De Argonautica is een hellenistisch epos, het enige overgeleverde uit die periode en het bekendste werk van de hand van de Alexandrijnse dichter Apollonius Rhodius. Hij schreef het tijdens zijn adolescentie in de 3e eeuw v.Chr. (rond 250 v. Chr.).

Het werk verhaalt de tocht van Jason, de held en het hoofdpersonage van het epos, en de Argonauten in hun zoektocht naar het Gulden Vlies.Race, W. H. (ed.) (2008). Argonautica. Apollonius Rhodius. LCL. Cambridge, MA: Harvard University Press. Een centraal thema (voornamelijk in het derde boek, hoewel bijvoorbeeld G. Zanker argumenteert dat dit eveneens het geval is voor de overige drie boeken) is de liefde tussen Jason en Medea. Zij is een Colchische prinses met magische krachten die hem helpt bij zijn avonturen.

De Argonautica had een grote invloed op latere werken, waaronder die van Valerius Flaccus, Catullus en anderen zoals Vergilius en Theocritus en het werd op zijn beurt beïnvloed door oudere varianten van het verhaal zoals de tragedie van Euripides. Stilistisch werd Apollonius beïnvloedt door zijn leermeester Callimachus en door onder andere Homerus.

Inhoud De Argonautica bestaat uit vier boeken die de avonturen van Jason en de Argonauten beschrijven terwijl die op zoek gaan naar het Gulden Vlies.

Boek 1

Pelias, koning van Iolkos krijgt van het orakel te horen dat hij moet opletten voor de man met slechts één sandaal. Dus, wanneer Pelias daarna Jason ziet, die slechts één sandaal draagt, stuurt hij Jason meteen op missie om het Gulden Vlies te bemachtigen dat eigendom is van de koning van Colchis. Pelias hoopt dat Jason op zee of door de inwoners van Colchis zal vermoord worden. Jason vertrekt dus met een schip: de ‘Argo’, gebouwd door Argus en krijgt hulp van zijn bemanning: de ‘Argonauten’. In het begin wordt Herakles gekozen als leider van de bemanning, maar die wil dat niet en staat erop dat Jason de leider wordt, wat dus ook gebeurt. Orfeus zorgt er met zijn muziek voor dat de bemanning kalm blijft.

miniatuur|links|De bouw van de Argo(ca. 1e eeuw n.Chr.), Romeins reliëf, British Museum

De eerste opvallende plaats die de Argonauten tegenkomen is het eiland Lemnos. Lemnos is een eiland met enkel vrouwen als bevolking, nadat de vrouwen alle mannen hadden vermoord. Wanneer de bemanning dit eiland nadert, worden ze ontvangen door Hypsipyle, dochter van de voormalige koning van Lemnos. Hoewel Jason en Hypsipyle liefde vertonen voor elkaar, weigert Herakles te lang te wachten en zet hij de bemanning aan tot vertrek.

Een tijd later bereikt het schip twee volkeren: wrede mensen met elk zes handen en de rustigere Doliones. Die laatste bevolkingsgroep ontvangt de Argonauten vriendelijk. De bemanning doodt ’s nachts de wrede mannen met zes handen, maar bij hun terugkeer worden ze niet herkend door de Doliones. Hierdoor worden ze gezien als vijanden en ze vielen de hen aan. De koning van de Doliones wordt gedood en pas ’s ochtends beseffen de beide groepen hun fout.

Door een zware wind, kan de Argo niet uitvaren, dus ze zitten vast op het eiland, tot een zekere Mopsus via een vogel begrijpt dat Jason naar de heilige plaats van de moeder van de goden moet gaan om te zorgen dat de wind eindelijk gunstig wordt. Ze kunnen terugvaren en komen vervolgens aan bij de mondig van de Cius rivier, waar ze vriendelijk ontvangen worden door de inwoners. Herakles, Polyphemus en Hylas wijken af van de groep en de rest van de Argonauten vertrekt zonder hen. Maar Glaucus, een zeegod, verzekert hen dat dit volgens de wil van de goden is.

Boek 2

In het tweede boek komen de Argonauten aan bij de Bebrycianen. Volgens de wet van dat volk mag geen vreemdeling vandaar vertrekken zonder te boksen, dus Amycus, de koning, daagt de bemanning uit. Polydeuces gaat de uitdaging aan en verslaat de koning. Er breekt een gevecht uit tussen de Argonauten en de Bebrycianen en de Argonauten vertrekken.

Hierna komen ze terecht bij Phineas, een ziener die vervloekt is door Zeus met ouderdom, blindheid en een verbod op het genieten van het voedsel die mensen naar zijn orakel brengen als geschenken. Dat eten wordt weggenomen door harpijen op een klein beetje na, zodat Phineas niet zal sterven. Zetes en Calais, twee Argonauten, jagen de harpijen weg zodat de ziener eindelijk terug kan eten. Terwijl ze daarna allemaal samen eten, vertelt Phineas hoe de bemanning het eiland Colchis kan bereiken en waarschuwt hij hen voor eventuele gevaren, zoals de ‘Botsende Rotsen’. Die rotsen zijn een smalle doorgang aan de Zwarte Zee, waar de Argo door moet, maar er is een kans dat de rotsen naar elkaar toe bewegen en de eventuele schepen en levende wezens verpletteren. Maar met de hulp van de godin Athena slagen de Argonauten erin dit obstakel te overleven.

De Argonauten komen vervolgens aan bij de Miriandynianen, waar ze, en zeker Polydeuces, als helden worden ontvangen. De Miriandynianen hadden al lang een conflict met de Bebrycianen en zijn dus zeer gelukkig met hun nederlaag. Op dat grondgebied sterven twee Argonauten: Idmon (gedood door een monster) en Tiphys (gestorven aan een ziekte). En na rituelen en rouw, vertrekt de rest van de bemanning weer.

Ze varen langs Assyrisch land en zien daar drie mannen: Deileon, Autolycus, en Phlogius die oude kennissen zijn van Herakles. De drie mannen worden meegenomen op de Argo en ze varen verder. Na een tijd varen komen ze in de buurt van een eiland van Ares, waar vogels van de god rondvliegen om het eiland te beschermen. De vogels van de oorlogsgod hebben scherpe veren die ze kunnen ‘afschieten’ en die veel schade aanrichten. Ze vallen de Argonauten aan en de bemanning moet zich dus beschermen en hen trotseren om bij het eiland te komen, waar ze de aangespoelde zonen van Phrixus tegenkomen. Phrixus was de held die op een gouden ram naar Colchis is gevlogen. Het is van dat gouden ram dat het Gulden Vlies, waar Jason naar op zoek is, afkomstig is. Ze gaan samen met de zonen van Phrixus verder naar Colchis. En eindelijk bereiken ze hun bestemming.

Boek 3

De Argo ligt met zijn bemanning verborgen bij Colchis terwijl de godinnen Hera en Athena overleggen hoe ze Jason kunnen verder helpen op zijn missie. De godinnen beslissen de hulp in te roepen van Aphrodite en haar zoontje Eros. Het plan is dat Eros ervoor zorgt dat Medea, de dochter van de koning Aietes, verliefd wordt op de held Jason. Met de belofte van een gift van zijn moeder gaat Eros akkoord met het plan.

Jason besluit om eerst vriendelijk de koning te benaderen voor het Gulden Vlies in plaats van onmiddellijk geweld te gebruiken. Terwijl hij dat doet, schiet Eros zijn pijl af op Medea die op slag verliefd wordt. Aietes wil het Vlies helaas niet zomaar aan Jason geven en geeft hem een onmogelijke opdracht: Jason moet het veld van Ares ploegen met twee vuur-ademende ossen, de tanden van een dodelijke slang zaaien en de wezens die daaruit ontstaan verslaan. Jason aanvaardt de opdracht met tegenzin, en Medea huilt al om hem omdat ze vreest dat hij zal sterven en omdat ze zo verliefd is op hem en het niet begrijpt. Ze besluit hem te helpen. De prinses spreekt stiekem met hem af en geeft hem een soort medicijn en instructies hoe hij het moet gebruiken. Als hij doet zoals zij zegt, zullen de ossen en de wrede wezens uit de tanden hem niet kunnen doden of schaden. Jason belooft met haar te trouwen en haar beroemd te maken doorheen heel Griekenland als haar hulp hem redt.

Jason slaagt er dankzij Medea in de opdracht tot een goed einde te brengen. Maar Aietes probeert een plan te bedenken om Jason toch nog te verhinderen ondanks zijn overwinning.

Boek 4

Aangezien Aietes nu op de hoogte is van het verraad van Medea, is zij van plan weg te vluchten van Colchis. Ze gaat dus naar de Argo om daar aan de bemanning te vragen om haar op te vangen. In het holst van de nacht verlaten Jason en Medea het schip om het Gulden Vlies te halen. Dat Vlies hangt in een boom en wordt bewaakt door een slang. De prinses betovert de slang terwijl Jason het Gulden Vlies uit de boom haalt, waarna ze samen terugkeerden naar de Argo.

De Argonauten (en Medea) vertrekken uit Colchis richting Iolkos, maar ze worden achtervolgd door twee vloten uit Colchis. Eén van de vloten zet de Argo klem en beide partijen komen tot een akkoord. Aangezien Jason de opdracht heeft volbracht, heeft hij recht op het Gulden Vlies en mag hij het houden. Maar een of andere koning zal moeten beslissen of Medea bij de Argonauten mag blijven of terug moet keren naar haar vader. Medea is absoluut niet blij met dit idee en is kwaad op Jason. Ze leidt de leider van de vloot van Colchis, Apsyrtiaan (haar broer), in de val en hij wordt gedood door Jason, waarna de rest van de vloot snel verslagen is. Zeus is niet blij met de wrede moord op Apsyrtiaan en eist dat de schuld van de moord door Circe wordt gereinigd, wat dan ook gebeurd na een lange tocht richting de heks.

Wanneer de bemanning terug aanzet roept Hera de nimf Thetis op om de Argonauten te helpen, want zij naderen de sirenes, Scylla en Charybdis en de Dwalende Rotsen. Dankzij de nimf raken de Argonauten veilig voorbij deze obstakels.

Ze naderen het land Deprano, maar komen daar de tweede vloot van Colchis tegen die Medea mee willen nemen naar haar vader. De koning van Deprano is van plan Medea aan Colchis te geven als zij niet getrouwd is met Jason, wat door de koningin gemeld wordt aan Jason en Medea. De twee huwen dus in het geheim. De mannen uit Colchis kunnen hun prinses niet meer terugbrengen en settelen in de buurt van Deprano.

De Argo vaart verder, maar komt vast te zitten op een zandbank in de buurt van Lydië. De bemanning denkt dat ze gaan sterven, maar drie nimfen komen hen helpen. Ze leggen uit wat de Argonauten moeten doen om te overleven: ze moeten de Argo door de woestijn dragen, tot ze bij het meer Triton aankomen, vlak bij de tuin van de Hesperiden. Blijkbaar was Herakles daar de dag voor hen en hebben ze hem net gemist. Er sterven uiteindelijk nog twee Argonauten, tot Triton besluit hen te helpen en hij geeft hen een kluit aarde. Met de uileg van Triton zetten de Argonauten weer aan. Ze komen terecht op het eiland Anaphe, waar de kluit aarde van Triton in de zee moet worden gegooid opdat ze later tevoorschijn zal komen en van nut zal zijn voor de nazaten van de Argonauten. Uiteindelijk bereiken ze Aegina en daar eindigt het verhaal.Race, W.H. (ed.) (2009). Apollonius Rhodius. Argonautica. Cambridge: Harvard University Press.

Kenmerken Achtergrond Hoewel er weinig bronnen voorhanden zijn over het leven van Apollonius Rhodius, zijn er wel enkele feiten bekend: Apollonius was een geleerde in de bibliotheek (van het Mouseion) in het Ptolemaeïsche Alexandrië. Hij leefde in de 3e eeuw v.C. en schreef zijn Argonautica waarschijnlijk tussen 270 v.C. en 245 v.C. In een aantal bronnen staat beschreven dat hij vanuit Alexandrië naar Rhodos werd verbannen, mogelijks na een dispuut met zijn leermeester Callimachus (hoewel de bronnen hierover niet volledig betrouwbaar zijn).

Naast de Argonautica, was Apollonius de auteur van verschillende andere hexametrische gedichten over het ontstaan van steden en van een aantal verhandelingen over auteurs als Homerus en Hesiodus.

Stijl