Marcus Aemilius Lepidus (120 - 77 v.Chr.) was een Romeins staatsman en consul in het jaar 78 v.Chr. Tijdens zijn vroege carrière stond hij bekend als een aanhanger van de partij van Gaius Marius, maar zou later overstappen naar die van Lucius Cornelius Sulla. Hij werd propraetor van Sicilië en verwierf daar grote rijkdom. In 78 v.Chr. werd hij consul samen met Quintus Lutatius Catulus. Hij verzette zich tegen de maatregelen getroffen door Sulla en kwam zo in conflict met zijn medeconsul, die een fervent aanhanger van Sulla was. Na zijn consulaat leidde Lepidus een opstand tegen Rome. Hij was vader van de latere gelijknamige triumvir en van Lucius Aemilius Lepidus Paullus (consul van 50 v.Chr.). Over zijn geboortedatum bestaat onzekerheid. Hij stierf in 77 v.Chr. in Sardinië na de nederlaag tegen Catulus en Gnaeus Pompeius Magnus.

Vroege leven en carrière Marcus Aemilius Lepidus was wellicht de zoon van Quintus Aemilius Lepidus en kleinzoon van Marcus Aemilius Lepidus (consul in 158 v.Chr.).W. Drumman, Geschichte Roms in seinem Uebergange von der republikanischen zur monarchischen Verfassung, oder Popejus, Caesar, Cicero und ihre Zeitgenossen. Verslag von Gebrüder Borntraeger, Koenigsberg, 1 (1834), p. 1, 3. Alhoewel dat niet meer duidelijk naar voor komt in de latere editie: W. Drumman & P. Groebe, Geschichte Roms in seinem Uebergange von der republikanischen zur monarchischen Verfassung, oder Popejus, Caesar, Cicero und ihre Zeitgenossen. Verslag von Gebrüder Borntraeger, Berlin, 1 (1899), p. 1, 3. Over zijn geboorte en jeugd is weinig bekend. Over zijn vroege leven en carrière bestaat er meer informatie. Hij is getrouwd met Apuleia, een dochter van Lucius Appuleius Saturninus,Flor., 2, 4. van wie hij later zou scheiden,Plin., N.H., VII, 122; voor een verder bespreking zie E. Badian, “Waiting for Sulla” in: The Journal of Roman Studies. Society for the Promotion of Roman Studies, London, 52 (1962) p. 53, 60; E. Badian, Foreign Clientelae. Clarendon Press, Oxford, 1958, p. 200; E.S. Greun, “The Dollobellae and Sulla.”, in AJPh 87 (1966), p. 391-393. wellicht om politieke redenen. Zijn huwelijk met Apuleia en zijn steun aan Lucius Cornelius CinnaI. Schatzman, Senatorial Wealth and Roman Politics. Latomus Revue d’Etudes Latines, Bruxelles, 1975, p. 204 e.v. tonen aan dat Lepidus tijdens zijn vroege carrière een aanhanger was van de ‘populares’ en behoorde tot de factie van Marius. Hij diende eveneens als militair tribuun onder Gnaeus Pompeius Strabo, samen met Gnaeus Pompeius Magnus en Dollobella.C. Cichorius, Römische Studien. Teubner, Leipzig-Berlin, 1922, p. 147; E.S. Gruen, The Dolobellae and Sulla, p. 398; E.S. Greun, The last generation of the Roman Republic. Los Angeles, University of California Press, 1974, p. 243; L.R. Taylor, The Voting Districts of the Roman Republic. American Academy, Rome, 1960, p. 187. Later zou hij van kamp wisselenE.S. Greun, Roman Politics and the Criminal Courts, 149-78 B.C. Harvard University Press, Massachusetts, 1968, p. 243, 249-250, 254; E.S. Gruen, The last generation of the Roman Republic, p. 187, 254. en Sulla steunen tegen de opstand van zijn voormalige schoonvader.Cic., Pro Rab. Perd., VII, 20-22; E.S. Greun, Roman Politics and the Criminal Courts, 149-78 B.C, p. 187. Mogelijk won hij de slag bij Norba voor Sulla, alhoewel dat in twijfel wordt getrokken.E. Badian, “Waiting for Sulla”, p. 53. Onder Sulla werd hij praetor in Rome en nadien propraetor van Sicilië.Cic., verr.2, III, 212; T.R.S. Broughton, Magistrates of the Old Republic. American Philological Association, Atlanta, 2 (1952), p. 85; E.S. Gruen, Roman Politics and the Criminal Courts, 149-78 B.C., p. 250; E.S. Greun, “The Dollobellae and Sulla.”, p. 391; F. Hurlet, La Dictature de Sylla: Monarchie ou Magistrature Republicaine?, Institut Historique Belge de Rome, Bruxelles, p. 139. Gedurende zijn gouverneurschap zou hij gebruikmaken van de proscripties van Sulla om grote rijkdom te verwerven.App. B.C., I, 103-104; E. Badian, “Waiting for Sulla”, p. 60; H.H. Horworth, “The Rise of Gaius Julius Caesar, with an Account of His Early Friends, Enemies, and Rivals: Part II” in: Transactions of the Royal Historical Society. Royal Historical Society, London, 2 (1908), p. 56. Die rijkdom zou hem in staat stellen een huis te bouwen in Rome, welke als een van de mooiste van Rome werd beschouwd,Plin., N.H., XXXV, 13; XXXVI, 49; XXXVI, 109; J.R. Patterson, “The City of Rome: From Republic to Empire” in: The Journal of Roman Studies, Society for the Promotion of Roman Studies, London, 82 (1992), p. 200. en te beginnen met de renovatiewerken van de Basilica Aemilia.Plin., N.H., XXXV, 13; W.B. McDaniel, “Basilica Aemilia” in: American Journal of Archaeology. Archaeological Institute of America, United States, 32:2 (1928), p. 159-160; Shatzman, op. cit., p. 91. Uiteindelijk zou, naar aanleiding van zijn beleid in Sicilië, een rechtszaak tegen hem worden aangespannen.E.S. Greun, Roman Politics and the Criminal Courts, 149-78 B.C., p. 275-276.

Consulaat Toen Sulla zich terugtrok, stelde Lepidus zich kandidaat voor het consulaat van 78 v.Chr., tegen de wil van Sulla en met de steun van Pompeius Magnus.App., B.C., I, 105; Plut., Pomp., 15, 1-2; Plut., Sulla, 14, 4-5; E. Badian, “Waiting for Sulla”, p. 61; J. Carcopino, Sylla ou la monarchie manquée. L’Artisan du Livre, Paris, 1931, p. 208-209; M. Gelzer, Pompeius. F. Bruckmann Verslag, München, 1949, p. 46-47; F. Hurlet, op. cit., p. 58-59; J. Van Ooteghem, Pompée le grand, Bâtiseur d’Empire. Palais des Académies, Bruxelles, 1954, p. 77-80. Hij werd verkozen, samen met Quintus Lutatius Catulus.CIL, 12, II, 588; 734-737; T.R.S. Broughton, op. cit., p. 85-86. Gedurende zijn consulaat zou hij zich afzetten tegen de politiek van Sulla,Dit blijkt uit zijn redevoering zie Sallust., Hist., I, 55M; voor een bespreking zie G. Achard, Pratique Rhétorique et Idéologie Politique dans les Discours “Optimates” de Cicéron. E.J. Brill, Leiden, 1981, p. 455; T.R. Holmes, The Roman Republic and The Founder of the Empire. Clarendon Press, Oxford, 1923, p. 363; S. Sumi, “Spectacles and Sulla's Public” in: Historia: Zeitschrift für Alte Geschichte. Franz Steiner Verlag, Stuttgart, 51:4 (2002), p. 414-415, 425, 429, 430. wat hem in conflict bracht met Catulus, die een trouwe aanhanger van Sulla was, en de Senaatspartij.Oros., Hist., V, 22, 16-18; K. Latte, Sallust, Neue Wege zur Antike II, B.G. Teubner, Leipzig, 1935, p. 27-28. Zo wilde hij de staatsbegrafenis van Sulla trachten te verhinderen. Deze zou toch doorgaan, mede door de steun van Pompeius.App., B.C., 105; Liv., Per., 90; Plut., Pomp., 15, 3; Plut., Sulla, 18, 1. Verder zou hij graanwetten doorvoerenT.R. Holmes, op. cit., p. 363-364. en de proscripties van Sulla herroepen.App., B.C., I, 107. Hij wilde eveneens het volkstibunaat opnieuw instellen, maar stootte daarbij op hevige weerstand van Catulus en de Senaatspartij.Tac., Ann., III, 27. Het is opmerkelijk dat Lepidus zich tijdens zijn consulaat lijnrecht opstelde tegen de maatregelen getroffen door Sulla en eveneens tegen Catulus en de Senaatspartij.Voor verwijzingen naar zijn consulaat zie Flor., 2, 11; Licin., XXXVI, 33-43; Plin., N.H., XXXVI, 49; voor een verdere beschrijving van diens consulaat zie E. Badian, Foreign Clientelae, p. 275-277; E.S. Greun, Roman Politics and the Criminal Courts, p. 274-278; E.S. Gruen, The last generation of the Roman Republic, p. 274-277. Dat kan erop wijzen dat Lepidus eerder vanuit pragmatische overweging het kamp van de ‘populares’ koos en zich op die manier wenste te profileren op politiek vlak.In Plut., Pomp., 16, 1 wordt beschreven dat Lepidus dezelfde macht als Sulla wilde verkrijgen. Zoals reeds aangehaald, had hij in het verleden gebruikgemaakt van de proscripties en van de macht die Sulla hem toebedeelde om rijkdom te vergaren. Toch kunnen zijn vroegere banden met de volkspartij een zeker idealisme niet uitsluiten. Door zijn houding tegenover zijn medeconsul ontstond een conflict waarvan de Senaat vreesde dat dat zou kunnen leiden tot een nieuwe burgeroorlog. Daarom lieten ze beide consuls een eed zweren gedurende het consulaat de wapens niet tegen elkaar op te nemen.App., B.C., I, 107. Alhoewel Lepidus zich duidelijk manifesteerde als een eerder volksgericht politicus, werd hij niet gezien als een grote bedreiging. Beide consuls hielden zich aan hun eed en beëindigden hun termijn, waarna Lepidus proconsul werd van Gallia Transalpina,Ibid., I, 107. mogelijk ook van Gallia Cisalpina en Illyricum.C. Ebel, “Pompey's Organization of Transalpina” in Phoenix. Classical Association of Canada, Canada, 29:4 (1975), p. 364-365.

Opstand in Etruria, mars naar Rome en vlucht naar Sardinië