Jan Haken (Finsterwolde, 13 oktober 1912 – Amsterdam, 20 november 1956) was een Nederlandse CPN-politicus.

Haken was de zoon van de landarbeider, later zetboer (bedrijfsleider) Siemen Haken en Jantje Hoogakker. Zijn jongere broer Harm Haken (1919-1972) was van 1946 tot 1962 wethouder van Finsterwolde en tussen 1958 en 1963 lid van de Eerste Kamer voor de CPN.

Jan Haken groeide op in een gezin van strijdbare landarbeiders te Finsterwolde. Ten tijde van zijn huwelijk in 1935 was hij fabrieksarbeider. Daarna werd hij landarbeider op een grote boerderij te Reiderwolderpolder, waar het gezin ook woonde. Zijn vrije tijd besteedde hij aan zelfstudie.Volgens sommige bronnen bezocht hij de Kweekschool voor onderwijzers en werkte hij als onderwijzer op een lagere school. Dat blijkt echter niet uit de necrologieën bij zijn overlijden. Sinds zijn 16e was hij lid van het NVV. Januari 1937 trad hij toe tot de CPN, waarna de landarbeidersvakbond hem royeerde. Hij werd benoemd tot propagandist en kreeg in 1938 of 1939 zitting in het bestuur van het CPN-district Oost-Groningen. Zijn partijgenoten roemden hem later vanwege zijn werklust en het vermogen leiding te geven. In juni 1939 werd hij gekozen in de gemeenteraad van Finsterwolde. Hij gold als een vertrouweling van lijsttrekker Harm Siemons (eveneens lid van het districtsbestuur), die stelde dat Haken "zich grote economische opofferingen heeft getroost om gevolg te geven aan zijn overtuiging en toe te treden tot de Communistische partij". Haken werd aangevallen door de anarchist en voormalig dienstweigeraar Harm Broesder, die hem medeverantwoordelijk hield voor lasterlijke krantenberichten. Vermoedelijk was hij correspondent voor de partijkrant Het Volksdagblad.

In het kader van de voormobilisatie in augustus 1939 werd Haken opgeroepen voor militaire dienst. Wegens het verspreiden van antifascistische manifesten veroordeelde de krijgsraad hem tot twee weken gevangenisstraf. Na de capitulatie in mei 1940 zat hij zes weken in Duitse krijgsgevangenschap.

Sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog was Haken actief in het verzet.Zie ook: Ruud Weijdeveld, Het communistische verzet in Groningen 1940-1945, 2 delen, Bedum 2014. Hij hielp vanaf oktober 1940 mee aan het verspreiden van het illegale blad Noorderlicht. Hij werd gearresteerd in april 1941 en zat gevangen in Scheveningen en Amersfoort, waarna hij als politieke gevangene werd overgebracht naar concentratiekamp Buchenwald. In het kamp nam hij deel aan ondergrondse activiteiten en trad hij op als verbindingsman tussen de Nederlandse en buitenlandse gevangenen binnen het kampcomité.

Na zijn vrijlating in mei 1945 werd hij door zijn afdeling afgevaardigd in het Groningse districtsbestuur, waarvan hij van januari tot november 1946 secretaris was. Hij was enige tijd wethouder en loco-burgemeester van Finsterwolde, tot hij maart 1946 als partijmedewerker naar Groningen vertrok.

Het CPN-district kandideerde hem voor de Tweede Kamerverkiezingen van mei 1946; na zijn verkiezing werd hij op 4 juni beëdigd als Kamerlid. Hij nam tevens deel aan de landelijke partijraad en kreeg zitting in het nieuwe partijbestuur, vervolgens in het dagelijks bestuur, waarvan hij van 1947 tot 1952 secretaris was. Na de verhuizing van het gezin naar Amsterdam in november 1946 werd Haken landelijk propagandist, vooral voor het Noordelijke platteland, en secretaris van het Agrarische Bureau van de CPN. Vanaf 1952 was hij secretaris van de Kamerfractie. Hij was daarbij loyaal aan partijleider Paul de Groot.

In de Tweede Kamer voerde Jan Haken het woord op het gebied van economische zaken, landbouw, verkeer en waterstaat, volkshuisvesting en de PTT. Hij had een grote dossierkennis en wist via moties en interpellaties vele kwesties op de agenda te krijgen. Hij verzorgde honderden spreekbeurten, adviseerde raadsfracties en gaf leiding aan allerlei acties, zoals stakingen in de werkverschaffing en protesten van werklozen. Dat zijn geboorteplaats Finsterwolde in 1951 onder toezicht van een regeringscommissaris kwam te staan, stak hem. Hij schreef er een korte brochure over, waarin hij de overheidsmaatregelen beschreef als onderdeel van de Koude Oorlogspolitiek:De kwestie Finsterwolde is een onderdeel van het steeds verder voortschrijdende fasciseringsproces, dat in Nederland reeds lang plaats heeft, waarbij het parlement dient als het democratisch vijgeblad, waarachter de oorlogsvoorbereidingen worden verborgen en de anti-democratische maatregelen worden doorgevoerd.Jan Haken, Finsterwolde... verdedigt de democratie en het levenspeil der werkers, Amsterdam: CPN, 1951

Binnen de fractie viel hij op door ijver en soberheid; hij reisde altijd met het openbaar vervoer. "Zuiniger partijmens dan Haken heb ik nooit meegemaakt", schreef fractievoorzitter Henk Gortzak later.Henk Gortzak, Hoop zonder illusies: memoires van een communist, Amsterdam 1985, p. 313.Zijn partijgenoten herinnerden Haken als iemand met veel aandacht voor de mensen voor wie hij opkwam:Het geheim van Jan Haken was, dat hij in de officiële documenten altijd het gelaat van de werkende mens zag, diens kommer, diens vreugden en diens strijd.In 1956 werd Haken wel herkozen, maar hij leed aan longkanker en overleed in het ziekenhuis waar hij werd verpleegd. Dit nog voor hij opnieuw beëdigd kon worden. Zijn overlijden was de eerste gelegenheid waarbij de CPN-leiding na de publieke verontwaardiging over de Hongaarse opstand weer naar buiten durfde te treden. Kamervoorzitter Kortenhorst herdacht de communist als "een onverzoenlijk vertegenwoordiger van zijn groep" met wie "een positief opbouwende discussie zelden mogelijk bleek". Tegelijkertijd prees hij Haken echter als "een goed en een oprecht mens" en als iemand met een "een ongeveinsde vriendelijkheid in de persoonlijke omgang".

Jan Haken huwde in 1935 Annechien Woldendorp. Het echtpaar had drie dochters en een zoon.

Categorie:Politicus voor de Communistische Partij van Nederland Categorie:Nederlands politicus in de 20e eeuw Categorie:Kampgevangene in Buchenwald Categorie:Nederlands onderwijzer Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Tweede Kamerlid