thumb|Formulier verklaring omtrent het gedrag (VOG)

Een verklaring omtrent het gedrag (VOG) is een officieel Nederlands document waaruit blijkt dat iemands gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een bepaalde taak of functie. Voor tal van beroepen moet een kandidaat vooraf een VOG overleggen; in sommige sectoren, zoals de kinderopvang, is een VOG wettelijk verplicht.

De VOG is geregeld in de artikelen 28 tot en met 39 (titel 2, afdeling 5) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg), geconcretiseerd in beleidsregels.

De VOG wordt namens de minister van Justitie en Veiligheid uitsluitend afgegeven door screeningsautoriteit Justis.

Beoordeling Bij de beoordeling van een VOG-aanvraag controleert Justis of er strafbare feiten op naam van de aanvrager staan die een relevant risico opleveren voor het doel – bijvoorbeeld de functie – waarvoor de VOG is aangevraagd. Justis raadpleegt daarvoor het Justitieel Documentatie Systeem (JDS), waarin de justitiële documentatie (het strafblad) van personen is geregistreerd. Dit register wordt beheerd door de Justitiële Informatiedienst (Justid), die de relevante justitiële gegevens aan Justis verstrekt ten behoeve van de VOG-beoordeling.

De criteria voor het al dan niet verstrekken van een VOG zijn vastgelegd in de artikelen 35 en 36 Wjsg. Volgens artikel 35 weigert de minister de afgifte als in de justitiële documentatie een strafbaar feit is vermeld dat – indien herhaald – gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan het doel waarvoor de verklaring wordt gevraagd in de weg zal staan. In de beleidsregels is dit uitgewerkt in een objectief criterium (vormt het feit, indien herhaald, een risico voor de samenleving bij deze functie?) en een subjectief criterium (wegen de omstandigheden van het geval – zoals de afdoening van de strafzaak, het tijdsverloop en de hoeveelheid antecedenten – zwaarder dan dat risico?).

Het verleden van de aanvrager wordt daarbij getoetst aan een screeningsprofiel: bepaalde strafbare feiten kunnen een bezwaar zijn voor de ene functie maar niet voor de andere. Zo zal een eerdere (strafrechtelijke) snelheidsovertreding van belang zijn bij een aanvraag voor taxichauffeur, maar niet voor een baan als baliemedewerker bij een bank. Heeft iemand geen justitiële antecedenten, of geen antecedenten die relevant zijn voor de beoogde functie, dan wordt de VOG afgegeven. Ook met een strafblad is het dus mogelijk een VOG te krijgen, mits de gepleegde feiten niet als relevant bezwaar voor de betreffende functie worden aangemerkt. De beslissing wordt per geval genomen en staat los van de vraag of gegevens in de justitiële documentatie bewaard blijven.

Screeningsprofielen Bij elke VOG-aanvraag moet het doel worden vermeld, zodat Justis weet tegen welk profiel moet worden gescreend. Er bestaan standaardprofielen voor verschillende werkterreinen en functies, uiteenlopend van omgang met kwetsbare personen tot financiën. Per profiel zijn risicogebieden gedefinieerd – zoals omgang met informatie, geld, goederen of personen – die bepaalde soorten antecedenten relevant maken voor de beoordeling. Een enkele VOG-aanvraag kan onder meerdere risicogebieden vallen, afhankelijk van de functie.

Sinds 3 maart 2025 kent het algemene screeningsprofiel binnen het risicogebied "Locatie" het functieaspect "havengebied". Deze toevoeging is bedoeld om gerichter te screenen op strafbare feiten, zoals deelname aan georganiseerde criminaliteit, drugssmokkel en overtredingen van de douanewetgeving, die relevant kunnen zijn voor functies op risicovolle haventerminals. De maatregel beoogt bij te dragen aan het tegengaan van ondermijnende criminaliteit in de havensector. Ook bij dit aangescherpte screeningsprofiel blijft het uitgangspunt dat uitsluitend relevante en functiegerelateerde strafbare feiten tot weigering van een VOG leiden.

Voor de toepassing van het beleid na een strafrechtelijke eindezaakverklaring geldt een hierop toegesneden beoordelingskader.

Aanvraagprocedure Een VOG kan op meerdere manieren worden aangevraagd. Traditioneel gebeurt dit via de woongemeente: de aanvrager levert een ingevuld aanvraagformulier in bij de gemeente (meestal mede-ondertekend door de werkgever of instantie die de VOG verlangt) en betaalt de leges. De gemeente verifieert de gegevens en stuurt de aanvraag door naar Justis. Bij goedkeuring ontvangt de aanvrager de VOG per post.

Justis adviseert gebruik te maken van de digitale aanvraag. Daarbij start de organisatie (bijvoorbeeld de werkgever) de VOG-aanvraag online via het Justis-portaal, waarna de aanvrager per e-mail een verzoek krijgt om met DigiD in te loggen, de aanvraag te bevestigen en de leges te betalen.

Na goedkeuring ontvangt de aanvrager de VOG per post of – alleen bij een online aanvraag – digitaal als pdf-bestand in zijn Berichtenbox op MijnOverheid.

Daarnaast bestaan er commerciële dienstverleners die tegen betaling, bovenop de reguliere leges, VOG-aanvragen voor aanvragers of werkgevers faciliteren.

Karakter en rechtsbescherming De verklaring omtrent het gedrag is een bestuursrechtelijk screeningsinstrument, geen strafrechtelijke sanctie. Hoewel bij de beoordeling van de aanvraag justitiële gegevens en in voorkomend geval politiegegevens worden betrokken (artikel 36 Wjsg), strekt de weigering van een VOG er niet toe leed toe te voegen wegens een gepleegd strafbaar feit, maar om het risico voor de samenleving te beperken dat verbonden is aan de functie of het doel waarvoor de verklaring wordt gevraagd (artikel 35 Wjsg).

De weigering wordt in de bestuursrechtspraak niet aangemerkt als een sanctie: het gaat om een bestuursrechtelijk instrument met een preventief doel, dat niet strekt tot bestraffing. Om die reden mag de weigering zelfs worden gebaseerd op de enkele verdenking van een strafbaar feit, zij het dat de minister bij een gemotiveerde betwisting – bijvoorbeeld na een vrijspraak in hoger beroep – nader moet motiveren waarom van een redelijke verdenking sprake was.; eerder reeds . Justitiële gegevens over feiten die zijn afgedaan met een onherroepelijke vrijspraak blijven op grond van artikel 35, derde lid, Wjsg buiten de beoordeling.

De beslissing op een VOG-aanvraag is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), genomen door de minister van Justitie en Veiligheid (artikel 28 jo. artikel 1 Wjsg) en in de praktijk uitgevoerd door Justis.Afhankelijk van de portefeuilleverdeling binnen het kabinet is het onderwerp belegd geweest bij een minister voor Rechtsbescherming of een staatssecretaris. Is de minister voornemens de afgifte te weigeren, dan ontvangt de aanvrager eerst een voornemen waarop hij een zienswijze kan indienen. Tegen de weigering staat vervolgens bezwaar open bij de minister en daarna beroep bij de rechtbank (bestuursrecht) en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De bestuursrechter toetst daarbij aan de hand van het objectieve en het subjectieve criterium uit de beleidsregels, met inbegrip van de evenredigheid van de weigering in het concrete geval..

België België kent geen met de VOG vergelijkbare verklaring. Wie daar zijn gerechtelijke antecedenten moet aantonen, vraagt bij de gemeente een uittreksel uit het strafregister aan (voorheen het "getuigschrift van goed gedrag en zeden"). Anders dan de VOG vermeldt dat uittreksel de strafrechtelijke antecedenten zelf; de VOG is juist een verklaring dát na screening geen bezwaren zijn gebleken, zonder de onderliggende gegevens prijs te geven.

Zie ook Strafblad Eindezaakverklaring

Externe links

Categorie:Bestuursrecht Categorie:Nederlands recht