James is een Brits historisch merk van motorfietsen.

De bedrijfsnaam was: The James Cycle Co. Ltd., Gough Road, Greet, Birmingham

Historie

Jaren nul Harold W. (Harry) James (1860-1905) werkte in een machinefabriek, maar rond 1883 besloot hij zijn eigen rijwielfabriek te beginnen: The James Cycle Co. Daarvoor kocht hij een voormalige beddenfabriek op Constitution Hill in Birmingham. Zijn James-fietsen waren zowel licht als stevig gebouwd en de zaken liepen vanaf het begin goed. Rond 1890 moest er al een groter pand op Sampson Road worden betrokken. In 1891 haalde Harry zijn vriend Charles Hyde als manager in het bedrijf. Harry James was toen al ziek. Samen met Charles Hyde vormde hij het bedrijf om tot het op 22 mei 1897 een naamloze vennootschap werd, met Hyde als directeur. James ging vanwege zijn ziekte een jaar later al met pensioen, hoewel hij wel nog adviseur op technisch gebied bleef, tot zijn dood in 1905. Hyde nam in 1902 Fred Kimberley in dienst. Hoewel nog jong, was Kimberley al in de leer geweest bij Hillman, Herbert & Cooper Ltd.(Premier Cycles) en had hij gewerkt bij Hotchkiss, May & Meek, producenten van de Coventry-Eagle-motorfietsen met MMC-snuffelklepmotoren, feitelijk kopieën van de De Dion-Bouton snuffelklepmotor. Hij bleef directeur van James tot de overname door Associated Motor Cycles in 1950. De eigen Britse industrie was aan het begin van de 20e eeuw door de Red Flag Act nog niet aan haar motorontwikkeling begonnen. De eerste gemotoriseerde fietsen die Kimberley ontwikkelde werden dan ook aangedreven door inbouwmotoren van het Europese vasteland: Minerva-, Derby en FN. Het eerste model had een Minerva-kop/zijklepmotor die aan de verstevigde voorste framebuis van een fiets werd gemonteerd. De aandrijving geschiedde echter niet op het voorwiel, maar via een riem naar het achterwiel. Later, toen de Nieuwe Wernermethode opgang deed maar door patenten niet gebruikt mocht worden, gebruikte men loop frames om de motor zo laag mogelijk in het frame te hangen. De uitvinder Philip Louis Renouf, die vlakbij woonde, bood James een zeer bijzondere motorfiets aan, met enkelzijdige wielophanging en met de tanks voor olie en brandstof voor het balhoofd. De machine baarde veel opzien bij de motortentoonstelling van Londen in 1908, niet alleen vanwege de bijzondere wielophanging, maar ook vanwege de motor. Dat was een volledige kopklepmotor met een boring/slagverhouding van 86 x 90 mm en een cilinderinhoud van 522,8 cc. Deze motor was door James zelf ontwikkeld en gebouwd. In die tijd was Kimberley intussen toegetreden tot de raad van bestuur en was Selby Arter directeur geworden. De James-motorfietsen hadden als eerste trommelremmen met bronzen remschoenen. In latere versies had de machine alleen nog de olietank voor het balhoofd en de brandstoftank onder het zadel en in 1911 werd ook een parallellogramvork toegepast. Terwijl de motorfietsen tot dat moment slechts een bijproduct van de fietsenfabriek waren geweest, werd in 1908 een nieuwe fabriek voor de motorfietsproductie gebouwd aan Gough Road in de wijk Greet. James verklaarde haar afwezigheid van de markt in een persverklaring als volgt: Between the year 1904 - when we last catalogued a Motor Cycle - and the present time, we have been steadily experimenting, testing, and perfecting the Motor Cycle made on entirely new principles, which we are now offering to the public. The design and equipment are entirely novel. Our Motor Cycle is not an adapted cycle with engine, tank, etc., attached, but is designed with a view to perfect comfort and control, the result of which is a well-balanced, carefully thought-out vehicle, which is most accurately described as the "One Track Car." De James Safety-modellen verkochten niet goed genoeg en bleven slechts drie jaar in productie. In 1911 werden de laatste gebouwd.

Modellenoverzicht jaren nul James 1902 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909Model Model A en Model B Model T 2 HP en Model T 2½ HP Model T 2½ HP Safety

Jaren tien De jaren tien begonnen met de verbeterde Safety-modellen 1 en 2, maar al in 1911 werden meer conventionele motorfietsen gepresenteerd: het 558cc-Model 3 met riemaandrijving, het Model 4 met riemaandrijving met een variabele poelie, waardoor er twee versnellingen ontstonden en het Model 5 Tourist Trophy, een kaal (dus licht en sportief) model met riemaandrijving, maar zonder versnellingen en zonder de aanfietsinrichting (ketting en tandwielen). Deze 3½ HP-serie werd onmiddellijk uitgebreid en in de jaren 1913-1914 leverde James deze modellen al zonder versnellingen, met twee of drie versnellingen, als sportmodel, toermodel en zijspantrekker en in 1914 kwam er ook een sportieve V-twin, het James Model 7 Twin Solo 3½ HP, waarvan een raceversie in de TT van Man werd ingezet. In dat jaar verschenen ook de zwaardere 600cc-4½ HP-toermodellen annex zijspantrekkers. Toen een jaar later ook nog de lichte commuter Model 8 Lightweight verscheen kon James alle soorten klanten bedienen: forensen, sportieve rijders, toeristische rijders en zijspanrijders. James was dan ook een gerenommeerd merk geworden en was een van de weinigen die tijdens de Eerste Wereldoorlog mochten doorproduceren. De productie van civiele motorfietsen moest op last van het War Office (ook bij James) worden stilgelegd om materialen (staal en rubber) te sparen voor de oorlogsproductie, maar grote merken als James, AJS, Norton en P&M mochten motorfietsen leveren aan de Britse, Belgische, Franse en Russische troepen. In het geval van James werd voornamelijk munitie geproduceerd, maar een aangepaste versie van het Model 7 Twin Solo werd geleverd aan België en Rusland. In feite lag de civiele productie alleen in 1916 stil, want in 1917 waren het Model 8, het Model 7 Twin Solo en het Model 6 4½ HP alweer te koop. De vraag naar motorfietsen steeg na de oorlog enorm, niet in de laatste plaats omdat veel oorlogsveteranen juist door de oorlog kennis hadden gemaakt met gemotoriseerd transport. De productiemiddelen (alweer staal en rubber) waren echter schaars en de prijzen daardoor hoog. Aan het einde van de jaren tien verscheen het Model 9, een 662cc-V-twin, die de voorbode was van het zwaardere 750cc-Model 10. De 558cc-eencilinders (3½ HP) faseerden al in 1915 uit.

Modellenoverzicht jaren tien James1910191119121913191419151916191719181919Safety-modellen Model 1 en Model 2225cc Model 8 Lightweight500cc Model 3 1911

Model 4 1911

Model 5 Tourist Trophy Free Engine Model

Sidecar Model

Standard Model

Three Speed Model

TT Model

Two Speed Model Free Engine Model

Model 6

Sidecar Model

Standard Model

Three Speed Model

TT Model

Two Speed Model Model 1

Model 2

Model 3 1914

Model 4 1914

Model 7 Twin Solo

Model 7a Tourist TrophyModel 7 Twin Solo

Model 7a Tourist Trophy600cc Model 5 4½ HP

Model 6 4½ HP Model 6 4½ HP660cc Model 9 5/6 HP

Jaren twintig De fabriek brandde in 1920 af waardoor de productie twee jaar lang op een laag pitje stond. Toch was deze brand niet ongunstig voor James: de verzekering betaalde de wederopbouw van de fabriek en men had nog het geld dat de oorlogsproductie had ingebracht. Door de hyperinflatie van begin jaren twintig had James veel geld kunnen verliezen, maar omdat de productie stillag gebeurde dat niet. James begon aan deze periode met de 225cc-2¼ HP-modellen voor woon-werkverkeer, de 500cc- 3½ HP-modellen als sportmotoren, de 600cc-4½ HP-modellen als toermotoren en zijspantrekker en het 660cc-Model 9 5/6 HP als pure zijspantrekker. Complete zijspancombinaties werden geleverd in samenwerking met zijspanfabrikant Mead & Deakin, die eveneens in Birmingham gevestigd was. Ondanks de brand stond de ontwikkeling niet lang stil, want al in 1921 verscheen het 750cc-Model 10. In 1923 volgden de 350cc-modellen, waarvan het Model 18 in 1925 een kopklepmotor kreeg. In 1924 kwamen de 250cc-modellen, die in de jaren twintig alleen nog met zijklepmotor geleverd werden. In 1928 begon men samen te werken met tweetaktspecialist Villiers in Wolverhampton. Villiers leverde tweetaktmotoren voor allerlei doeleinden, maar vooral als inbouwmotor voor tientallen merken in het Verenigd Koninkrijk, op het Europese vasteland en in Australië. James kocht 175cc-Villiers-motoren om de sportieve 175cc-modellen te produceren, maar al in 1929 volgden de 200cc-modellen. De 4½ HP-modellen en het Model 10, de zwaarste modellen die James ooit leverde, waren intussen uit productie gegaan, evenals de lichte 2¼ HP-modellen. Dat was mede het gevolg van de opkomst van betaalbare auto's, zoals de Austin Seven. De beurskrach van 1929 zorgde ervoor dat de vraag naar dure en zware motorfietsen nog verder terugliep, maar James was feitelijk door te beginnen met de productie van lichte tweetakten al min of meer voorbereid op de Grote Depressie. Bovendien was de productie van fietsen nog steeds heel belangrijk, misschien wel winstgevender dan de motorfietsproductie.

Nieuwe type-aanduidingen In 1929 begon James met nieuwe type-aanduidingen, gerelateerd aan het productiejaar. Alle machines kregen de naam "Model A", gevolgd door een getal. Deze getallen hielden echter geen enkel verband met de cilinderinhoud of de toepassingsmogelijkheden. De modellen A1 t/m A3 waren 500cc-modellen, de modellen A4 t/m A6 waren 350cc-modellen, Het model A7 was een 175cc-model, de modellen A8 en A9 waren 200cc-modellen en het model A10 een 500cc-speedwayracer.

Modellenoverzicht jaren twintig James1920192119221923192419251926192719281929175ccModel 20 De Luxe

Model 20 StandardModel A7200ccModel A8

Model A9225ccModel 8 LightweightModel 8 Lightweight

Model 8a LightweightModel 8a LightweightModel 8b Lightweight250ccModel 14Model 17

Model 17aModel 17350ccModel 11

Model 11aModel 11

Model 11a

Model 18Model A4

Model A5

Model A6500ccModel 7

Model 7aModel 12Model A1

Model A2

Model A3

Model A10550ccModel 19600ccModel 6 4½ HPModel 16 4½ HP660ccModel 9 5/6 HP750cc Model 10 7 HPModel 10 7 HP

Model 10a 7 HPModel 10 7 HP

Jaren dertig James begon de jaren dertig met niet minder dan elf modellen: 500cc-V-twin-sportmodellen, een speedwayracer, 350cc-zij- en kopkleppers, 250cc-zijkleppers en tweetakten, 175- en 200cc-tweetakten. De economische crisis dwong het merk om de dure, zware viertaktmotor van lieverlee af te laten vloeien. In 1936 werden uitsluitend tweetakten geleverd in slechts vijf modellen: de 150cc-G15 en G16 Lightweight, de 200cc-G12 Lightweight, de 250cc-G7 en de 500cc-G2. In de jaren hierna werden steeds lichtere modellen toegevoegd: de 125cc-modellen in 1937 en de 98cc-modellen in 1938.

Overname van Baker De economische crisis dwong Frank Baker om zijn bedrijf in 1930 te verkopen. Baker was ook gevestigd in Birmingham, vlak bij de James-fabriek, en hij had naam gemaakt met zijn "Precision" en "Beardmore-Precision"-inbouwmotoren. In de laatste jaren had hij echter Villiers-motoren gebruikt en zich vooral gericht op de ontwikkeling van frames en voorvorken. Door het bedrijf van Baker over te nemen kwam James in het bezit van het Baker Patent Duplex Frame en de Baker Patent (girder type)-voorvork. Frank Baker kwam in dienst van James tot zijn vertrek naar Associated Motor Cycles. James produceerde in 1930 nog ongeveer 4.000 Baker-motorfietsen, maar daarna verdween de merknaam "Baker". James leverde sommige modellen met een eigen tweetaktmotor, die was afgeleid van een Baker-motor.

Modellenoverzicht jaren dertig James 1930 1931 1932 1933 1934 1935 1936 1937 1938 193998 cc Model J17

Model J18 Model K17

Model K18125 cc Model I17 Model J17 Model K17150 cc Model D14

Model D15 Model E15

Model E16 Model F15

Model F16 Model G15

Model G16 Model H15

Model H16 Model I15

Model I16 Model J15

Model J16 Model K15

Model K16175 cc Model B11 Model C10200 ccModel B9

Model B10 Model C9

Model C11

Model C12 Model D11

Model D12 Model E12 Model F12 Model G12 Model H12 Model I12 Model J12 Model K12250 cc Model B7

Model B8 Model C5

Model C7

Model C8 Model D5

Model D7

Model D8 Model E7

Model E8 Model F5

Model F7