Steenbergen () is een Nederlandse stadANWB Topografische Atlas Noord-Brabant (2005) - kaart 59 82-399 ., gelegen in het westen van de provincie Noord-Brabant. De plaats bevindt zich in de gelijknamige gemeente, en telt inwoners. Steenbergen is via de Steenbergse Vliet verbonden met het Volkerak, daarnaast is het gelegen aan de A4.
Steenbergen werd waarschijnlijk gesticht in de tweede helft van de 13e eeuw en is sinds de eerste helft van de 14de eeuw te beschouwen als stad.Albert Delahaye, Jelle Vervloet & Gijs van Bree, Steenbergen in de middeleeuwen. Gemeentebestuur van Steenbergen, Steenbergen, 1972, p. 69-73 Het heeft een rijke historie en groeide in de 14e en 15e eeuw, dankzij zoutwinning en handel met Antwerpen en Vlaamse steden als Brugge en Gent, uit tot een handelsstad. Toen door verschillende oorzaken de economische neergang was ingezet, werd Steenbergen in de 16e eeuw belangrijker als vesting- en garnizoensstad. De vesting maakte vanaf 1628 deel uit van de West-Brabantse waterlinie.
Steenbergen is een Oranjestad. Het is sinds 1 januari 1997 de hoofdplaats van de gemeente Steenbergen, de samenvoeging van de voormalige gemeenten Steenbergen en Kruisland, Dinteloord en Prinsenland, Nieuw-Vossemeer en Welberg.
Buurten en wijken Steenbergen is onderverdeeld in vier wijken. Van deze wijken wordt er één, Welberg, sinds 2007 door de gemeente ook als afzonderlijk dorp (of kern) beschouwd[Besluitenlijst Gemeente Steenbergen 2007-09-27, betreffende de status van Welberg], maar wordt desondanks als wijk van Steenbergen bestuurd. Steenbergen-Centrum (inclusief de buurten Havenkwartier, Oranjewal, Drievierde en Nieuwstad) Steenbergen-Noord (inclusief de buurten Kwartier, Noorddonk en Buiten de Veste) Steenbergen-Zuid Welberg
Etymologie De oudste spellingswijze, uit 1267, is Stenberghe. De naam zou eenvoudig verklaard kunnen worden uit berg, een zandopduiking in veen, en steen, wat als stenen gebouw zou kunnen worden geduid. Hij werd echter al gebruikt toen de vervening net op gang was gekomen en er nog geen sprake was van een burcht of ander stenen gebouw.
Geschiedenis Ontstaan en groei thumb|Charter van Steenbergen uit 1308 thumb|De verdwenen donjon te Steenbergen omstreeks 1740 De vroegste schriftelijke vermelding van Steenbergen dateert waarschijnlijk uit 1267, al is het niet zeker dat de plaats waarover deze akte handelt Steenbergen betrof. Een akte, de Oude Keur genoemd, die zonder twijfel over deze plaats gaat is verleend door Arnoud van Leuven in 1272, en het is redelijk te veronderstellen dat er toen al enkele jaren een woonplaats gevestigd was.Steenbergen in de Middeleeuwen, p. 18-22 In de loop van de dertiende eeuw schonken de hertogen van Brabant aan veel van hun horigen op bepaalde voorwaarden de vrijheid. Tot die tijd bestonden er in het noorden van het Hertogdom Brabant nog maar weinig steden en dorpen, omdat er geen vrije mannen waren die een gemeenschap mochten vormen. Na het midden van de dertiende eeuw ontstond door de omvangrijke vrijlatingen een burgerij die de gelegenheid kreeg zich te vestigen en een bedrijf te beginnen.Steenbergen in de Middeleeuwen, p. 15-16
In de periode 1292-1337 werden aan de gemeenschap van Steenbergen verschillende andere keuren geschonken, die gezien kunnen worden als de juridische en administratieve opbouw van een stad. De strategisch gelegen plaats werd tevens een doorvoerhaven tussen Vlaanderen en Holland. Maar Steenbergen dankt zijn economische opbloei in de dertiende en veertiende eeuw aan de winning van turf en zout alsmede aan landbouw en visserij.
Aanvankelijk was de streek voor een groot gedeelte met veen bedekt. Door sloten te graven kon het veen worden ontwaterd en vervolgens afgegraven. De ingeklonken oude plantenresten vormen turf, een belangrijke brandstof in vroeger eeuwen. De turfwinning van Steenbergen bleef tot in de negentiende eeuw van belang.
Het kostbare zout, dat onder meer gebruikt werd voor het conserveren van voedsel, werd in deze aan de kust gelegen streek gewonnen uit het veen dat door de zee overstroomd werd, de moernering. Het zoete grondwater in het veen wordt door zout water verdreven als gevolg van het grotere soortelijk gewicht. Ontwaterd, zouthoudend veen werd darink of derrie genoemd. Het werd gewonnen door de 'darink' weg te graven uit permanent bedijkte polders, of uit speciaal daarvoor aangelegde tijdelijke polders met een moerdijk eromheen. Een derde mogelijkheid was om eenvoudigweg de darink uit het drooggevallen veen op te scheppen en tijdelijk op een terp, 'opdracht' genaamd, te verzamelen. Deze activiteiten werden 'darink delven' genoemd. De darink werd vervolgens gedroogd en verbrand ('zelbarnen'), waardoor zoute as ontstond, 'zel' of 'zelle' geheten. De volgende fase was het 'zoutzieden': de zel werd met zout water gemengd en ingekookt. Vervolgens werd het goedje door indamping, uitkristallisatie en droging van vocht en ongerechtigheden ontdaan, zodat ten slotte bruikbaar en verhandelbaar zout overbleef. De productie van dit 'zelzout' vergde veel arbeid en was daarom duur.
Geleidelijk werd het aan getijden onderhevige land ten noorden en westen van de nederzetting in cultuur gebracht. Aanvankelijk werden er vooral schapen geweid op de schorren, waar werven (een ander woord voor stellen) en hollestellen konden worden opgeworpen om de herders en hun kudden tegen hoog water te beschermen. Werven rond Steenbergen worden al genoemd in een oorkonde uit het jaar 1356.Steenbergen in de Middeleeuwen, p. 141-144
Naarmate de handel zich concentreerde in Antwerpen groeide Steenbergen door. In 1437 telde de stad 360 huizen met naar schatting 1800 inwoners.Steenbergen in de Middeleeuwen, p. 140 Daarna ging de economische toestand achteruit door het wegvallen van de zoutnering. In de loop van de vijftiende eeuw kwam in de Nederlanden de invoer op gang van goedkoop geproduceerd zout uit Bourgneuf-en-Retz aan de Golf van Biskaje, het zogenaamde 'baaizout'. Na 1450 stortte de Nederlandse zouthandel geheel in, waarbij Steenbergen geen uitzondering vormde.
Edelen en vestingwerken thumb|Graaf Diederik van Hogendorp, Burgemeester en drossaard van Steenbergen (1625-1702)
Op 22 juni 1287 gaf de hertog van Brabant, Jan I, een akte uit waarin hij uiteenzette wat er diende te gebeuren wanneer Arnoud van Leuven, heer van Breda, kinderloos zou sterven, wat deze enkele weken na het uitbrengen van de akte ook deed.Uit Stad en Land van Steenbergen, door K. Slootmans, Drs. F. Brekelmans, L. Merkelbach van Enkhuizen, A. Delahaye en W. van Ham. Steenbergen, 1959. p.8.
Volgens de akte zou het oude Land van Breda uiteenvallen in het Land van Breda en de nieuwe heerlijkheid Bergen op Zoom, waarbij het tot een eerlijke verdeling diende te komen onder leiding van de schout van Antwerpen. Na drie jaar overleg, kwam het op 6 november 1290 tot de eerste verdeling. Steenbergen werd een eigen heerlijkheid die gemeenschappelijk bezit bleef van beide heren.
De strategische ligging en het economisch belang van Steenbergen, alsmede enkele schriftelijke onduidelijkheden in de charter zorgden echter voor een serie van conflicten tussen de Heren van Bergen op Zoom en Breda. In 1356, 1360, 1382 en 1415 kwam het tot hoogoplopende disputen, waarbij in 1382 hertog Wenceslaus I zich verplicht zag tussenbeide te komen om de gemoederen te bedaren.Uit Stad en Land van Steenbergen, door K. Slootmans, Drs. F. Brekelmans, L. Merkelbach van Enkhuizen, A. Delahaye en W. van Ham. Steenbergen, 1959. pp.9-10.
Het bestuur van de stadsheerlijkheid werd in deze eeuwen gevonden in voor beide kanten acceptabele adellijke families, zoals het Huis Van Bruheze. De dagelijkse macht daarentegen was in handen van de schout (de vertegenwoordiger van de landsheer) en de schepenen; halverwege de 15e eeuw komt hier de borgemeester bij. In het verloop van de 16e eeuw veranderde deze laatste functie en ontstond een systeem van twee burgemeesters: de binnenborgemeester, de beheerder van de stadsuitgaven en ontvangsten, en de buitenborgemeester die een soortgelijke rol had maar dan voor de Ommelanden.Steenbergen in de Middeleeuwen, p. 65
Het zou pas tot een definitieve verdeling komen toen de Heer van Breda, Johan IV van Nassau, en de heer van Bergen op Zoom, Jan II van Glymes, op 28 april 1458 een nieuwe akte van verdeling ondertekenden. Hierbij kwam de heerlijkheid Steenbergen toe aan het Huis Nassau waar het, tot de afschaffing van de feodale rechten in 1795, aan toe zou blijven behoren.Uit Stad en Land van Steenbergen, door K. Slootmans, Drs. F. Brekelmans, L. Merkelbach van Enkhuizen, A. Delahaye en W. van Ham. Steenbergen, 1959. pp.11-13.
thumb|De Steenbergse vestingring begin 17e eeuw thumb|Zicht op Steenbergen omstreeks 1674
Hoewel de stad al langer ommuurd was, kreeg Steenbergen pas ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog echt strategisch belang, omdat het de landweg tussen de Zeeuwse en de Hollandse eilanden beheerste. Als zodanig werd de stad vele malen belegerd, veroverd en heroverd. Tussen 1572, toen de Watergeuzen Steenbergen plunderden, en 1622 werd de stad negenmaal ingenomen door afwisselend Spaanse en Staatse troepen. De stad en haar bevolking hebben hier erg onder te lijden gehad.
In 1572 werd het stadje geplunderd door de Watergeuzen en tot 1631 zou Steenbergen het toneel zijn van vele verwoede gevechten, vaak met desastreuze gevolgen voor de bevolking. Aan het begin van de 17e eeuw was de stad vrijwel geheel verwoest. De innames door de Staatsen werden gevolgd door de overname van de kerken door protestanten in de periode 1580-1590.
Na de herovering door Prins Maurits in 1623 werden vanaf 1627 tot 1629 reparaties aan de vestingwerken uitgevoerd. Sindsdien is de stad nooit meer ingenomen. Zelfs toen de Fransen tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in 1747 de regio aanvielen en Bergen op Zoom innamen hield Steenbergen stand.
In 1800, gedurende de Franse tijd (1794-1814), werd in Steenbergen een vrijmetselaarsloge opgericht met de naam "De Vereeniging" (gelieerd aan het Grootoosten der Bataafse Republiek). De loge bestond maar kort en is slapende sinds 1819. De Franse tijd bracht vrijheid van godsdienst, maar het duurde zeker nog vijftig jaar vooraleer de katholieken hun achterstand hadden ingehaald.
Tijdens de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen werd er niet gevochten in Steenbergen. De laatste inundatie van de vestinglinie vond plaats in 1809, bij de invasie van Engelse troepen in Zeeland. In 1827 werd de vesting opgeheven; wel bleef Steenbergen nog geruime tijd een garnizoensstad. De restanten van de vesting, alsmede het Fort Henricus zijn nog te zien. Na de opheffing van de vesting kon Steenbergen zich uitbreiden. Uit Stad en Land van Steenbergen, door K. Slootmans, Drs. F. Brekelmans, L. Merkelbach van Enkhuizen, A. Delahaye en W. van Ham. Steenbergen, 1959. p.161.
Industrialisatie en oorlog In de 19e eeuw werd de landbouw hoofdmiddel van bestaan. De meekrapcultuur kwam tot grote bloei. Er waren zeven stoven, waar rode kleurstof voor de lakenindustrie werd vervaardigd. Door nieuwe ontwikkelingen (synthetische kleurstoffen) stortte deze markt echter in, en de boeren legden zich toe op de teelt van suikerbieten, en in 1871 vestigde zich er een suikerfabriek op de noordwestelijke vestingwallen.Uit Stad en Land van Steenbergen, door K. Slootmans, Drs. F. Brekelmans, L. Merkelbach van Enkhuizen, A. Delahaye en W. van Ham. Steenbergen, 1959. Blz. 162/163.
Door de gestage toename van het inwoneraantal rond 1890 breidde de stad zich uit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de Nederlandse grensstreek overspoeld met Belgische vluchtelingen. In oktober 1914 herbergde Steenbergen 4000 vluchtelingen, van wie een groot gedeelte binnen een half jaar weer naar België terugkeerde.Kent u ze nog... de Steenbergenaren, C.J.M. Slokkers en Pierre Baselier