thumb|Pieter Huys. Een chirurgijn verwijdert de steen der waanzin. Londen, Wellcome Library.

Keisnijding is een literair motief en artistiek thema waarbij een dwaas zich uitlevert aan een kwakzalver om zich van zijn domheid te doen genezen door de steen der waanzin operatief weg te snijden uit zijn hoofd.

In de laatmiddeleeuwse literatuur buitte een kwakzalver de domheid van de sukkel Lubbert Das uit door hem wijs te maken dat hij van zijn domheid kon genezen door een kei uit zijn hoofd te verwijderen. Dit motief werd gebruikt als hekeling van dwaasheid en goedgelovigheid. Het motief van de keisnijding hangt samen met de Brabantse spreekwoorden ‘kaoikens (keitjes) in de kop hebben’ (niet goed bij zijn verstand zijn) en ‘De kei leutert hem in 't hoofd’ (idem, letterlijk: de kei rammelt in zijn hoofd).

In de beeldende kunst is keisnijding diverse keren weergeven op prenten en schilderijen. Vooral in de Nederlanden van de 16e en de 17e eeuw was het een populair thema. Jheronimus Bosch was eind 15e eeuw de pionier met De keisnijding. Na hem kwamen onder meer Pieter Bruegel de Oude, Jan Sanders van Hemessen, Pieter Huys en Jan Steen.

Vanaf 1895 poneerde Henri Meige in een reeks artikelen dat het motief van de keisnijding een bestaande praktijk weerspiegelde: vingervlugge kwakzalvers zouden publiek incisies hebben gemaakt en er stenen der waanzin uit tevoorschijn hebben gehaald, die ze in werkelijkheid gereed hadden zitten. Een nuchtere blik op de bronnen laat echter niet toe te concluderen dat een dergelijke praktijk werkelijk heeft bestaan.William Schupbach, "A new look at The cure of folly" in: Medical History, 1978, nr. 3, p. 267-281. Keisnijdingen zijn binnen het domein van de kunst gebleven en waren nooit meer dan allegorie en satire.

Categorie:Volksverhaal