Suriname, officieel de Republiek Suriname, is een republiek aan de noordkust van Zuid-Amerika, die ook tot het Caraïbisch gebied en West-Indië wordt toegerekend. De hoofdstad Paramaribo ligt in de Kustvlakte en huisvest in zijn agglomeratie meer dan de helft van de 600.000 inwoners van Suriname. De overige wonen vooral in de rest van de Kustvlakte, zodat in het zuidelijke district Sipaliwini, dat 80% van de oppervlakte beslaat, slechts enkele tienduizenden mensen wonen.

Suriname was van 1667 tot 1954 een kolonie van Nederland en daarna een autonoom land binnen het Koninkrijksverband. Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk, waarbij ruim een kwart van de inwoners naar Nederland vertrok. De totale Surinaamse diaspora van de 20e eeuw omvat veertig procent van de Surinamers.

De Surinaamse bevolking is divers, mede door de Trans-Atlantische slavenhandel vanuit Afrika en de migratie van contractarbeiders uit Azië (China, Brits-Indië en Nederlands-Indië). Geen van de etnische groepen vormt een absolute meerderheid.

Het Nederlands is de voertaal en ambtelijke taal. Suriname is het enige Nederlandstalige land in Zuid-Amerika en het enige land buiten Europa waar Nederlands als officiële taal wordt gesproken. Hoewel Nederlands de officiële voertaal is, wordt in de dagelijkse omgang ook Sranan gebruikt, een creoolse taal die samen met het Nederlands als lingua franca in Suriname geldt. Sranan is een veel gebruikt communicatiemiddel tussen de verschillende bevolkingsgroepen met hun veelheid aan talen. Vaak wordt het afwisselend met het Nederlands toegepast.

Het land heeft een oppervlakte van 163.820 km² en een kustlijn van 386 km. Van west naar oost grenst het aan Guyana, Brazilië en Frans-Guyana. De landbouw is een belangrijke inkomstenbron en er is een groot potentieel aan bodemschatten. Suriname stond bekend om zijn bauxietwinning, maar deze industrie is in november 2015 gestopt. Wel worden er nog olie en goud gewonnen. Het land heeft zowel met Guyana als met Frans-Guyana een grensgeschil waarbij bodemschatten onder ander een rol spelen. Suriname is lid van meerdere intergouvernementele organisaties. Op 4 juli 1995 trad het toe tot de Caricom, het verband van Caribische landen. In 2008 was het een van de stichters van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UZAN). Sinds 2015 is Suriname geassocieerd lid van de Mercosur.De West Suriname en Guyana officieel Geassocieerd Lid Mercosur, 20 juli 2015, geraadpleegd op 14 december 2015

Suriname is voor het overgrote deel bedekt met tropisch regenwoud; met 93% bosoppervlak is het een van de meest beboste landen ter wereld. Een centraal deel van het regenwoud, met 1,6 miljoen hectare ongeveer 10% van het totale landoppervlak, maakt deel uit van het Centraal Suriname Natuurreservaat en is ingeschreven op de Unesco-Werelderfgoedlijst. De hoge bebossingsgraad en relatief kleine bevolking maken dat Suriname klimaatnegatief is,https://www.dbsuriname.com/2021/08/26/suriname-een-van-de-drie-carbon-negatieve-landen-in-de-wereld/ op 26 augustus 2021. er wordt jaarlijks meer CO2 geabsorbeerd dan uitgestoten. Het landschap bestaat verder uit moerassen (zwampen) en heuvellandschappen met in het zuiden en midden verschillende bergketens. Dit wordt doorsneden door waterrijke rivieren, waaronder de Suriname waar het land naar is genoemd, en de beide grensrivieren de Corantijn en Marowijne. Het water stroomt van het hoogland van Guyana naar de Atlantische Oceaan in het noorden, waarbij kleinere rivieren in de Kustvlakte naar het westen buigen.

Cultureel werelderfgoed is te vinden in de historische binnenstad van Paramaribo en de ruïnes van de nederzetting Jodensavanne aan de Surinamerivier.

Geschiedenis

Oorspronkelijke bewoning Archeologische opgravingen wijzen uit dat rond 10.000 voor Christus (mogelijk eerder) de eerste Paleo-Amerikanen zich vestigden in de Sipaliwinisavanne. Dit waren nomadische jager-verzamelaars. Het archeologisch materiaal (bijvoorbeeld vuistbijl, chopper, stenen pijlpunt, enzovoorts) komt overeen met wat in Europa de oude steentijd of het Paleolithicum wordt genoemd. Rond 3000 voor Christus vestigden zich aardewerk producerende agrarische gemeenschappen nabij de benedenloop van de Corantijn, waar zij verbleven tot ongeveer 500 voor Christus. Er is archeologisch bewijs dat deze gemeenschappen zich vestigden aan de Kaurikreek en aan de Maratakka. Dit waren (semi-)sedentaire landbouwers, en het archeologisch materiaal (aardewerk en landbouw) komt overeen met wat in Europa de nieuwe steentijd of het Neolithicum wordt genoemd. Door de inval van de Europeanen in Suriname werden de inheemse sociaal-politieke structuren ernstig verstoord, maar hoewel de talen en culturen van de verschillende Karaïbs en Arawaksprekende volkeren met uitsterven bedreigd zijn, worden zij nog altijd levend gehouden door de inheemse bevolking.

Europese kolonisatie en slavernij thumb|De oudst bekende kaart van Suriname. De Engelsman Francis Willoughby stichtte vanaf 1650 de eerste kolonie in Suriname die stand hield. Om planters aan te trekken was vrijheid van godsdienst geregeld. De Engelsen, aangevuld met gevluchte joden uit Brazilië, begonnen met het aanleggen van plantages in Suriname, waarbij slaven werden ingezet als arbeiders. In eerste instantie probeerden de kolonisators de inheemse bevolking in te zetten als slaven. Dit mislukte door grote sterfte en verzet. Daarna besloot men slaven uit Afrika en deels uit andere kolonies te halen.

Tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werd de Engelse kolonie in 1667 door Abraham Crijnssen voor Zeeland veroverd op de Engelsen, die onder leiding van William Byam stonden. Bij de Vrede van Breda zagen de Nederlanders voorlopig af van de teruggave van de door de Engelsen ingenomen Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland (de huidige staat New York); op hun beurt eisten de Engelsen niet meteen dat Suriname ontruimd zou worden en deden de toezegging om de Banda-eilanden aan de Nederlanders over te laten. Meestal wordt gesproken van een "ruil" van beide gebieden. Na de Derde Engels-Nederlandse Oorlog werd deze feitelijke toestand in 1674 officieel door de Vrede van Westminster. Diverse Engelse families verlieten Suriname voor Jamaica en namen grote aantallen slaven mee. links|miniatuur|Slavenverkoop in Paramaribo in 1831. Toen duidelijk werd dat de Zeeuwen niet in staat waren blijvend winst te maken, werd de Zeeuwse kolonie in 1682 verkocht aan de West-Indische Compagnie (WIC). Die bracht een jaar later de kolonie onder in de nieuw opgerichte Sociëteit van Suriname. Suriname werd in die tijd bestuurd door een Nederlandse gouverneur. De eerste gouverneur van Suriname onder het bewind van de Sociëteit was Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Hij had een derde van de rechten van de sociëteit aangekocht. De stad Amsterdam en de WIC bezaten daarnaast ieder een derde. Aan het einde van de achttiende eeuw ging de WIC failliet; de familie Van Aerssen had haar bezit al eerder verkocht. Amsterdam was toen de enige belanghebbende.

Ook het naburige Berbice en Essequibo, ongeveer het huidige Guyana, werden gekoloniseerd door Nederlanders. Suriname, Berbice en Essequibo vormden het zogenaamde Nederlands-Guiana. In 1814, nog vóór het Congres van Wenen, zou Zweden een poging doen om het beheer over Suriname en Curaçao in handen te krijgen in ruil voor Guadeloupe. Het lukte de Engelse diplomaat Castlereagh de Zweden af te kopen voor een miljoen pond in contanten.A. Zamoyski, Rites of Peace. The fall of Napoleon & the Congress of Vienna, p. 208 Nederlands-Guiana werd in 1815 nog eens verdeeld in Suriname, dat in Nederlands bezit bleef, en het huidige Guyana, dat een Britse kolonie werd: Brits-Guiana.

Onder internationale druk en druk van de Surinaamse Onafhankelijkheidsstrijders werd de slavernij in Suriname uiteindelijk opgeheven op 1 juli 1863. Daarna gold het zogenaamde 'staatstoezicht', dat tot 1873 iedere ex-slaaf verplichtte om een werkrelatie aan te gaan met een plantage, tenzij men een ambacht ging uitvoeren. Ter compensatie van het resulterende tekort aan arbeidskrachten op de plantages werden contractarbeiders uit Brits-Indië, China, Nederlands-Indië (Chinezen en Javanen) en het Midden-Oosten naar Suriname gebracht. Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 34.000 Indiërs naar Suriname. Een deel daarvan keerde weer terug naar India. De tweede grote groep migranten werd gevormd door Javanen (33.000).Goor, J. van (1993) p. 252-253

In 1954 werd Suriname een land binnen het Koninkrijksverband.

Onafhankelijkheid (1975) Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk. De gouverneur van Suriname Ferrier, de Nederlandse minister-president Den Uyl en koningin Juliana ondertekenden het verdrag. Sindsdien is de officiële benaming Republiek Suriname (zie Toescheidingsovereenkomst). Ferrier werd de eerste president van de nieuwe Zuid-Amerikaanse staat. Vijf jaar later vond een staatsgreep plaats onder leiding van de onderofficier Desi Bouterse, maar dit maakte geen einde aan de wisseling van de wacht in het ambt van het presidentschap. In de reeks van uitgediende presidenten vallen twee namen op: de zojuist genoemde Bouterse, die tweemaal voor enige dagen, en Venetiaan die driemaal voor in totaal vijftien jaar het hoogste burgerlijke gezag uitoefende, beginnend in 1991. Venetiaan, een voormalig minister van Onderwijs, werd na democratische verkiezingen in 2010 afgelost door Bouterse. Na verlies bij de verkiezingen, werd Bouterse in 2020 als president opgevolgd door Chan Santokhi.

Geografie

miniatuur|Geologie van Suriname

Fysieke kenmerken Suriname heeft een oppervlakte van .Inclusief betwiste gebieden, exclusief betwiste gebieden 142 822 km2 Almanak voor Suriname 1955

Belangrijke rivieren in Suriname zijn de Marowijne (grensrivier met Frans-Guyana), de Suriname, de Commewijne (lopend van oost naar west), de Coppename, de Tapanahony (zijrivier van de Marowijne), de Saramacca en de Corantijn, die de grens met Guyana vormt. Alle rivieren, behalve de Commewijne, lopen van het zuiden naar het noorden. In mei 2006 traden te Sipaliwini de rivieren Suriname, Tapanahony, Lawa en Marowijne buiten hun oevers door hevige regenval. Dit leidde tot zware overstromingen.

In Suriname zijn verschillende landschappen te onderscheiden. De noordelijke strook van 30 tot 100 km breed is een afwisseling van ritsen en zwampen. Dit deel behoort tot de kustvlakte van de Guyana's en strekt zich uit van de monding van de Amazone tot voorbij de delta van de Orinoco. Door de afzetting van enorme hoeveelheden sediment afkomstig van de Amazone is deze kust de snelst groeiende kustlijn ter wereld.

Ten zuiden van de kustvlakte ligt de savannegordel.

Het middengedeelte van Suriname bestaat uit een laag, glooiend bosland, dat door houtkap her en der dreigt te veranderen in savanne.

In de zuidelijke helft van het land liggen meerdere bergketens, die allemaal tot het hoogland van Guyana behoren. Dit zijn onder andere het Oranjegebergte, Van Asch van Wijckgebergte, Wilhelminagebergte, Eilerts de Haangebergte, Grensgebergte en het Toemoek-Hoemakgebergte. De hoogste top is de Julianatop (1280 meter).

Klimaat

Suriname heeft een tropisch regenwoudklimaat, met een grote en kleine regentijd, alsook twee droge tijden. De temperatuur schommelt tussen 24 en 36 graden Celsius. Gedurende de regentijd is de gemiddelde temperatuur 27,3 graden, terwijl die tijdens de droge tijd oploopt naar 32 graden Celsius. 's Morgens loopt de temperatuur geleidelijk op van ca. 24 graden naar 32-34 graden (tussen 14 en 16 uur) om daarna geleidelijk aan weer te dalen naar 24 graden (tussen 4 en 6 uur).klimaatinfo.nl

Flora en fauna miniatuur|Het strand van Galibi is een van de belangrijkste broedplaatsen van de lederschildpad miniatuur|De blauwe pijlgifkikker is endemisch in Suriname