optimistisch waren over de gerechtelijke afloop van de zaak.
Het rapport (cV.16.1881) van inspecteur Müller wordt door Bern al op 16 juli aan de SIPO in Berlijn overgemaakt, en als gevolg hiervan komt ook Gerbohay in het vizier van de Duitsers. Eenmaal Frankrijk bezet is wordt Gerbohay opgespoord, gevangengenomen en net als Bavaud in een geheim proces op 11 januari 1943 ter dood veroordeeld en op 9 april datzelfde jaar geguillotineerd. De verklaringen van Gerbohay zoals opgenomen in de aanklacht en het vonnis bevestigen grotendeels de versie die Bavaud na zijn veroordeling gaf, bovendien bleek nu ook uit feitelijke vaststellingen dat Gerbohay wel degelijk een rol gespeeld had als opdrachtgever. Zo was hij wel degelijk de auteur van het briefje gevonden bij de arrestatie van Bavaud en gaf hij ook toe naar Bavaud in Neuchâtel geschreven te hebben met de opdracht tot de aanslag daarbij specificerend deze pas uit te voeren indien Hitler, die hij daartoe moest spreken, het starten van een oorlog met de Sovjet-Unie om de Romanovdynastie weer aan de macht te brengen zou afwijzen.
Opsporing en diplomatieke tussenkomsten vanuit Zwitserland