John Entwistles basgitaren  ca. 1960 Zelfgemaakte Fender Precision Bass, gefret als een Höfner vioolbas  1963 Fender Precision Bass  1964-1966 Danelectro Longhorn BassEpiphone Rivoli (semi-akoestisch)Fender Bass VIFender Jazz BassFender Precision BassGibson EB-2 (semi-akoestisch)Gretsch 6070 Hollow Body BassMosrite Ventures BassRickenbacker 4001S Bass  1967-1971 Customgemaakte "Axe" Jazz BassCustomgemaakte "Spider" BassFender Bass VIFender Precision BassRickenbacker 4005Vox Cougar Sidewinder IV V272  1971-1974 Customgemaakte "Axe" Jazz BassFenderbird BassGibson Thunderbird IV Bass  1974-1985 Alembic Series I BassAlembic Explorer Bass('A'- en 'V'-head en 8-snarig)Peter Cook “Lightning Bolt” BassFender “Explorer-Bird”Rickenbacker 4001prototype 8-snarige BassHamer Quad Standard (12-snarig)  1986-2002 Modulus Buzzard Graphite BassStatus Graphite Series 1 & 2Warwick Buzzard

John Alec Entwistle (Londen, 9 oktober 1944 – Las Vegas, 27 juni 2002) was een Engelse bassist, songwriter, zanger en hoornspeler, die vooral bekend is geworden als bassist van de Britse rockband The Who. Hij wordt beschouwd als een van de grootste, meest gewaardeerdeReacties naar aanleiding van Entwistles overlijden op news.bbc.co.uk. Gearchiveerd op 1 mei 2023. en invloedrijkste infoplease Bassist of the Millennium rockbassisten aller tijden, vooral omdat hij een agressieve en leidende rol had in de nummers die hij speelde. Hij beïnvloedde zowel generatiegenoten en jongere bassisten onder wie John Deacon (Queen), Les Claypool, Steve Harris, Lemmy Kilmister, Geddy Lee, Phil Lesh, Noel Redding, Billy Sheehan, Chris Squire en Mike Watt.

Entwistle ontwikkelde met zijn stijl het potentieel van de basgitaar als een leidend muziekinstrument, gebruikmakend van felle pentatonische lead lines en een 'hoog' geluid dat vrijwel niet eerder te horen was in de vroege sixties. Hij pionierde met het gebruik van rondgewonden stalen bassnaren, die voor hem werden gemaakt door de firma RotoSound.Entwistles snaren op www.thewho.net Op zoek naar een geluid dat door de muzikale razernij van The Who moest snijden, experimenteerde Entwistle met talloze basgitaren. Op het moment van zijn overlijden bestond Entwistles collectie uit meer dan 200 exemplaren. De zoektocht had zijn hoogtepunten op het moment dat Entwistle gebruikmaakte van de bassen van Alembic in de jaren zeventig en de Status Graphite-bassen in de jaren negentig en nul. Dit zijn de gitaren die hij in zijn latere carrière het meest gebruikt heeft. Hij stond sinds de beginjaren van The Who bekend om zijn typerende geluid en zijn virtuositeit als bassist. "Entwistle was eigenlijk de eerste bassist die 'loskwam' van het traditionele boem-boem-ritme", zo zei Pete Townshend (gitarist van The Who) ooit in een interview. Ook Glyn Johns, geluidstechnicus van The Who van onder andere Who's Next was lovend over Entwistle: "Hij speelt zuiver met de zang mee."Zie voor meer informatie de imdb voor de dvd Classic Albums, The Who - Who's Next (1999), waar het verhaal verteld wordt door Townshend, Daltrey en Entwistle zelf

Levensloop Jeugd en vroege muziekcarrière Entwistle werd in 1944 geboren in Chiswick (Londen). Zijn ouders, Herbert en Maude Entwistle, waren beiden muzikanten en scheidden vrij snel na zijn geboorte. Hij was in zijn jeugd veel bij zijn oma en genoot onderwijs op de Acton County Grammar School. Op zijn zevende kreeg de jonge Entwistle al les op de piano en op zijn elfde kreeg hij van zijn vader les in het bespelen van de trompet.Entwistles beknopte biografie Hij sloot zich aan bij het Middlesex Youth Orchestra, waar hij onder andere hoorn leerde spelen. In de vroege jaren zestig speelde hij als tiener in verschillende jazz- en dixielandbandjes, samen met Pete Townshend. Ze speelden onder andere in The Confederates, waarin Townshend banjo speelde en Entwistle hoorn, in The Aristocrats en The Scorpions. Rond 1960 merkte Entwistle op dat de vraag naar bassisten enorm steeg. Hij had nog nooit gitaar gespeeld en maakte zijn eigen basgitaar op zijn grootmoeders eettafel, naar het voorbeeld van de Fender Precision Bass (die hij overigens frette als een Höfner-vioolbas). In de jaren zestig was Roger Daltrey leadgitarist bij de band The Detours, terwijl Entwistle toen nog werkte bij de belastingdienst. Nadat Daltrey Entwistle door de straten had zien sjouwen met zijn basgitaar en versterker vroeg Daltrey Entwistle om in zijn band te komen spelen. Hij deed dit en tipte Townshend als slaggitarist. Nadat er nog wat verschuivingen plaats hadden gevonden binnen The Detours, vond de band zijn uiteindelijke vorm in 1964 met Keith Moon als drummer. Ze hadden hun naam toen al veranderd in The Who.

Full treble, full volume: The Who thumb|left|Entwistle met The Who in Ludwigshafen, 1967 In het midden van de jaren zestig was Entwistle een van de eersten die gebruikmaakten van de Marshall-stacks. Pete Townshend merkte later op dat Entwistle begon met het gebruiken van de Marshalls om boven Keith Moons gedrum uit te komen. Townshend moest ze later zelf ook gebruiken om over Entwistles basgeluid uit te komen. Beiden bleven doorgaan met het uitbreiden van en het experimenteren met hun uitrusting, totdat beiden gebruik gingen maken van Twin Stacks met experimentele 200W-versterkers, terwijl de meeste bands gebruikmaakten van 50–100W-versterkers met enkele kabinetten. Dit had op zijn beurt weer een sterk invloed op tijdgenoten van de band, zoals Cream en The Jimi Hendrix Experience, die snel volgden. Ironisch was echter - terwijl zij slechts pionierden, maar op directe wijze bijdroegen aan de ontwikkeling van het 'klassieke' Marshall-geluid, dat hierdoor totaal op hen persoonlijk was afgesteld - dat zij deze uitrusting slechts een klein aantal jaren zouden gebruiken. Entwistle switchte uiteindelijk om naar Sound City/HIWATT in zijn zoektocht naar een perfect geluid, met Townshend in zijn kielzog volgend.

John Entwistle experimenteerde in zijn carrière eveneens met het fenomeen 'bi-amping', waarin de hoge en lage signalen van het basgeluid door gescheiden routes geleid worden, om op deze manier meer controle te krijgen over het werkelijke geluid uit de versterker. Op een gegeven moment was zijn uitrusting zodanig uitgebreid met speakerkabinetten en andere versterkers, dat het liefkozend 'Little Manhattan' genoemd werd.

Het was de bedoeling om Entwistles full treble, full volume-benadering van het basgeluid vast te leggen in de bassolo in My Generation. https://web.archive.org/web/20041228075342/http://www.thewho.net:16080/whotabs/equipment/bass/equip-entwistlegear-60-66.html Entwistles relaas (www.thewho.net/whotabs, niet meer beschikbaar) Volgens Entwistle was zijn oorspronkelijke intentie om zijn Danelectro-bas voor de solo te gebruiken vanwege diens karakteristieke geluid. Gedurende de derde opnamesessie (tijdens de eerste twee werd de solo niet gespeeld) had Entwistle alle snaren gebroken. Tot zijn schrik bleek geen van de winkels in de buurt Danelectro-snaren te verkopen, zodat hij een tweede Danelectro-basgitaar kocht. De vierde sessie eindigde exact gelijk aan de derde. Volgens Entwistle: "Toen besloten werd om door te gaan met het opnemen van My Generation, zat er voor mij niets anders op dan weer naar de winkel te gaan en een derde Danelectrobas te kopen." Uiteindelijk nam hij gedurende de vijfde sessie een simpelere solo op met een Fender Jazz Bass en een plectrum. Deze bassolo is een belangrijk moment in de rockgeschiedenis omdat het een van de eerste (zo niet de eerste) bassolo's is op een rockplaat. Er bestaat overigens een liveopname van The Who uit deze periode (ca. 1965), waarop Entwistle een Danelectro bespeelt op My Generation om een idee te geven hoe deze solo geklonken zou hebben.

Zelden werd zijn talent in de studio duidelijk vastgelegd op platen. Zoals hij zelf in 1999 zei: "...ik ben een live-performer, ik speel live vijftig keer beter dan in de studio. (...) Als jíj een fout maakt, moeten die vier of vijf anderen in de studio óók opnieuw beginnen." Echter tijdens het optreden van The Who van A Quick One While He's Away (waarin hij de rol van Ivor the Engine Driver vertolkt, 1968) bleek dat Entwistles stijl en sound geheel ontwikkeld was, evenals tijdens de concertopname van Live at Leeds (1970). Tijdens concerten verwisselden Entwistle en gitarist Pete Townshend dikwijls van rol, waardoor Entwistle de nummers opleukte met snelle melodische basloopjes en Townshend voorzag in steunende ritmische akkoorden. Townshend zei vaak dat Entwistle de leadgitarist van de band was, terwijl hij, als ritmisch element in feite de drummer was. Moon aan de andere kant, met al zijn gekrioel rond het drumstel werd door Townshend gezien als een equivalent van een keyboardist. Entwistle zelf vertelde in verschillende interviews (waaronder één met Chris Jisi van Guitar Player in 1989) dat, volgens de moderne standaarden, "The Who geen eigenlijke basgitarist heeft."

Op platen als Who's Next (1971) en Quadrophenia (1973) droeg Entwistle – los van de basgitaar – ook bij aan de nummers door een aantal maal hoorn te spelen en een indrukwekkende kopersectie te creëren. Dit is bijvoorbeeld te horen in de liedjes My Wife en 5:15. Tijdens liveoptredens echter speelde Entwistle zelden op de blaasinstrumenten. In plaats daarvan speelde hij in 5:15 een extreem verlengde bassolo waarmee hij het nummer dichtbij of zelfs voorbij de tienminutengrens bracht.

Toen in de jaren zeventig de punkrock opkwam, kwam The Who in enigszins rustiger vaarwater. Dit gaf Entwistle de tijd om zich wat meer te concentreren op zijn solocarrière, wat resulteerde in vier soloalbums. In 1975 vormde hij zijn eigen groep, genaamd The Ox, naar zijn eigen koosnaam.Entwistles biografie op www.thewhomovie.com Tegen het einde van de jaren zeventig, begin jaren tachtig, werd Entwistle gevraagd om de soundtracks van de rockumentaire The Kids Are Alright en de film Quadrophenia te maken, om het oprukkende bootleggen de kop in te drukken.

Ontwerpen en streven naar perfectie in late muziekcarrière thumb|237px|Roger Daltrey met op de achtergrond John Entwistle (2000) Nadat The Who in 1983 uiteengevallen was, ging Entwistle op zoek naar een nieuwe basgitaar. Na jaren te hebben gespeeld op de Alembics en bekend te zijn geworden met de gebreken van de bassen (luchtvochtigheid in combinatie met het hout en de accuInleiding van www.buzzardbass.com), wilde hij proberen een bas te fabriceren die overeenkwam met zijn wensen qua geluid en looks. Hij benaderde Hans Peter Wilfer, de oprichter en directeur van Warwick Basses, en zij maakten samen het ontwerp, dat zij later in het café "Maggie's" Buzzard doopten.Entwistle en Wilfer (www.buzzardbass.com)Video: German Warwick Bass Guitars, Deutsche Welle TV, 11 september 2013 Hoewel het geluid goed was, zocht Entwistle naar meer stevigheid in de bas. Daarom benaderde hij het bedrijf Modulus, die voor hem de hals van de bas in met koolstofvezels verstevigde kunststof goot.Modulus en de Buzzard (www.buzzardbass.com) Later kwam Entwistle terecht bij de firma Status Graphite, waar hij de Buzzard geheel in dit materiaal liet gieten. Het kostte drie pogingen om hem goed te gieten, maar het resultaat was blijkbaar goed: Entwistle speelde de laatste jaren van zijn carrière alleen nog maar op deze gitaar.Status Graphite en de Buzzard (www.buzzardbass.com)