De Benninkmolen, tot 1980 bekend als Velsmolen, is een korenmolen aan de Varsseveldseweg in de buurtschap IJzevoorde, even ten oosten van Doetinchem in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is een achtkante houten stellingmolen op een gemetselde voet, in 1921 gebouwd ter vervanging van een gelijknamige grondzeiler op dezelfde plaats. De molen is sinds 5 oktober 1966 ingeschreven in het Rijksmonumentenregister onder nummer 13087.

In de Achterhoekse streektaal wordt de molen ook wel Benninkmölle genoemd.

Geschiedenis Voorganger: de Velsmolen van 1856 Op de plek van de huidige molen stond aanvankelijk een kleine stenen grondzeiler, in 1856 gebouwd door B. Vels door toedoen van molenbouwer Kreeftenberg uit Varsseveld. De molen droeg naar zijn opdrachtgever de naam Velsmolen. Door bouwvalligheid werd hij omstreeks 1920 afgebroken.

Herbouw in 1921 In 1921 verscheen op dezelfde plaats een nieuwe molen, ditmaal als stellingmolen. Voor het houten achtkant werd gebruikgemaakt van het achtkant van de Buursinkmolen, een beltmolen uit Zelhem die zelf in onbruik was geraakt. De stelling, de stenen onderbouw en diverse andere onderdelen waren afkomstig van uiteenlopende elders gesloopte molens. Het werk werd uitgevoerd door molenbouwer J. ten Have uit Aalten. De ingebruikname vond plaats op 16 november 1921. De nieuwe molen behield de naam Velsmolen en was uitgerust met zelfzwichting op de binnenroede; de buitenroede was nog van hout.

Cycloon van 1925 Lang plezier had de molenaar niet van zijn nieuwe werktuig. Op de avond van 10 augustus 1925 trok een zware wervelstorm van zuidwest naar noordoost over Noord-Brabant en de Achterhoek, een gebeurtenis die in het collectieve geheugen voortleeft als de cycloon van Borculo. Het buiencomplex, waarschijnlijk een supercel, richtte een schadespoor aan dat onder meer over Doetinchem en IJzevoorde liep. De Velsmolen werd zwaar getroffen en raakte vrijwel alle kleppen van de zelfzwichting kwijt; enkele daarvan werden op twee kilometer afstand teruggevonden.

Verval Na de stormschade is nog maar kort gemalen. De molen raakte in onbruik en vervolgens in verval. Het dieptepunt kwam toen het bouwwerk enige tijd dienstdeed als oefenobject voor de plaatselijke brandweer, wat de bouwkundige toestand verder verslechterde.

Restauratie en hernieuwde ingebruikname In 1976 kocht de gemeente Doetinchem de molen aan. In 1979 begon molenmaker A. Beckers uit Bredevoort aan een omvangrijke restauratie. Door ernstige ziekte kon Guus Beckers het werk niet voltooien; molenmaker Herman Groot Wesseldijk maakte het af. De roeden waren de laatste die Beckers in eigen beheer vervaardigde. Voor de restauratie bezat de molen nog een voeghoutenkruiwerk; tijdens de werkzaamheden werden een Engels kruiwerk en een kuip aangebracht, waardoor de vlucht enigszins kon worden vergroot. Om die reden moest ook het spilkalf worden verhoogd, anders zou de koningsspil te kort zijn geweest. In 1980 werd de molen feestelijk in gebruik genomen.

Naamswijziging Bij de heringebruikname in 1980 verscheen de naam Velsmolen aanvankelijk nog op de baard, maar het bestuur van de Stichting Doetinchemse Molens besloot kort daarop tot een naamswijziging. De familie Bennink was sinds de herbouw in 1921 zo nauw bij de molen betrokken geweest dat hij in de omgeving algemeen ‘molen van Bennink’ of Benninkmolen werd genoemd. De naam werd officieel aan deze eerste eigenaar uit de herbouwperiode, J.F. Bennink, ontleend.

Beschrijving De Benninkmolen is een houten achtkante stellingmolen op een gemetselde, eveneens achtkante onderbouw van ongeveer drie meter hoog. Romp en kap zijn bekleed met houten schaliën. De stelling bevindt zich op drie meter boven het maaiveld. Het kruiwerk is een Engels kruiring met kruihaspel; gekruid wordt met staartbalk en kruilier.

De gelaste roeden zijn 23,10 meter lang en zijn voorzien van het oudhollands hekwerk met zeilen. De bovenas is van hout, ongeveer 4,4 meter lang, met een ijzeren hals en pen. Het gevlucht drijft via een bovenwiel met 51 kammen een bonkelaar met 28 kammen aan, gevolgd door een spoorwiel met 80 kammen en twee steenschijflopen met elk 24 staven. De overbrengingsverhouding bedraagt 1 : 6,07. De vang is een Vlaamse blokvang met vangbalk, vangtrommel en pal.

De inrichting bestaat uit twee koppels maalstenen, beide van zestiender kunststeen. Een van de koppels is maalvaardig; het andere staat open opgesteld voor demonstratiedoeleinden. Verder zijn aanwezig een steenkraan, een regulateur en een sleepluiwerk.

Huidige situatie De molen is eigendom van de gemeente Doetinchem en wordt beheerd door de Stichting Doetinchemse Molens, die het beheer en onderhoud verzorgt met behulp van vrijwillige molenaars. De Benninkmolen is maalvaardig en draait regelmatig. In kleine hoeveelheden wordt graan gemalen voor verkoop in de eigen molenwinkel en aan de wereldwinkel van Doetinchem; daarnaast zijn diverse soorten meel, broodbakmixen en cakemixen verkrijgbaar. De molen is op vaste dagen geopend voor publiek en draait ook wanneer de blauwe wimpel uithangt.

Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Doetinchem (gemeente) Lijst van windmolens in Gelderland

Externe links De Benninkmolen op de website van de Stichting Doetinchemse Molens De Benninkmolen op de website van vereniging De Hollandsche Molen De Benninkmolen in de Nederlandse Molendatabase (Ten Bruggencatenummer 03123)

Noten

Categorie:Rijksmonument in Doetinchem Categorie:Stellingmolen Categorie:Korenmolen Categorie:Maalvaardige molen