Jan Wils (Alkmaar, 22 februari 1891 – Den Haag,Van Bergeijk (2007): p. 143. 11 februari 1972) was een Nederlands architect, bekend vanwege zijn kortstondige lidmaatschap van De Stijl en als ontwerper van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Voor dit ontwerp won hij bij het onderdeel kunstwedstrijden de gouden medaille op de Olympische Spelen in Amsterdam. Hij was een groot bewonderaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright en het moderne Amerikaanse leven, wat resulteerde in een aantal appartementencomplexen, waaronder woningbouwcomplex Daal en Berg, die aangeduid worden met de term Nieuwe Haagse School. Ook was hij actief in het verenigingsleven en schreef hij voor verschillende kranten en architectuurtijdschriften.

Levensloop Hij was de oudste zoon van aannemer Evert Wils en zijn vrouw Jannetje Blankman. Van 1903 tot 1907 volgde hij de nijverheidscursus aan de Burgeravondschool in Alkmaar. Een van zijn eerste architectonische studies is een Jugendstilgevel van de apotheek van L. Kruier in Alkmaar uit 1908.Van Bergeijk (2007): pp. 17-18, catalogusnummer 1. In 1910 behaalde hij zijn HBS-diploma eveneens in Alkmaar. Hierna maakte hij verschillende studiereizen, voornamelijk naar Duitsland; tussen 1910 en 1913 was hij verantwoordelijk voor kleine opdrachten in het bedrijf van zijn vader. In 1912 meldde hij zich aan als volontair bij Gemeentewerken Alkmaar en studeerde hij bouwkunde in Delft.Kiers (1978): p. 3.

thumb|left|190px|Kennemergarage, Alkmaar. 1912. In juni 1912 werd hij tweede in een prijsvraag voor een "landelijke woning", die de Nederlandse Vereniging van Baksteenfabriekanten uitschreef ter gelegenheid van de 'Tentoonstelling van Baksteen' (zie Prijsvraagontwerpen).Anoniem (10 juni 1912): [p. 3]; Cuypers, Gratama & Walenkamp (15 juni 1912): pp. 292-294. In 1912 ook kwam zijn eerste belangrijke werk tot stand, de Kennemergarage in Alkmaar. Daarnaast ontwierp hij in deze periode ook arbeiderswoningen en zomerhuisjes in Alkmaar en Bergen. In 1913 verhuisde hij naar Den Haag, waar hij als tekenaar werkte voor het architectenbureau van Johan Mutters. In zijn vrije tijd nam hij deel aan de prijsvraag voor een waterkantoor van architectenvereniging Architectura et Amicitia. Het leverde hem slechts een tweede prijs op, maar zijn werk kwam zo wel onder ogen van de juryleden Berlage, Kromhout en Van der Pek.

In 1914 trouwde Wils met apothekersassistente Gepke van der Veen uit Winschoten en vestigde zich aan de Van Buurenstraat in Den Haag. Hierna ging hij voor Berlage werken en raakte in de ban van zijn geloof in een betere (socialistische) samenleving. Wils ging echter verder dan Berlage en verklaarde zich later aanhanger van het (geestelijk) communisme. Ook kwam hij via Berlage in contact met het werk van Frank Lloyd Wright. Wils werd een overtuigd aanhanger en propagandist van deze Amerikaanse architect, niet alleen vanwege de ‘ruimtelijke kwaliteit’ van zijn werk, maar ook vanwege zijn afkeer van individualiteit en het feit dat hij de mens centraal stelde en niet de architect.Van Bergeijk (2007): p. 18-21.

Van 1915 tot 1917 diende Wils diverse prijsvraagontwerpen in, waarvan de meeste in de stijl van de Amsterdamse School. Pas het laatste ontwerp in deze reeks, een paviljoen in het Stadspark in Groningen uit 1917, is geheel in de stijl van Frank Lloyd Wright.Van Bergeijk (2007): pp. 23-26. Van alle 81 inzendingen was dit ontwerp ongetwijfeld het meest vooruitstrevend. Het oordeel van de jury luidde echter: 'Zoowel uit een constructief als uit een esthetisch oogpunt is er wel iets bedenkelijks in de schijnbaar zwevende galerij. Het plan is in opvatting wel belangwekkend, maar zou voor een berglandschap beter voegen, dan voor het vlakke Groninger park'.Verheul (26 januari 1918): p. 26. In 1916 werd Wils secretaris van Architectura et Amicitia, waar hij op 24 januari van dat jaar een succesvolle lezing hield over vereenvoudigde en geometrische architectuur. Deze ideeën verwezenlijkte hij in een boerderij in Winschoten (1916-1917) en in de N.H. kerk in Kinderdijk (1916-1920), een bekroond antwoord op een prijsvraag.Van Bergeijk (2007): pp. 21-23.

thumb|Huis De Lange, Alkmaar. 1916-1917. thumb|Hotel De Dubbele Sleutel, Woerden. 1918-1919. thumb|Dubbel woonhuis, Alkmaar. 1918-1919.

Wils besteedde in het begin van zijn carrière ook aandacht aan het ontwerpen van interieur en meubels. In 1916 kreeg hij een 'loffelijke vermelding' in een prijsvraag voor 'arbeidersmeubelen' en sinds 1917 ontwierp hij voor de Alkmaarse meubelfabriek Eik en Linde. Als interieurontwerper probeerde Wils de woning te bevrijden van de prullaria uit de 19e eeuw.Van Bergeijk (2007): p. 69.

De Stijl In 1916 ontmoette hij kunstenaar Theo van Doesburg hetzij in de Haagse Kunstkring, hetzij in de Leidsche Kunstclub De Sphinx. Hun ideeën over individualiteit en moderne architectuur kwamen zodanig met elkaar overeen, dat Wils hem hetzelfde jaar nog betrok bij de decoratie van het door hem in 1916 ontworpen Huis De Lange in Alkmaar. Hierna zouden Wils en Van Doesburg nog vaker samenwerken. Zo ontwierp Van Doesburg in 1917 glas in loodramen en kleuroplossingen voor een school en onderwijswoning in Sint Anthoniepolder en voor de in april 1917 ontworpen villa De Karperton in Bergermeer. In 1919 wonnen Wils en Van Doesburg een tweede prijs voor hun ontwerp van een monument op het stationsplein in Leeuwarden als antwoord op een architectuurprijsvraag. Wils ontwierp de inrichting van het plein en Van Doesburg het monument.Patijn, Evers, Berlage, Tersteeg en Holsnoer (20 april 1918): pp. 97-99.

Eind 1917 betrok Van Doesburg hem ook bij het pas opgerichte tijdschrift De Stijl. Wils schreef twee artikelen voor dit blad (zie Publicaties) en eind 1918 onderschreef hij, naast Theo van Doesburg, Robert van 't Hoff, Vilmos Huszár, Antony Kok, Piet Mondriaan en Georges Vantongerloo, het eerste manifest, Manifest I, van de gelijknamige groep.

In 1918 ontwierp hij Hotel De Dubbele Sleutel in het centrum van Woerden, dat gold als een sleutelwerk uit de beginperiode van De Stijl. Toen mede-De Stijl-leden J.J.P. Oud en Robert van 't Hoff toen nog op veel punten symmetrie toepasten, probeerde Wils dit in De Dubbele Sleutel nadrukkelijk te vermijden. Hij ging daarin zelfs zo ver dat hij de ingewikkelde roedeverdeling van de ramen door Van Doesburg in verschillende kleuren liet oplossen. Toch had het Hotel enkele fremdkörper, zoals een flauw hellend dak. Dit loste hij op in het in november van dat jaar voor W. Klaas ontworpen dubbel herenhuis in Alkmaar. Hij kon zich hierin helemaal uitleven en verlevendigde de gevel door bouwvolumes uit en in te laten springen, waardoor een grote mate van plasticiteit ontstond. In het huis zijn kleursporen teruggevonden, die waarschijnlijk door Huszár zijn ontworpen.

Lang duurde Wils' lidmaatschap van De Stijl echter niet, want in 1919 kreeg hij onenigheid met Van Doesburg over de financiële waardering voor diens 'kleuroplossingen' van De Dubbele Sleutel en het feit dat Wils geschreven had voor het tijdschrift Wendingen en redacteur werd van het in 1918 door Co Brandes opgerichte tijdschrift Levende kunst, die Van Doesburg als tegenhangers van zijn eigen tijdschrift zag.Van Bergeijk (2007): p. 32. Toch hielp Wils in juli 1920 mee aan de in de Haagsche Kunstkring gehouden tentoonstelling 'La Section d'Or', in het kader waarvan Van Doesburg een lezing hield en steunde hij De Stijl toen deze in 1925 geweigerd werd deel te nemen aan de Exposition des Arts Décoratifs in Parijs. Wils won echter wel een gouden medaille op deze tentoonstelling.

Volkswoningbouw Als geestelijk communist had de strijd tegen de woningnood, die Nederland in de jaren na de Eerste Wereldoorlog teisterde, zijn aandacht. In december 1918 ontwierp Wils een complex van 18 'arbeiderswoningen' en één winkelhuis voor de Woerdense Vereniging voor Volkshuisvesting. Eerder dat jaar ontwierp hij voor de secretaris van deze vereniging, F.A. Minkema, een kantoortje aan zijn woning aan de Oostdam in Woerden. Wils was geïnteresseerd in de verbetering van de volkswoningbouw en zocht naar een nieuwe architectuur voor nieuwe woonvormen.

In het voorjaar van 1919 ontving hij, op advies van de inspecteur van Volksgezondheid, van woningbouwvereniging Uitbreiding-West in Gorinchem de opdracht aldaar 149 arbeiderswoningen te ontwerpen. Wils wilde de woninggroepen door gras en bloemen tot een hooger plan opvoeren. Dit plan mislukte echter faliekant. Tot grote teleurstelling van Wils vertrapten de bewoners van het in mei 1921 opgeleverde wijkje het gras, trokken bloemen uit bloembakken en vernielden boompjes.

Een zeer geslaagd voorbeeld van volkswoningbouw zijn de 28 woningen die hij in februari 1920, toen hij in Stompwijk woonde, ontwierp voor de Departementale Woningbouw in Oudewater. Het contract hiervoor werd echter pas op 1 juli 1921 getekend. Het wijkje, dat in 1922 gereed kwam, heeft vanwege zijn rode bakstenen de bijnaam het 'rode dorp'.Van Bergeijk (2007): p. 59-60.

Maar het bleef niet bij het ontwerpen van arbeiderswoningen. In 1921 richtte hij woningcorporatie Bouwplan Voorburg op, met als doel aan de Laan van Nieuw Oost-Indië een woningbouwcomplex bestaande uit 56 woningen te bouwen.Anoniem (26 maart 1921): p. 1.

Verenigingsleven Na de Eerste Wereldoorlog werd Wils actief lid van de Haagsche Kunstkring; van 1919 tot 1923 ook als secretaris. Hij hield er de lezingen 'Het vrijstaande monument in het moderne stadsbeeld' (1918) en 'Hedendaagse stroomingen in de bouwkunst' (1919). Ook nodigde hij zijn Duitse collega's Erich Mendelsohn en Fritz Schumacher uit om bij de HKK lezingen te geven. Verder droeg hij bij aan een tentoonstelling over architectuur en volkshuisvesting. Dit leidde in 1920 tot de uitgave van het boek Volkswoningbouw met een inleiding door Berlage, tekeningen van Wils en een kaft ontworpen door Huszár.Anoniem (29 mei 1920): p. 129.

In november 1919 was hij aanwezig op het 'Congres van den Steden-herbouw' in Brussel, waar een groot aantal Nederlandse architecten aan deelnamen, onder wie Berlage, Kramer en Kromhout.Kromhout (12 november 1919): p. 1. Op 5 februari 1920 gaf hij de lezing 'architectuur' voor de leden van de Rotterdamse academie. Op 22 en 23 november van dat jaar hield hij twee lezingen in het Secessionsgebouw in Wenen: de eerste getiteld 'Moderne bouwkunst in Nederland' en de tweede 'Enige gedachten over de bouwkunst van onzen tijd'. In 1923 droeg hij bij aan de ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina georganiseerde tentoonstelling 'Haagsche Bouwkunst sedert 1898', die 23 augustus van dat jaar opende. Ook was Wils 'bouwkundig medewerker' van Het Vaderland, adviseur van het door Het Vaderland uitgegeven 'Extra-Weekblad ter bestrijding der woningcrisis' en vanaf juli 1924 redacteur van Het Bouwbedrijf. Verder was hij vicevoorzitter van het Vincent van Gogh-genootschap en lid van het Nederlandsch kunstenaarsverbond. Op 14 juni 1924 werd hij herkozen als bestuurslid van de Bond van Nederlandse Architecten. Eind 1924 spande hij zich in voor de 'Nederlandsche Union Instellectuele', die aan de ‘geestelijke ontreddering, gevolg van den wereldoorlog een einde [wilde] maken’.Anoniem (10 november 1924). thumb|Fotoatelier Berssenbrugge, Den Haag (in samenwerking met Vilmos Huszár). 1922 thumb|Woningbouwcomplex Daal en Berg, Papaverhof, Den Haag. 1919-1922. thumb|Flatgebouw Daal en Berg, Klimopstraat 2-24, Den Haag. 1919-1922.