De Marsencollectie van het Pruisische leger III (Königlich Preußische Armeemarsch-Sammlung III) bestaat uit cavaleriemarsen (presenteer- en parademarsen voor de bereden troepen).
Koning Frederik Willem III van Pruisen nam op 10 februari 1817 het besluit voor zijn militaire muziekkorpsen marsen te verzamelen. Hieruit is een in Europa unieke verzameling van verschillende militaire marsen ontstaan. Van sommige werken is naam of titel niet bekend. Dit kan doordat bijvoorbeeld de partituur door een lid van de koninklijke familie van een reis in het buitenland was meegenomen. Ook zijn er marsen waarvan de componist niet bekend is.
AM sinds AM Nr. Naam/titel Componist Bijzonderheden 1817 III, 1 Marsch (1741); zie AM I, 1 Koning Frederik II van Pruisen gecomponeerd in 1741 1841 III, 1a Präsentiermarsch; zie AM I, 1a Koning Frederik Willem III van Pruisen uit de jeugd - voor 1800 gecomponeerd 1841 III, 1b Der Hohenfriedberger oorspronkelijk: Mars van het Dragoner-Regiment Ansbach-Bayreuth - aan het regiment toegekend op 11 juni 1745 1841 III, 1c Der Rheinströmer; zie AM I, 1d uit de tijd om 1750 1841 III, 1d Der Mollwitzer; zie AM I, 1e Koning Frederik II van Pruisen gecomponeerd 1741 in het lager van Mollwitz, Silezië 1841 III, 1e Marsch (1756); zie AM I, 1f Koning Frederik II van Pruisen gecomponeerd 1756 1824 III, 1f Parademarsch Johann Heinrich Krause 1824 III, 2 Langzame mars Eduard Hayn 1824 III, 3 Langzame mars Carl Mangner 1824 III, 4 Trabmarsch Gaspare Spontini 1825 III, 5 Parademarsch Johann Heinrich Krause 1825 III, 6 Galop fanfare Eduard Hayn 1825 III, 7 Galopmars Anton Dörfeldt 1825 III, 8 Trabmarsch A. Winzer 1825 III, 9 Galopmars uit het ballet "Das Schweizer Milchmädchen" Adalbert Gyrowetz gecomponeerd in 1821 - bewerkt door Gottlieb Fiedler 1825 III, 10 Galopmars Eduard Hayn 1825 III, 11 Trabmars naar motieven uit de opera "Aline" Henri Montan Berton gecomponeerd in 1815 - bewerkt door Johann Heinrich Krause 1825 III, 12 Trabmars uit het ballet "Kiaking" Adalbert Gyrowetz gecomponeerd in 1822 - bewerkt door Gottlieb Fiedler 1826 III, 13 Mars uit het tovenaars-klucht "Die Fee aus Frankreich" Wenzel Müller gecomponeerd in 1821 - bewerkt door F. A. Wagner 1826 III, 14 Grote intochtmars uit het betovering-ballet "Die Fee und der Ritter" Pietro Romani gecomponeerd in 1823 - In 1825 uit Teplitz meegebracht 1826 III, 15 Mars Heinrich August Neithardt 1827 III, 16 Galopmars Johann Heinrich Krause 1828 III, 17 Langzame mars 1828 III, 18 Redowatschka (= snelle Bohemse dans in 2-kwartsmaat - Trabmars) 1830/1832 III, 19 Mars naar motieven uit de opera "Wilhelm Tell" Gioacchino Rossini bewerkt door Carl Wilhelm Ließ 1834/1836 III, 20 Parademarsch Ernst Freiherr von Danckelmann 1837 III, 21 Cavalerie-mars Wilhelm Wieprecht gecomponeerd in 1829 voor het Garde Grenadier-Regiment Berlijn en door dit regiment tot 1836 als opstellingsmars uitgevoerd 1837 III, 22 8 Signalen zum Einrücken ins Lager und Abbringen der Standarten ook als Parademarsch im Trab uitgevoerd - De nr. 1 van deze signalen is de Pruisische "Standartenfanfare" 1839 III, 23 Cavalerie-mars (1839) Ernst Freiherr von Danckelmann opgedragen aan Prins Albert van Pruisen (1809-1872) - bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1840 III, 24 Feestmars tot de maskerade "Richard Löwenherz" (1840) Ernst Freiherr von Danckelmann naar melodieën uit de gelijknamige opera van André Ernest Modeste Grétry 1841 III, 25 Leibmarsch des Großherrn Mamuth II. Giuseppe Donizetti bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1841 III, 26 Festmarsch zur Säkularfeier des Regiments Garde du Corps (1840) Wilhelm Wieprecht het Regiment werd in 1740 opgericht - in 1840 was het in Berlijn-Charlottenburg gestationeerd 1841 III, 27 Mars naar motieven uit de opera "Brennus" Johann Friedrich Reichardt bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1841 III, 28 Marsch zur Einholung des Königs in Berlin (1840) Wilhelm Wieprecht de kroning van Koning Frederik Willem IV van Pruisen vond plaats op 21 september 1840 1841 III, 29 Mars voor het feest van de witte roos (1829) Wilhelm Friedrich Graf von Redern het feest vond plaats op 13 juli 1829 in Potsdam voor het Neue Palais (Nieuwe Paleis) 1841 III, 30 Festmarsch zur Säkularfeier des 2. Leib-Husaren Regiments (1841) Wilhelm Wieprecht het regiment werd in 1741 opgericht - in 1841 was het in Herrnstadt (Silezië) 1843 III, 31 Parademarsch Ernst Freiherr von Danckelmann 1843 III, 32 Trabmars van het huzaren regiment 10 F. Münter het regiment was gestationeerd in Aschersleben 1843 III, 33 Trabmars naar motieven uit het ballet "Giselle" van Adolphe Adam Albert Lorenz was de parademars van het 2e Lijf-Huzaren-Regiment Viktoria van Pruisen nr. 2 1844 III, 34 Paulinen-mars Julius Gerold 1844 III, 35 Mars (1844) Ernst Freiherr von Danckelmann 1844 III, 36 Bruiloftmars uit de "Een midzomernachtsdroom", op. 61 nr. 9 Felix Mendelssohn Bartholdy bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1845 III, 37 Krieger's Lust; zie AM II, 127 Josef Gung'l bewerkt door Carl Mangner 1846 III, 38 Parademarsch im Galopp Ludwig Kantmann 1846 III, 39 Mars naar motieven uit de feestopera "Ein Feldlager in Schlesien" Giacomo Meyerbeer bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1846 III, 40 Grote mars van de Berlijnse schuttersgilde Wilhelm Wieprecht 1846 III, 41 Mars Johann Schubert in 1842 door prins Albert van Pruisen (1809-1872) uit Italië meegebracht - bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1846 III, 42 Mars Joseph Liehmann bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1846 III, 43 Steyrers Heimweh, op. 38; zie AM II, 128 Josef Gung'l bewerkt door Carl Mangner 1846 III, 44 Potsdamer Casinomarsch, op. 45; zie AM II, 129 Josef Gung'l bewerkt door Carl Mangner 1846 III, 45 Husarenmut Carl Mangner opgedragen aan prins Albert van Pruisen (1809-1872) 1846 III, 46 Feestmars Hermann Bender jr. bewerkt door J. Heidenreich 1846 III, 47 Geschwindmarsch G. Tutsch door luitenant Job von Witzleben jr. uit Praag meegebracht - bewerkt door Carl Mangner 1846 III, 48 Parademarsch Grootvorstin Olga Konstantinova van Rusland in 1845 door Prins Karel van Pruisen uit Sint-Petersburg meegebracht 1846 III, 49 Geschwindmarsch des Russischen Jäger Regiments Fürst von Warschau, Graf Paskewitsch-Eriwanski door prins Wilhelm I van Duitsland meegebracht 1850 III, 50 Parademarsch Prinses Charlotte van Pruisen (1831-1855) 1853 III, 51 Parademarsch nr. 1 Julius Möllendorf bewerkt door Heinrich Saro 1853 III, 52 Parademarsch nr. 2 Julius Möllendorf bewerkt door Heinrich Saro 1853 III, 53 Cavelerie-mars, op. 13 Carl Wilhelm ook als "Wrangel-Marsch" bekend 1853 III, 54 Parademarsch Wilhelm Wieprecht 1853 III, 55 Parademarsch Prinses Charlotte van Pruisen (1831-1855) 1853 III, 56 Parademarsch Friedrich Neumann 1860 III, 57 Friedrich Wilhelm-Marsch Friedrich Wilhelm Ziegler won in 1857 de 2e prijs bij de marscompetitie van de muziekuitgave Bote & Bock, Berlijn 1860 III, 58 Parademarsch in Bes majeur, op. 164 Albert Lorenz won in 1858 de 3e prijs bij de marscompetitie van de muziekuitgave Bote & Bock, Berlijn 1860 III, 59 Cavalerie-mars in Es majeur, op. 170 Albert Lorenz won in 1859 de 2e prijs bij de marscompetitie van de muziekuitgave Bote & Bock, Berlijn 1860 III, 60 Parademarsch in As majeur, op. 152 Albert Lorenz won in 1857 de 3e prijs bij de marscompetitie van de muziekuitgave Bote & Bock, Berlijn 1860 III, 61 Victoria-mars Wilhelm Wieprecht originele titel Princess Royal Victoria-March voor de kroning op 8 februari 1858 - in het trio is het "Rule Britannia" verwerkt 1861 III, 62 Parademarsch Prins Albert van Pruisen (1837-1906) bewerkt door H. Köppen 1861 III, 63 Parademarsch August Böhr 1870 III, 64 Marche militaire; zie AM II, 203 Pauline Viardot-García gecomponeerd in 1867 in Baden-Baden en aan de Pruisische koningin Augusta van Saksen-Weimar-Eisenach opgedragen - bewerkt door Wilhelm Wieprecht 1871 III, 65 Armee-Siegesmarsch, op. 90 Ferdinand Sieber ook: "Festparademarsch 1871 der Kavallerie" 1876 III, 66 Bombardonmars, op. 107; zie AM II, 207 Heinrich Saro naar motieven uit de opera "Das goldene Kreuz" van Ignaz Brüll 1883 III, 67 De Duitse Keizergarde, op. 66; zie AM II, 208 Friedrich Wilhelm Voigt ter herinnering aan de slag bij Großgörschen op 2 mei 1813 - het trio met inzet van de signaalhoorns 1883 III, 68 Cavalerie-Parademars Emil Ruth 1891 III, 69 De Torgauer Parademars Joachim Scholz in 1817 door koning Frederik Willem III van Pruisen uit Torgau meegebracht - bewerkt door Friedrich Wilhelm Voigt 1891 III, 70 Schwedischer Reitermarsch ("Finska Rytteriets-Marsch") door prinses Charlotte van Pruisen (1831-1855) in 1889 uit Zweden meegebracht - bewerkt door Friedrich Wilhelm Voigt 1892 III, 71 Koning Karel Mars Carl Ludwig Unrath gecomponeerd in 1868 - vernoemd naar koning Karel I van Württemberg 1892 III, 72 Des Großen Kurfürsten Reitermarsch Cuno Graf von Moltke opgedragen aan keizer Wilhelm II van Duitsland - bewerkt door Reinhard Lehmann 1893 III, 73 Regimentsmars van het Ulanen-Regiment Koning Karel I van Württemberg (1e Württembergse) Nr. 19 Grootvorstin Alexandra Josiphovna van Rusland gecomponeerd in 1875 1893 III, 74 Mars van de Grenadier Garde Nr. 6 (1806); zie AM II, 214 (AM I, 55) uit de tijd voor 1740 - bewerkt door Gustav Roßberg 1893 III, 75 Mars; zie AM II, 215 Prins August Willem van Pruisen gecomponeerd in 1751 - bewerkt door Carl Frese 1893 III, 76 Mars van het Infanterie Regiment von Thiele Nr. 46 (om 1795); zie AM II, 216 bewerkt door Carl Frese - het regiment stond in Warschau 1893 III, 77 Mars van het Infanterie Regiment Prins Ferdinand Nr. 34 (circa 1790); zie AM II, 217 bewerkt door Carl Frese - 2e mars van het regiment (1e mars zie AM I, 73) - het regiment stond in Ruppin 1893 III, 78 Mars; zie AM II, 218 Prins August Willem van Pruisen gecomponeerd in 1750 - bewerkt door Carl Frese 1893 III, 79 Mars; zie AM II, 219 Philippina Charlotte van Pruisen, Hertogin van Brunswijk-Lüneburg gecomponeerd in 1751 - bewerkt door Carl Frese 1893 III, 80 Mars van het Infanterie Regiment von Möllendorff Nr. 25 (circa 1796); zie AM II, 220 bewerkt door Carl Frese - 1e mars van het regiment (2e mars zie AM I, 64) - het regiment stond in Berlijn 1893 III, 81 Mars van het Infanterie Regiment von Treskow Nr. 17 (circa 1800); zie AM II, 221 bewerkt door Carl Frese - het regiment stond in Danzig 1893 III, 82 Mars van het Infanterie Regiment Jung Bornstedt Nr. 20 (circa 1792); zie AM II, 222 bewerkt door Carl Frese - 2e mars van het regiment (1e mars zie AM I, 74) - het regiment stond in Maagdenburg 1893 III, 83 Mars Prins August Willem van Pruisen gecomponeerd in 1749 - bewerkt door Carl Frese 1895 III, 84 Der Mollwitzer; zie AM I, 69 (AM I, 1e) Koning Frederik II van Pruisen gecomponeerd 1741 in het legerkamp van Mollwitz, Silezië 1895 III, 85 Der Dessauer; zie AM I, 66 (AM I, 1b) naar een Italiaans lied, circa 1705 gecomponeerd 1895 III, 86 Der Rheinströmer; zie AM I, 68 (AM I, 1d) omstreeks 1750 1895 III, 87 Mars van de Grenadier Garde Nr. 6 (1806); zie AM I, 55 uit de tijd voor 1740 - bewerkt door Gustav Roßberg 1896 III, 88 Oude mars ook "Der Zorndorfer" benoemd 1896 III, 89 Präsentiermarsch des Leib-Kürassier Regiments Großer Kurfürst (Schlesien) Nr. 1 Cuno Graf von Moltke 1898 III, 90 Eerste artilleriemars uit de 18e eeuw 1898 III, 91 Tweede artilleriemars uit de 18e eeuw 1899 III, 92 Marsch des Hannoverschen Garde du Corps (1866) het regiment stond in Hannover 1900 III, 93 Marsch des Hannoverschen Garde Husaren Regiments (1866) Johann Christian Bach het regiment stond in Verden (Aller) 1900 III, 94 Mars van het 1e Bataljon Keur-Hannovers 2e Infanterie Regiment; zie AM I, 77 bewerkt door Gustav Roßberg 1900 III, 95 Mars van het Keur-Hannovers Infanterie Regiment von Meding; zie AM I, 78 bewerkt door Gustav Roßberg 1900 III, 96 Mars van het 2e Bataljon Keur-Hannovers 2e Infanterie Regiment; zie AM I, 79 bewerkt door Gustav Roßberg 1900 III, 97 Mars van het 1e Bataljon keurhannovers 3e Infanterie Regiment;