thumb|Ligging van het eiland Lampedusa Het Italiaanse eiland Lampedusa ten zuiden van Sicilië werd sinds de jaren 90 van de 20e eeuw bekend als plaats van aankomst van immigranten die er massaal per boot arriveren, eerst voornamelijk vanuit Albanië en later voornamelijk vanuit Noord-Afrika, in de hoop er vervolgens een verblijfsvergunning in de Europese Gemeenschap te kunnen bemachtigen. Vaak zou het daarbij gaan om illegale immigranten van wie een asielaanvraag bij voorbaat kansloos zou zijn en die zich tegen betaling door smokkelaars in nauwelijks zeewaardige boten laten vervoeren: een "armada" van boten vol "desperado's", vaak op doorreis naar elders in Europa. Italië kreeg de naam "de zachte onderbuik van Europa". "Italië wil imago 'zachte onderbuik van Europa' kwijt", in NRC Handelsblad, 25 oktober 1997, pag. 1 en 4

Lampedusa vormt sinds eind 20e eeuw samen met twee andere stipjes op de kaart, de nabijgelegen eilanden Lampione en Linosa, de "drempel" van Europa voor immigranten uit Afrika en Azië, die zich aan de overtocht wagen. Hoeveel van hen er in de loop der jaren bij mislukte pogingen in de zee zijn verdwenen is onbekend. In de periode 1997-2003 zouden er volgens de statistieken van de Italiaanse overheid meer dan 20 000 immigranten aldus het land binnen zijn gereisd. Deze migranten kregen op een gegeven moment ook de naam "bootvluchtelingen", de term die eerder ook gebruikt werd voor de vluchtelingen die in de jaren 80 van de 20e eeuw Vietnam verlieten."Bootvluchtelingen op Sicilië en Lampedusa", in Trouw, 12 mei 2005, pag. 9

In dezelfde periode werden onder meer ook Slowakije en Malta, die beide in 2004 lid werd van de Europese Unie, de Canarische Eilanden (die behoren bij Spanje) en de Spaanse Noord-Afrikaanse enclave Ceuta overspoeld met asielzoekers en illegale immigranten. De onveilige omstandigheden van de overtocht naar Lampedusa en de erbarmelijke voorzieningen op dit eiland zouden echter het meest schrijnend zijn.

In de Straat van Sicilië, tussen Libië,Tunesië en Lampedusa, stierven in 2008 zeker 642 migranten, aldus de organisatie Fortress Europe. Daarmee zou de zeestraat bij Lampedusa de dodelijkste vaarroute zijn voor illegale migranten naar Europa. De bijzondere situatie van Lampedusa en Malta en de humanitaire problematiek rond de daar arriverende asielzoekers en immigranten wordt mede bepaald door het feit dat Libië, het land waarvandaan de meesten van hen de oversteek wagen, niet het VN-Vluchtelingenverdrag uit 1951 heeft ondertekend.

Albanese en Afrikaanse vluchtelingen

Zuid-Italië kreeg in 1991-1994 te maken met een aanhoudende en oncontroleerbare stroom clandestini, illegale immigranten, eerst voornamelijk vanuit Albanië waar in 1991 het communistische regime ten val gekomen was, aanvankelijk met afgeladen schepen tegelijk. Behalve de kust van het Italiaanse vasteland en Lampedusa werd ook het eiland Pantelleria, eveneens ten zuiden van Sicilië, een veelgebruikte plaats om het land binnen te komen. Alleen al op de twee eilandjes werden in de eerste helft van 1994 al ruim 8000 illegale immigranten aangehouden.

Na de Albanezen kwamen de immigranten voornamelijk uit of via Afrika. Het aantal mensen dat door het net heen slipt, zou volgens de politie vele malen groter zijn. "Import van voedsel uit Albanië stopgezet; Italië bezorgd over cholera", in NRC Handelsblad, 16 september 1994, pag. 5

Doordat het voor de Italiaanse kustwacht en marine onmogelijk bleek alle heimelijke aankomsten te verhinderen, werd het eiland Lampedusa vervolgens steeds meer een doel voor illegale immigranten, die zich daartoe vanuit Tunesië en Libië in soms nauwelijks zeewaardige vaartuigen op de Middellandse Zee waagden. Voor duizenden illegalen uit Noord-Afrika bleek Lampedusa de toegangspoort of "draaideur" tot Europa geworden. Mensenhandelaars zouden vaak enorme geldbedragen vragen om aspirant-immigranten in doorgaans aftandse motorbootjes over te zetten. De oversteek vanuit de Tunesische stad Sfax naar Lampedusa zou voor de exploitanten een goudmijn zijn geworden. "Albanezen betalen zesduizend gulden voor oversteek; 'Illegale immigratie: drama van de toekomst'", in de Volkskrant, 15 februari 1997

Opmerkelijk was dat de aantallen immigranten die op Lampedusa en ook elders op de kust van Zuid-Italië landden veel groter waren dan het aantal personen dat jaarlijks in Italië asiel aanvroeg, waardoor werd aangenomen dat velen van hen in de illegaliteit verdwenen of doormigreerden naar andere Europese landen.

Opgebracht worden naar Lampedusa werd een schakel in de zorgvuldig geplande reis naar het vermeende Europese paradijs. Op het eiland krijgen de clandestienen te eten en worden daarna overgevaren naar Agrigento op Sicilië. Daar krijgen ze van de Italiaanse autoriteiten een uitwijzingsdecreet overhandigd, en vervolgens mogen ze gaan. Het decreet geeft hun twee weken de tijd vrijwillig en zelfstandig Italië te verlaten.

Om identificatie bij aankomst in Italië te voorkomen, zouden de illegalen alvorens aan boord te gaan, hun persoonsbewijs naar familie in Italië sturen, die hun de papieren dan later nastuurt. Geld hebben ze bij aankomst evenmin bij zich. Ook dat wordt hun nagestuurd.

De Italiaanse politie werkte met het "opbrengen" en vervolgens naar Sicilië en het Italiaanse vasteland "deporteren" onbedoeld mee aan het draaiboek, maar kon er niets tegen ondernemen. "Italië poogt handel in mensen te stoppen", in de Volkskrant, 3 januari 1997, pag. 3

Doordat het ook voorkwam dat de opvarenden vermoedelijk opzettelijk de schepen in het zicht van de kust of bij benadering door de kustwacht lieten zinken, kwam het tot rampzalige taferelen met massale verdrinkingen. In april 1996 gebeurde dit met twee schepen op een afstand van een halve kilometer van de kust, waarbij minstens vijfentwintig personen verdronken en er slechts vier overleefden."Illegalen voor kust van Italië verdronken", in Het Parool, 26 april 1996, pag. 5"Twintig bootvluchtelingen vermist in Middellandse zee", in Trouw, 27 april 1996

In januari 1997 zouden 41 Noord-Afrikanen acht dagen lang in een piepklein bootje hebben rondgezwalkt op zee, van wie er naar de opvarenden na aankomst beweerden drie van honger en kou zouden zijn gestorven en wier lijken overboord zouden zijn gezet.

Ontwikkelingen tot 2000 Sinds oktober 1997 behoort Italië tot de Schengen-landen, waarbinnen zonder paspoort gereisd kan worden. Dit maakte onder meer Lampedusa des te interessanter voor asielzoekers en illegale immigranten en voor hun "reisagenten".

In de zomer van 1998 zou er een intensivering zijn geconstateerd van het gebruik van deze reisroute om Fort Europa binnen te komen, met name bij mooi weer en kalme zee en nu ook door Turkse en Iraakse Koerden. De meesten gingen aan land op het eiland Lampedusa. Mensensmokkelaars zouden toen hun activiteiten sterk hebben opgevoerd.Meer illegalen op stranden Italië, in dagblad Het Parool, 2 juli 1998"Italië poogt toevloed van immigranten te stoppen", in NRC Handelsblad, 22 juli 1998, pag. 7 Sinds 1998 is er een opvangkamp op het eiland voor deze groep arriverende vreemdelingen, waar ze werden weggehouden van de toeristen op het eiland.

Na kritiek van andere Europese staten dat Italië de "draaideur naar de Europese Unie" zou zijn geworden, verscherpte de regering Prodi het vreemdelingenbeleid. Het land leek de stroom echter niet tot stilstand te kunnen brengen. Italië deed herhaalde oproepen aan Tunesië en Marokko tot meer samenwerking.

De minister van Binnenlandse Zaken Giorgio Napolitano besloot na spoedberaad materieel en manschappen ter beschikking te stellen aan deze twee landen, opdat er beter zou kunnen worden gepatrouilleerd. "We hebben de medewerking nodig van de landen waar deze illegale immigratie ontstaat", verklaarde Napolitano.

Italië bood patrouillevaartuigen en radarinstallaties aan, en verklaarde zich bereid te willen meewerken aan de bouw van opvangcentra in Tunesië en Marokko voor de mensen die zouden worden teruggestuurd. Op termijn werd tevens extra economische hulp in het vooruitzicht gesteld.

Met Albanië was inmiddels reeds een akkoord bereikt dat illegale immigranten direct konden worden teruggestuurd, zonder de gebruikelijke formaliteiten. Hierna begon Italië besprekingen met Egypte, Marokko en Tunesië om tot vergelijkbare afspraken te komen.

Met Marokko werd vrij snel het beoogd akkoord bereikt waardoor illegale immigranten gemakkelijker zouden kunnen worden teruggestuurd. De harde lijn die de regering Prodi was gaan volgen, stuitte echter op felle kritiek binnen de centrumlinkse coalitie.

Minister van Buitenlandse Zaken Lamberto Dini ondertekende in Rabat een samenwerkingsplan met Marokko. Dini zei te hopen op korte termijn ook de instemming van Tunesië voor zo'n maatregel te krijgen, waarmee de besprekingen stroever verliepen. "Na nieuwe golf illegale immigranten; Kritiek in Italië op vluchtelingenbeleid", in NRC Handelsblad, 29 juli 1998, pag. 4

Op 30 juli 1998 werd door gedetineerde immigranten het opvangcentrum op Lampedusa in brand gestoken. Het centrum werd hierop tijdelijk gesloten en alle gedetineerden werden overgebracht naar Sicilië. Het incident illustreerde de spanningen bij de opvang van de groeiende stroom. De opvang was niet op de toename berekend en de omstandigheden werden door hitte en overbevolking extra slecht.

Met militaire vliegtuigen werden de opstandige immigranten naar Palermo gebracht, zo veel mogelijk buiten het zicht van toeristen op het eiland, om te voorkomen dat het toerisme zou lijden onder de berichten over rellen onder immigranten.

Binnen een week nadat in juli 1998 het akkoord met Marokko was ondertekend werd een eerste honderdtal illegale immigranten teruggevlogen naar Rabat. De relatie met Tunesië bleef gespannen nadat vijf Tunesische verstekelingen waren omgekomen bij een brand op een schip."Illegalen in Italië steken opvangcentrum in brand", in NRC Handelsblad, 31 juli 1998, pag. 10

Begin augustus 1998 bereikte Italië overeenstemming met Tunesië over de repatriëring van illegale immigranten. Volgens het bereikte akkoord zou Tunesië niet alleen immigranten uit het eigen land terugnemen die illegaal naar Italië zijn overgestoken, maar tevens immigranten uit andere landen die Tunesië hadden gebruikt als vertrekpunt voor hun oversteek naar Italië.

Tunesië gaf de voorkeur aan een breder verdrag dan alleen de immigrantenkwestie. De Tunesische minister van Buitenlandse Zaken, Ben Mustapha, verzette zich tegen wat hij noemde de "hetze" in de Italiaanse media tegen zijn land, die een "klimaat van onbegrip en spanning" zou hebben gecreëerd."Akkoord Italië met Tunesië over immigratiegolf", in NRC Handelsblad, 7 augustus 1998, pag. 4

Later in augustus 1998 kreeg het vreemdelingenbeleid van de regering Prodi een grote tegenslag te verwerken, toen honderden illegale immigranten moesten worden vrijgelaten uit de opvangkampen, omdat men er niet in geslaagd was hen binnen de wettelijk voorgeschreven termijn het land uit te zetten.

Na kritiek uit vooral Duitsland dat Italië te weinig zou doen om de toevloed van illegale immigranten uit Noord-Afrika en Albanië te stelpen was er een nieuwe wet aangenomen over het vasthouden en uitzetten van illegalen. Voordien werden gearresteerde illegalen helemaal niet vastgehouden.

Volgens de nieuwe wetgeving, die sinds juli 1998 van kracht was, konden onderschepte illegalen maximaal dertig dagen worden gedetineerd. Indien Italië er niet binnen die tijd in zou slagen de illegalen uit te zetten, moesten ze worden vrijgelaten. In theorie moesten deze vrijgelatenen dan het land zelf binnen twee weken verlaten. In de praktijk doken zij echter onder en velen reisden door naar andere Europese landen. "Italië moet 600 illegalen vrijlaten", in Het Parool, 12 augustus 1998, pag. 5

Ontwikkelingen tot 2004