De Triple Alliantie van 1596, waarvan de volledige titel Traktaat van alliantie tusschen Engeland, Frankrijk en de Verenigde Nederlanden luidt, was een alliantie tussen Engeland, Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. (1866): Inventaris van het Amsterdamsche Archief, Delen 1-3 Stads-drukkerij De Republiek sloot zich als derde partij aan bij een eerder gesloten verdrag tussen Engeland en Frankrijk, maar de alliantie had de facto pas effect na de aansluiting van de Republiek. Door de ondertekening van het traktaat erkenden Frankrijk en Engeland als eersten de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als onafhankelijke staat. De partijen in de alliantie waren alle drie in oorlog met Spanje. Er was geprobeerd om Duitse vorsten bij de alliantie te laten aansluiten, maar zij voelden zich niet geroepen om een rol te gaan spelen in een oorlog tegen Spanje. Door de alliantie waren de staten onder meer verplicht om legers te onderhouden die bij de bondgenoten actief waren. De alliantie had slechts een paar jaar effect.

Situatie Engeland In Engeland was Elizabeth I sinds 1558 aan de macht. Zij had in Europa aanzien en macht verworven. Ze was de opvolgster van Maria I van Engeland, die beter bekend is onder de naam Maria Tudor en die een schrikbewind tegen protestanten gevoerd had. Maria was in haar laatste levensjaren nog gehuwd met Filips II van Spanje. Elizabeth I steunde vooral de protestanten en in de loop der jaren ging zij katholieken zien als mogelijke staatsvijanden en aanhangers van Filips II.

Engeland steunde vanaf halverwege de tachtiger jaren van de zestiende eeuw openlijk de opstand in de Nederlanden, die begonnen was in 1568. Met Spanje had Engeland geruime tijd spanningen omtrent de wereldheerschappij. Dit leidde in 1585 tot het begin van de Spaans-Engelse Oorlog, waarvan de mislukte invasie door de Spaanse Armada in 1588 het belangrijkste wapenfeit was geweest. Sindsdien bouwde Spanje weer aan nieuwe armada's. Elizabeths strategie was om deze oorlogsvloten vroegtijdig te vernietigen. Zo liet ze samen met de Republiek op 1 juli 1596 Cádiz succesvol aanvallen, waarbij onder meer twee Spaanse oorlogsschepen veroverd werden.Scheepvaartmuseum.nl : maritieme kalender 01 juli 1596

Frankrijk In Frankrijk woedden sinds 1562 de Hugenotenoorlogen, een telkens opnieuw oplaaiende strijd tussen katholieken en protestanten. In 1570 kwamen de katholieken en protestanten een vredesverdrag overeen dat twee jaar later, op 18 augustus 1572, vaste vorm werd gegeven met het huwelijk tussen de protestantse Hendrik van Navarra en de katholieke Margaretha van Valois. Enkele dagen na het huwelijk vond, op 22 augustus, een mislukte aanslag plaats op de protestantse leider admiraal Gaspard de Coligny. De mislukte aanslag was aanleiding voor de Bartholomeusnacht, van 23 op 24 augustus 1572, waarbij vele Franse protestanten, waaronder ook de Coligny, werden vermoord. De strijd tussen de katholieken en protestanten laaide hierna weer in alle hevigheid op. Hendrik van Navarra werd in de Bartholomeusnacht door de katholieken gevangengenomen en vervolgens gedwongen over te gaan tot het katholieke geloof. Na vier jaar gevangenschap aan het hof wist Hendrik van Navarra in 1576 te ontkomen. Hij vluchtte naar protestants gebied, waarna hij weer het protestantse geloof aannam.

De katholieke factie, geleid door Hendrik I van Guise, een jeugdvriend van Hendrik III, begon zich intussen zorgen te maken over de troonopvolging. De katholieke koning Hendrik III was kinderloos gebleven en na de dood van zijn jongste broer, Frans van Anjou, in 1584, zou volgens de regels voor de troonopvolging Hendrik III na zijn dood opgevolgd moeten worden door de protestantse Hendrik van Navarra, afstammeling van de dertiende-eeuwse koning Lodewijk IX. Binnen de katholieke factie, en vooral onder inwoners van Parijs ontstond daarom steun voor een overname van de troon door Hendrik van Guise. In 1588 trok Guise, nadat hij een militaire overwinning op Hendrik van Navarra had geboekt, naar Parijs, waar hij door de bevolking vorstelijk werd onthaald. Hendrik III was gedwongen uit te wijken naar het Louvre. Nadat de Franse Staten-Generaal niet bereid bleken hem tegen Guise te steunen, liet hij Hendrik van Guise op 23 december 1588 vermoorden. In het volgende jaar verenigde hij zich met Hendrik van Navarra. Samen versloegen ze de radicaal katholieke legers van de Ligue en belegerden daarna Parijs, waar de katholieke factie nog steeds aan de macht was. Op 1 augustus 1589 werd Hendrik III neergestoken door de fanatieke monnik Jacques Clément. Hendrik overleed de volgende dag aan zijn verwondingen.

Hendrik van Navarra liet zich vervolgens onder de naam Hendrik IV uitroepen tot koning van Frankrijk. Voor Filips II van Spanje was dat reden om zich ook in de strijd te mengen en de katholieken in Frankrijk te steunen. Zijn plan was om zijn dochter Isabella van Spanje op de Franse troon te krijgen en zo Frankrijk voor het katholieke geloof te behouden. Filips stuurde onder meer zijn veldheer Alexander Farnese, hertog van Parma, naar Frankrijk. Die was al geruime tijd actief geweest in de Republiek en hij slaagde erin Parijs te ontzetten. Farnese boekte nog enkele militaire successen maar overleed in 1592. Hendrik IV behaalde uiteindelijk in 1593 de overwinning door het katholieke geloof weer aan te nemen ("Paris vaut bien une messe"; Parijs is wel een mis waard) en werd daarop op 27 februari 1593 definitief gekroond tot koning van Frankrijk.

De Spaanse troepen bleven echter actief in Frankrijk, om zo alsnog Filips' dochter op de Franse troon te krijgen. Hendrik moest daardoor de strijd aangaan met Filips II, maar overwoog diverse malen om de vrede met Spanje te tekenen.

Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden thumb|200px|Situatie in de Nederlanden met het frontverloop in 1593-1595. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden woedde sinds 1568 de Tachtigjarige Oorlog, destijds nog een opstand genoemd. Godsdienstvrijheid was, naast de belastingheffing (de tiende penning van Alva, een vroege vorm van BTW), sinds het begin een van de belangrijkste redenen om in opstand te komen tegen de koning van Spanje, Filips II. Met name in de Noordelijke Nederlanden was de reformatie diep geworteld. Vanaf 1568 hadden de partijen wisselend succes, waarbij er om diverse steden fel gestreden was. Vanaf 1589 was Maurits van Oranje, als stadhouder van vijf provincies, de belangrijkste legeraanvoerder van de Republiek. Hij werd hierbij gesteund door zijn neef Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg die stadhouder was van Friesland. Maurits en Willem Lodewijk voerden hun militaire operaties uit in samenspraak met de Staten-Generaal der Nederlanden.

In 1585 was Engeland de Republiek al te hulp geschoten met het zenden van de Graaf van Leicester met 6000 soldaten. Als tegenprestatie had Engeland de plaatsen Den Briel en Vlissingen in pacht gekregen. De aanwezigheid van de Graaf van Leicester was geen succes en werd door de Republiek vooral als last ervaren, aangezien voor de Engelse troepenmacht ook een geldsom aan Engeland betaald moest worden. De graaf had van Elisabeth I de opdracht gekregen om bij de Republiek aan te sturen op vrede met Spanje, hetgeen leidde tot een gedwongen vertrek uit de Republiek in 1587. In de daaropvolgende decennia behaalden Maurits van Oranje en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg vele overwinningen en werd het grondgebied waarover de Staten-Generaal de macht hadden aanzienlijk uitgebreid. Zo werden Twente, het graafschap Zutphen, het Oversticht, Groningen en de Ommelanden veroverd.

Spanje Spanje was in de 16e eeuw een machtig land dat gedurende deze eeuw grotendeels onder leiding stond van Filips II. Filips zag het als zijn taak om als leider van de contrareformatie de strijd aan te gaan met het opkomende protestantisme. Doordat hij tevens koning was van Portugal, Sicilië, Sardinië en Napels kon hij eenvoudig invloed uitoefenen in Europa. Tevens was hij Heer der Nederlanden waar sinds de Geuzenopstand in 1572, protestanten het gezag over een aantal steden hadden gekregen, waardoor hij nu binnen zijn rijksgebied de strijd met protestanten aanging.

Spanje had de openlijke steun van de diverse pausen in de 16e eeuw, waaronder Paus Clemens VIII, die paus was van 1592 tot 1605. Andere staten die openlijk aan de zijde van Spanje stonden waren Savoye en hertogdom Lotharingen.

Alliantie

Zowel Engeland, Frankrijk als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hadden in 1595 al geruime tijd een conflict met Spanje. Daarnaast waren er andere gebieden die tegen de overmacht van de Spanjaarden waren, zoals enkele Duitse staten en enkele Italiaanse gebieden waarover de Spanjaarden de macht hadden. Een verbond tussen Spaanse tegenstanders zou daarom een logisch gevolg zijn.

Vorming Met name Frankrijk en de Republiek spanden zich in voor het vormen van een alliantie. Het probleem was echter dat een verbond tussen deze twee landen, zonder toevoeging van andere staten, niet machtig genoeg zou zijn en weinig aanzien zou hebben. Een derde partij was gewenst en Engeland zou prima in het profiel passen. Wanneer Engeland zich bij de alliantie zou aansluiten, zouden diverse Duitse vorsten zich mogelijk ook aansluiten. Hendrik IV was huiverig om Elizabeth te vragen deel te nemen aan een alliantie, omdat het gezien zou kunnen worden als een roep om hulp. De Republiek vond daarentegen dat Elizabeth direct uitgenodigd moest worden, omdat anders de kans op Engelse steun erg klein zou zijn. Het niet direct uitnodigen zou kunnen worden uitgelegd als het passeren van een mogelijke bondgenoot.

De Republiek probeerde ook om andere, met name Duitse, staten bij de alliantie te betrekken. Redenen hiervoor waren dat de steun van Engeland niet heel zeker werd bevonden, waarna bij een mogelijke terugtrekking de overheersing door Frankrijk aanwezig was. Daarnaast hadden de Duitse staten veel manschappen tot hun beschikking. De Duitse vorsten waren vooral gericht op hun eigen gebied, door de strijd tussen Lutheranen en Calvinisten. Met Palts en Brandenburg werden onderhandelingen begonnen maar de Keizer van Duitsland blokkeerde de weg naar een overeenkomst. De keizer was er tegen gekant dat keurvorstendommen in buitenliggende verbonden gingen participeren, waardoor Duitse vorstendommen in een onderlinge oorlog gesleept zouden kunnen worden.

Rond 1595 voelde Elizabeth I van Engeland zich nog niet erg geroepen om een alliantie aan te gaan met de Republiek en Frankrijk. Ze was zeer beducht voor de mogelijkheid dat de Republiek uit zou groeien tot een grote zeemacht die een te grote concurrent zou kunnen gaan vormen voor Engeland. Elizabeth zag het koninkrijk Frankrijk als erfvijand. Die wilde ze weliswaar niet tot de ondergang brengen maar ook niet zo helpen dat het koninkrijk kon uitgroeien tot een wereldmacht.