|} De spoorlijn Halle - Hann. Münden is een Duitse spoorlijn (samen met een deel van de Hannöversche Südbahn ook Halle-Kasseler Bahn genoemd). De lijn is dubbelsporig en geëlektrificeerd, en loopt door de deelstaten Saksen-Anhalt, Thüringen, Hessen en Nedersaksen. De spoorlijn begint in Halle en loopt verder via Sangerhausen, Nordhausen, Leinefelde en Eichenberg naar Hann. Münden. Hier sluit de lijn aan op de Hannöversche Südbahn naar Kassel. Het traject tussen Blankenheim en Leinefelde was onderdeel van de Kanonenbahn tussen Berlijn en Metz.
Verloop thumb|left|Halle (Saale) Hbf; de treinen naar Sangerhausen - Kassel vertrekken vanaf de westzijde, rechts in beeld (2006) De spoorlijn klimt vanuit Halle via Lutherstadt Eisleben het Mansfelder Land op. Bij Blankenheim ligt de enige tunnel van de lijn. Vanaf hier daalt de lijn weer, tot bij Sangerhausen de Goldene Aue wordt bereikt, een laagvlakte tussen de Harz en de Kyffhäuser. Aan de westzijde van de Goldene Aue bereikt de lijn het Thüringse Nordhausen. Vanaf hier stijgt het tracé weer, langs Bleicherode en doorkruist Leidefelde en Heilbad Heiligenstadt het Eichsfeld. De lijn wisselt bij Eichenberg het dal van de rivier de Leine voor het dal de rivier de Werra en volgt deze tot het Nedersaksische Hann. Münden.
Tot de elektrificatie werden goederentreinen bij het beklimmen van de hellingen aan beide zijde van de Blankenheimer Tunnel (Blankenheimer Rampe of Riestedter Rampe) extra aangeduwd. Daarvoor was er bij het onderhoudsbedrijf in Röblingen am See 120 jaar lang locomotieven gestationeerd.
Geschiedenis Planning en opening Al tijdens de planning van de spoorlijn Halle - Bebra werd in 1838 een variant via Nordhausen bediscussieerd, alleen ging de voorkeur uit voor een tracé via Erfurt. Door aanhoudende druk uit de regio sloot de staat Pruisen en de Magdeburg-Köthen-Halle-Leipziger-Eisenbahn-Gesellschaft in 1862 een overeenkomst voor een spoorlijn van Halle naar Heiligenstadt.
Hoewel Kassel als eindpunt werd voorzien, bleef een verder verloop nog omstreden, doordat het voorkeurstracé door het Werra- en Fuldadal in het Koninkrijk Hannover liep. Pruisen was in een directe verbinding naar Kassel geïnteresseerd, die onafhankelijk was van de Thüringische Eisenbahn-Gesellschaft.
In januari 1863 werd de concessie formeel verleend, kort daarna begonnen de werkzaamheden. Op 1 september 1865 werd het trajectdeel van Halle via Eisleben tot Sangerhausen geopend, op 10 juli 1866 tot Nordhausen en op 9 juli 1867 volgde het trajectdeel via Leinefelde en Heiligenstadt tot Arenshausen. Na de annexatie van het Koninkrijk Hannover als gevolg van de Duitse Oorlog in 1866 verzochte Pruisen de spoorwegmaatschappij een lijn aan te leggen via Großalmerode, Helsa en Kaufungen, om de Kaufunger Wald met zijn glashutten en mijnen te ontsluiten. Dit tracé had veel bochten en hellingen.
thumb|left|Bij Arenshausen kruist een landweg beide spoortracés. De voorste ging van 1867 tot 1884 naar Friedland, de achterste lijn gaat vanaf 1872 (met onderbreking tussen 1945-1990) naar Eichenberg (2007) De spoorwegmaatschappij verzette zich en bouwde in ieder geval de verbinding via Friedland (Han) naar Göttingen (1 augustus 1867 geopend), hierdoor ontstond er via een lange en zware omweg een verbinding met Kassel. De overige werkzaamheden werden uitgesteld.
In 1969 zette de spoorwegmaatschappij door, Arenshausen werd via Eichenberg, Witzenhausen-Nord (noordzijde van de gemeente, aan de overzijde van de Werra) en Hedemünden verbonden met Hann. Münden. Vanaf hier werd de bestaande verbinding naar Kassel dubbelsporig uitgebreid. Op 13 maart 1872 werd de laatste deel van de spoorlijn geopend.
Ontwikkelingen tot 1945 thumb|left|Stationsbrief van Halle naar Nordhausen aan de redactie van de Nordhäuser Zeitung. De spoorpoststempel is van de spoorlijn Halle - Kassel. Het verkeer ontwikkelde zich snel. Al na enkele jaren werden meerdere aansluitende spoorlijnen in gebruik genomen, zo werd in 1869 de spoorlijn Northeim - Nordhausen (Südharzstrecke) en de spoorlijn Wolkramshausen - Erfurt (Nordhausen-Erfurter Eisenbahn) geopend. In 1870 volgde de spoorlijn Gotha - Leinefelde. Vanaf 1876 werd in Eichenberg de spoorlijn Frankfurt - Göttingen, onderdeel van de latere Noord-Zuidlijn, van Friedland naar Eschwege en Bebra verlegd.
Op 1 juni 1876 werd de spoorlijn genationaliseerd, ook omdat het onderdeel werd van het project de Kanonenbahn.Nr. 14. Provinzial-Correspondenz. Viertiende jaargang. 5 april 1876 Deze militaire strategische spoorwegverbinding maakte van de spoorlijn Halle - Hann. Münden gebruik tussen Blankenheim en Leinefelde. Daarvoor werd in 1879 de spoorlijn Berlijn - Blankenheim oostelijk van de Blankenheimer Tunnel aangesloten. Ook nog in 1879 kwam er de verbinding Sangerhausen - Erfurt erbij. Vanaf Leidefelde werd de lijn richting Gotha voor de Kanonenbahn gebruikt. De uitbreiding van de spoorlijn Halle - Hann. Münden was niet alleen militair gemotiveerd, maar ook een drukmiddel voor de nationalisering van de Thüringer Bahn (1882-1886).
Al in 1884 werd de verbinding Arenshausen - Friedland gesloten. Het tracé van deze lijn is nog te herkenning in het landschap als begroeide spoordijk.
Samen met de Südharzstrecke, Sollingbahn en de spoorlijn Ottbergen - Altenbeken maakte het trajectdeel Nordhausen - Halle onderdeel uit van een belangrijke oost-west goederenverbinding; iets minder treinverkeer verliep van Maagdenburg en Halle via Nordhausen en Kassel naar Frankfurt am Main. In het reizigersverkeer verliep bijvoorbeeld op het trajectdeel Leinefelde - Eichenberg in de zomer 1939 elke werkdag vier sneltreinparen, vijf exprestreinen en tien reizigerstreinen.Ralf Roman Rosberg: Grenze über deutschen Schienen 1945–1990. EK-Verlag, Freiburg 1990, , p. 129.
Noordwestelijk van Nordhausen in de buurt van de Südharzstrecke werd in 1943 het concentratiekamp Mittelbau-Dora opgericht, die behoorde bij een uitgebreide ondergrondse wapenfabriek. Om het doorgaand treinverkeer buiten dit gebied te houden, werd er begonnen om een verbinding aan te leggen van de Südharzstrecke bij Osterhagen naar de spoorlijn Halle - Hann. Münden bij Nordhausen. De bouw van de Helmetalbahn kostte meer dan honderd dwangarbeiders het leven. De lijn kwam nooit af, omdat het vanaf 1945 door de Duits-Duitse grens werd doorkruist. De spoordijk en brughoofden zijn vandaag de dag nog terug te vinden.Josef Högemann: Eisenbahn Altenbeken – Nordhausen. Verlag Kenning, Nordhorn 1991, , p. 21.
In de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog werd de lijn met pantser- en militaire transporten, maar ook met gevangen transporten overbelast. Reparaties vonden nauwelijks plaats. Het Hoofdstation van Halle werd op 31 maart 1945 zwaar beschadigd. Duitse troepen bliezen begin april bij het terugtrekken de Werrabrug op. Op 7 april werd in station Sangerhausen een munitietrein geraakt, die hierdoor explodeerde. Tien dagen later was het gebied rondom de lijn door de Amerikanen bezet.
In mei 1945 vond er op deeltrajecten alweer treinverkeer plaats.
Scheiding in 1945 Nadat Duitsland werd opgedeeld in geallieerde bezettingszones werd de lijn tussen Arenshausen en Eichenberg onderbroken. De laatste trein over de latere Duits-Duitse grens reed op 24 juli 1945, toen de Amerikaanse troepen Thüringen aan het Rode Leger overgaven. Bij de volgende door de Rode Leger gecontroleerde demontage kwam het op 16 april 1946 bij Eisleben door een ingreep van Sovjetsoldaten in het spoorbedrijf tot een zwaar spoorwegongeval. 24 mensen vonden de dood en tientallen raakte gewond.
In de volgende jaren werden verdreven Duitsers, vrijgelaten krijgsgevangenen en andere "Displaced persons" met de trein naar Arenshausen gebracht, om vervolgens lopend naar Friedland te gaan. Tot 1952 was er de hoop, dat de lijn heropend kon worden. In plaats daarvan werd de grens steeds moeilijker te passeren. Vanaf 1952 lang het station Arenshausen in het Sperrgebiet, de treinen reden wel tot Arenshausen, maar kon alleen worden gebruikt met een speciale toestemming. De sporen over de grens van Arenshausen tot Eichenberg werden opgebroken.
Wederopbouw en verdere uitbreidingen in de DDR Tot 1947 werd het tweede spoor over de gehele lengte afgebroken, maar van Halle naar Sangerhausen in 1954 weer herbouwd. In 1965 werd de spoorlijn bij Berga-Kelbra verlegd, om in de Helme een stuwdam te bouwen (Stuwmeer Kelbra).
Het station Sangerhausen werd na de oorlog in 1964 volgens het nieuwe bouwen herbouwd.
Het delven van potas en de nieuwe cementfabriek bij Deuna leidde ertoe dan tot 1979 de spoorlijn werd verdubbeld tot Sollstedt, omdat het goederenverkeer toenam. In 1986 werd voor de elektrificering van Halle tot Leinefelde besloten, de werkzaamheden begon in januari 1989 en waren in 1993 afgerond.
Wederopbouw en verdere uitbreidingen in de BDR De brug over de Werra bij Hedemünde en die van de Hannöversche Südbahn over de Fulda bij Ihringshausen waren zwaar beschadigd, maar konden al in augustus 1945 weer enkelsporig gebruikt worden en vanaf 1949 dubbelsporig. Bovendien is vanaf 25 september 1964 de westelijke deel van de spoorlijn Halle - Hann. Münden geëlektrificeerd. Daarbij werd het station Eichenberg omgebouwd en de verbinding naar Halle afgebroken.
Tot de opening van de via Kassel lopende hogesnelheidslijn Hannover - Würzburg was het westelijke deel van de spoorlijn een verbindingslijn tussen Kassel en Göttingen voor het Intercity-verkeer.
Göttingen was een overstapstation, de IC-treinen die de directe weg van Bebra naar Göttingen zonder stop in Eigenberg reden, kwamen niet in Kassel.
In samenhang met de HSL waren er plannen het trajectdeel tussen Eichenberg en Kassel tot een enkelsporige regionale lijn af te waarderen.
Bij de bouw van de HSL werd de Hannöversche Südbahn in Fuldatal-Ihringshausen en Vellmar verlegd, waarbij geen station meer voorzien was. De gemeente Fuldatal vocht een jarenlange juridische strijd met de Deutsche Bundesbahn voor de heropening van het station.
De Hannöversche Südbahn werd tussen Göttingen en Hann. Münden via Dransfeld in twee fases tussen 1980 en 1995 stilgelegd en aansluitend opgebroken. Sindsdien wordt het zuidelijke deel van de Hannöversche Südbahn tussen Hann. Münden en Kassel ook wel gezien als onderdeel van de Halle-Kasseler Bahn. Ook omdat de treinen vanuit Göttingen via Eichenberg over een deel van de spoorlijn Halle - Hann. Münden moet rijden om in Kassel te komen.
Verkeersproject Duitse Eenheid thumb|left|Herbouw van het trajectdeel Arenshausen - Eichenberg in april 1990 Eind november 1989 werd de sluiting van de 3,9 kilometer lange onderbreking tussen Arenshausen en Eichenberg bediscussieerd en op 30 november werd het plan vastgesteld. Nog in januari 1990 werd een grensovergang gepland. Enige weken later werd hiervoor alleen nog container voorzien.Planungsgesellschaft Bahnbau Deutsche Einheit (Hrsg.): Das Projekt Nr. 6. Brochure, mei 1994. In januari 1990 begonnen de werkzaamheden. Daarbij kwam ook de verlenging van de perrons van beide stations voor extra lange treinen (476 meter in Eichenberg).
Bij de herbouw van de sporen was er een eigenaardigheid, doordat beide spoorwegmaatschappijen als eerste begonnen met de bouw van het rechtse spoor (voor de BDR het zuidelijke spoor en voor de DDR het noordelijke spoor), waardoor ze bij de grens niet aansloten. Vanuit het oosten volgde enkele weken later het tweede spoor. Op 3 mei 1990 waren de sporen aangesloten en op 26 mei reed de eerste trein van Arenshausen naar Eichenberg. De reguliere exploitatie ving op 27 mei 1990 aan, tot 30 juni met douanecontrole.
thumb|left|Het station Eichenberg met de Regional-Express naar Halle (2007). Alleen de drie rechtse sporen gaan richting het oosten. thumb|left|Het station Arenshausen in 2007 is nu een halte, het perron richting Heiligenstadt ligt verder naar het oosten. Voor de grenscontrole was er een veel langer perron aangelegd, waarvan alleen nog wat grondresten zijn overgebleven (2007).