thumb|Sint Franciscus Xaverius doopt een Chinees kind Rerum Ecclesiae (Latijn voor Kerkelijke kwesties) was een encycliek, uitgevaardigd door paus Pius XI op 28 februari 1926. Centraal stonden de katholieke missies.

Voorgeschiedenis Onder paus Benedictus XV werd de eerste aanzet gegeven voor het oppakken van katholieke missies na de Eerste Wereldoorlog, met name die in Azië. Op 30 november 1919 gaf hij daartoe de encycliek Maximum illud uit. Hierin bevestigde de paus, dat de missies gezien moesten worden als opdracht om bevolkingsgroepen te bekeren tot het in zijn ogen ware geloof. Missies mochten niet aangewend worden voor politieke doeleinden, wat een averechts effect voor de verspreiding van het christelijk geloof tot gevolg zou hebben.

Als voorbeeld gold de situatie in China –onder Frans protectoraat -, waar de Chinezen het katholicisme zagen als “de Franse religie”. Franse missionarissen zagen China als hun bezit, waar de invloed van hun vaderland verspreid moest worden. Zij verboden daarom onder meer de wijding van lokale geestelijken. Benedictus XV streefde naar een Chinese kerk, waardoor er ook directe diplomatieke relaties met de Chinese regering mogelijk zouden worden.In te, Domine, speravi; non confundar in aeternum, door Andrea Riccardi

Encycliek Pius XI trad met Rerum Ecclesiae in de voetsporen van zijn voorganger. Het vele missiewerk dat ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog verloren was gegaan, moest hersteld wordenRerum Ecclesiae, paragraaf 9 met hulp van alle geestelijken.Rerum ecclesiae, paragraaf 6 Belangrijk was daarbij, dat in de missiegebieden lokale priesters werden opgeleid. Zij waren immers in staat om hun landgenoten te benaderen in de eigen taal en toegang te krijgen tot plaatsen, waar buitenlandse priesters niet in slaagden.Rerum Ecclesiae, paragrafen 19, 21 en 22 Ook loste de opleiding van lokale geestelijken praktische problemen op; Europese priesters waren nodig binnen Europa zelf, maar belangrijker was, dat de kerk eventueel in missielanden vertegenwoordigd bleef indien er revolutionaire omwentelingen plaatsvonden die buitenlandse delegaties niet toestonden.Rerum Ecclesiae, paragraaf 23

Pius XI wees erop, dat de idee dat inwoners van de missiegebieden behoorden tot een inferieur ras, verwerpelijk was. Mocht er sprake zijn van beperkingen, dan waren die het gevolg van de geboden bestaansmogelijkheden en niet van het gebrek aan intellectueel intellect; daarvan getuigden de verschillende Aziatische studenten aan het seminarie van Rome.Rerum Ecclesiae, paragraaf 26

Uit bestuurstechnisch oogpunt benadrukte de paus, dat een goed management van het missiegebied noodzakelijk was. Daarvoor droeg hij een aantal aandachtspunten aanRerum Ecclesiae, paragrafen 29-32: Schenk aandacht aan het gehele missiegebied door oprichting van diverse geloofscentra Preek in lijn van de christelijke gedachte: bekommer je om de zieken en de kinderen Richt kerken, missiegebouwen en scholen op, maar geef daaraan niet onnodig veel geld uit Sta open voor alle leden van andere kloostercongregaties om zo personele onderbezetting te voorkomen

Toepassing In 1926 wijdde Pius XI de eerste zes Chinese, titulaire bisschoppen: NaamTitulair bisdomSimone Chu Kai-minLesviJoseph Hu Jo-shanTheodosiopolisOdorico Tc'engCotennaFilippo TchaoVagaLouis Tchen Chao-t'ienAttudaMelchiorre SouenEsbus In 1927 volgde de aanstelling van de eerste Japanse bisschop van Nagasaki, Januarius Kyunosuke Hayasaka.

Om de missie onder de aandacht te brengen richtte Pius XI in 1925 een etnografisch museum in, waar voorwerpen uit de missiegebieden werden tentoongesteld. Dit museum bevindt zich heden in het Lateraanse paleis.

Zie ook Lijst van encyclieken van paus Pius XI Paus Pius XI

Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:20e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:1926