Brielle (), ook wel Den Briel, is een stad in de gemeente Voorne aan Zee, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Met circa 14.000 inwoners is Brielle de op een na grootste plaats binnen de gemeente Voorne aan Zee.

Brielle is gelegen aan het Brielse Meer, een afgedamd gedeelte van de Maas dat zich tot belangrijk recreatiegebied ontwikkeld heeft. Het ligt ten oosten van de oude vaargeul Brielse Gat.Geschiedenis van de Maasmond debrielsemaasmond.nl. Gearchiveerd op 27 april 2023. Tot 1700 werd dit water gebruikt als verbinding naar Rotterdam, daarna trad verzanding op waardoor het Gat minder goed bevaarbaar werd. Het Goereese Gat was een alternatief.

Geschiedenis thumb|De inneming van Den Briel van Johannes Hinderikus Egenberger, die de inname van de stad door de Watergeuzen symboliseert Brielle, in de middeleeuwen de vijfde stad van het gewest Holland, is een oude vestingstad en de bekendste bedevaartsplaats van Zuid-Holland. De grotendeels uit de 17e eeuw stammende vesting van Brielle is een rijksmonument en een van de best bewaard gebleven verdedigingswerken in Nederland.

De naam gaat terug op het Keltische woord 'brogilo' ('ingesloten gebied, jachtgebied') en uit de oudste geschriften blijkt, dat de huidige locatie 'de nieuwe Briel' is. In de 11e en 12e eeuw bestond Voorne uit een paar kleine en grote eilandjes. Op die eilanden begonnen zich boerenfamilies te vestigen. Ze ontgonnen veengronden die ze daarna in gebruik namen voor landbouw en veeteelt, maar deze gebieden overstroomden regelmatig door de Noordzee en de Maas. De boerenfamilies begonnen daarom dijken aan te leggen waardoor ze toch in die gebieden konden blijven wonen. Door de vele overstromingen werd het ontgonnen land een eiland en zo ontstond langzamerhand Brielle. Brielle had in de eerste eeuwen een rijk Rooms leven. De Sint-Catharijnekerk werd gebouwd en vele kloosters ontstonden en daar is de stad verder omheen gebouwd.

Op 1 april 1572 werd de stad ingenomen door de Watergeuzen onder leiding van Lumey en Bloys van Treslong, waarbij de veerman Jan Koppestok een belangrijke rol vervulde. De Inname van Den Briel wordt algemeen gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II; zie ook Tachtigjarige Oorlog. Aan dit feit dankt Brielle haar schildspreuk Libertatis Primitiae, "eersteling der vrijheid". Dit historisch feit wordt ieder jaar op 1 april gevierd. Schoolkinderen onthouden dit feit met de zin:

"Op 1 april verloor Alva zijn bril" (eigenlijk: "Op 1 april verloor Alva Den Briel") De 1 aprilgrap dateert al van voor die tijd en wordt ook in andere landen gesignaleerd; deze heeft dan ook niets met dit voorval te maken. Toch wordt nog vaak gedacht dat de inname van Den Briel het begin van de 1 aprilgrap is geweest.

In 1585 werd Brielle Engels bezit: koningin Elizabeth verkreeg het in onderpand, samen met Oostende, Vlissingen en Fort Rammekens, in ruil voor militaire en financiële hulp in de strijd tegen Spanje. In 1616 kwamen deze gebieden terug bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

In 1747, het laatste jaar van het Tweede Stadhouderloze Tijdperk, waren de inwoners van Brielle bezorgd vanwege de inname van Staats-Vlaanderen door de Franse troepen op 10 mei van dat jaar. Dit gebeurde als gevolg van de Oostenrijkse Successieoorlog die in 1740 uitbrak en ongunstig verliep voor de Republiek. Er deed zich een scenario vergelijkbaar met het Rampjaar van 1672 voor: de burgerij in de stadhouderloze gewesten voelde zich onvoldoende beschermd door de regenten en als reactie erkende de Staten van Holland Willem IV van Oranje-Nassau als prins op 2 mei. De prinsenvlag werd in Brielle vervolgens van de torens van de Grote of Sint-Catharijnekerk en van het raadhuis uitgestoken. Ook deelde de stedelingen de boeren die de markt op maandag bezochten mede dat zij de stad niet inkwamen zonder een fysieke vertoning van het oranje boven, waardoor men een kokarde of lintje moest aanschaffen. In ruil boden de stedelingen de boeren gewapende bescherming tijdens hun terugtocht. Hetzelfde gold voor de vermelding van de leus 'Oranje boven!', die ze moesten zeggen. Deden zij dat niet, dan konden ze een pak slaag verwachten. Later zorgden de inwoners ervoor dat de stad voorzien werd van de nodige maatregelen om de stad te beschermen met barricades en kanonnen, maar werd vernomen door Jan Kordaat dat het slecht gesteld was met het aantal kruit. Er was slechts 4000 pond aanwezig in het magazijn, wat de inwoners ongerust maakte. Bij een Franse aanval zou er niet genoeg kruit zijn. De regering had wel een nieuw schip met kruit gestuurd, maar was nog niet in Brielle aangekomen, wat ervoor zorgde dat de inwoners ongeduldig werden. Die ongeduldigheid sloeg om in woede toen men vernam dat de burgemeester, die als commissaris voor de magazijnen verantwoordelijk was, de stad had verlaten. Men sprak van verraad en schoolde samen voor zijn huis. Echter bleek de situatie iets anders te lopen: de burgemeester had de stad verlaten om de aankomst van het schip te doen versnellen. De burgers accepteerden dit niet en stelden een ultimatum; als het schip niet voor de avond arriveerde, zou het huis worden aangevallen. De vrouw van de burgemeester De La Bassecourt verliet het huis via de achteringang voor de zekerheid, maar dit was niet nodig gebleken. Op 4 mei, om half drie 's middags, werd het schip ter hoogte van de Oude Maas ontdekt. De schipper werd geadviseerd om wel drie prinsenvlaggen boven elkaar te voeren, als teken dat alles in orde was.

Op 4 maart 1943 werd Brielle tijdens de Tweede Wereldoorlog per ongeluk gebombardeerd door een Amerikaanse B-17 Flying Fortress bommenwerper. De bommenwerper was oorspronkelijk op weg naar het Duitse plaatsje Hamm maar kwam onderweg slecht weer tegen. De bommenwerper wilde terugkeren, toen het bij Brielle onderschept werd door Duitse jachtvliegtuigen. Een luchtgevecht volgde, waarbij de Amerikaanse piloot werd geraakt aan de derde motor. Hij probeerde hierna Engeland te bereiken en om dat veilig te kunnen doen, moest hij zijn bommen boven de stad lossen. Vijf van deze bommen troffen uiteindelijk doel en raakten zowel de Lagere Technische School als de Vakschool voor Meisjes, waarbij in totaal 14 leerlingen van beide scholen en 8 volwassenen stierven. De bommenwerper stortte uiteindelijk neer in de Noordzee, ongeveer 10 kilometer ten westen van Hoek van Holland. Het vergissingsbombardement zorgde ervoor dat er in totaal 200 gebouwen in meer of mindere mate beschadigd waren geraakt. Om dit vergeten bombardement te herdenken is een monument over dit bombardement geplaatst op de plek waar de meeste slachtoffers vielen, op initiatief van de heer Hoozemans tijdens de herbouw van de Lagere Technische School aan de Burgemeester H. van Sleenstraat.

Bezienswaardigheden thumbtime=21|thumb|class=notpageimage|Brielle in '72 - renovatie van het stadscentrum, groei van de stad Brielle en haar geschiedenis wordt uitgelegd Een deel van Brielle is een beschermd stadsgezicht. Met haar bijna 400 rijksmonumenten op een inwoneraantal van nog geen 12.000 inwoners bezit de stad samen met Harlingen de meeste monumenten per inwoner van heel Nederland. Zie voor de rijksmonumenten: Lijst van rijksmonumenten in Brielle (plaats)

De vroegste voorbeelden van gestukadoorde plafonds in Nederland dateren van omstreeks 1600. In Nederland zijn slechts vijf van dergelijke plafonds bewaard gebleven. Op een na betreft dit Brielse plafonds.

Opvallend is ook het grote aantal gevelstenen in Brielle. De belangwekkendste daarvan zijn die met de voorstellingen van ‘De 4 gekroonde Ambachtslien’ (Maarland N.Z. 43; circa 1580), een schip (Maarland N.Z. 49; 1607), Tobias en de vis (Maarland Z.Z. 2; 1612), ‘De Winthont’ (Kaaistraat 21; 1613), en ‘De Lammerenberg’ (Vischstraat 3; 18e eeuw).

De Vesting miniatuur|Kaart van de vesting, met bezienswaardigheden, per april 2017 De stad bezit nog steeds haar oude stadswallen, gebouwd volgens het oud-Nederlands vestingstelsel. De vestinggordel van Den Briel heeft negen bastions en vijf ravelijnen en is gerestaureerd tussen 1972 en 1975. Sinds 1713 is er weinig aan de vesting veranderd, waardoor de verdedigingswerken tot de belangrijkste overgebleven vestingwerken van Nederland behoren. Met zijn negen bastions heeft Brielle mogelijk de meeste nog bestaande bastions van alle vestingsteden in Nederland.De vergelijking is moeilijk te maken. De vestingwerken van Maastricht waren de meest uitgebreide in Nederland, maar zijn voor twee derde gesloopt. Van de vele bastions zijn er vijf compleet en vier gedeeltelijk bewaard gebleven. Daarnaast zijn er rondelen die soms als bastions worden aangemerkt. Bovendien is er verschil in kwaliteit: de vesting van Brielle bestaat uit aarden wallen; de vestingwerken van Maastricht, 's-Hertogenbosch en Naarden zijn grotendeels van steen.

In 1694 drong Menno van Coehoorn aan op modernisering van de vesting. Belangrijk was de inkorting van de stad aan de zuidzijde, waarbij aldaar veel panden werden gesloopt. Het resultaat werd een langgerekte stervormige vesting met negen bastions, vijf ravelijnen, vijf beren met monniken en vier poorten. De uit 1625 daterende Waterpoort werd in 1894 afgebroken. Bewaard bleef wel het bijbehorende midden-18e-eeuwse poortwachtershuis. In 1704 gereedgekomen is de Langepoort. De Kaaipoort uit 1709 werd rond 1860 buiten gebruik gesteld en vervangen door een coupure ter plaatse van de Oostdam. De negen volgens het Oud-Nederlandse stelsel aangelegde bastions zijn het Molenbolwerk met de molen 't Vliegend Hert, het Kruithuisbolwerk met witgepleisterd kruithuis (circa 1710), het Galgebolwerk met bunker, het Bleykersbolwerk, het Westerbolwerk met bomvrije munitieberging (circa 1860), het Hollebolwerk (Bastion VI), het Oranjebolwerk met bomvrij wachthuis (1860), het Lijnbaansbolwerk met kruitmagazijn en ten slotte het Noordbolwerk met de restanten van de Noordpoort.

Aan de zuidzijde van de havenmond ligt de in 1858 ingerichte havenbatterij, die in 1882 werd verbeterd met een bomvrij wachthuis en vele bunkers. De vestingwerken zijn in 1972-75 gerestaureerd onder leiding van J. Walraad.

Kerkgebouwen Brielle, de Sint Catharijnekerk|thumb|250px|left De Grote of Sint-Catharijnekerk was in opzet de grootste kerk van Holland, maar is nooit voltooid. De bouw begon in 1417. In 1456 was er een grote brand en in 1482 raakte het geld op en hield men op met bouwen. Alleen het schip was klaar. Brielle is van verre herkenbaar aan de 57 meter hoge, stompe toren van de Sint-Catharijnekerk. Na 1572 kwam deze parochiekerk in protestantse handen.

De Bedevaartskerk uit 1932 is een forse bedevaartkapel met aangrenzende overdekte omgang, naar een ontwerp van Herman de Vries en is het rooms-katholieke heiligdom van de Martelaren van Gorcum. Ze is gebouwd ter plaatse van de turfschuur waar in 1572 17 priesters en 2 lekenbroeders werden opgehangen en gedood omwille van hun geloof. Het hier in 1403 gestichte regulierenklooster werd in april 1572 door de Watergeuzen geplunderd. Deze Martelaren van Gorcum werden in 1675 zalig en in 1867 heilig verklaard. Op het zogeheten Martelveld, aangekocht in 1865, vond men stoffelijke resten bij opgravingen in 1877. Na de bouw van een eerste houten noodkerk in 1880 groeide de plek uit tot een bedevaartsoord. In het midden ligt de voormalige visvijver van het klooster, bekend als de ‘Heilige Put’. Ter plaatse van het martelarengraf staat een achtzijdig altaarciborie met koepel en buitenaltaar

Van het Brigittenklooster, gesticht in 1492 en verlaten in 1558, resteert een rijk uitgevoerd laatgotisch hardstenen poortje met ezelsrugboog (gerestaureerd 1951).