De geschiedenis van de Griekse stad Sparta begon toen de Doriërs in de 12e eeuw v.Chr. de Peloponnesos binnendrongen en enkele stammen zich vestigden aan de rivier Eurotas in de vlakte van Laconië. Het archaïsche Sparta verschilde niet van de andere Helleense steden. De Spartanen werden pas echt Spartaans, toen ze na de Messenische Oorlogen heersten over een massa heloten die tien keer talrijker was. Het klassieke Sparta van de zesde en vijfde eeuw v.Chr. was een militaire en staatsgeleide maatschappij die zich van de buitenwereld afsloot. De Spartanen hadden genoeg aan de Peloponnesos totdat ze in conflict kwamen met het ambitieuze Athene. Ze versloegen hun aartsrivaal in de Peloponnesische Oorlog, maar toen ze daarna zelf een rijk wilden uitbouwen, werd het snel een mislukking. In 193 v.Chr. kwam er een einde aan het vrije Sparta. Onder de Romeinen was Sparta nog slechts een onbelangrijke provinciestad.
Archaïsche Sparta Dorische volksverhuizing In de 12e eeuw v.Chr. drongen Doriërs het Peloponnesisch schiereiland binnen. Deze boeren en herders kwamen uit het Dalmatisch-Albanese gebied en werden onderverdeeld in drie stammen (Hyleeërs, Dymanen en Pamfiliërs). Geleidelijk stootten een aantal Doriërs door in het zuidelijk deel van de Peloponnesos. Omstreeks 950 v.Chr. vestigden ze zich in de vlakte van Laconië en stichtten de vier dorpen van Sparta. Het was een vruchtbaar dal aan de rivier Eurotas, in het westen afgesloten door het gebergte Taigetos, in het oosten door de heuvelketen Parnon. De Dorische indringers overwonnen in heel de Peloponnesos de oorspronkelijke bewoners en hun Mykeense beschaving ging ten onder. De Dorische volksverhuizing werd verwerkt in de legende van de Heracliden. De Doriërs geloofden dat ze de nakomelingen van de Griekse halfgod Heracles waren. Het verhaal vertelde dat de Heracliden uit de Peloponnesos verdreven waren, lang in ballingschap verbleven hadden, maar na een aantal mislukte pogingen zegevierend naar het land van hun stamvader teruggekeerd waren. Heracles is echter nooit Dorisch geweest; hij gold veeleer als de held van Thebe. De Doriërs gebruikten een vervalste legende om te kunnen doorgaan als rechtmatige heersers van de Peloponnesos.
Traditionele Helleense stad Van het einde van de 8e v.Chr tot het begin van de 6e eeuw v.Chr was Sparta welvarend en gastvrij. Het was een belangrijk cultureel centrum voor muziek, zang, dans en dichtkunst. Sparta kreeg een grote faam in de Griekse wereld vanwege zijn feesten, zoals de Helenia, onderdeel van de Helenacultus, en stelde zijn poorten open voor buitenlandse kunstenaars. Daar stond de wieg van de Griekse koorlyriek. Plato verbaasde zich erover dat: “Meisjes er een strikt trainingsregime kregen dat ze even fit maakte als jongens, vrouwen konden economisch onafhankelijk zijn, ze leerden muziek en poëzie”.Plato: "Wetten", 806A. Cfr "De Republiek", 5. 432A Dit in tegenstelling tot de Atheense vrouw, die "zo weinig mogelijk zien, horen en spreken moest."Xenophon: "Huishoudelijk beheer", 7.10, (vert. S.B. Pomeroy, 2002, 9) Volgens Homeros was de landstreek dan ook bekend voor haar mooie sterke vrouwen, "Sparte kalligynaika" (Het Sparta van de mooie vrouwen) noemt hij het gebied.Odyssee 13. 469 [LCL 13. 412] “Spartaanse meisjes kregen, in tegenstelling tot de Atheense, dezelfde voedingsrantsoenen als jongens, en mochten ongewaterde wijn drinken”, aldus nog Xenophon.Xenophon: "Constitutie van de Lakedaimoniërs", I.3
Terpandros opende in Sparta zijn eerste muziekschool en onderwees de reidansen aan koren. De poëzie van Alcman bracht de Spartaanse koorlyriek naar een hoogtepunt. De oorlogsdichter Tyrtaios wilde het patriottisch vuur van de Spartanen aanwakkeren. In die periode kon geen enkele staat de Spartaanse successen op de Olympische Spelen ook maar benaderen. Dat was voor de Spartanen het bewijs dat hun opvoeding de beste van heel Griekenland was. Maar bij het begin van de zesde eeuw hield de suprematie van Sparta plots op. Tussen 720 en 576 v.Chr. waren 46 van de 81 bekende winnaars Spartanen, tussen 548 en 400 nog 12 van de 200. Oorspronkelijk droegen de Olympische atleten een lendendoek, maar de Spartanen hebben de Dorische gewoonte ingevoerd om naakt te sporten ondanks alle verontwaardiging en spot.
De Spartanen geloofden in de traditionele Griekse mythologie met een bijzondere plaats voor Apollo, Artemis, Poseidon en de Dioscouren. Er waren religieuze feesten zoals de Karneia ter ere van Apollo Karneios. In de cultus van Artemis Orthia werden orgastische dansen opgevoerd, maar er werden ook knapen met de zweep gegeseld. Ze respecteerden de regels van de heiligdommen en vreesden goddelijke tekens zoals aardbevingen en eclipsen. De religieuze tradities leefden verder in het klassieke Sparta. De goden werden toen geraadpleegd voor politieke en militaire beslissingen. Er werd veel belang gehecht aan de profetieën van het orakel van Delphi. Enkel Sparta beschikte over pythioi. Dat waren magistraten die de koning moesten bijstaan in zijn contacten met Delphi. Een voorspelling gebeurde door een professionele ziener, maar onder supervisie van de koning. De ziener interpreteerde de tekens, terwijl hij wist welk soort advies de goden verondersteld waren te geven. Manipulaties waren niet uit te sluiten. Het Spartaanse leger had altijd een kudde offerdieren bij zich. De koningen en de generaals gebruikten ze bij het verlaten van het grondgebied of het oversteken van een rivier. Er zijn veel gevallen bekend waarin de militaire campagne veranderd of afgeblazen werd door het afkeurend oordeel van de goden. De eforen deden ook beroep op goddelijke raad en hadden hun eigen ritueel van de vallende ster.
Messenië Ten westen van Sparta lag Messenië, het vruchtbaarste land van heel Griekenland. De Spartanen wilden het gebied veroveren en de rijkdom verdelen, hoewel de Messeniërs ook Doriërs waren. Opnieuw moest een legende de invasie legitimeren. Kresphontes, de stamvader van de Messeniërs, zou zogezegd de twee andere Heracliden bedrogen hebben bij de verloting van de drie grootste landstreken van de Peloponnesos.
Tijdens de Eerste Messenische Oorlog trokken de Messeniërs zich terug op de berg Ithome. Na een beleg van twintig jaar (ca. 740-721 v.Chr.) gaven ze zich gewonnen. Het rijke bovendal van de rivier Pamisos werd afhankelijk van de Spartanen. Zij kwamen met weinig kolonisten naar Messenië en stonden een zeker zelfbestuur toe. De Messeniërs moesten een groot deel van hun landbouwproducten inleveren.
Voor de Tweede Messenische Oorlog was er omtrent 640 v.Chr. een anti-Spartaanse coalitie ontstaan tussen Messenië, Arcadië en Argolis. De Messeniërs versloegen het Spartaanse leger volkomen en vielen de Spartanen aan op hun eigen bodem. In de strijd om het voortbestaan voerde Sparta het aantal krijgers op en riep de hulp van Kreta in. Tijdens deze oorlog pasten de Spartanen als eersten een nieuwe militaire tactiek toe: de falanx. De hoplieten vochten voortaan in deze slagorde en voerden het op tot de perfectie die het Spartaanse leger zo beroemd gemaakt heeft. De oorlogskansen keerden, toen de Messeniërs de Spartanen niet meer durfden bekampen in open terrein en zich terugtrokken in de bergvesting Hira. Ze hebben het 22 jaar taai verdedigd zonder veel hulp van hun bondgenoten. Na de val was Messenië opnieuw onderworpen.
De tweede oorlog met de Messeniërs liet diepe sporen na in de Spartaanse maatschappij. In de zevende eeuw had Sparta een aristocratische bovenlaag van rijke adellijke families met veel grond en daarnaast heel veel kleine boeren. In de ten einde lopende zevende eeuw was er onvrede bij het gewone volk. Door de oorlog waren veel boeren hun land verloren, kregen ze af te rekenen met invallen of moesten ze meevechten. In de eerste oorlogsjaren had de adel zich ongeschikt getoond om de teugels in handen te houden. Vooral vanuit het milieu van de hoplieten begon men de privileges van de adel in vraag te stellen. Wie als hopliet zijn leven riskeerde voor het vaderland, eiste ook politieke inspraak en een rechtvaardiger verdeling van de gronden. De adel moest zwichten voor het morrende volk. Op politiek vlak werd de gelijkheid van alle Spartanen erkend en de Lycurgische wetgeving ingevoerd. De koningen en de raad der ouden behielden de belangrijkste posities, maar de volksvergadering bepaalde het beleid en het volk liet zich bijstaan door eforen. Op economisch vlak werd de eis tot herverdeling van de grond afgewezen. Als de Messeniërs weer onderworpen waren, waren er grond en slaven genoeg te verdelen. Dat hebben ze dan ook gedaan.
Van 750 tot 550 v.Chr. stichtten bijna alle Griekse steden nederzettingen in het Middellandse Zeegebied. Er werd een reusachtig net van Griekse kolonies aangelegd, maar de Spartanen waren uitgesproken landrotten en voelden niet veel voor overzeese avonturen. Ze organiseerden slechts eenmaal een groot kolonisatieproject. Samen met andere Doriërs stichtten ze omstreeks het jaar 707 in Zuid-Italië de stad Taras (Tarente).
Klassieke Sparta Het klassieke Sparta ontstond in de loop van de zesde eeuw. Na de Tweede Messenische Oorlog was het afgelopen met de luxe en de gastvrijheid van het archaïsche Sparta. De Spartanen moesten de Messenische slaven onder de duim houden en leefden gedurig in de vrees voor opstanden. Dit leidde tot een doorgedreven militarisering en staatscontrole van de Spartaanse samenleving. Sparta werd echt Spartaans.
Lycurgische wetgeving
Spartaanse staat
Patroon van Hellas De ambities van Sparta begonnen op de Peloponnesos. Ze wilden in de zesde eeuw het hele schiereiland onder hun beheer brengen. De Spartanen wierpen zich op als de patroon van Hellas (prostates tes Hellados). Pas een eeuw later zou Athene de heerschappij van Sparta betwisten.
Peloponnesische Bond Sparta zocht expansie naar het noorden en wilde Arcadië onder zijn heerschappij brengen. Hun aandacht richtte zich op de stad Tegea. Na een aantal militaire expedities sloten Sparta en Tegea omstreeks 555 v.Chr. een verbond. Daaruit groeide wat we thans de Peloponnesische Bond noemen. De officiële naam was echter ‘De Laconiërs en hun bondgenoten’. In de loop van de zesde eeuw traden bijna alle belangrijke steden van de Peloponnesos tot de Bond toe: de Arcadische steden, Korinthe en Megara. Alleen Argos bleef afzijdig. Als een lid aangevallen werd, moesten de bondgenoten te hulp komen. Bij offensieve acties moest de bondsvergadering zich uitspreken. In theorie waren alle bondsleden gelijkgerechtigd, maar in de praktijk had Sparta het laatste woord. Tenzij in oorlogstijd legden ze geen financiële en militaire verplichtingen op aan hun bondgenoten. De Bond was een meesterstuk van de Spartaanse politiek en diplomatie. In de zesde eeuw was Sparta machtiger dan welke andere Griekse stad ook en de enige Griekse mogendheid. Andere machtige staten rond de Middellandse Zee erkenden de positie van Sparta. Als er ergens in een Griekse stad interne onlusten waren, riep de oppositie de hulp van Sparta in om een tiran te liquideren. Ze hebben in die tijd een hele reeks van onbeduidende potentaten uitgeschakeld.
Ontstaan van de Atheense democratie Sparta was betrokken bij het ontstaan van de Atheense democratie. Na de dood van de Atheense tiran Peisistratos draaiden zijn zonen Hippias en Hipparchos de schroeven van de onderdrukking weer aan. Hipparchos werd vermoord in een persoonlijke zaak, maar de Atheense adel trad in het veld tegen Hippias. Ze zochten steun bij de Spartanen om hem te verjagen. Tussen 512 en 510 v.Chr. hebben de Spartanen opgetreden tegen Hippias. Eerst werd hun legertje nog verslagen, maar het volgend jaar stond koning Cleomenes I opnieuw in Attica. Hippias verschanste zich op de Acropolis en kreeg een vrije aftocht.