thumb|
Historia Regum Britanniae (letterlijk: De geschiedenis van de koningen van Brittannië) is een pseudohistorisch werk over de Britse geschiedenis in twaalf hoofdstukken, geschreven door Geoffrey van Monmouth rond 1135.
Het werk geeft een chronologische weergave van Britse koningen gedurende ruim duizend jaar. Het werk begint met de Trojaanse verovering van Brittannië en eindigt met de Anglo-Saksische heerschappij van het eiland in de 7e eeuw. Het werk is een van de belangrijkste stukken van de Matière de Bretagne (letterlijk:Materie van Brittannië).
Hoewel het werk tot in de 16e eeuw als accuraat werd beschouwd, werd men in de 17e eeuw steeds kritischer. Naarmate er meer duidelijk werd over de Britse geschiedenis, bijvoorbeeld over Caesars invasie van Brittannië, werd duidelijk dat Geoffrey's vertelling inaccuraat was. Het werk blijft echter een gewaardeerd stuk uit de middeleeuwse literatuur. Zo bevat Historia Regum Britanniae de vroegste vertelling over koning Lear en zijn drie dochters. Ook heeft het werk de legende van koning Arthur geïntroduceerd in de Latijnse literatuur. De legende van koning Arthur was tot die tijd alleen bekend onder de Welsh-sprekende bevolking. Historici zijn nog altijd bezig om feiten van fictie te onderscheiden.
Toedracht Geoffrey of Monmouth beweerde dat Walter Mapes, aartsdeken van Oxford, een oud manuscript ontdekt had in Armorica (Bretagne) geschreven in de Brythonische taal, dat wil zeggen de Keltische taal van de Britten vóór de komst van de Saksen en de Denen, vergelijkbaar met Welsh. Geoffrey zei dat Walter Mapes hem vroeg om het document in het Latijn te vertalen, waar hij met alle plezier op inging.
Samenvatting Het boek wordt opgedragen aan Robert van Gloucester, en aan Waleran, graaf van Mellent. Vervolgens begint het boek met een uitgebreide beschrijving van Brittannië, die in vorm gelijkt op soortgelijke beschrijvingen van Bede in zijn Historia ecclesiastica gentis Anglorum, de Historia Britonum van Nennius en De excidio Britanniae van Gildas.
Brutus thumb|Brutus' troepen vechten met de reuzen van Albion (onder leiding van Gogmagog), 1808 Geoffrey van Monmouth legt een verband met de Trojaanse Oorlog. Brutus wordt verbannen, omdat hij als vijftienjarige per ongeluk zijn vader Silvius neerschiet. Silvius was de zoon van Ascanius, die op zijn beurt de zoon was van Aeneas. Na enkele omzwervingen vindt Brutus nog een groep Trojanen in slavernij levend in Griekenland. De Trojanen benoemen hem tot hun leider en beginnen een opstand tegen koning Pandrasus. De opstand is succesvol, Brutus huwt Ignogen, Pandrasus' dochter en de Trojanen krijgen toestemming samen te vertrekken om elders een eigen staat te stichten. Ze vertrekken en komen na een tijdje aan bij het eiland Loegetia met daarop een tempel gewijd aan Diana. Daar krijgt Brutus een visioen waarin hem verteld wordt om met zijn volk naar Brittannië te reizen. Aan de kust van de Tyrreense Zee vinden de Trojanen nog een groep Trojanen, dit keer onder leiding van Corineus. Zij voegen zich bij hen. Na een strijd met koning Goffar van de Picten in Aquitanië en Brutus' gesneuvelde neef Turnus zijn naam aan Tours geeft, komen ze bij het eiland Albion, wat ter ere van Brutus hernoemd wordt tot Britannia. Albion werd enkel door een aantal reuzen bewoond. De groep van Corineus krijgt Corinea toegewezen, waaraan Cornwall zijn naam ontleend zou hebben. Corineus worstelt met de reus Gogmagog en werpt hem in zee. Die plek wordt sindsdien Gogmagog's Leap genoemd. De uiteindelijke hoofdstad van het eiland wordt gesticht op de plaats van Londen en het wordt Trinovantum genoemd, een verbastering van Troia Nova (Nieuw Troje). De Trojanen hernoemen zichzelf tot Britten en hun taal tot Brits, eveneens ter ere van Brutus.The History of the Kings of Britain, Geoffrey of Monmouth, Michael A. Faletra, Broadview Editions, 2008, p. 43-58
Leir thumb|Koning Leir en Cordelia, 1783 (uit Shakespeare, King Lear, Act 4, Scene 7) Na de dood van Brutus wordt het eiland onderverdeeld onder zijn zonen, Locrinus, Albanactus en Kamber. Hier zouden de gebieden op het eiland en hun bevolking de namen van hebben gekregen, respectievelijk Loegria (Logres, Engeland), Albany (Alban, Schotland/Noord-Engeland) en Cambria (Wales). Tevens wordt de naamsoorsprong van de Humber vermeld, vernoemd naar Humber, een koning van de Hunnen, die hierin verdronk tijdens een invasie. Humber hield drie meisjes gevangen, waarvan Estrildis de oudste dochter van de Germaanse koning was. Locrinus wordt op Estrildis verliefd, maar is al verloofd met Corineus' dochter Gwendolen. Locrinus huwt Gwendolen en krijgt bij haar een zoon: Maddan. Estrildis wordt na Corineus' dood koningin. Gwendolen is woedend en haar leger doodt Locrinus en Estrildis en haar dochter Habren worden in de rivier geworpen, die naar haar Severn wordt genoemd. Maddans kleinzoon Ebraucus bouwt Kaer Ebrauc (York). Ebraucus' kleinzoon Leil sticht Kaer Leil (Carlisle). Zijn zoon Rud Hud Hudibras laat Kaer Keint (Canterbury) verrijzen en diens zoon, de magiër Bladud, bouwt Kaer Badon (Bath). Bladuds zoon Leir regeert zestig jaar en is beroemd om Shakespeares toneelstuk King Lear.
Koning Leir heeft drie dochters: Goneril, Regan en Cordelia. Hij vraagt hen hoeveel ze van hem houden, maar alleen Cordelia vertelt de waarheid en overdrijft niet. Goneril huwt met Maglaurus, hertog van Alban en Regan met Henwin, hertog van Cornwall, maar Cordelia huwt Aganippus, een koning van Gallië. Zij krijgt geen Brits land en ook geen bruidsschat. Leir komt er snel achter hoeveel zijn oudste dochters écht om hem geven als hij onder hun hoede geen ridder over houdt om hem te dienen. Berooid zeilt hij naar Gallië, waar hij hartelijk door Cordelia wordt ontvangen. Met een leger gaan ze terug naar Brittannië en Cordelia wordt koningin van het land. Ze begraaft haar vader in een crypte, gewijd aan de god Janus, onder de rivier Soar, stroomafwaarts van Leicester. De neven Margan, de zoon van Goneril en Cunedag, de zoon van Regan, komen na vijftien jaar in opstand en nemen de koningin gevangen. Cordelia pleegt zelfmoord in de gevangenis. Verschillende koningen volgen elkaar op tot er burgeroorlog ontstaat en vijf koningen elkaar bestrijden. Dunwallo Molmutius, de zoon van Cloten, koning van Cornwall, weet het land weer te verenigen. Hij trouwt Conwenna en heeft bij haar twee zonen: Belinus en Brennius.The History of the Kings of Britain, Geoffrey of Monmouth, Michael A. Faletra, Broadview Editions, 2008, p. 59-70
Brennius thumb|Belinus en Brennius, 19e eeuw Brennius, de jongere broer van Belinus, neemt geen genoegen met zijn deel van het koninkrijk en zeilt naar Noorwegen om steun te zoeken bij koning Elsing. Brennius huwt diens dochter, maar de Deense koning Guthlac is hevig op haar verliefd. Guthlac onderschept hen op weg naar Brittannië. Belinus laat Guthlac met Brennius' echtgenote naar Denemarken vertrekken tegen betaling van jaarlijkse belastingen. Brennius vlucht naar Gallië, waar hij vriendschap sluit met Seginus, hertog van de Allobrogen. Hij huwt diens dochter en wordt heer van het land na Seginus' overlijden. Met een leger keert hij terug naar Brittannië om wraak te nemen op zijn broer. Maar hun moeder Conwenna weet hen tot vrede te bewegen. Dan besluiten ze samen Gallië te gaan veroveren. Ze onderwerpen zelfs Rome en gaan door naar Germanië. Maar dan bedenken de Romeinse consuls Gabius en Porsenna zich en vallen de broers aan. Belinus en Brennius keren terug om Rome te straffen. Ze belegeren de stad, doden Gabius en nemen Porsenna gevangen. Brennius blijft in Italië en Belinus keert terug als Britse koning. Hij bouwt er Kaer Usk (Caerleon) en de poort Billingsgate in Trinovant (Londen). Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Gurguint Barbtruc. Als hij terugkomt van een strafexpeditie naar Denemarken komt hij dertig schepen tegen onder leiding van Partholoim (Partholon), die met zijn Basken al anderhalf jaar uit Spanje is verbannen. Ze mogen Ierland gaan bewonen. Guithelin volgt Gurguint op. Hij trouwt Marcia die de Marcian Law ontwerpt. Hun kleinzoon Danius wordt opgevolgd door de wrede Morvidus, die door een zeemonster wordt opgegeten. Zijn zonen volgen hem op en na eenendertig opvolgers wordt Heli koning. Heli heeft drie zonen: Lud, Cassibelaunus en Nennius.The History of the Kings of Britain, Geoffrey of Monmouth, Michael A. Faletra, Broadview Editions, 2008, p. 71-83
Cassibelaunus In boek vier is te lezen hoe koning Cassibelaunus twee overwinningen behaalt op Julius Caesar. Cassibelaunus is de zoon van Heli en broer van Lud en Nennius. Cassibelaunus neemt de kroon over van Lud (naar wie Londen is vernoemd: Trinovant-Kaerlud-Kaerlundein-Lundene). Lud had twee zonen, die hun oom bijstaan in zijn strijd tegen Caesar: Androgeus, hertog van Trinovant en Tenvantius, hertog van Cornwall. Nennius weet het zwaard van Caesar, Gouden Dood, te bemachtigen en Caesar keert terug naar Gallië. Nennius wordt vijftien dagen na de slag begraven in Trinovant (Londen). Na twee jaar komt Caesar terug, maar weer wordt hij verslagen. Maar tijdens het feest van de Britten ontstaat er een conflict over de uitkomst van een worstelwedstrijd. Androgeus en Cassibelaunus komen tegenover elkaar te staan en Androgeus sluit een verbond met Caesar. Samen overwinnen ze Cassibelaunus en sluiten vrede met hem. Cassibelaunus zal jaarlijks tribuut betalen. Caesar trekt daarna naar Rome om tegen Pompeius te strijden en Cassibelaunus sterft zeven jaar na de vredesovereenkomst en wordt in York begraven. Tenvantius volgt hem op.The History of the Kings of Britain, Geoffrey of Monmouth, Michael A. Faletra, Broadview Editions, 2008, p. 84-92
Constantijn en Maximianus thumb|Maximianus. Calcografie in Giovanni Battista Cavalieri & Thomas Treterus, Romanorum imperatorum effigies, Roma, Vincenzo Accolti, 1583 Tenvantius wordt opgevolgd door Cymbeline en diens zoon Arviragus huwt Claudius' dochter Genvissa in Kaer Glou (Gloucester). Als Arviragus geen belasting meer wil betalen aan Rome, wordt Vespasianus naar hem toegestuurd. Genvissa zorgt ervoor dat ze vrede sluiten. Na hun zoon Marius komt Coilus en diens zoon Lucius vraagt paus Eleutherius om tot het Christelijke geloof te worden bekeerd. Die zendt Fagan en Duvianus om Brittannië te bekeren. De heidense 'flamens' worden bisschoppen. Lucius sterft in 156 zonder kinderen na te laten. Senator Severus komt met twee legioenen om de orde te handhaven. Severus heeft twee zonen: Bassianus, bij een Britse vrouw en Geta, bij een Romeinse. Geta wordt door de Britten gedood en Bassianus door Carausius. Dan komt Allectus met drie legioenen naar Brittannië. Asclepiodotus, de hertog van Cornwall doodt hem. Vervolgens stuurt Diocletianus zijn generaal Maximianus Herculis om in Brittannië het christendom uit te roeien. Coel, de hertog van Kaercolum (Colchester) rebelleert tegen Asclepiodotus en overwint hem. Vanuit Rome wordt senator Constantius gestuurd. Constantius huwt Coels dochter Helena en Constantijn is hun zoon. Constantijn volgt Constantius op.