miniatuur|Kaart van de Vallei van Mexico ca. 1500|347x347px De Azteken (waaronder de Mexica) waren de dragers van een Meso-Amerikaanse beschaving in en rondom de Vallei van Mexico in de postklassieke periode.
Deze regio bestond destijds uit een lappendeken van verschillende stadstaten, of altepemeh, met verwante culturen. De opkomst van de Mexica rond 1300 wordt gezien als het begin van de Azteekse cultuur. De Azteken spraken Nahuatl, en behoorden tot de Nahua.
De Azteekse Driebond werd gesticht in 1427, dat het hoofd van het Azteekse Rijk vormt. Met een bevolking van ruim zes miljoen kon het zich meten met de grootste wereldrijken uit die tijd. De hoofdstad was Tenochtitlan, nu Mexico-Stad, dat ooit in het moerasachtige Texcocomeer lag.
Het rijk bereikte onder Motecuhzoma II in 1502 qua oppervlak zijn hoogtepunt, maar zou onder zijn leiding tevens in oorlog raken met Spaanse veroveraars, versterkt door het Tlaxcalteekse leger.
In 1521, na twee eeuwen aan bloei van deze cultuur, capituleerde de hoofdstad waarmee het rijk ten val kwam en de koloniale periode begon.
Definitie van "Azteek" Alhoewel de term Azteek algemene naamsbekendheid heeft, is er geen eenduidige definitie. In de vakliteratuur, en zeker in Mexico, word de term grotendeels vermeden om verwarring te voorkomen.
De meest strikte definitie is als synoniem voor de in Tenochtitlan en Tlatelolco wonende MexicaMexico-Tenochtitlan en Mexico-Tlatelolco behoren samen tot Mexico (Mè-shí-ko), wat niet verward moet worden met het huidige land Mexico. Mexica is dus endonym voor Mexico.. Net zo vaak word de term gebruikt om een bredere gedeelde cultuur in postklassiek centraal Mexico aan te duiden, met name die van de stadstaten of altepetl rond het Texcocomeer.
De demografische omvang van de term verschilt dan ook sterk. Van ongeveer 250.000 mensen in het geval van de Mexica, tot ongeveer een miljoen in de Vallei van Mexico, tot miljoenen in het Azteekse Rijk.
De term Azteek is pas gangbaar geworden in de 19e eeuw na gebruik door Alexander von Humboldt. "Azteek" komt van het Nahuatl woord Aztecah, demoniem van Aztlan, de mythische oorsprongsstad van de Mexica. Het woord bestond wel in het vocabulaire van dit volk, maar werd gebruikt in mythologische context, en niet als endoniem.
In dit artikel zal Mexica gebruikt worden om specifiek de bewoners van Tenochtitlan en Tlatelolco aan te duiden, en Azteek(s) wanneer verwezen word naar de overkoepelende cultuur. Hieronder vallen naast de Mexica onder andere de Acolhua en de Tepaneken.
Ontstaan van de cultuur De Azteekse cultuur, in brede zin, ontstond in de Vallei van Mexico. Hier lag op 2250 meter hoogte het zoute Texcocomeer, omringd door bergen uit de Trans-Mexicaanse Vulkanengordel. Vanwege de hoogte is het klimaat in de vallei koeler dan in lagergelegen gebieden, met naaldbossen in de bergen en moerasachtige vlaktes in het dal.miniatuur|Pre-azteekse petroglief van Tlaloc bij TexcotzingoDit dal was vóór de opkomst van de Azteken het thuis van de Cuicuilco-cultuur, de Teotihuacan-cultuur en later de Toltekeken en Xochicalco-cultuur. Na het vallen van het Tolteekse Rijk ontstaat een lappendeken aan losse stadstaten, of altepetl, waaronder Colhuacan, Tlacopan, Texcoco en Xochimilco. De inwoners spraken overwegend Nahuatl.
Veel elementen uit de Azteekse cultuur zijn op dat moment al aanwezig. De taal, verering van sommige Azteekse goden, het bouwen van Tempelpiramides, politieke hiërarchie en kunst waren de culturele erfenis die het Tolteekse rijk naliet, en waar de Azteken op voortborduurden.
Komst van de Mexica miniatuur|De uittocht uit Aztlan volgens Codex Boturini
In de 13e eeuw arriveerden de Mexica in de vallei. Volgens de mythologische geschiedenis dwaalden ze bijna 200 jaar rond, nadat ze hun thuisland Aztlan hebben verlaten. In het begin dienden de Mexica, inwonend bij andere altepetl, als huursoldaten. Mexica leiders wisten met een aantal Tolteekse vorsten te trouwen.
Rond 1325 stichtten de Mexica hun eigen stad, Mexico-Tenochtitlan, op een eilandje midden in het Texcocomeer. Deze nieuw gestichte altepetl zal als hoofd van het Azteekse Rijk in tweehonderd jaar uitgroeien tot de grootste stad van het continent, groter dan elke Europese stad destijds.Parijs en Tenochtitlan zijn aan het begin van de 16e eeuw ongeveer even groot. Voor Parijs geldt 150.00 - 250.000, voor Tenochtitlan, zie (andere ref) Fierro, Alfred (1996). Histoire et dictionnaire de Paris. Robert Laffont, .
In deze hoofdstad, en in de ongeveer 50 andere altepetl in het dal ontstaat wat we nu de Azteekse cultuur noemen.
Azteekse Rijk
De Azteekse Driebond miniatuur|De lidstaten van de Azteekse Driebond (Excan Tlahtoloyan) Van 1372-1427 waren de Mexica vazallen van de Tepaneekse koning Tezozomoc. Na de dood van Tezozomoc werd hij opgevolgd door Maxtla, een wreed leider. Kort hierna overleed de Azteekse leider Chimalpopoca, waarschijnlijk gedood door zijn opvolger en oom Itzcoatl. De nieuwe leider van de Mexica sloot een verbond met Nezahualcóyotl van Texcoco. Ze belegerden de Tepaneekse hoofdstad Azcapotzalco. Na honderd dagen belegering gaven de Tepaneken zich over. Maxtla werd gevangengenomen en geofferd. Hierna voegde Tlacopan zich bij Tenochtitlan en Texcoco en samen vormden de steden de Azteekse Driebond, oftewel het Azteekse Rijk.
Uitbreiding Azteekse Rijk miniatuur|Militaire overwinningen onder Motecuhzoma II Itzcoatls neef en opvolger Montezuma I (reg. 1440-1469) breidde het rijk uit tot de kusten van de Grote Oceaan en de Golf van Mexico; Axayacatl (1469-1481) veroverde Tenochtitlans zusterstad Tlatelolco en onderwierp de Huaxteken. Hij probeerde ook de Purépecha onder zijn bewind te brengen, maar dat mislukte. Onder Ahuitzotl (1486-1502) verdubbelde het rijk in omvang. Hij onderwierp de Mixteken van Oaxaca en veroverde Soconusco, waardoor het rijk zich uitstrekte tot Guatemala.
Vijandstaten miniatuur|Fases van het bereik van het Azteekse Rijk Niet alle volken in de regio waren onderworpen aan de Azteekse Driebond. De Purépecha en Tlaxcalteken bleven onafhankelijk.
Tegen dit laatste volk voerde de Driebond de Bloemenoorlogen. De slagen vonden plaats op vooraf afgesproken plaatsen en tijden, waarbij de soldaten geacht werden om de vijand gevangen te nemen, in plaats van te doden op het slagveld. De krijgsgevangenen dienden later als mensenoffers in de thuissteden. De aanleiding voor deze oorlogen is onderwerp van academisch debat.
Samenleving De Azteken leefden in calpultin (enkelvoud calpulli), vergelijkbaar met clans. Meerdere calpultin vormden samen een altepetl (meervoud: altepemeh). De altepetl was de kleinste bestuurlijke eenheid, het bestond meestal uit een dorp of stad met het gebied eromheen, van "water tot berg" (altepetl betekent waterberg).
Sommige altepemeh hadden andere onder hun bewind. Een altepetl zonder een andere altepetl boven zich zou je dus een land kunnen noemen. De hoogste altepemeh waren de steden van de Azteekse Driebond: Tenochtitlan, Texcoco en Tlacopan.
De Azteekse bevolking was ingedeeld in twee klassen. De gewone bevolking heette de macehualtin en de adel de piltin of tlahtoanimeh. De klassen waren erfelijk, maar een macehualli kon opklimmen tot piltin door een succesvolle carrière in het leger. Dit zorgde ervoor dat de Azteken altijd genoeg soldaten konden krijgen. Andersom konden piltin hun adelstand verliezen door zwakte te tonen ten tijde van oorlog.
thumb|left|255px|Fragment uit een wetboek
Opvallend in het Azteekse standensysteem was dat piltin voor hetzelfde vergrijp zwaardere straffen kregen dan macehualtin. Dit was omdat men vond dat piltin als voorbeeld moesten dienen. Behalve deze twee klassen waren er pochtecah en slaven.
Pochteca's waren gewapende handelaren. Ze deden dienst als spionnen en probeerden onrust te stoken in steden die Azteken van plan waren te veroveren. Ze waren over het algemeen de rijkste van de Azteekse samenleving en mochten alleen met een andere pochteca trouwen. Slavernij was in de Azteekse samenleving niet erfelijk. De meeste mensen waren slaaf geworden na een misdrijf, doordat ze krijgsgevangene waren genomen of om een schuldeiser af te betalen. Slaven konden niet doorverkocht worden, tenzij ze officieel als "lastig" waren verklaard. De grootste slavenmarkt (en de grootste markt überhaupt) was die in Tlatelolco. Nadat een slaaf van een slavenhandelaar gekocht was, kon deze vluchten. Als hij een tempel wist te bereiken voor zijn nieuwe meester hem te pakken kreeg, was hij vrij. Iemand (behalve de meester of zijn zoon) die zo'n slaaf verhinderde te vluchten werd zelf slaaf. Een slaaf kon ook als mensenoffer aan een tempel geschonken worden.
De Azteken hanteerden een twintigdelig talstelsel. Achttien maanden van twintig dagen + vijf 'ongelukkige' dagen vormden de 365 dagen van het zonnejaar. In plaats van vijf vingers aan één hand en tien vingers aan beide handen werd daarvoor doorgeteld op de tenen van beide voeten. Veel Zuid-Amerikaanse indianenstammen volgen deze rekenwijze nu nog. Ook in Europa moet het twintigtallig stelsel ooit in gebruik zijn geweest zoals nu nog in het Baskisch. Heel bekend is het merkwaardige Franse telwoord quatre-vingts (vier-twintig) voor 80, trois-vingts (drie-twintig) voor 60 en double-vingt (dubbel-twintig) tegen Frans-Baskenland aan.
Landbouw en waterbeheer miniatuur|Historische luchtfoto van Xochimilco De grond van de Vallei van Mexico was mede door vulkanisme zeer vruchtbaar. Al 6000 jaar bouwde men aan de oevers en in ondiepe gebieden van het meer chinampas, de Azteken ook. Dit zijn lange, smalle stroken opgehoogde landbouwgrond omringd door houten palen en vlechtwerk. Hierdoor ontstond een netwerk aan boerderijen dat iets boven de waterspiegel van het meer uitstak, verbonden door sloten en looppaden. Met een kleine platbodem (acalli), voortgestuwd door middel van bomen, vervoerden de Azteken zichzelf en hun oogst. De meeste chinampas zijn inmiddels met het meer verdwenen, maar onder andere in Xochimilco zijn ze nog in gebruik.Arqueología Mexicana, Año 2024, Vol. 30, Número 184 (Enero). Dedicado a: Las chinampas de la cuenca de México links|miniatuur|Een boer op een chinampa Behalve pluimvee hielden de Azteken geen dieren, ook geen lastdier. Er werd wel gejaagd en gevist. Ook enkele insecten stonden op het menu, waaronder chapulines. Het dieet bestond voornamelijk uit de oogst van de landbouw, met als basisvoedsel maïs. Deze werd, en wordt nog steeds, in allerlei vormen gegeten. In zijn geheel, maar ook genixtamaliseerd en vermalen tot deeg. Dit is voedzamer, en hiervan word de atole drank gemaakt, of het word gevormd tot tortilla's.
Het dieet werd verder aangevuld met eiwitrijke bonen en eieren, groenten als pompoen en tomaat, en chilipepers en kruiden. Deze ingrediënten zullen na de kolonisatie onmisbaar worden in veel wereldkeukens. miniatuur|Kaart van Tenochtitlan (rechts) met boven de stad een aquaduct, en beneden een dijk Om de overstromingsrisico's van het Texcocomeer te beheersen, en om de zoutgehaltes in de zuidelijke delen te beperken, bouwden de Azteken dijken. Deze dijken fungeerden soms ook als paden die de steden in het meer met het vaste land verbonden. Bekend is de Nezahuacoyotl-dijk, met een lengte van 18 kilometer vergelijkbaar in omvang met de Houtribdijk.
Vanuit Chapultepec liep een aquaduct richting Tenochtitlan die de stad van drinkwater voorzag. Afvalwater belande in het de kanalen waarna het naar het meer spoelde. Etensresten en uitwerpselen werden apart opgehaald en tot compost verwerkt, waarna het als meststof gebruikt werd.
Taal en schrift
Nahuatl De Azteken spraken Nahuatlahtolli, dat in vele dialecten in centraal Mexico en daarbuiten wordt gesproken. Nahuatl hoort bij de familie van Uto-Azteekse talen.